Officiële website: Ringo Starr / George Harrison
Wikipedia EN: Ringo Starr / George Harrison
Information is not knowledge. Knowledge is not wisdom. Wisdom is not truth. Truth is not beauty. Beauty is not love. Love is not music. Music is the best... [Frank Zappa - 'Packard Goose' - Joe's Garage: Act III (1979)]
Crazy Feeling was de eerste single die hij in 1966 op mocht nemen onder de artiestennaam Carl Douglas & The Big Stampede. Dat werd een kleine hit in Engeland, maar de twee singles die in de twee jaar daarna werden uitgebracht deden niets.
In 1968 mocht Douglas een solo-single opnemen, maar ook Serving A Sentence Of Life deed weinig tot niets. Na nog een paar onsuccesvolle singles probeert hij het met een solo-remake van Crazy Feeling, ook zonder succes.
En dan is daar in 1974 ineens het door hemzelf geschreven Kung Fu Fighting, de eerste single van zijn eerste solo-album, Kung Fu Fighter. Het album wordt geproduceerd door de Indiaas-Britse producer Biddu, voor wie het ook zijn doorbraak zal zijn.
Het nummer haakt handig in op de disco-rage en de grote aandacht voor vechtsport-gerelateerde films, aangevoerd door Bruce Lee's Enter The Dragon. Het aanstekelijke en makkelijk meezingbare nummer haalt de nummer één positie in vele landen, waaronder het VK, de VS en Nederland.
Het is echter wel een toevalstreffer. Het nummer was zou namelijk de b-kant worden van de single I Want to Give You My Everything. Er was een sessie van drie uur beschikbaar om beide nummers op te nemen, maar aan het einde was er nog slechts tien minuten over voor Kung Fu Fighting. In slechts twee takes werd het nummer opgenomen en ging men zich te buiten aan de 'huhs' en 'hahs', want wie luistert er nou naar een b-kant?!
De platenbaas stond er echter op dat Kung Fu Fighting de a-kant zou worden en zo werd het nummer geoppeld aan een andere albumtrack, Gamblin' Man. De eerste weken deed de single weinig, maar nadat het populair werd in de clubs kwam het toch de UK Singles Chart binnen en schoot snel door naar plek één.
Op het album staat ook de tweede single, Dance The Kung Fu. Zoals de titel al aangeeft, proberen Douglas en Biddu hiermee in te haken op het succes van de Kung Fu Fighting, maar dat lukt niet echt. Blue Eyed Soul is de derde single en dit is opmerkelijk genoeg een instrumentale track. Deze was nog minder succesvol.
Douglas is nooit meer in de buurt gekomen van het succes van dat ene nummer. Hij wordt vereenzelvigd met dat nummer en deed misschien daarom wel mee op een succesvolle cover in 1998 door Bus Stop. Het nummer werd ook in een aantal films gebruikt, zoals in de versie van Kung Fu Fighting door CeeLo Green & Jack Black voor de soundtrack van de film Kung Fu Panda uit 2008. Veel toepasselijker wordt het niet.
© 2026 TTZL
Bij het horen van de naam Cher denk je al snel aan haar successen uit de jaren tachtig en negentig als If I Could Turn Back Time, Believe en Strong Enough. Die kant van Cher spreekt mij niet zo aan, maar haar werk uit de jaren zestig en zeventig is andere koek.
Haar muzikale verhaal start in 1962 als Salvatore Bono en Cheryl Sarkisian elkaar ontmoeten. Bono schrijft, arrangeert en produceert muziek en samen werken ze als achtergrondzangers voor Phil Spector. Eind 1964 mogen ze als het duo Sonny & Cher een single opnemen. Ze worden als snel succesvol met hits als I Got You Babe, Little Man en The Beat Goes On. Opvallend is daarbij de rollenomkering waarbij Cher de lage stem vertolkt en Sonny de hoge.
In 1973 houdt het duo op te bestaan en hetzelfde geldt in 1975 voor hun huwelijk (sinds 1969). Opvallend genoeg had Cher tegelijk met Sonny & Cher ook een solo-carrière. Reeds in 1964 mocht ze bij Phil Spector een eerste single opnemen als Bonnie Jo Mason. Ringo, I Love You werd echter niet op de radio gedraaid omdat DJ's door haar lage stem dachten dat ze te maken hadden met een man die over zijn liefde voor Ringo Starr (van The Beatles) zong. Singles onder de naam Cher volgen en haar eerste solo-album komt slechts twee maanden na het debuutalbum van Sonny & Cher. Daarna lopen beide carrières een aantal jaar parallel.
