In 1978 nam Lowell George (bekend van de groep Little Feat) het nummer Easy Money (van de toen nog onbekende Rickie Lee Jones) op voor zijn solo-album Thanks, I'll Eat It Here. Hij bracht het ook uit als single. Het zou het startpunt blijken te zijn voor de carrière van Rickie Lee Jones.
Inmiddels al weer zo'n 35 jaar bezig, ging Rickie Lee Jones' entree in de muziekbiz niet onopgemerkt voorbij. Sterker nog, haar 'selftitled' debuutalbum is haar succesvolste plaat tot nog toe. Het leverde haar een Grammy Award op als 'Best New Artist'.
De muziek op het album kent vele invloeden (pop, rock, jazz, R&B [de oude!], blues en soul). Er staan twee soorten nummers op de LP: mid- en uptempo nummers en langzame, retrospectieve ballads.
Van de snellere tracks is Chuck E.'s In Love ongetwijfeld het bekendst (het reikte tot nummer 12 in de Top 40), maar ook nummers als Young Blood, Easy Money en Weasel And The White Boys Cool kennen die heerlijke laid back benadering in de muziek met daaroverheen de heerlijk lijzige stem van Rickie Lee Jones. Het heeft soms wel wat weg van een vrouwelijke J.J. Cale (zie ook mijn blog van 4 augustus 2013).
Het meest uptempo nummer is Danny's All Star Joint waarin drums en piano de show stelen, een heerlijke kopersectie te horen is en Rickie Lee Jones heerlijk loopt te schmieren.
De meest indrukwekkende nummers zijn wat mij betreft echter te vinden bij de langzamere stukken. Hierin gebruikt Rickie Lee Jones de mogelijkheden van haar stem ten volle. Het ene moment lief en verleidelijk, het andere moment fel en agressief. Ze fluistert, schreeuwt, kreunt en zingt hartverscheurend mooi. Luister naar Coolsville en je begrijpt wat ik bedoel.
Andere hoogtepunten zijn On Saturday Afternoons In 1963 en The Last Chance Texaco. Prachtige verstilde muziek, mooie verhalende teksten en die stem vormen een subliem geheel.
© 2013 TTZL
Officiële website: Rickie Lee Jones
Wikipedia EN: Rickie Lee Jones
Wikipedia NL: Rickie Lee Jones
Youtube: Chuck E.'s In Love
Youtube: Young Blood
Youtube: Easy Money
Youtube: Weasel And The White Boys Cool
Youtube: Danny's All Star Joint
Youtube: Coolsville
Youtube: On Saturday Afternoons In 1963
Youtube: The Last Chance Texaco
Youtube: Easy Money (Lowell George)
Sinds 1968 heeft Todd Rundgren als solo-artiest en met de groepen Nazz en Utopia zo'n 50 albums uitgebracht. De jongste boreling is State welke in april van dit jaar is verschenen.
Het is weer een echt solo-album in de ware zin des woords zoals Todd Rundgren die wel vaker heeft gemaakt. Met uitzondering van gastvocalen van Rachel Haden in één nummer* heeft hij alles zelf gespeeld, geschreven en geproduceerd.
Het voordeel van zo'n procedé is dat hij de volledige artistieke controle heeft over zijn werk. Maar waar hij in de jaren zeventig nog de akoestische en elektrische instrumenten per spoor op elkaar stapelde komen veel instrumenten nu uit een doosje (synthesizers, sequencers, etc.). Dat is niet per defenitie slechter, maar om de één of andere reden bleef ik me bij het beluisteren van dit album wel afvragen hoe de nummers zouden klinken als ze waren ingespeeld met echte instrumenten.
Het album opent met het acht minuten durende Imagination en dat zet meteen de toon. De mengeling van synthesizerklanken en elektrische gitaaruithalen in combinatie met in echo gedrenkte vocalen geven een aangenaam vervreemdend effect.
Het volgende nummer, Serious, is een lekker uptempo synthipop nummer dat klinkt als een singletrack. Hetzelfde kan gezegd worden van Smoke.
Todd Rundgren staat er om bekend dat hij graag humor verwerkt in songtitels en songteksten alsook muzikale grapjes. Ook op State ontbreken deze niet in de vorm van Ping me en Collide-A-Scope. De wat reflectievere kant van Todd horen we in Something From Nothing* en Sir Reality die rustiger zijn van tempo en instrumentatie.
