Zoeken in deze blog

zaterdag 18 april 2026

#700: Zola Jesus - Stridulum EP (2010)

Deze week las ik een Facebook post van Frank Maier (eigenaar van Vinyl-On-Demand records) waarin hij wild enthousiast was over de track 'Sea Talk' van Zola Jesus. Zowel het nummer als de artiest waren mij onbekend, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

Ik vond de track op een aantal uitgaven, maar de oorsprong leek de Stridulum EP (Latijns voor "sissend", "fluitend", "krakend" of "schel") uit maart 2010 te zijn, met daarop zes tracks. In augustus 2010 verscheen vervolgens een album met negen tracks onder de titel Stridulum II. Om geheel nog wat verwarrender te maken verschenen die drie extra tracks, met nog een extra track, op de Valusia EP in oktober 2010 en werden de twee EP's in september 2017 weer verzameld op een album (met tien tracks) onder de titel StridulumDie laatstgenoemde compilatie heb ik na het lezen van de aanbeveling gestreamd en ik kan volledig begrepen wat Maier bedoelde. 

Zola Jesus is de alias van de Amerikaanse Nika Roza Danilova. Zij werd in 1989 geboren als Nicole Rose Hummel, maar om de Slavische achtergrond van haar naar Amerika geëmigreerde Oekraïense grootouders te eren nam zij de Slavische variant van haar naam aan.

Bij de beluistering van de eerste paar prachtige nummers (Night, Trust Me en I Can't Stand) viel mij direct haar speciale stem op. Ik hoorde de lijzigheid van Lorde, de dromerigheid van Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en de koele directheid van Siouxsie Sioux (Siouxsie And The Banshees). Toen ik meer over haar ging lezen kwam ik referenties aan Kate Bush en Lisa Gerrard (Dead Can Dance) tegen en ook die kan ik plaatsen.

De muziek is ook niet in één bepaald hokje te plaatsen. Er zitten elementen van synth-pop in, maar ook dark wave, gothic rock en cold wave invloeden (en misschien nog wel meer) zijn terug te horen. Het amalgaan van geluid dat zij smeedt heeft een heel eigen karakter, terwijl het ook op een bepaalde manier weer herkenbaar is. Als invloeden heeft ze onder andere Joy Division, Throbbing Gristle, Swans en Bauhaus genoemd. Voorwaar geen slecht rijtje.

Van de drie resterende tracks van de Stridulum EP bevalt het titelnummer mij het meest (er zitten prachtige ritmische elementen in), maar ook het mooi opbouwende en prettig trage Run Me Out en het zware, dreigende Manifest Density) zijn de moeite meer dan waard.

Het lekkere uptempo Poor Animal is het eerste van de vier nummers van de Valusia EP (en het nummer dat niet op Stridulum II stond). Op Tower horen we een mooie dubbeling van vocalen en ik vermoed dat het ijle, klassiek aandoende Lightsick wel eens de aanleiding geweest kan zijn voor de Dead Can Dance-referenties.

Dan houden we de track die de aanleiding voor dit blog vormde, Sea Talk, nog over. Zola Jesus' vocalen trekken je hier direct vanaf het begin het nummer in en de mooie instrumentatie doet de rest. Magistraal.

Die instrumentatie is overigens niet altijd zo geweest. Het nummer bleek namelijk reeds aanwezig op de in februari 2009 verschenen Tsar Bomba EP. Die versie van Sea Talk is echter nogal anders. Veel scheller, overstuurde gitaren en de stem is vervormd en begraven in de mix. De versie op Valusia/Stridulum bevalt mij beter. En dan is er ook nog de versie die op het album Versions uit 2013 staat ("Essential Zola Jesus songs arranged for string quartet by JG Thirlwell"). Deze versie van Sea Talk laat de veelzijdigheid van het nummer horen, want ook in deze setting blijft het nummer volledig overeind.

Ik ben blij dat ik Zola Jesus heb leren kennen en met zes albums, vier EP's en nog wat ander werk kan ik voorlopig nog even voort.

