Mysterieus. Dat woord omschrijft de Canadese band Klaatu misschien nog wel het best. Zo is er de aparte bandnaam die afkomstig is van het buitenaardse wezen in de film The Day The Earth Stood Still uit 1951.
Daarnaast werden de bandleden niet vermeld op de hoezen van hun eerste drie LP's. In combinatie met de muziek, die heel duidelijk invloeden van The Beatles heeft in de tijd van Sgt. Pepper en Magical Mystery Tour, leidde dit tot een opmerkelijk gerucht.
De Amerikaanse journalist Steve Smith opperde in een artikel in 1977 dat het in 1976 uitgekomen debuutalbum van Klaatu wel eens een anoniem album van The Beatles zou kunnen zijn. Dat gerucht werd al snel een wereldwijd fenomeen en zorgde voor flink wat aandacht voor Klaatu en in sommige landen voor wat kleine hits.
Het debuutalbum heette in Canada 3:47 EST (naar het tijdstip waarop Klaatu in de film aankomt op aarde), maar werd in de rest van de wereld als Klaatu uitgebracht. De opener van het album, Calling Occupants Of Interplanetary Craft, zet direct de toon. We horen eerst bijna een minuut natuurgeluiden voordat een heel lieflijke melodie en stem het nummer echt beginnen. In 7 minuten met veel tempo- en dynamiekwisselingen wordt de essentie van de film The Day The Earth Stood Still verwoordt (buitenaards bezoek met de beste bedoelingen).Het nummer werd voor Klaatu geen klapper, maar de versie van The Carpenters in 1977 werd dat wel.
Na California Jam volgt het eerste stevigere nummer, Anus Of Uranus. De track opent met een lekkere gitaarlick en bouwt uit tot een nummer met een opvallende bas en spaarzame, maar effectieve drums.
Nadat de Beatlesque song Sub-Rosa Subway kant A heeft afsgesloten, opent n kant B met True Life Hero.
Een heerlijk voortstampend nummer dat voor een aangename afwisseling zorgt op het album.
Het album vervolgt met drie nummers waarvan Doctor Marvello zo zou kunnen doorgaan voor een George Harrison nummer en Sir Bodsworth Rugglesby III qua stijl en uitvoering doet denken carnivalesque Beatles-tracks als Maxwell's Silver Hammer en Being For The Benefit Of Mr. Kite!
Little Neutrino sluit het album af zoals Calling Occupants het begon: sfeervol, episch en op een wonderlijke manier zowel origineel als refererend aan hun grote voorbeelden.
Helaas kon Klaatu het hoge niveau van dit album niet volhouden. Opvolger Hope werd nog goed ontvangen, maar het derde album Sir Army Suit werd al minder enthousiast onthaald. Toch is dit laatste album van belang omdat in de hoestekening voor het eerst aanwijzingen zaten naar de identiteit van de bandleden John Woloschuk, Dee Long en Terry Draper. Daarnaast is er voor de single A Routine Day een prachtige, geanimeerde clip gemaakt die ook op de Nederlandse TV te zien was.
Klaatu zou hierna nog twee studioalbums maken waarna ze er de brui aan gaven. In de jaren erna zouden er nog albums met rarities, demo's en alternatieve mixen verschijnen. Sinds 2011 is zijn de voormalige bandleden bezig met het gefaseerd uitbrengen van geremasterde versies van de studioalbums. Een teken dat Klaatu ruim veertig jaar na dato nog niet vergeten is.
© 2017 TTZL
Eén van de hoogtepunten van Record Store Day 2017 (op 22 april jl.) was een nieuwe vinyl single van The The. Het is het eerste nieuwe werk van Matt Johnson^ sinds het album NakedSelf uit 1999, als we de soundtracks Tony*, Moonbug en Hyena* niet meetellen.
* geregisseerd door zijn broer Gerard Johnson
^The The is een 'one man band' met 'vaste gasten'
Ik heb in blog #206 al eens mijn liefde voor de muziek van The The laten blijken. Daarom was ik, en met mij velen, zeer verheugd toen er werd aangekondigd dat er eindelijk nieuw zou verschijnen.