State is een intrigerend album met een flink aantal sterke songs. En ondanks mijn initiële terughoudendheid ten aanzien van het elektronische klankbeeld merk ik toch dat ik het album al een flink aantal keer heb beluisterd en dat het me iedere keer beter bevalt. Een groeiplaatje dus.
Naast de reguliere versie is er ook een limited deluxe edition verschenen van State waarbij op de bonus-cd het concert staat dat Todd Rundgren in 2012 in Paradiso gaf met het Metropole Orkest. Deze prachtige dwarsdoorsnede van zijn oeuvre met hits én rarities biedt een prachtig akoestisch tegenwicht voor het elektronische State.
© 2013 TTZL
Officiële website: Todd Rundgren
Wikipedia EN: Todd Rundgren
Wikipedia NL: Todd Rundgren
Youtube: Imagination
Youtube: Serious
Youtube: Smoke
Youtube: Ping me
Youtube: Collide-A-Scope
Youtube: Something From Nothing
Youtube: Sir Reality
Van 1981 tot en met 1995 maakte Alan Wilder deel uit van de succesvolle Engelse band Depeche Mode. Hij was in deze band de 'ambachtsman' en ook verantwoordelijk voor de techniek en de productie. Om zijn behoefte aan wat experimentelere, minder pop-geörienteerde muziek te bevredigen begon hij al tijdens zijn Depeche Mode-tijd met zijn solo-project Recoil. Na zijn vertrek bij Depeche Mode zou dit zijn hoofdbezigheid worden, naast zijn werk als producer, engineer en (re)mixer voor andere artiesten (zoals Curve, Nitzer Ebb en Nine Inch Nails).
Het eerste levensteken van Recoil was de EP 1+2 uit 1986. Beide nummers bestaan voornamelijk uit samples van bestaande muziek, met name Depeche Mode en Kraftwerk. Daarnaast zijn er flarden van radio-uitzendingen verwerkt. Als je bekend bent met het werk van de genoemde bands dan geeft dit het vervreemdende effect dat je bekende geluiden en flarden hoort die ineens in een andere context te horen zijn.
De track op kant A ('1')* begint met het tikkende geluid van een wekker dat als metronoom fungeert. Al snel komen er electronische drums bij en daarna komen de melodieuze elementen. Na een minuut of drie verdwijnt de wekker naar de achtergrond, wordt het ritme sneller, komen er vocale samples bij en komt het nummer goed op gang. Gedurende het nummer wordt het tempo nog een aantal keer veranderd, komen eerder gebruikte elementen weer voorbij en na een minuut of vijftien komt de wekker het nummer weer afsluiten.
Op kant B ('2')* ligt het tempo veel lager. Deze track is veel atmosferischer, ambient-achtig. Er gebeurt heel veel op een subtiele manier en vooral op de koptelefoon is het een ontdekkingsreis.
Recoil begon als een uitklaapklep voor Alan Wilder als tegenwicht voor het altijd moeten werken binnen het pop-formaat van Depeche Mode. Gelukkig mogen we daarvan meegenieten want zijn producten hebben een wonderlijke soort aantrekkingskracht. Electronische pop met een scherp randje.
1 + 2 is alleen op CD verschenen als bonus bij het eerste Recoil-album uit 1988, Hydrology, welke ook volgens het sample-principe is gemaakt. Op de daarop volgende albums heeft Recoil het samplen ingeruild voor 'gewone' songs (ook mooi, trouwens).
* '1' 00:00-14:26 / '2' 14:27-32:57
© 2013 TTZL
Officiële website: Recoil
Wikipedia EN: Recoil
Wikipedia NL: Recoil
Youtube: 1 + 2
Sunday Adeniyi was als King Sunny Adé al in Afrika een bekende uitvoerder van Juju-muziek (van de Nigeriaanse Yoruba-stam) voordat begin jaren tachtig er drie albums van hem een westerse release kregen. De eerste was Juju Music in 1982, gevolgd door Synchro System in 1983 en Aura in 1984.
Op dat laatstgenoemde album staan een zestal tracks waarvan opener Ase misschien wel meteen het beste nummer is. Ondersteund door typisch Afrikaanse talking drums en over een weeftapijt van gitaren klinkt prachtige meerstemmige zang. Een bonus in dit nummer is een gastoptreden van Stevie Wonder op mondharmonica. Door de lengte van het nummer (bijna 10 minuten) en de repeterende elementen gaat er een hypnotiserende werking van uit.