© 2026 TTZL


Officiële website: Zola Jesus
Wikipedia EN: Zola Jesus
Wikipedia NL: Zola Jesus

YouTube: Stridulum [album]
Spotify: Stridulum [album]

YouTube: Night
YouTube: Trust Me
YouTube: I Can't Stand
YouTube: Stridulum
YouTube: Run Me Out
YouTube: Poor Animal
YouTube: Tower
YouTube: Sea Talk [video]
YouTube: Lightsick

YouTube: Sea Talk [2009, EP: Tsar Bomba EP]
YouTube: Sea Talk [2013, Album: Versions]

zaterdag 11 april 2026

#699: Rapoon - Jane From Whitley Bay (2004)

In 1980 was Robin Storey één van de oprichters van Zoviet France (zie blogs #184 en #664) en nadat die band in 1992 (voor de eerste keer) stopte, ging hij solo verder onder de naam Rapoon (zie blog #138). Inmiddels heeft hij meer dan honderd albums en vijftien singles onder die naam uitgebracht.

De muziek van Rapoon is een mengeling van invloeden uit ambient, elektronische en experimentele muziek, waarbij de diverse genres afwisselend de overhand hebben en een eigen stijl is ontstaan.

Naast muzikant is Storey zijn gehele carrière ook actief als beeldend kunstenaar (hij is opgeleid aan Engelse kunstacademies). In zijn tijd bij Zoviet France was hij verantwoordelijk voor de vormgeving van de albumhoezen en hetzelfde doet hij voor de werken van RapoonHet gevolg daarvan is dat sommige uitgaven echt een mix van beeldende kunst en muziek zijn. 

Zo is het album Navigating By Colour (uit 1999) verpakt in een lange plastic envelop waarin ook twaalf door Storey ontworpen briefkaarten zijn inbegrepen. De DVD Alien Glyph Morphology uit 2005, waarop muziek, still video images en film gecombineerd worden, bevat ook twintig door Storey gemaakte tarotkaarten en de heruitgave in 2023 van zijn tweede album Raising Earthly Spirits (uit 1992) is verpakt in een houten doosje met opdruk.

Een ander voorbeeld is de 7-inch picture disc Jane From Whitley Bay uit 2004 op het Oostenrijkse Klanggalerie label. Hierop staan twee sterke tracks die van sfeer en karakter verschillen. Adrift (Pop Mix) is een ritmisch gedreven, uptempo nummer dat een bewerking is van het origineel op het album My Life As A Ghost (ook uit 2004). De track Soon Calling is een ambient-track met experimentele accenten. Naast de muziek is het ook genieten van de mooi uitgevoerde picture disc

Dit soort mooie pareltjes wordt vaak in een gelimiteerde uitgave van slechts 100 of 200 stuks uitgebracht en zijn nu alleen nog voor exorbitante prijzen op de kop te tikken. Gelukkig heeft het Poolse label Zoharum tussen 2014 en 2021 een serie van zes dubbel-CD's uitgebracht waarop limited edition albums en singles en bijdragen aan verzamel-CD's bijeen zijn gebracht. De tracks van Jane From Whitley Bay staan op Seeds In The Tide Volume 3.

Storey is inmiddels 70+, maar nog onverminderd productief. In 2026 verschenen reeds twee albums van zijn hand: The Silent Trumpets (in januari op Klanggalarie) en Grain Of Light (in maart op Unexplainded Sounds Group).

© 2026 TTZL

Officiële website: Rapoon
Wikipedia EN: Rapoon

Bandcamp: Adrift (Pop Mix)
Bandcamp: Soon Calling

YouTube: Adrift [album version]

zondag 5 april 2026

#698: Various - Soul Of The Machine: A Celebration Of The Life & Legacy Of ARP Founder Alan R. Pearlman (2025)

Alan Robert Pearlman werd op 7 juni 1925 geboren in New York en na een door techniek gefascineerde jeugd, een studie aan de Worcester Polytechnic Institute en een aantal jaar werken voor NASA startte hij zijn eigen bedrijf in de vroege jaren zestig. 

Zijn Nexus Research Laboratory kon hij na een paar jaar goed verkopen en toen startte hij ARP Instruments, Inc., genoemd naar de initialen van Pearlman.

Na één jaar werd het eerste product op de markt gebracht, de ARP 2500. Het was een analoge, modulaire synthesizer die, alhoewel er slechts zo'n honderd stuks van gemaakt zijn, gezien wordt als één van de belangrijkste elektronische muziekinstrumenten ooit gemaakt. Een belangrijke concurrent van ARP was Moog Music, waarvan de MiniMoog ook zeer populair was onder muzikanten.