Het onderwerp van het nummer is echter minder vreugdevol. Het nummer is opgedragen aan Andrew Johnson, de broer van Matt, die in 2016 overleed aan een hersentumor. Andrew werkte als kunstenaar onder het pseudoniem Andy Dog en ontwierp ook vele hoezen voor The The.
We Can't Stop What's Coming is een prachtig eerbetoon geworden in typische The The stijl, avontuurlijk én toegankelijk. Veel The The-oudgedienden geven acte de présence en misschien voelt het daardoor wel allemaal zo vertrouwd.
Het nummer gaat rustig van start en ongeveer halverwege komen de drums erbij, maar die blijven heel bescheiden op de achtergrond. Datzelfde is van toepassing op de mooie tweede stem Meja Kullersten in de refreinen. Ze is aanwezig, maar puur ondersteunend. De mooie, melancholische tekst rond het helemaal af:
Wake up it's time to go
The taste of tears still in your throat
Silence from your songs
Reminds us, when you are gone
We can't hate the river for flowing
Can't blame the wild wind blowing
Can't slow time from running
We can't stop what's coming
Helaas voor Matt Johnson heeft hij inmiddels al een trilogie geschreven van songs voor overleden familieleden. In 1992 bracht hij Love Is Stronger Than Death uit voor zijn in 1989 overleden broer Eugene en Phantom Walls uit 1999 schreef hij voor zijn overleden moeder. Zou "Great Art Comes From Pain" dan toch waar zijn?
In een vlaag van zelfonderschatting waren er slechts 2000 exemplaren gedistribueerd van de single voor Record Store Day. Via zijn website verontschuldigde Matt Johnson zich aan de fans die hadden misgegrepen en maakte bekend de resterende exemplaren op een bepaalde dag en tijdstip via zijn eigen website te verkopen. Ook hierbij was de belangstelling zo groot dat de server van zijn provider vrijwel direct onderuit getrokken werd. Inmiddels is er een tweede persing verkrijgbaar en is de single ook te downloaden via iTunes.
© 2017 TTZL
Bij het zoeken naar een blogonderwerp voor deze week stuitte ik op een heerlijke CD van Omar & The Howlers die heel veel in de lade van mijn CD-speler heeft rondgedraaid. Onvervalste blues rock, vermengd met scheuten Texas blues en southern rock.
De band maakte tussen 1980 en 1984 eerst twee albums voor kleine, onafhankelijke platenlabels voordat ze werden opgepikt door het grote Columbia Records. Daardoor kon de band in 1987 ook in Europa onder de aandacht gebracht worden via recensies in muziekbladen van hun Columbia-debuutalbum Hard Times In The Land Of Plenty.
Na hun tweede Columbia-album kwam echter de overname door Sony en werd er een grote schoonmaak gehouden onder de artiesten. Omar & The Howlers was één van de slachtoffers en sindsdien brengen ze hun albums uit via allerlei kleinere maatschappijen.
Hun korte tijd bij Columbia heeft in ieder geval wel een fantastische plaat opgeleverd. De opener van het album is het titelnummer, Hard Times In The Land Of Plenty. Een lekker uptempo blues rock nummer met een herkenbare riff en een ritmesectie als een doordenderende goederentrein. Maar de échte troef is de stem van Omar Dykes: krachtig, rauw en toch soepel.
Dat de band van meer markten thuis is bewijzen ze direct daarna met Dancing In The Canebrake dat veel meer pop en soul bevat en met een heerlijk orgeltje als extraatje.
Doordat Omar & The Howlers niet zo bekend zijn geworden als pakweg Stevie Ray Vaughan of Joe Bonamassa is er ook veel minder van ze te vinden op YouTube. Toch denk ik dat You Ain't Fooling Nobody en de live-versies van Border Girl, Mississippi Hoo Doo Man en Lee Anne genoeg zijn om aan te tonen wat voor een geweldige nummers er op het album staan.
Ben je nog niet overtuigd (of juist wel!) kijk dan eens naar de Rockpalast opnamen van Omar & The Howlers op Crossroads 2005.
© 2017 TTZL
In blog #49 schreef ik over het album Remote Control uit 1979. Die plaat van de San Francisco-rockers The Tubes was groots, des te opvallender dus dat de opvolger uit 1981, The Completion Backward Principle, minstens zo goed is.