De volgende track, Gboromiro, kent goeddeels dezelfde elementen, maar is qua instrumentatie wat spaarzamer waardoor er meer rust en ruimte is. De opener van kant 2, Oremi, valt op door het gebruik van electronische drums en electronische percussie. Ik vind dat geen onverdeeld succes. Dan bevalt Ire me veel beter vanwege het gebruik van traditionele Afrikaanse percussie.
Het was het label Mango (een sub-label van Island Records, bekend van Bob Marley) dat King Sunny Adé op de westerse markt lanceerde. Hierdoor kreeg hij al gauw de bijnaam 'de Afrikaanse Bob Marley'. Die belofte heeft hij commercieel niet waar kunnen maken, maar hij is artistiek gezien interessant genoeg voor een kennismaking. Dit kan prima via de geremasterde versie van Aura uit 2010 waarop ook het album Synchro System staat.
© 2013 TTZL
Wikipedia EN: King Sunny Adé
Wikipedia NL: King Sunny Adé
Youtube: Ase
Youtube: Gboromiro
Youtube: Oremi
Youtube: Ire
Al bezig sinds 1976 brak The Cure door in onder andere de UK en Nederland met de single A Forest van het album Seventeen Seconds uit 1980. Een prachtig album, maar ik wil het deze keer hebben over het daaropvolgende, wat onderschatte album Faith uit 1981. Het album klinkt niet als een losse verzameling nummers, maar tekstueel en muzikaal ademen alle tracks dezelfde sfeer.
Het is geen vrolijke sfeer. Depressiviteit, moedeloosheid en een gevoel van kerkhoven en oude, lege kerken stijgt op uit de muziek en teksten. De hoes sluit daar perfect bij aan: het is een wazige foto van het Bolton Priory klooster uit de 12e eeuw in de mist.
Tekstueel is het één van de sterkste albums van The Cure. Voorman Robert Smith's teksten over met name geloof en spiritualiteit zijn prachtig, neem als voorbeeld onderstaande passage uit het titelnummer Faith:
Please
Say the right words
Or cry like the stone white clown
And stand forever
Lost forever in a happy crowd
No one lifts their hands
No one lifts their eyes
Justified with empty words
The party just gets better and better
I went away alone
With nothing left
But faith
De basgitaar is zeer prominent aanwezig op dit album. Dit is al direct te horen in het openingsnummer The Holy Hour. Robert Smith speelt bepaalde gitaarpartijen op een zes-snarige basgitaar waardoor er dus sprake is van een dubbele bas en drums opstelling. Het resultaat is een geweldig mooi donker geluid zoals dat te horen is in de single Primary (samen met Doubt het enige uptempo nummer). Ook het intro van Other Voices is een bas-lekkernij.
Alhoewel het zeker niet het bekenste of meest succesvolle album van The Cure is, merk ik wel dat het degene is die ik het meest uit de kast haal. De heerlijke melancholieke sfeer helpt om even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Draai All Cats Are Grey (met heerlijk inventief drumwerk en een mooie ruimtelijke stereomix) lekker hard op je koptelefoon en je kan er weer even tegen! Of zink weg in Funeral Party. Een triester, desolater nummer ken ik niet:
Two pale figures
Ache in silence
Timeless
In the quiet ground
Side by side
In age and sadness
I watched
And acted wordlessly
As piece by piece
You performed your story
Moving through an unknown past
Dancing at the funeral party
Memories of children's dreams
Lie lifeless
Fading
Lifeless
Hand in hand with fear and shadows
Crying at the funeral party
I heard a song
And turned away
As piece by piece
You performed your story
Noiselessly across the floor
Dancing at the funeral party
In 2005 is er, net als van de andere The Cure albums, een 'deluxe edition' verschenen met op disc 1 een geremasterde versie van het album en de soundtrack van de film 'Carnage Visors' (voorheen alleen aanwezig op de cassette-versie van het album). Op disc 2 staan demo's, outtake's en live- en singleversies.