De ARP 2500 leidde tot de ontwikkeling van de ARP 2600, vanwege de vraag naar kleinere, betaalbare synthesizers. De 2600 is een semi-modulaire synthesizer, met een vaste selectie van basiscomponenten voor de synthesizer, waar die bij de 2500 los aangeschaft en aangesloten moesten worden.

De ARP 2500 komt voor in Steven Spielberg's film Close Encounters Of The Third KindPhillip Dodds (vicepresident bij ARP) werd gestuurd om het apparaat op de filmset te installeren en werd vervolgens gecast als Jean Claude, de muzikant die de inmiddels beroemde vijfnotenreeks op de enorme synthesizer speelde in een poging om met het buitenaardse moederschip te communiceren.

De eerste grote namen die een ARP gebruikten waren Edgar Winter, Stevie Wonder, Pete Townshend, Joe Zawinul en Herbie Hancock. Bekende voorbeelden van gebruik van de 2600 zijn bijvoorbeeld Madonna's Borderline en in Michael Jackson's Thriller, maar ook voor de ontwikkeling van de elektronische muziek zijn de synthesizers van ARP instrumentaal geweest.

In 2024 realiseerde muzikant Steve Roach (zie blogs #599 en #688) zich dat het bijna honderd jaar geleden was dat Alan R. Pearlman werd geboren. Samen met diens dochter Dina (directeur van The Alan R. Pearlman Foundation) werkte hij een plan uit om hier aandacht aan te besteden middels een tribute album

Roach stelde Soul of the Machine samen en zorgde ervoor dat alle facetten van de ARP-instrumenten daarbij aan bod komen. De 2CD telt 24 tracks, de digitale versie heeft nog twaalf bonustracks.

Onder de bijdragende artiesten zijn bekende namen als Martin Gore (van Depeche Mode, met Kino), John Foxx (ex-Ultravox, met Mr. No), Steve Roach (Cloud Motion) en JG Thirlwell (aka Foetus, met Sphere) en die leveren puik werk.

Er zijn ook wat minder bekende namen die indruk maken met hun werk. Zo ben ik erg gecharmeerd van het sequencer-heavy Mother Of Pearls van Michael Brückner en het zeer stemmige Seance (Vestiges) van Gabriella BenavidesEcht onder de indruk raakte ik van Conclusions door Lisa Bella Donna en Ancient Steward door Brandon Reising.

Soul Of The Machine is een prachtig eerbetoon aan Pearlman en de opbrengst wordt gebruikt door de Foundation om de nalatenschap te bewaken en "zijn innovatieve uitvindingen voor het publiek toegankelijk te maken en toekomstige generaties te inspireren om te fantaseren en te creëren".

© 2026 TTZL


Bandcamp: Kino [Martin Gore] 
Bandcamp: Mr. No [John Foxx] 
Bandcamp: Cloud Motion [Steve Roach]
Bandcamp: Sphere [JG Thirlwell] 
Bandcamp: Mother Of Pearls [Michael Brückner
Bandcamp: Seance (Vestiges) [Gabriella Benavides
Bandcamp: Conclusions [Lisa Bella Donna] 
Bandcamp: Ancient Steward [Brandon Reising] 

YouTube: Borderline [Madonna]
YouTube: Thriller [Michael Jackson]

zondag 29 maart 2026

#697: Various - BERLIN (A Tribute Album For Mark Shreeve) (2023)

Mark Shreeve (1957-2022) was een Britse componist en muzikant die werk maakte dat nauw verwant is aan de Berlin School (ook wel Krautrock of Kosmische Musik genoemd), de elektronische muziek van Duitse artiesten als Tangerine Dream, Klaus Schulze en Ash Ra Tempel.

Hij begon zijn muzikale uitgaven in 1980 met de alleen  op cassette uitgebrachte albums Phantom en Ursa Major. Zoals het titelnummer van het eerstgenoemde album laat horen, betreft het hier muziek in de ambient en space genres. Op latere albums zullen zijn composities meer melodie en ritme bevatten, maar als hij 1998 de band Redshift begint (met zijn broer Julian, James Goddard en Rob Jenkins) keert hij deels terug naar zijn eerdere stijl (zie ook blog #512). De muziek heeft meer ritmische elementen dan op die vroege solo-albums en sluit qua stijl dichter aan bij de 'Berlin School Of Electronic Music'. Het openingnummer van het debuut van Redshift laat dat goed horen.

