De hoogtijdagen van Gruppo Sportivo lagen in de late jaren 70. Toen hadden ze hits met Rock 'N Roll, Hey Girl en Disco Really Made It en reikte het album Back To 78 tot plaats 3 in de albumlijst.
Daarna werd het commerciële succes wat minder, maar dat wil niet zeggen dat ze stopten met goede muziek maken. Het album Sombrero Times uit 1984 is daarvan een prima voorbeeld.
Het album opent met het ook op single uitgebrachte Radar. Een springerige, uptempo track met prominente bas en blazers, lekkere toetsenbordsolo en heerlijke, typische Gruppo Sportivo-koortjes. Het nummer had het verdient om een flinke hit te worden. Het daaropvolgende Why-Oh-Why? en de andere single Two Tickets For Rio zijn tracks die qua sfeer en tempo verwant zijn.
Tekstueel is er, zoals meestal in de kunstwerkjes van Hans Vandenburg, weer het nodige te genieten. Zo is Give It Up een mooie, melancholische song over een man die voodoo gebruikt om te proberen een vrouw van hem te laten houden (let ook even op de fijne saxsolo op driekwart van het nummer!). En Family Life is een kritische beschouwing van de hoeksteen van de samenleving over een mooi contrasterende, bedrieglijk lieflijke melodie.
In Good In Bad komt het leuke gehaspel met Nederlands en Engels voor zoals we dat ook kennen uit bijvoorbeeld Hey Girl ("She said your nose is running honey - I said sorry, but it's not"). Het is nummer zelf is aardig, maar niet erg opvallend.
Voor iemand zoals ik, die niet zoveel op heeft met Kerstmis, zijn de eerste twee regels van Get Up Enjoy erg aansprekend:
Thank God it's only Christmas two days a year,
'Cause you know I'm more than happy with my chips and beer
Het is verder een prima nummer dat lekker afwisselend is qua dynamiek en instrumentatie.
Ook leuk is Girls In Slow-Motion (Eating A Banana) waarin de quasi-kunstzinnige, erotisch geladen videoclips van midden jaren 80 worden op de hak genomen over een reggaemelodie.
Het album sluit af met Mumbo Jumbo, een wat stuurloos nummer met Tom Tom Club-achtige invloeden, en What Kind Of Normal Guy Am I? dat voorbij is gekabbeld voordat je het weet. Samen met het eerder genoemde Good In Bad zijn het niet de krachtigste nummers op het album, maar de andere zeven tracks vergoeden veel.
In 2000 is een groot deel van het oudere werk van Gruppo Sportivo her-uitgebracht op CD, maar helaas zat Sombrero Times daar niet bij. We moeten het daarom doen met de oude vinylplaat en die is gelukkig nog goed en voor acceptabele prijzen verkrijgbaar.
Stewart Copeland was naast drummer van The Police ook actief als songschrijver. Samen met de andere leden van The Police, maar zeker ook solo. Nummers als On Any Other Day, Contact en Does Everyone Stare van Reggatta de Blanc (1979) en Bombs Away en The Other Way Of Stopping van Zenyatta Mondatta (1980) getuigen daarvan.
Toch was dit niet voldoende voor Stewart Copeland. De dominantie van Sting werd steeds groter en daarom bracht hij onder het pseudoniem Klark Kent (een minieme variatie op het alter ego Clark Kent van Superman) een aantal singles en de 10" Klark Kent uit.
(in sommige landen 'Klerk Kant' vanwege auteursrechtproblemen)
De hoes van de 10" bestond uit een uitgesneden 'K' met een groene binnenhoes erin waarvan de tekst keurig verborgen bleef achter de 'K'. De plaat was geperst op groen vinyl (net als de voorgaande singles).
De muziek op Klark Kent ligt deels in het verlengde van de eerder genoemde tracks van The Police. Excesses en Old School hadden niet misstaan op een The Police-album.
De plaat opent echter met de trits Don't Care, Away From Home en Rich In A Ditch. Deze nummers hebben de energie van de punk, lekker springerige, hoekige ritmes en de zo kenmerkende Stewart Copeland-vocalen. Half gesproken/half gezongen en met een unieke intonatie.
De beste nummers zijn wat mij betreft Grandelinquent, Guerilla en Kinetic Ritual. (Bijna) Instrumentale tracks die heel inventief in elkaar zitten en pas na een paar luisterbeurten al hun geheimen prijsgeven.