© 2013 TTZL
Officiële website: The Cure
Wikipedia EN: The Cure
Wikipedia NL: The Cure
Youtube: Faith
Youtube: The Holy Hour
Youtube: Primary
Youtube: Doubt
Youtube: Other Voices
Youtube: All Cats Are Grey
Youtube: Funeral Party
Youtube: Carnage Visors
Youtube: A Forest (van 'Seventeen Seconds')
In de wereld van de electronische muziek is de naam Tangerine Dream een begrip. Opgericht in 1967 wordt de groep beschouwd als medegrondleggers van muziekstromingen als Krautrock en de Berlijnse School. Opvallend bij Tangerine Dream zijn de vele bezettingswisselingen (alleen Edgar Froese is een constante factor gebleken) en dat de carrière in te delen is in een aantal zeer specifieke periodes.
In The Pink Years (1970-1973) bracht Tangerine Dream enkele langspelers uit met nogal experimentele electronische muziek. De periode daarna, The Virgin Years (1974-1983), was zowel commercieel als artistiek hun topperiode met albums als Phaedra en Rubycon.
Tijdens The Blue Years (1984-1988) werd het commerciële succes gecontinueerd, maar kwamen de eerste voorzichtige tekenen van een artistieke ommezwaai. In deze periode wordt de muziek geleidelijk minder gedurfd. Live Miles is het laatste album van deze periode en ook het laatste album waarop Christopher Franke meespeelt. Hij verlaat na zestien jaar Tangerine Dream. In de daaropvolgende periodes* glijdt de muziek steeds verder af richting new age en muzak.
Live Miles is echter nog een heel behoorlijk album waarop volgens de hoes twee uitsnedes uit concerten te horen zijn: The Albuquerque Concert^ (uit 1986) en The Berlin Concert° (uit 1987).
Het 'Berlin'-gedeelte is erg sterk. Het begint rustig waarna een loom ritme het tempo wat opvoert. Na opnieuw een dromerige sequentie volgt een lang ritmisch fanatiek stuk waarna het weer rustig wordt afgesloten. Het is afkomstig uit een openluchtconcert dat werd gegeven tijdens de festiviteiten ter gelegenheid van 750 jaar Berlijn. Het gehele twee uur durende concert werd live op de radio uitgezonden en is met toestemming van Tangerine Dream ook door fans als CD-R release via het internet uitgebracht.
Het 'Albuquerque'-gedeelte is niet wat het lijkt. Fan-onderzoek heeft uitgewezen dat het niet afkomstig is van het vermelde juni 1986-concert in Albuquerque. Sterker nog, het is waarschijnlijk helemaal niet afkomstig van een concert, maar een studio-opname. De muziek is in het geheel niet te horen geweest tijdens de 1986-tour, maar wel daarna tijdens de 1988-tour. Dat neemt niet weg dat het wel een lekker, typisch 'The Blue Years'-achtig stuk is. Overigens lopen de begrippen 'live', 'studio', 'remix' en 'overdub' wel vaker in elkaar over op Tangerine Dream albums...
Dit alles maakt Live Miles toch een belangrijk album omdat het wat mij betreft de overgang markeert van een serieus te nemen groep naar een groep die 'over the hill' is geraakt.
* The Melrose Years (1988-1990)
The Seattle Years (1991-1995)
The TDI Years (1996-2005)
The Eastgate Years (2005-?)
^ van 00:00-29:58
° van 29:58-57:12
© 2013 TTZL
Officiële website: Tangerine Dream
Fan website: Voices In The Net
Wikipedia EN: Tangerine Dream
Wikipedia NL: Tangerine Dream
Youtube: Live Miles (full album)
In 1971 werd Rick Wakeman toetsenist bij de progressieve rockgroep Yes. Tot in 2009 is hij in vijf periodes af en aan bij Yes betrokken gebleven en een zesde periode kunnen we zeker niet uitsluiten. Tijdens die periodes en daartussen heeft hij ook heel veel solo-albums (>100) gemaakt, waaronder veel filmsoundtracks.
Journey To The Center Of The Earth uit 1974 is zijn tweede solo-album en vertelt het bekende Jules Verne verhaal over professor Otto Lidenbrock die met zijn neef Axel en gids Hans op zoek gaat naar de vulkanische tunnels die naar het middelpunt van de aarde moeten leiden.
Studio-opnamen maken van het muziekstuk zou erg veel gaan kosten, onder andere vanwege het feit dat er een groot orkest, koor en verteller voor nodig waren. Rick Wakeman kreeg van zijn platenmaatschappij A&M echter slechts £ 4.000 om het album te maken. Omdat het goedkoper zou zijn om het stuk live uit voeren werd besloten om twee voorstellingen te geven op 18 januari 1974 in de Royal Festival Hall in Londen. Om het te kunnen bekostigen moest hij zijn huis verhypothekeren en verkocht hij bijna al zijn bezittingen.