Het was trouwens wel even schrikken voor de trouwe fans van The Tubes toen het album uitkwam. Zo was het album was geproduceerd door David Foster die bekend was van werk voor Diana Ross, Donna Summer en Earth, Wind & Fire. Daarnaast stonden de bandleden op de achterkant van de hoes afgebeeld in kostuum en ademde alle promotie een business-sfeer uit.
Na een korte, inleidende boodschap om toch 'vooral beide plaatkanten in één vergadering te draaien' gaat Talk To Ya Later los en verdwijnen alle twijfels. Met hulp van Toto's Steve Lukather wordt er een puike rock/power-pop track neergezet die het album prima opent.
Na het heerlijk ironische Sushi Girl volgt een mooi rockballad, Amnesia. Kant 1 sluit daarna af met twee van mijn favoriete tracks van het album. Allereerst is er Mr. Hate waarin we een man horen die op de vlucht is voor de politie, omdat hij er (onterecht?) van wordt beschuldigd zijn moeder en zus te hebben vermoord. Laat het maar aan Fee Waybill over om de mentale staat van de hoofdpersoon in de vocalen door te laten klinken! Daarna is Attack Of The Fifty Foot Woman een prachtige ode aan de gelijknamige jaren 50 cultfilm met een heerlijke tongue-in-cheek tekst:
My God I screamed to my distress,
I got a fifty woman in a five foot dress
Kant 2 opent net als kant 1 met een heerlijke uptempo song, Think About Me, waarna er in A Matter Of Pride wat R&B-invloeden waar te nemen zijn. Dit is het nummer waarin de invloed van producer David Foster duidelijk te horen is, maar het pakt hier zeker niet slecht uit.
Foster's stempel zit ook duidelijk op de tweede ballad van het album, Don't Want To Wait Anymore. Dit nummer wordt voor de verandering gezongen door gitarist Bill Spooner en doet wat gladjes aan. Het leverde de band in de U.S. wel een dikke hit op. Na het met een lekkere vette baslijn gezegende Power Tools volgt dan nog uitsmijter Let's Make Some Noise, dat logischerwijs uitgroeide tot een concertfavoriet.
Net als de remaster van Remote Control is ook de remaster van The Completion Backward Principle absoluut de moeite waard om aan te schaffen (geweldige geluidskwaliteit en vier bonustracks). Iconoclassic Records heeft het helemaal afgemaakt met de remaster van Outside Inside, het album dat de trilogie voltooide en de lijn moeiteloos doortrok.
© 2017 TTZL
Danielle Dax is een veelzijdige vrouw. Ze is singer/songwriter, multi-instrumentalist, producer, beeldend kunstenaar en binnenhuis- en tuinarchitect. Haar muziek is al even eclectisch en zelf zegt ze klassieke, blues, electronische, indiase, rock, afrikaanse, psychedelische en middeleeuwse muziek te combineren. Het resultaat is absoluut uniek te noemen.
In 1979 ontmoette ze Karl Blake en werd gevraagd om voor zijn band Lemon Kittens het artwork te doen. Toen hij bemerkte dat ze ook kon zingen en fluit, sax en toetsen bespeelde, trad ze toe tot de band. Danielle Dax was begin jaren tachtig van zichzelf al opvallend genoeg, maar haar verschijning op het podium was dat helemaal. Zeker als ze 'gekleed' in (bijna) alleen body paint optrad.
Tussen 1983 en 1995 maakte ze solo een aantal EP's en LP's en, mede door een langdurige ziekte, is het wat betreft haar muzikale carrière daarbij gebleven. Ze is daarna succesvol geworden als ontwerper en binnenhuis- en tuinarchitect.
Hoewel haar muziek absoluut in mijn aandachtsgebied valt heb ik alleen de EP Yummer Yummer Man uit 1985 van haar.
In Yummer Yummer Man zitten subtiele invloeden van de muziek uit het Midden-Oosten, naast invloeden uit New Wave, Post-Punk en Synthpop. Voortdenderende drums en synthesizerlijntjes combineren mooi met haar aparte stem en zanglijnen, af en toe onderbroken door middeleeuws aandoende koortjes. Een hypnotiserend nummer.