Klark Kent is een echt solo-album in de zin dat Stewart Copeland alle instrumenten en vocalen voor zijn rekening neemt en het album ook zelf geproduceerd heeft.
De nummers van deze 10" zijn samen met de b-kanten van de singles en wat andere losse tracks verzameld op de CD Kollected Works uit 1995. Dat klinkt interessant, maar doordat de CD al lang niet meer verkrijgbaar is zijn de prijzen voor tweedehands al opgelopen tot een euro of 50!
WOW! Ik val maar direct met de deur in huis. Wie had kunnen denken dat 35 jaar na hun (verpletterende) debuutalbum het Engelse hardrockicoon Iron Maiden nog eens op de proppen zou kunnen komen met zo'n fantastisch album als The Book Of Souls? Ik niet.

Niet dat de vorige albums Dance Of Death (2003), A Matter Of Life And Death (2006) en The Final Frontier (2010) slecht waren, zeker niet. Maar het waren geen meesterwerken á la The Number Of The Beast (1982), Piece Of Mind (1983) of Seventh Son Of A Seventh Son (1988).
Dit eerste studio dubbelalbum van Iron Maiden was al klaar in 2014, maar de geconstateerde kanker bij zanger Bruce Dickinson (een tumor op zijn tong) gooide roet in het eten. Nu zijn herstel is afgerond kon het album op 4 september 2015 worden uitgebracht (gevolgd door een wereldtournee in 2016). Het album doet het in veel landen erg goed. In Nederland kwam het vorige week binnen op 1 in de Album Top 100.
Het album heeft een goede afwisseling tussen korte en langere nummers en uptempo en downtempo nummers. Zoals we van Iron Maiden gewend zijn wisselt het tempo ook vaak in de langere tracks. Als geheel kent het album een mooie opbouw en daarom zal ik nummers in chronologische volgorde behandelen.
De opener heet If Eternity Should Fail en is één van de twee nummers die zanger Bruce Dickinson alleen heeft geschreven (in alle andere nummers hebben bassist Steve Harris en/of gitarist Adrian Smith de hand gehad). Over het andere nummer van zijn hand later veel meer!
Het nummer opent met een spookachtig, synthesizer gedreven intro waarbij de gemiddelde Iron Maiden fan misschien even wantrouwig de oren spitst waar dit heengaat. Na anderhalve minuut volgt de geruststelling en ontwikkelt het nummer zich tot één van Iron Maiden's meest 'heavy' tracks.
Het tweede nummer van disc 1 is Speed Of Light en dat is de eerste single van het album. De bijbehorende clip met game-thema (en natuurlijk mascotte Eddie in een hoofdrol) is nogal vermakelijk. Het nummer zelf is een 'high energy' uptempo nummer dat mooi contrasteert met The Great Unknown, een majestueus nummer dat een atmosferisch intro en outro kent en een degelijk rockend middenstuk.
The Red And The Black is de eerste track van epische proporties met zijn ruim 13 minuten (al deed de opener het met bijna 9 minuten ook al niet slecht). Het nummer roept herinneringen op aan dé definitieve Maiden hymne Rime Of The Ancient Mariner. Natuurlijk, de talloze tempo- en sfeerwisselingen, de 'whoa-oo' koortjes, de driestemmige gitaarpartijen, het is allemaal al eens eerder gedaan door Iron Maiden, maar het gebeurt hier met een strakheid en een focus die we zelden hebben gehoord (en het hele album kenmerkt) en dat maakt de track toch onweerstaanbaar.
Na de typische Maiden rocker When The River Runs Deep volgt het heerlijk theatrale titelnummer. Na een akoestisch intro ontvouwt zich een trage, harde rocker met heerlijke gitaarriffs, lekkere zangmelodieën en mooie synthesizer ondersteuning. The Book Of Souls is ruim 10 minuten Iron Maiden op zijn top.
Disc 2 opent met Death Or Glory, een rocker in Maiden's midden jaren-80 stijl. Me dunkt, er zijn slechtere referentiepunten! Het daaropvolgende Shadows Of The Valley had op een willekeurig jaren negentig album van Maiden waarschijnlijk één van de betere songs geweest, maar hier is het de enige track die wat tegenvalt. Met name het té duidelijk citeren uit Wasted Years is hier schuldig aan.