De vijftien albums die Shreeve maakt met Redshift zijn hooggewaardeerd in kringen van electronic music liefhebbers. Ook de elf albums die hij met geestverwant Ian Boddy maakt als ARC worden goed ontvangen. 

Na een periode van ziekte overlijdt Shreeve in augustus 2022 op 65-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Een jaar later brengen zijn broer Julian en vrouw Sue een digitaal album uit waarop zestien exclusieve tracks staan van artiesten die een eerbetoon brengen aan Mark Shreeve. De opbrengsten van het album worden gedoneerd aan kankeronderzoek.

Het is allemaal elektronische muziek, maar in diverse verschijningsvormen. Zo is er de melodische variant in Elemmírë van David Wright, maar horen we ook het filmische, uitdagende In Transience van Jasun Martz.

De nummers die er voor mij bovenuit steken zijn Inerinnerung van Ode, Anenome (Remix) van Radio Massacre InternationalMemory Lane van Ian Boddy en Where Are They Now? van Ron Boots.

De drie nummers waaraan Mark Shreeve zelf heeft bijgedragen tonen aan wat een talent verloren is gegaan. De albumopener is een een 'live in de studio'-versie van Quenzer (van het album Faultline, zie blog #512), halverwege het album horen we een track van ARC (Fractured) die niet meer op het live-album Church paste en de afsluiter is een solotrack van Shreeve, The Battle Files.

CD's van Shreeve's muziek zijn nu vrijwel uitsluitend tweedehands te verkrijgen voor onaantrekkelijk hoge prijzen, maar gelukkig zijn de albums van Redshift en ARC wel als downloads van hoge kwaliteit beschikbaar. Dat geldt helaas niet voor de solo-albums van Shreeve, omdat de rechten hiervan over veel maatschappijen verspreid zijn. Hopelijk wordt daar nog eens een oplossing voor gevonden. 

© 2026 TTZL

Bandcamp: Redshift / ARC
Wikipedia EN: Mark Shreeve / Redshift
Wikipedia NL: Mark Shreeve / Redshift

Bandcamp: BERLIN (A Tribute Album For Mark Shreeve) [album]

Bandcamp: Elemmírë [David Wright] 
Bandcamp: 
In Transience [Jasun Martz]
Bandcamp: Inerinnerung [Ode]
Bandcamp: Anenome (Remix) [Radio Massacre International]
Bandcamp: Memory Lane [Ian Boddy]
Bandcamp: Where Are They Now? [Ron Boots]
Bandcamp: Quenzer [Redshift
Bandcamp: Fractured [ARC]
Bandcamp: The Battle Files [Mark Shreeve]

YouTube: Phantom [Mark Shreeve]
YouTube: Redshift [Redshift]

zaterdag 21 maart 2026

#696: Barend Servet – Waar Moet Dat Heen? (1973)

De in 1930 in Den Helder geboren IJf Blokker was van 1948 tot 1973 actief als reclametekenaar en drummer in showorkesten. Bekendheid kreeg hij echter in 1971 toen hij de rol van journalist Barend Servet ging spelen in het VPRO-televisieprogramma De Fred Haché Show

Vorige week overleed Blokker op 95-jarige leeftijd. Ondermeer de VPRODe Volkskrant, Trouw en Het Parool besteedden uitgebreid aandacht aan zijn overlijden.

Fred Haché (gespeeld door Harry Touw) was een louche zakenman en in zijn show bracht hij samen met onder andere Barend Servet, Gerrit Dekzeil (Cor Brak) en Sjef van Oekel (Dolf Brouwers) scènes waarin humor zat waaraan behoudend Nederland aanstoot nam (tot Tweede Kamervragen aan toe). 