Bad Miss 'M' heeft dan weer een ritme, zanglijn en gitaar die nogal 'country' aandoen en die contrasteren mooi met de andere elementen. De titel verwijst overigens naar Margaret Thatcher waar Dax geen fan van was, getuige onderstaande tekstflarden:
I was a-gone when you came sneakin' around
In a Holocaust haze your lunancy seems calm
(...)
All that's good for a Nation
Handed out in bitter lessons - oh whoa
(...)
We'll all have a party when you are gone
Desecrate your grave and sing this song
Fizzing Human Bomb tapt dan weer uit een ander vaatje. Sterk ritmisch gedreven en gedomineerd door Indiaas-aandoende zang neemt Danielle Dax ons in dit nummer mee naar Azië. Dit is opnieuw een meeslepend nummer, net als de titeltrack.
Gezien de kwaliteit van deze EP moet ik misschien toch maar eens op zoek naar de andere EP's en LP's van deze bijzondere artieste.
© 2017 TTZL
In 2008 werd er bij Gregg Allman leverkanker geconstateerd. Ondanks een levertransplantatie in 2010 keerde de kanker echter terug en op 27 mei jl. werd deze hem fataal. Opnieuw een groot verlies voor de muziekwereld.
Na in de jaren zestig al een tijdje met muziek bezig te zijn geweest richtte Gregg in 1969 samen met zijn broer Duane Allman een band op die ze toepasselijk The Allman Brothers Band (aka ABB) noemden.
De eerste twee albums, The Allman Brothers Band uit 1969 en Idlewild South uit 1970, waren direct voltreffers. De commerciële doorbraak kwam met de opvolger, het live-album At The Fillmore East uit 1971. Duane Allman excelleert op gitaar, ondersteunt door tweede gitarist Dickey Betts, en de ritmesectie bestaand uit Berry Oakley (bas), Jai Johanny Johansen (drums) en Butch Trucks (drums) swingt, stuwt en rockt geweldig.
De show wordt echter gestolen door de stem van zanger/toetsenist Gregg Allman. Hij klinkt afwisselend ruw en ruig en dan weer zacht en doorleeft. Hij heeft een geweldig bereik en volume en, misschien het belangrijkst van allemaal, de stem raakt je. De emotionele zeggingkracht van die stem is fenomenaal en ongeëvenaard.
Op het originele dubbelalbum staan zeven tracks. Op kant 1 staan drie heerlijke southern rock tracks waarin rock 'n' roll, country en vooral blues heerlijk samensmelten. Eerst horen we de uptempo nummers Statesboro Blues en Done Somebody Wrong en daarna het lekker langzame Stormy Monday.
Kant 2 wordt in zijn geheel ingenomen door het bijna twintig minuten durende You Don't Love Me. Dit nummer toont aan hoe goed ABB is als een nummer wordt uitgesponnen tot een lange jam.
Op kant 3 staan de adrenalinestoot Hot 'Lanta (met heerlijke toetsenpartij van Gregg) en het met een prachtige opbouw en heerlijke drumbreak gezegende, dertien minuten durende In Memory Of Elizabeth Reed.
Het topstuk is wat mij betreft te vinden op kant vier. Op het debuutalbum duurt het origineel van dit nummer vijf minuten, maar live maken ze van Whipping Post een 23 minuten durend episch werkstuk. In dit nummer bezingt Gregg Allman hoe hij belazerd en bedrogen wordt door zijn lief en als je wilt horen wat ik hiervoor bedoelde met 'emotionele zeggingkracht', luister dan vooral naar dit nummer.
Vanwege het succes van dit live-album (maar ook vanwege drugsverslavingen en de dood van Duane Allman) werden er op het volgende album (Eat A Peach) ook een aantal nummers uit de Fillmore-concertreeks opgenomen (waaronder het meer dan 30 minuten durende Mountain Jam).
Vanzelfsprekend is dit album een aantal keer heruitgebracht, maar steeds weer in een iets andere versie. Op The Fillmore Concerts (1992) zijn de live-nummers van Eat A Peach toegevoegd alsook twee bonustracks. Alles is geremixt en van sommige nummers is een andere versie uit de concertreeks gebruikt dan op het originele album. At The Fillmore East (deluxe edition) (2003) bevat dezelfde nummers maar dan allemaal in de versies van de originele albums (plus één bonustrack).