Tears Of A Clown is opgedragen aan Robin Williams en is een mooie verhalende track waarin de tegenstelling van zijn depressieve binnenkant en vrolijke buitenkant worden beschreven. The Man Of Sorrows is daarna een nummer dat begint als trage ballad en uitbouwt naar een krachtige power ballad met heerlijke uitgesponnen gitaarsolo die nu eens niet op topsnelheid wordt uitgevoerd.
En als je dan denkt alles wel zo'n beetje te hebben gehoord volgt de uitsmijter, het tweede nummer van Bruce Dickinson, hier voor het eerst te horen op akoestische piano. Empire Of The Clouds is met 18 minuten het langste nummer ooit van Iron Maiden en heeft alles in zich wat je bij de groep zou kunnen bedenken.
Een akoestisch intro, orkestrale begeleiding, bijtende gitaren, memorabele bas- en drumpartijen en nog veel meer. Het is een neo-klassiek heavy metal meesterstuk dat verhaalt over de ramp van His Majesty's Airship R101 dat in 1930 tijdens de eerste passagiersvaart van Londen naar Karachi verongelukte in Frankrijk. De prachtige verhalende tekst en fabuleuze muzikale omlijsting maken dit nummer tot een ervaring om vaak te herbeleven.
Zoals ik al aan het begin zei is het een grote, maar plezierige verrassing dat Iron Maiden, 35 jaar ver in hun carrière, nog tot zo'n geweldig album als The Book Of Souls in staat zou zijn. Het album als reguliere 2CD verkrijgbaar, maar voor een paar euro meer ook als luxe editie met gebonden boek (en natuurlijk ook op vinyl).
Begin oktober verschijnt The Light In You, het nieuwe album van Mercury Rev, een Amerikaanse band die sinds eind jaren tachtig aan de weg timmert met pyschedelische droom-pop/rock.
Alhoewel een Amerikaanse band, werden ze opgepikt door het Engelse Rough Trade label dat in 1991 het debuutalbum Yerself Is Steam uitbracht. Hier valt al direct de experimenteerdrift, tegendraadsheid en woordkunstenarij op. Dromerige, lieflijke passages staan tegen over heftig psychedelische momenten met scheurgitaren en white noise achtige accenten. Daarnaast zien we woordgrappen als "Yerself Is Steam" in plaats van "Your Self Esteem".
Deze elementen komen allemaal samen in de single Chasing A Bee. Het nummer start als een zeer rustige ballade, weliswaar een wat aparte instrumentatie. Na anderhalve minuut gaat de beer echter los en worden we getrakteerd op een kolkende massa van gitaren en feedback. Tijdens de rest van het 7 minuten durende nummer wisselen de twee sferen elkaar vervolgens af.
Het tweede nummer op deze CD-single is If You Want Me To Stay, een cover van Sly & The Family Stone! Alhoewel de funk-vibe van het nummer behouden blijft buigen ze het toch een heel eind richting hun eigen universum. Ook hier weten ze de vervormde scheurgitaren te integreren.
Dit nummer is trouwens origineel de A-kant uit de gelimiteerde 'Rough Trade Singles Club' serie en dat is symptomatisch voor de chaotische discografie van Mercury Rev. Of zoals allmusic.com schrijver Jason Ankeny het verwoordt: "Just one album-length release into their career, and already the Mercury Rev catalog is a complete collector clusterf*ck."
Als extra staat op de single uit nog de Peel Sessions opname uit 1991. In 18 minuten worden vier nummers van het debuutalbum live in de studio gespeeld bij de fameuze BBC DJ John Peel. Naast hun muzikale vakmanschap tonen ze hier ook opnieuw hun humor. De single "Chasing A Bee (Inside A Jar)" wordt hier verbasterd tot "Chasing A Girl (Inside A Car)".
De Noor Geir Jenssen bracht platen uit met de groep Bel Canto bij het Belgische Crammed Discs en onder de naam Bleep solowerk op het sublabel SSR. Toen hij echter onder de naam Biosphere het album Microgravity wilde uitbrengen kreeg hij als reactie dat het "unmarketable" zou zijn.

Dat bleek een behoorlijke foute inschatting te zijn. Het album werd in 1991 alsnog uitgebracht door een klein Noors label (Origo Sound) en een jaar later met groot succes door het Belgische sublabel Apollo opnieuw uitgebracht.
Biosphere is een pionier als het gaat om het combineren van elementen uit ambient en techno. Scifi-achtige 'space'-referenties en ijle synthesizerklanken gaan een perfecte symbiose aan met complexe ritmes en diepe baslijnen. Vergelijkbare artiesten zijn The KLF, Aphex Twin en Higher Intelligence Agency.