Op de vroege solo-albums van Cher staan een aantal tijdloze singles. Die nummers hebben gemeen dat het een mix is van pop en folk rock, gecombineerd met een melancholisch en theatraal karakter in de voordracht en een instrumentatie met invloeden uit de zigeunermuziek.
Een eerste voorbeeld horen we al in februari 1966 in Bang Bang (My Baby Shot Me Down). Nog beter uitgewerkt is het in twee nummers uit de jaren zeventig die ik ooit gecombineerd op een original double hit single kocht: Gypsies, Tramps & Thieves en Dark Lady.
Het eerstgenoemde nummer (uit november 1971) kent een mooi intro en al vrij snel horen we het sonore stemgeluid van Cher. Na dertig seconden is het verhaal tekstueel geschetst en is het tijd voor het magnifieke refrein dat qua tempo, dynamiek en intensiteit mooi contrasteert met de coupletten. Het is twee-en-een-halve minuut genieten.
Dark Lady (uit februari 1974) vind ik zo mogelijk nog beter. Het intro is twintig seconden lang heel delicaat, waarna het nummer losbarst. De track heeft alle hiervoor genoemde kenmerken, maar de sterke verhaallijn van de tekst is een bonus. In de half gesproken, half gezongen coupletten zit een complete film noir verstopt. Het is wat mij betreft een perfecte song.
De vroege solo-albums van Cher staan allemaal op de streamingplatforms, dus je ook die periode uit haar carrière prima ontdekken of herbeleven.
© 2026 TTZL
In een artikel in Classic Rock Magazine vroeg de bekende Britse muziekjournalist Geoff Barton zich in 2006 af "Is Karen Lawrence de beste rockzangeres waar je nog nooit van hebt gehoord?". Ik denk dat hij daar best eens gelijk in zou kunnen hebben.
Lawrence komt voor het eerst in beeld in 1976 met de L.A. Jets. Die band maakt een gelijknamig album dat niet succesvol wordt. Een tweede album is gemaakt, maar werd nooit uitgebracht, ondanks dat de single Prisoner (Captured By Your Eyes) (geschreven door Lawrence met drummer John Desautels) tot #86 in de Billboard Hot 100 reikte.
Dat nummer werd vervolgens gekozen als het 'love theme' voor de soundtrack van de film Eyes Of Laura Mars. De versie die werd ingezongen door Barbra Streisand werd een veel grotere hit (#21). Helaas voor Lawrence en Desautels hadden ze een dubieuze uitgeefovereenkomst voor het nummer en ondanks de goede verkoopcijfers (4x platinum) hielden ze er weinig aan over.
Die ervaring verwerkte Lawrence in de tekst van het nummer Once Again met haar nieuwe band 1994:. Het gelijknamige album waar het nummer op staat heb ik al heel lang in mijn bezit, al weet ik niet meer of dat komt door een positieve recensie in een muziekblad of dat het de vrucht is van een uitverkoopbak.
Ik weet wel dat ik het album een tijdlang regelmatig heb gedraaid. De muziek beweegt zich tussen de grenzen van stevige hard rock (zoals Once Again) en AOR (Shoot To Kill, Sing To Me, Bring It Home) en staat volledig in dienst van de geweldige strot van Karen Lawrence.
Nummers als Heleana, Hit The Hard Way en Anastasia hebben een lager tempo en Read Up gaat dan weer richting pop, maar ook daarmee worden prima resultaten behaald. Toch is het de heftige eruptie van Radio Zone die op mij de meeste indruk maakt.
Na twee albums was ook voor 1994: de koek op. Daarna maakte Lawrence nog in 1981 een album als Karen Lawrence And The Pinz, bracht ze in 1986 een solo-album uit en kwam ze in 1994 met blues rock in de band Blue By Nature.
Daarnaast was ze horen als achtergrond- en gastvocalist op onder andere Draw The Line van Aerosmith, Double Trouble van Frankie Miller, Back On The Street van Jeff Beck en Ain't Life Grand van Slash's Snakepit.
Tijdens het maken van dit blog kwam ik er bovendien achter dat ze in 2024 in eigen beheer het album The Blues Is Back heeft uitgebracht en dat staat gewoon op Spotify. Die kan dus mooi op de luisterlijst.
© 2026 TTZL
Op het eerste gezicht lijkt er geen grotere kloof te bestaan dan tussen de meestal conservatieve country-wereld van Dolly Parton en de theatrale Rocky Horror-wereld van Tim Curry, maar schijn bedriegt.