Alle teksten voor de sketches en liedjes (alsmede de personages) waren het werk van Wim T. Schippers, die het programma samen met onder andere Wim van der Linden, Gied Jaspars, Ellen Jens en Ruud van Hemert maakte. Het programma was succesvol en na één seizoen werd het gevolgd door het programma Barend Is Weer Bezig

In dit seizoen zat ook de beruchte sketch waarin een spruitjesschillende, op Koningin Juliana lijkende personage werd geïnterviewd door Barend Servet. Het leidde tot grote verontwaardiging, Kamervragen, een doodsbedreiging en een berisping voor de VPRO

De personages werden vaak (bewust) gespeeld door mensen met weinig tot geen acteerervaring en Schippers zag er ook geen probleem in om hen zelf te laten zingen. 
Naast de sketches speelden liedjes namelijk ook een grote rol in de televisie- en radioprogramma's van Wim T. Schippers. Net als met de humor, is het waarderen van deze vaak ongetrainde zangstemmen een kwestie van smaak. In het grote geheel paste het echter perfect en het leverde een aantal gedenkwaardige momenten op.

Het is dan ook niet vreemd dat in 1973 de langspeelplaat Waar Moet Dat Heen? van Barend Servet verscheen. Hierop zingt Servet het  titelnummer en samen met Fred Haché Prima De Luxe. Verder staat op album ook Ik Ben Gerrit van Gerrit Dekzeil dat het tot een flinke Top 40 hit schopte.

In hetzelfde jaar verscheen ook de LP Waar Heb Dat Nou Voor Nodig met Pollens, Wat Een Heisa van Servet en Vette Jus van Sjef van Oekel.

Twee jaar daarna volgde Van Oekel At Paradiso Enz. met onder andere Servet's Pas Toch Op en samen met Van Oekel Gelukkig Zijn Is Ook Niet Alles. Dat nummer komt ook voor op Voor En Na (Greatest Hits) uit 1984, net als de Gerrit Dekzeil-klassieker uit 1973: Geld, Drank En Lekkere Wijven.

IJf Blokker had een belangrijke plek in het Wim T. Schippers-universum en schreef televisiehistorie met zijn 'majesteitsschennis'.

© 2026 TTZL


Wikipedia NL: IJf Blokker

YouTube: Waar Moet Dat Heen? [album]
YouTube: Waar Heb Dat Nou Voor Nodig [album]
YouTube: Van Oekel At Paradiso Enz. [album]
YouTube: Voor En Na (Greatest Hits) [album]

YouTube: Prima De Luxe
YouTube: Ik Ben Gerrit
YouTube: Vette Jus
YouTube: Pas Toch Op

zaterdag 14 maart 2026

#695: The B-52's - Party Mix! (1981) / Mesopotamia (1982)

In blog #254 schreef ik lovend over de eerste twee albums van The B-52's. Helaas is het na twee van die successen (zowel commercieel als artistiek) bijna onvermijdelijk dat er druk komt van de manager en de platenmaatschappij om zo snel mogelijk een opvolger te leveren. En dat geeft meestal problemen.

Gary Kurfirst, de manager van de band, stelde voor om het derde album te laten produceren door David Byrne van Talking Heads. Dat leek geen vreemde zet. Beide bands hadden dezelfde manager, hadden samen een tour gedaan en deelden interesse in dance muziek en hadden een soortgelijk gevoel voor humor. Het verschil zat hem in de uitwerking. Waar The B-52's de afslag richting 'fun' namen, daar nam Talking Heads het meer intellectuele pad.

Eigenlijk waren zowel de band als Byrne helemaal niet klaar voor het maken van de plaat. De band had alle songs opgebruikt voor de twee eerste LP's en moest eerst nieuw materiaal schrijven en Byrne was druk bezig met zijn soundtrack The Catherine Wheel voor een dansvoorstelling van Twyla Tharp.

Mede door alle druk van buitenaf verliepen de opnamesessies niet rimpelloos. Er waren spanningen over de te volgen koers en over muzikale keuzes. Byrne introduceerde blazers, synthesizers en worldbeat, zoals hij ook bij Talking Heads had gedaan. 

De sessies werden als gevolg van de onenigheid halverwege afgebroken, maar manager Kurfirst moest zijn belofte van nieuw materiaal waarmaken. Hierom liet hij het remix mini-album Party Mix! maken waarop zes nummers van de eerste twee albums in twee lange mixen voorbijkomen. Het is een aardige plaat, maar zeker niet essentieel.