Rick Wakeman wilde beide concerten opnemen en de beste stukken van de twee concerten gebruiken voor de LP. Het London Symphony Orchestra wilde echter dubbel betaald krijgen als beide concerten werden opgenomen en daarom werd besloten alleen het tweede concert op te nemen. Tijdens het mixen bleken er veel (technische) problemen te zijn (uitgevallen microfoons, slecht spel van het orkest, een brom op sommige gedeeltes, etc.) die moesten worden gecorrigeerd of gecamoufleerd.
Het uiteindelijke product beviel de Engelse afdeling van de platenmaatschappij niet en ze wilden het niet uitbrengen. Het was uiteindelijk aan de Amerikaanse tak van A&M te danken dat het album toch werd uitgebracht. En met succes! Het reikte tot nummer 3 in de VS en tot nummer 1 in de UK. Ook het merendeel van de critici was enthousiast.
Zelf kan ik moeilijk objectief oordelen over het album. Mijn oudere broer had er kennis mee gemaakt in de muziekles op school en had het album gekocht. Van dat ik ongeveer 10 jaar was heb ik het album ontelbare malen gehoord en heeft het zich permanent in mijn geheugen genesteld. Ja, het is bombastisch en pretentieus en 'over the top', maar is ik kan niet anders dan het geweldig vinden.
Blijkbaar sta ik daarin niet alleen, want na het terugvinden en restaureren van de originele bladmuziek heeft Rick Wakeman een nieuwe, completere Journey To The Center Of The Earth [2012 version] opgenomen en uitgebracht. Ter gelegenheid hiervan heeft het Britse blad Classic Rock zelfs een fanpack edition uitgebracht waarbij de CD vergezeld wordt door een magazine over het album en een tourprogramma replica.
© 2013 TTZL
Officiële website: Rick Wakeman
Wikipedia EN: Rick Wakeman
Wikipedia NL: Rick Wakeman
Youtube: Journey To The Center Of The Earth (full album)
Youtube: Journey To The Center Of The Earth [2012 version] (full album)
In de beginjaren van de compact disc waren die zilveren schijfjes bijna onbetaalbaar en dus ging ik eind jaren tachtig regelmatig naar de audio-afdeling van de bibliotheek om CD's te lenen (en ze dan op te nemen op cassettes natuurlijk). Omdat het aanbod in de bieb ook niet heel groot was nam ik ook vaak dingen mee die ik niet kende om in ieder geval iets te lenen. Zo ook het album Bashin' van ene Jimmy Smith.
Toen ik de CD ging afspelen had ik geen idee wat ik kon verwachten. Aan de platenmaatschappij (Verve) kon ik afleiden dat het jazz moest zijn en door het jaartal (1962) vermoedde ik dat het wel eens ouderwetse, oubollige jazz zou kunnen zijn en dat het geluid wellicht niet te best zou zijn door een matige opnamekwaliteit...
Tsjonge, wat kan een mens zich vergissen!
Het eerste nummer Walk On The Wild Side wordt gespeeld door Hammond-organist Jimmy Smith samen met Oliver Nelson's Big Band (zoals alle vier de nummers op kant A van de originele LP). Dit is natuurlijk niet het bekende nummer van Lou Reed (dat werd pas tien jaar later uitgebracht), maar de titelsong van een film uit 1962. Het nummer zet je de eerste tien seconden op het verkeerde been door de gebruikte belletjes (het lijkt wel Kerstmis!). Dan valt de Big Band in en begint een swing-achtig geheel met veel blazers. Van Jimmy Smith's Hammond-orgel is dan nog geen spoor te bekennen. Dat verandert na twee en een halve minuut. Jimmy Smith valt in en neemt het nummer over met een heerlijke Hammond-solo.
Na dit uptempo geweld gaan we gedurende twee nummers een versnelling lager (o.a. Ol' Man River) om vervolgens kant A weer lekker uptempo te eindigen.
Op kant B is de Big Band naar huis en speelt Jimmy Smith drie nummers met zijn trio (Quentin Warren op gitaar en Donald Bailey op drums). De nummers op kant B zijn anders van karakter dan die van kant A. Dit komt enerzijds door de triobezetting in plaats van de Big Band en anderzijds zijn deze drie nummer rustiger en sfeervoller. Het titelnummer Bashin' is hiervan een goed voorbeeld. Naast de virtuoze solo's van Jimmy Smith kennen deze nummers ook fraai gitaar- en drumwerk.