You know the moon,
you know the stars,
You know the milky way
Bovenstaande gesproken tekst domineert op prettige wijze de openings- en titeltrack Microgravity en zet de sfeer voor het album perfect neer. In dit nummer overheersen de ambient-invloeden, net als op Cloudwalker II, Cygnus-A en Biosphere.
Na het openingsnummer volgt Baby Satellite en dat is een uptempo nummer met een heerlijk stuwend ritme en pompende baslijn. Hier overheersen de techno-invloeden en dat is ook geval in The Fairy Tale. Absoluut onweerstaanbaar.
En dan zijn er nog de nummers waarin ambient en techno geen van beide de hoofdrol opeisen, maar samen iets mooi bouwen. Met name in deze tracks, Tranquilizer, Chromosphere en Baby Interphase, stijgt Biosphere naar grote hoogten.
Het is eigenlijk niet voor te stellen dat bij een eerste poging tot samensmelting van ambient en techno al zulke fantastische resultaten worden bereikt. Vooral de perfect uitgebalanceerde afwisseling van de drie track-types is van belang.
Microgravity van Biosphere stond al lang op mijn lijstje van Desert Island Discs, maar sinds de heruitgave uit april van dit jaar is dat alleen nog maar herbevestigd. De sprong vooruit in geluidskwaliteit is indrukwekkend en met name het basgeluid is prominenter, dieper en rijker geworden. Dat er ook nog een bonus-CD aan is toegevoegd maakt het alleen nog maar mooier.
Voor slechts 19 euro (inclusief verzendkosten!) is het album rechtstreeks bij de maker te bestellen: Biosphere/Bandcamp.
Een no-brainer lijkt mij...
Bij Britse Punk denk je al snel aan bekende namen uit Londen als Sex Pistols, The Clash en The Damned. Maar ook buiten Londen waren er interessante bands zoals The Exploited uit Edinburgh, Schotland. Geïnspireerd door de vroege punkgroepen werd de band opgericht in 1979.
De band heeft al vroeg een aantal wapenfeiten op haar naam staan. Zo wordt het titelnummer van hun eerste album (uit 1981) al snel razend populair: Punks Not Dead. Ook laten ze televisiekijkende gezinnen in 1981 in shock achter als ze bij Top Of The Pops hun single Dead Cities mogen spelen. Daarnaast wordt een nummer van hun tweede album de naamgever van een hele nieuwe golf van punkbands: UK 82.
Het tweede album van The Exploited komt uit 1982 en heet Troops Of Tomorrow en wordt inmiddels beschouwd als een regelrechte punkklassieker. Opener Jimmy Boyle gaat meteen vol gas vooruit, maar laat wel direct horen dat de heren een song met kop en staart kunnen schrijven. Daaropvolgende tracks als Daily News, Disorder en Alternative bevestigen dit en laten horen dat ze hun instrumenten ook prima beheersen.
Anders dan vele tijdgenoten is The Exploited altijd de punkgedachte trouw gebleven. De band bestaat nog steeds, speelt nog steeds dezelfde soort muziek en heeft nooit bij een groot platenlabel getekend. Ook hebben ze nooit een blad voor de mond genomen, bijvoorbeeld ten gunste van hun 'carrière'. Het nummer U.S.A. (beter bekend als 'Fuck the U.S.A.') van Troops Of Tomorrow zal bijvoorbeeld hun Amerikaanse doorbraak niet noodzakelijkerwijs goed hebben gedaan.
Zoals eerder gezegd is het nummer UK 82 tot een soort punklabel uitgegroeid, maar daarnaast is het gewoon ook een sterk nummer. Andere opvallende nummers van het album zijn Sid Vicious Was Innocent en Germs en mijn favoriete tracks War en het titelnummer Troops Of Tomorrow.
Al je het album ruim dertig jaar later hoort heeft het natuurlijk niet meer de impact van toen. Als zeventienjarige komt het toch even anders binnen, zeker omdat het toen allemaal gebeurde. Desondanks is het album het waard om af en toe eens naar om te kijken.

In 1971 zit Golden Earring nog midden in de transformatie van hun Nederbiet-geluid naar het ruigere progressieve en hardrockgeluid waarmee ze hun internationale doorbraak zouden krijgen.