Toen duidelijk werd dat het derde album er niet in de gewenste vorm zou komen, werd besloten ook daar een mini-album van te maken. Zes tracks werden geselecteerd en klaargemaakt voor uitgave, maar ook hierbij waren er de nodige hobbels. Zo was het nummer Cake nog helemaal niet af en werd de tekst voor Deep Sleep in de studio gemaakt tijdens het opnemen. 

Het titelnummer Mesopotamia belichaamt misschien wel het beste de nieuwe koers van dit (mini-)album en de baas van de platenmaatschappij wilde het dan ook niet op het album hebben omdat het teveel afweek van het eerdere werk (maar de band hield de poot stijf).

Die drie nummers zijn zeker niet slecht, maar samen met de andere drie nummers (LovelandThrow That Beat In The Garbage Can en Nip It In The Bud) laten ze tegelijk een belofte horen en dat het album nog lang niet af was. Wat zou er uit hebben kunnen komen als de band de tijd had gekregen om nieuwe nummers te schrijven, als Byrne zijn volledige aandacht aan de band had kunnen geven en als er ruimte was geweest om de puntjes op de i te zetten in de productie? We zullen het helaas nooit weten.

© 2026 TTZL


Officiële Website: The B-52s
Wikipedia EN: The B-52s
Wikipedia NL: The B-52s

YouTube: Party Mix! [mini-album]
YouTube: Mesopotamia
 [mini-album]
Spotify: 
Party Mix! [mini-album]
Spotify: Mesopotamia [mini-album]

YouTube: Loveland
YouTube: Deep Sleep

zondag 8 maart 2026

#694: The Gun Club - The Las Vegas Story (1984)

In 1958 werd Jeffrey Lee Pierce geboren in Montebello, Californië. Hij was van jongs af aan geïnteresseerd in muziek, theater en literatuur. Zijn muzieksmaak was breed, van glam en progressieve rock tot reggae, hij was de voorzitter van de Blondie-fanclub en schreef in Slash magazine over punk, blues, rockabilly en reggae

Het is dan ook niet vreemd dat toen hij zelf muziek ging maken, die muziek elementen uit veel genres in zich had. 

Pierce ontmoette in 1978 Brian Tristan in de rij voor een Pere Ubu concert. Het klikte tussen de twee door een gedeelde liefde voor muziek. Toen Pierce een nieuwe band wilde beginnen moedigde hij Tristan aan gitaar te gaan spelen zodat hij bij de band kon komen. Tristan nam het pseudoniem Kid Congo Powers aan, maar verliet de band (die gestart was als The Creeping Ritual, maar later The Gun Club zou gaan heten) al voordat de eerste plaat gemaakt werd. 

De split gebeurde zonder gevoelens van wrok omdat Powers een aanbod  had gekregen dat hij niet kon weigeren (hij kon gitarist worden bij geestverwanten The Cramps). Hij zou drie jaar bij The Cramps blijven, maar keerde nog voor het derde album (tijdelijk) terug bij The Gun Club.

De debuutplaat (Fire Of Love, 1981) en het tweede album (Miami, 1982) werden goed ontvangen. Waar de eerste plaat nog veel verschillende invloeden herbergt (punk blues, psychobilly, gothic country), daar is de focus op de tweede meer op punk blues en alternative country. Dat tweede album werd geproduceerd door Blondie-gitarist Chris Stein en Debbie Harry verzorgt achtergrondzang onder het pseudoniem 'D.H. Laurence Jr'.

Ik maakte kennis met The Gun Club door een juichende recensie in OOR over het derde studio-album uit 1984, The Las Vegas Story. Nieuwsgierig geworden schafte ik de plaat aan en daar kreeg ik geen spijt van.

Opener The Las Vegas Story / Walkin' With The Beast komt direct hard binnen. Het rammelende rockabilly-ritme en de overstuurde gitaar kunnen niet los worden gezien van de terugkeer van Powers en zijn recente Cramps-verleden. Eternally Is HereMy Dreams, Moonlight Hotel en Give Up The Sun vallen grotendeels in hetzelfde stramien, maar hebben meer een post-punk geluid.