Parton was bewust apolitiek, want ze had fans onder zowel Democraten als Republikeinen. Dat weerhield haar er echter niet van om zich uit te spreken over vrouwenrechten, gelijkheid voor de LGBTQ-gemeenschap en Black Lives Matter. Eigenlijk een vergelijkbaar verhaal als dat van onze eigen Zangeres Zonder Naam (zie blog #111).
In de waardering voor haar muziek zien we dat ook terug. Ik zie dat zelfs in mijn eigen collectie. Wat ik van Parton zelf heb ik beperkt tot een single met Emmylou Harris en Linda Ronstadt en een verzamelalbum met Kenny Rogers. Maar als ik kijk naar covers van haar muziek zie ik een divers palet aan artiesten. Er is dan ook een enorme keuze met 3000+ nummers die zij heeft geschreven (voor zichzelf en voor anderen).
Zo staat er een mooie, emotioneel geladen versie van Down From Dover op Nancy & Lee Again (uit 1972) van Nancy Sinatra & Lee Hazlewood. En in The Grateful Dead Movie (uit 1977) horen we Tomorrow Is Forever langskomen, een nummer dat Grateful Dead vaker live speelde. The White Stripes speelden ook regelmatig een cover van Jolene live en deze komt van een Peel Session in 2001. Ook in deze furieuze lo-fi versie blijft het nummer recht overeind.
Ook interessant zijn de twee versies van I'm A Drifter door Johnny Cash van de 4CD-box Unearthed uit 2003. Version 1 is volledig georkestreerd terwijl in Version 2 een trage, kale versie te horen die mij het beste van de twee bevalt.
De meest opvallende versie van een Dolly Parton nummer dat ik heb is The Lonely Comming Down van het experimentele, industriële Deutsch Nepal, al is dit strikt genomen geen cover. Het nummer is geschreven door Porter Wagoner en opgenomen door Parton in 1972 en haar versie klinkt wel even anders.
Dolly Parton was naast songschrijver en zangeres ook actrice, zakenvrouw en filantroop. Die veelzijdigheid en brede interesse zien we ook terug bij de Engelse acteur en zanger Tim Curry.
Curry begon eind jaren zestig zijn carrière op het toneel in de musical Hair en schitterde daarna in vele andere West End producties. Hij had tegelijkertijd ook een filmcarrière en speelde in uiteenlopende films als Annie, Home Alone 2: Lost In New York, The Hunt For Red October en in de TV mini-serie It speelde hij de enge clown Pennywise. Hij was ook een veel gevraagd stemacteur voor animatiefilms en luisterboeken. In hun necrologie roemde The New York Times "zijn talent voor opzichtige excentriciteit".
Dat talent komt van pas in zijn bekendste rol als de "sweet transvestite from Transsexual, Transylvania", Dr. Frank-N-Further, in zowel de toneel- als de filmversie van The Rocky Horror Show.
Op de 25th Anniversary Version van de filmsoundtrack staan zeven door Curry gezongen nummers. De eerste track daarvan is de entree van zijn karakter middels Sweet Transvestite. Ik kan hier niet naar kijken zonder een grote grijns op mijn gezicht. En het is ook nog een sterk nummer dat groots gezongen wordt door Curry.
I Can Make You A Man (plus de Reprise) en Planet, Schmanet, Janet zijn musicalnummers die het verhaal verder brengen, maar Don't Dream It, Be It is weer een nummer dat ook prima op zichzelf kan staan. Wild And Untamed Thing is een extravaganza en climax van de film (duet met Richard O'Brien, de schrijver van The Rocky Horror Show) en I'm Going Home is als het ware de epiloog.
Naast de bijdragen van Curry bevallen mij in de filmversie vooral ook Susan Sarandon (Touch-A, Touch-A, Touch Me) en Meat Loaf (What Ever Happened To Saturday Night?).
Curry mocht zijn zangkunsten daarnaast ook in andere films vertonen en hij heeft ook drie soloplaten mogen mogen maken: Read My Lips (1978), Fearless (1979) en Simplicity (1981). Toch waren het vooral zijn andere activiteiten die hem tot een bekende en geliefde persoonlijkheid maakten.
© 2026 TTZL
In 2021 overleed ZZ Top's bassist Dusty Hill en deze week kwam het bericht dat drummer Frank Beard er niet meer is. Alleen Billy Gibbons is nog over en die houdt, op uitdrukkelijk verzoek van Hill en Beard, de vlam van ZZ Top brandend.