Die transformatie, voorzichtig begonnen op On The Double (1969) en voortgezet op Eight Miles High (1969), kreeg handen en voeten met Back Home van het album Golden Earring (1970). Het feit dat hun zesde album 'selftitled' is geeft al een soort herstart van de band aan.
Aangemoedigd door het succes van de single en het album werkt de groep verder aan het geluid dat vanaf Moontan (1973) het grote succes zou brengen. Het zevende studioalbum Seven Tears is hiervan het resultaat.
Het album opent met Silver Ships, een rustig en mystiek aandoend nummer dat weliswaar prettig in het gehoor ligt, maar je niet echt doet opveren. Dat doet het daaropvolgende The Road Swallowed Her Name wel. Gezegend met een lekkere gitaarriff pakt het ruige uptempo nummer je bij je kladden. Tegen het einde wordt nog even een rustpuntje ingelast, maar daarna eindigt het weer zoals het begon. Een klasse nummer!
Hope combineert daarna de elementen uit de voorgaande tracks in één nummer en in combinatie met de blazers geeft dit een prima resultaat. Don't Worry sluit de eerste plaatkant af en is vooral memorabel vanwege de lekkere baspartij van Rinus Gerritsen.
Kant B opent met één van mijn favoriete Golden Earring tracks allertijden: She Flies On Strange Wings. Alles klopt aan dit nummer. De ijle intro die hoge verwachtingen wekt die na een seconde of 50 volledig worden ingelost. De melodie en de inventieve zanglijnen. Het heerlijke samenspel tussen bas en drums, de gitaarriffs en solo's, de tempowisselingen: alles klopt! Zeven minuten pure magie (kijk vooral ook even naar de mooie jaren zeventig clip).
Daarna volgen nog twee nummers waar bluesinvloeden herkenbaar zijn. This Is The Other Side Of Life kent wederom een imposante baslijn, heeft een catchy refrein, maar valt niet bijzonder op. Daarna is You're Better Off Free een waardige afsluiter en het nummer had zonder de uitgebreide gitaarsolo in het middenstuk misschien wel een succesvolle single kunnen worden.
Is Seven Tears nu één van de beste albums van Golden Earring? Nee, dat niet, maar het is wel een album dat je aandacht meer dan waard is. Al was het alleen maar omdat She Flies On Strange Wings op dit album staat!
Om de hongersnood in Afrika midden jaren 80 te helpen bestrijden werd door Bob Geldof het project Band Aid gestart en de single Do They Know It's Christmas? opgenomen, al snel gevolgd door We Are The World van USA For Africa.
Toen leden van de band Dio opmerkten dat hardrock en heavy metal groepen slecht vertegenwoordigd waren startten ze een eigen initiatief. Als naam werd een wat melige woordgrap gekozen: Hear 'n Aid ('hearing aid').
Het lukte om grote namen aan boord te krijgen. Onder andere Ted Nugent, Yngwie Malmsteen en leden van Judas Priest, Iron Maiden, Quiet Riot, Dokken, Mötley Crüe, Twisted Sister, Queensrÿche, Blue Öyster Cult en Y&T deden mee.
Toen ik Band Aid's Do They Know It's Christmas? voor het eerst hoorde was mijn eerste gedachte "do they care it's Christmas, after all". En de tekst van We Are The World vond ik typisch Amerikaans, erg gericht op zichzelf: "we are the world, we are the children, we are the ones who make a brighter day".
De tekst van het nummer van Hear 'n Aid is op het eerste gehoor al niet veel beter. Vooral het uit volle borst gezongen "We're Stars!" in het refrein doet het ergste vermoeden. Gelukkig lijkt de ietwat vage tekst eerder te verwijzen naar de hemellichamen dan naar de artiesten en is er ook enige zelfreflectie aanwezig:
But singers and songs
Will never change it alone
We are calling you, calling you
Muzikaal vind ik Stars veel beter te verteren dan de andere twee nummers. Er doen een flink aantal goede zangers mee en onder de zes(!) gitaarsolo's zitten ook enige fraaie exemplaren.
Het nummer deed het echter veel minder goed met nummer 29 als hoogste positie in de Top 40 en een notering van maar 4 weken. Toch leverde het initiatief wereldwijd wel enkele miljoenen op, mede door de verkoop van een LP en videoband met een 'making of' van het project.
Morton Feldman (1926-1987) was een Amerikaanse componist en een grote figuur in de 20e eeuwse muziek. Hij schreef experimentele muziek en was een pionier van de zogenaamde 'interdeterminate music' (onbepaalde muziek).