De heilige graal is echter het in 2014 verschenen The 1971 Fillmore East Recordings. Op drie Blu-ray Discs (met 5.1 surround) of zes CD's staan de complete shows van 12 en 13 maart en 27 juni 1971. Bij veel bands zou dit teveel van het goede zijn, maar omdat ABB zelden een nummer op precies dezelfde manier speelde en de jams altijd verschillen is dat hier zeker niet het geval.
© 2017 TTZL
It was fifty years ago today... want het is alweer vijftig jaar geleden dat het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band verscheen.
Het achtste studioalbum van The Beatles zou een doorbraak blijken te zijn op het gebieden als compositie, productie, grafisch ontwerp en het slaan van een brug tussen 'populaire muziek' en 'kunst'.
Het is het album waarop The Beatles een streep zetten onder hun popidolenverleden en in totale artistieke vrijheid, onder de dekmantel van een alter ego groep, hun eigen weg gingen (samen met George Martin natuurlijk).
Opmerkelijk genoeg zou het juist dit album blijken te zijn waar de groep het meest mee vereenzelvigd wordt. Het is ook het album dat opduikt in lijstjes als most groundbreaking albums, 50 albums that changed music of the 500 greatest albums of all time (hoe discutabel dat soort lijstjes ook mogen zijn).
Aan de liedjes op dit album hoef ik eigenlijk weinig woorden vuil te maken. Nummers als de titeltrack, Lucy In The Sky With Diamonds, Getting Better of
A Day In The Life kent iedereen wel, maar toch is er nu een nieuwe versie van het album verschenen.
De reden hiervoor ligt in de productie van de albums van The Beatles. Tot en met hun gelijknamige album uit november 1968 (ook wel bekend als The White Album) was de mono-mix de primaire mix. The Beatles en George Martin hielden zich met intensief bezig met de mono-mix, maar niet met de stereo-mix van de albums. Die nog relatief nieuwe techniek werd meer als een bijproduct gezien en dat is ook de reden waarom de stereo-mixen van de albums af en toe zo 'vreemd' klinken (gitaar helemaal links, drums helemaal rechts, etc.).
De albums van The Beatles laten zich dan ook eigenlijk het beste beluisteren in de mono-uitvoeringen, maar juist voor Sgt. Pepper is dat jammer omdat de muziek zo rijk is aan details. Daarom heeft Giles Martin (inderdaad, de zoon van George) een nieuwe stereo-mix gemaakt van het album. In deze clip vertelt hij over het maken van de remix en er is ook een promo voor gemaakt. De nieuwe stereo-mix is unaniem lovend ontvangen en ik kan niet anders dan me daarbij aansluiten.
Het album is in een aantal verschillende versies heruitgebracht. De belangrijkste versie is de Super Deluxe Edition: 6 discs met de nieuwe stereo- en de mono-versie, twee CD's met alternatieve versies en een Blu-ray en DVD met een documentaire, promotiefilms en high-resolution stereo en 5.1 surround versies van het album (kijk hier naar een unboxing video van de toonaangevende website superdeluxeedition) plus boek in een box. Als de Super Deluxe Edition je te ver gaat kun je ook nog kiezen voor de CD, 2CD of 2LP versie.
Afgelopen donderdag was er ineens het bericht dat Soundgarden's zanger en gitarist Chris Cornell was overleden. Eén van de belangrijkste architecten van de grunge (o.a. Alice In Chains, Mother Love Bone, Nirvana, Pearl Jam) is niet meer. Hij leed zijn hele leven al aan depressies en het lijkt erop dat hij onder invloed van een overdosis medicijnen zichzelf heeft opgehangen.
Nog vóór Nirvana en Pearl Jam bracht Soundgarden al in 1988 hun debuutalbum Ultramega OK uit. Het werd goed ontvangen en een tweede album (Louder Than Love) volgde. En toen gebeurde er iets belangrijks in de geschiedenis van de grunge: in maart 1990 overleed de zanger van Mother Love Bone, Andrew Wood (een goede vriend van Chris Cornell).