En dan nog iets over de geluidskwaliteit: die is werkelijk fantastisch! Ik kon me in 1987 niet voorstellen dat een opname uit 1962 zo helder en krachtig kon klinken (inmiddels weten we wel beter sinds alle mooie remasters van de laatste jaren). Later leerde ik de naam van opnametechnicus Rudy van Gelder kennen, een fenomeen in de jazzwereld. En inderdaad, hij heeft ook aan de knoppen gezeten bij dit album.
Als je niet vies bent van jazz en ook het geluid van een Hammond-orgel kunt waarderen dan zal Bashin' van Jimmy Smith vast in de smaak vallen.
© 2013 TTZL
Officiële website: Jimmy Smith (Verve)
Fan website: Jimmy Smith
Wikipedia EN: Jimmy Smith
Wikipedia NL: Jimmy Smith
Youtube: Walk On The Wild Side
Youtube: Ol' Man River
Youtube: Bashin'

Op vrijdag 26 juli jl. overleed J.J. Cale op 74-jarige leeftijd. Bij het grote publiek misschien geen al te bekende naam, maar de meeste mensen zullen een aantal van zijn nummer onbewust kennen als covers door andere artiesten. De covers door Eric Clapton zullen ongetwijfeld de bekendste zijn.
Voordat J.J. Cale in 1972 zijn eerste solo-album zou maken ("Naturally") nam hij midden jaren zestig drie singles op. Eén van die A-kantjes was After Midnight dat later in een gewijzigde en heropgenomen versie op Naturally terecht zou komen. Eric Clapton had J.J. Cale echter al voor die tijd leren kennen (ze speelden beiden bij Delaney & Bonnie and Friends) en nam zijn versie van het nummer al in 1970 op voor zijn eerste solo-album Eric Clapton.
Het bekendste nummer is echter Cocaine. J.J. Cale nam het op voor zijn beste album Troubadour uit 1976 en Eric Clapton coverde het op zijn fameuze album Slowhand uit 1977.
J.J. Cale is één van de grondleggers van de Tulsa Sound, 'laid back' muziek welke een mengeling is van blues, jazz, rockabilly, country en rock 'n' roll. J.J. Cale had een hele eigen kenmerkende stijl en week daar niet van af. Er wordt dan ook wel eens gezegd dat hij eigenlijk steeds hetzelfde album uitbracht. Bij andere artiesten zou die opmerking een negatieve lading hebben, maar niet bij J.J. Cale. Het past hem allemaal zo perfect dat je niet zou willen dat hij iets anders deed. Hij had een typische laid back zangstijl (inzetten net ná de tel) en was een begenadigd gitarist (Neil Young zei eens dat van alle musici die hij gehoord had, Jimi Hendrix en J.J. Cale de beste electrische gitaristen waren).
Troubadour staat vol met heerlijke uptempo nummers als Travelin' Light, I'm A Gypsy Man en Let Me Do It To You welke worden afgewisseld met lekkere trage nummers als Hey Baby, Hold On en Super Blue. Als je maar één J.J. Cale album wilt bezitten dan zou Troubadour je keuze moeten zijn.
Nu vraag je je misschien nog af waar "J.J." voor staat aangezien zijn volledige naam John Weldon Cale is. Het staat in ieder geval niet voor "Jean-Jacques" wat wel eens op internet wordt beweerd. Midden jaren zestig was er een andere artiest onder de naam John Cale (van The Velvet Undergound) en om geen verwarring te krijgen stelde een Californische nachtclubeigenaar daarom het pseudoniem J.J. Cale voor. En zo geschiedde.
© 2013 TTZL
Officiële website: J.J. Cale
Wikipedia EN: J.J. Cale
Wikipedia NL: J.J. Cale
Youtube: Cocaine
Youtube: Travelin' Light
Youtube: I'm A Gypsy Man
Youtube: Let Me Do It To You
Youtube: Hey Baby
Youtube: Hold On
Youtube: Super Blue
Youtube: After Midnight (1966) (single)
Youtube: After Midnight (van "Naturally" uit 1972)
Youtube: After Midnight (Eric Clapton van "Eric Clapton" uit 1970)
Youtube: Cocaine (Eric Clapton van "Slowhand" uit 1977)