Feldman's werken kenmerken zich door trage, vrij bewegende tempi en glijdende veranderingen van toonhoogte. Het is muziek dit tijd en aandacht vergt van de luisteraar omdat de ontwikkelingen zeer traag gaan.
In 1993 waagde het Kronos Quartet zich samen met de Japanse pianist Aki Takahashi aan Feldman's Piano And String Quartet uit 1985. Het is een aaneengesloten werk van 80 minuten dat zeer veel concentratie vergt van de muzikanten, maar de vijf brengen het er fantastisch van af.
Het strijkkwartet creëert in het Piano And String Quartet de muzikale omgeving waarover de pianist de spaarzame accenten aanbrengt. Wonderschone muziek als er je rust en tijd voor kunt opbrengen.
Het is geen muziek voor de ongeduldige luisteraar. Bij een eerste beluistering zullen de subtiele veranderingen misschien niet eens direct opvallen. Dit zal al anders zijn bij herhaalde beluistering, zeker als je dit een via een koptelefoon doet.
Daarnaast is het werk ook zeer geschikt voor de vroege ochtend of late avond met iets te drinken en te lezen erbij. Zolang er maar geen storende of afleidende zaken (met name geluiden) aanwezig zijn werkt het Piano And String Quartet dan als een ambient klanklandschap.
Je hebt artiesten die hun hele carrière zo'n beetje hetzelfde kunstje herhalen en er zijn artiesten die wat avontuurlijker zijn ingesteld. Soms maken die artiesten een plaat album die ver buiten voor hen gangbare paden gaat en vaak levert dat interessante experimenten op.
In het geval van Lou Reed's vijfde solo-plaat Metal Machine Music valt dat nog te bezien. Het album met als sub-titel "*The Amine β Ring" is een dubbelalbum vol gitaarnoise en feedback zonder herkenbare songstructuren, melodie of ritme.
De eerste keer dat ik het album afspeelde was ook meteen de laatste keer voor een flink aantal jaren, zo'n ongelofelijke bak pokkeherrie vond ik het. Toe het album uitkwam brachten de kopers het album vaak direct terug naar de winkel (sommigen dachten dat ze een mispersing hadden). Zowel fans als critici maakten het album met de grond gelijk en na drie weken trok de platenmaatschappij het album terug (wat natuurlijk wel direct voor een cultstatus zorgde voor het album).
Er bestaan een aantal verklaringen waarom Lou Reed na vier albums ineens met dit noise-album op de proppen kwam. Hij zou het als grap bedoeld hebben of hij zou op deze manier zo snel mogelijk van zijn contract met RCA Records af willen zijn. Daarnaast zou hij het ook serieus bedoeld kunnen hebben en is hij is met dit album de uitvinder van de noise rock.
Hoe dan ook dien je over heel wat uithoudings- en incasseringsvermogen te beschikken om het 16 minuten durende Metal Machine Music A-1 geheel te beluisteren. Laat staan dat je de andere drie plaatkanten Metal Machine Music A-2, Metal Machine Music A-3 en Metal Machine Music A-4 er ook nog even achteraan plakt.
Tot op de dag van vandaag is het me niet duidelijk of Metal Machine Music voor Lou Reed een serieus bedoeld werk was of dat hij iedereen ermee in de zeik wilde nemen.
Hij schijnt een keer in een interview gezegd te hebben "Well, anyone who gets to side four is dumber than I am". Maar als je dan weer een interview uit 2013 leest en gezien het feit dat hij in 2010 een geremasterde versie uitbracht (en het werk live uitvoerde) doet vermoeden dat hij toch mogelijk serieuze bedoelingen had. Maar met Lou Reed weet je het nooit gezien onderstaand fragment uit bovenvermeld interview:
Interviewer: I have done my home work. I am aware that you've said in the past that your liner notes should be taken with a pinch of salt.
Lou Reed: A pinch? Perhaps a gallon.
Voor het het schrijven van dit blog heb ik Metal Machine Music natuurlijk weer eens in zijn geheel beluisterd. Ik moet helaas bekennen dat ik, ondanks verwoede pogingen er iets anders in te horen, nog steeds alleen maar een uur nogal irritante gitaarnoise en feedback hoor. Omdat ik inmiddels weet wat ik kan verwachten kan ik het prima verdragen, maar het mooi of zelfs maar boeiend of interessant vinden lukt me nog steeds niet.