The Stranger In Our Town heeft een donkerder geluid wat mij erg aanspreekt. In Bad America gaat het tempo wat naar beneden en is het vooral de baspartij die de aandacht opeist, naast een mooie gitaarsolo. In My Man's Gone Now gaat het tempo nog verder terug en krijgen we een heuse ballad en ook dat werkt prima.

Verder staat er nog een korte uitsnede uit het Pharaoh Sanders-nummer The Creator Has A Master Plan op de plaat als The Master Plan. Op de cassette-versie van het album stond ook nog de bonustrack Secret Fires (een akoestische ballad) en die is aan de heruitgaven op CD toegevoegd.

Het leven van Jeffrey Lee Pierce stond niet alleen in het teken van muziek, maar ook van drank- en drugsmisbruik. Dat had gevolgen voor zijn mentale en fysieke gezondheid, maar ook voor de verhoudingen binnen de band. Pierce was het enige constante bandlid van The Gun Club omdat de anderen het niet lang  met hem uithielden of door hem werden weggestuurd. 

Powers bleef hem af en toe bijstaan bij opnamen en optredens (ook al speelde hij ook in andere bands, zoals Nick Cave & The Bad Seeds en eigen bands), maar Pierce werd steeds zieker en in maart 1996 overleed hij aan een hersenbloeding, slechts 37 jaar oud.

© 2026 TTZL


Officiële website: Jeffrey Lee Pierce
Wikipedia EN: The Gun Club
Wikipedia NL: The Gun Club

YouTube: The Las Vegas Story [album]
Spotify: The Las Vegas Story [album]

YouTube: My Dreams
YouTube: Bad America
YouTube: Secret Fires

YouTube: The Creator Has A Master Plan [Pharaoh Sanders]

zondag 1 maart 2026

#693: Peter Straker - Ragtime Piano Joe (1978)

Trouwe blog-lezers weten dat ik een one-hit wonder in de muziek een interessant fenomeen vind. Daarom deze week aandacht voor de in Kingston, Jamaica geboren Britse zanger en acteur Peter Straker.

Meestal is relevante informatie over de muzikale carrière van een artiest vinden in een paar muisklikken geregeld.  Bij Peter Straker was dat iets lastiger. 

Misschien heeft dat ermee te maken dat Straker's muzikale loopbaan niet zo uitgebreid is (voorzover het opnamen betreft). Op Discogs staan voor de periode vanaf 1972 slechts zes albums vermeld, aardig verspreid over die hele periode, naast een kleine twintig singles (grofweg in dezelfde periode). 

Een groter deel van Straker's carrière heeft zich afgespeeld in de Britse theaters (veel musicals) en als acteur in films en op tv.

Qua hitsingles is het ook karig. Ik vond één nummer dat in 1972 één week op nummer 40 van de Britse hitlijst heeft gestaan (The Spirit Is Willling). Het nummer is een bewerking van een muziekstuk van Johann Sebastian Bach.

In Nederland had Straker ook één hit (7 weken in de Top 40 met als hoogste positie nummer 11) en dat was Ragtime Piano Joe uit 1978. Deze leuke pastiche op ragtime (van rond de wisseling van de 19e en 20e eeuw) werd geproduceerd door Freddie Mercury (waarmee Straker toen bevriend was) en Queen-producer Roy Thomas Baker. Dat is ook te horen, want het doet denken aan Queen-nummers als Lazing On A Sunday Afternoon en Seaside Rendezvous.

Het hele album This One's On Me werd trouwens door beiden geproduceerd, net als de van het album afkomstige b-kant, The Saddest Clown (een niet heel opvallende ballad). Het was ook Mercury die Straker aan een deal met EMI Records had geholpen voor twee albums. Niet dat dit heeft geholpen, want echt succesvol werden de platen niet.

Toch bracht Cherry Red Records in 2020 op hun Strike Force Entertainment sub-label de 3CD-box This One's On Me uit, met de twee EMI-albums en het  album dat daarna bij Elton John's The Rocket Record Company uitkwam.

© 2026 TTZL

Officiële website: Peter Straker
Discogs: Peter Straker

YouTube: Ragtime Piano Joe [video]

YouTube: The Spirit Is Willling (Peter Straker, The Hands Of Teleny)
YouTube: Lazing On A Sunday Afternoon [Queen]
YouTube: Seaside Rendezvous [Queen]