Samen met Hill's voormalige gitaartechnicus Elwood Francis op bas en wisselende tourdrummers op Beard's drumkruk treed ZZ Top nog steeds op.
Na wat wisselingen in de bezetting van ZZ Top in de jaren 1969 en 1970, bestond de band vanaf het eerste album uit Gibbons, Hill & Beard. En waar die eerste twee steeds nadrukkelijker de aandacht trokken met hun zonnebrillen, Stetson-hoeden en (vanaf eind jaren zeventig) steeds langer wordende baarden, daar bleef Beard op de achtergrond.
Maar in die achtergrond was Beard wel heel belangrijk voor het geluid van de band en maakte hij het mogelijk voor Gibbons en Hill om te excelleren. Laten we eens luisteren naar een tiental voorbeelden die dit goed illustreren:
De laatste twee tracks, A Fool For Your Stockings en Cheap Sunglasses, komen van het zesde album (zie blog #405). In de eerste song legt Beard een langzaam, heerlijk ingetogen ritme neer (weliswaar gelardeerd met accenten), waarover Hill en Gibbons hun gang kunnen gaan. In de tweede track houdt Beard zijn breed uitwaaierende collega's in toom met een ritme dat tegelijk laid back en strak is.
De druk van het muzikantenleven eiste na zeven succesvolle jaren zijn tol bij Beard en hij vluchtte in drugsgebruik. Dat is de reden dat de band tussen 1976 en 1979 een pauze nam, zodat Beard zijn drugsgebruik kon overkomen.
In de jaren tachtig werd er vervolgens met groot succes geëxperimenteerd met synthesizers en drumcomputers, maar vanaf het begin van de jaren 2000 keerde de band weer terug naar de bluesroots. Als je meer wilt lezen over ZZ Top dan kun je terecht bij blogs #12 en #517.
© 2026 TTZL
Daniel Bressanutti and Dirk Bergen hadden in 1981 de ambitie om muziek en grafische vormgeving te creëren met behulp van opkomende nieuwe technieken. Dit vinden we ook terug in de naam. Alhoewel bandleden in de loop der tijd meerdere verklaringen voor de oorsprong hebben gegeven, is de meest plausible dat Front is gekozen vanwege de radicale (militaristische, provocerende) klank en omdat het in vele talen hetzelfde betekent. 242 zou dan weer voornamelijk geselecteerd zijn vanwege de grafische esthetiek.
Bressanutti had hiervoor al met zijn project Prothese op twee verzamelalbums (B9 en Walkin' After Midnight) tracks uitgebracht: Tumeurs respectievelijk Chanson.
De eerste single van Front 242 verscheen in oktober 1981 in België en had Principles als a-kant en Body To Body als b-kant. Alhoewel de tracks nog niet de klasse hebben van het latere, klassieke Front 242-geluid, laten ze al wel een volwassener geluid horen dan de tracks van Prothese. Het geluid is voller, de percussie klinkt krachtiger en de nummers hebben een betere opbouw.
Nog voordat de tweede single verschijnt voegen Patrick Codenys and Jean-Luc De Meyer zich bij de groep. In april 1982 verschijnt met deze bezetting de tweede single met op de a-kant U.Men en op de b-kant Ethics.Die b-kant herinnert aan de tracks van de eerste single, maar a-kant U.Men is al een voorproefje van hoe Front 242 later zal gaan klinken. Een staccato, militaristisch aandoend ritme gecombineerd met onderkoelde, half gesproken vocalen en een mooi gearrangeerd en uitgebalanceerd geluidsbeeld.
Nadat in december 1982 het eerste album Geography uit was gekomen, werden in juli 1983 de twee singles gecombineerd uitgebracht als Two In One. In 2024 verscheen een geremasterde versie daarvan op streamingdiensten.
Na een zeer succesvolle carrière van zo'n 45 jaar maakte de band in maart 2024 bekend dat hun aanstaande Black Out tour hun laatste zou zijn. De laatste drie concerten vonden plaats van 23-25 januari 2025 in Ancienne Belgique in Brussel. Streams van die shows zijn nog te vinden op YouTube en in juni 2026 verschenen de opnamen op vinyl, CD en digitaal (maar daarover een andere keer meer).
Inmiddels heeft Front 242 het bericht gepubliceerd dat de band officieel ophoudt te bestaan op 1 september 2026.
© 2026 TTZL
© 2026 TTZL