Samen met twee leden van Mother Love Bone (bassist Jeff Ament en gitarist Stone Gossard), bevriende gitarist Mike McCready en Soundgarden-drummer Matt Cameron vormde Chris Cornell de tribute band Temple Of The Dog en bracht daarmee half 1991 een geweldig gelijknamig album uit. Op het album zijn ook gastbijdragen te vinden van zanger/gitarist Eddie Vedder.
Het album bleef aanvankelijk onopgemerkt totdat Vedder, Ament, Gossard en McCready samen met drummer Dave Krusen eind 1991 het album Ten uitbrachten (en daarmee een wereldhit scoorden) onder de naam Pearl Jam. De Pearl Jam/Temple Of The Dog-connectie werd compleet toen in 1998 Soundgarden (tijdelijk) stopte en Cameron op de drumkruk bij Pearl Jam ging zitten.
Ondertussen had Soundgarden eind 1991 het bijzonder goed ontvangen album Badmotorfinger uitgebracht. Toch bleken ze nog beter te kunnen toen ze in 1994 hun magnum opus uitbrachten: Superunknown.
Let Me Drown opent het 15 tracks tellende album album lekker heftig en vervolgt met het prettig hoekigere My Wave. De krachtige zang, soms lekker over de top, gevoegd bij zwiepende en gierende gitaren en ondersteund door een pompende ritmesectie, levert spannende, adrenalineverhogende muziek op. Van de harde nummers mogen het titelnummer Superunknown en het met een funky ritme gezegende Spoonman niet onvermeld blijven
Maar wat het album ook zo goed maakt is de afwisseling. Tussen de doordenderende nummers staan ook, vooral qua tempo, wat minder heftige nummers. Luister bijvoorbeeld naar Mailman en Fell On Black Days of naar de afsluitende tracks Half en Like Suicide. Geweldige muziek en intrigerende teksten die je tot luisteren dwingen. En dan is er natuurlijk nog het prijsnummer waarmee ze een grote hit scoorden: Black Hole Sun. Werkelijk álles klopt aan dit wereldnummer.
We moeten het dus voortaan zonder Chris Cornell doen, maar niet zonder zijn muzikale erfenis. Gelukkig wordt die al een aantal jaar recht gedaan met mooie super deluxe heruitgaven van onder andere Superunknown en Temple Of The Dog.
© 2017 TTZL
In een eerder blog heb ik al eens verteld dat ik mijn collectie aan het catalogiseren ben op Discogs. En dan kom je af en toe platen tegen die je bijna vergeten was. Bijvoorbeeld de gelijknamige mini-LP van M-80 uit 1984.
Ik zal die plaat ergens eind jaren tachtig uit een tweedehandsbak hebben gevist en heb hem in het begin veel gedraaid. Eigenlijk is het een solo-project van American Westcoast gitarist, zanger, drummer en producer Niki Buzz die hiervoor al met de band Vendetta vette jaren tachtig hardrocksongs maakte zoals Bite Your Lip.
Op de mini-LP speelt Don Costa (links op de hoesfoto) basgitaar, maar na deze plaat was de samenwerking al weer snel voorbij. Niet verwonderlijk als je weet dat Costa al eerder vanwege 'buitensporig gedrag' uit de band van Ozzy Osbourne (zelf ook niet van onbesproken gedrag) was gesmeten.
Het album kent zes tracks die in drie categorieën zijn in te delen. Allereerst is de opener Face Cracker. Een lekkere, trage track met vuig gitaarwerk. Daarnaast zijn er twee tracks met wat pop-elementen. Zo kent Hollywood Chills in de arrangementen van de zang (vooral de koortjes) duidelijke jaren-80 pop-invloeden en is de The Supremes-cover van Stop In The Name Of Love een nogal vreemde keuze, die verrassend genoeg helemaal niet zo slecht uitpakt.
Echt leuk wordt het echter als alle remmen los gaan en er rechttoe-rechtaan gebeukt wordt in een lekker hoog tempo. Get Out Of Town is al een prima nummer, maar mijn favorieten zijn Frying Pan (Into The Fire) en Supply And Demand. Stuwende bas en drums, vette gitaarlicks en over-the-top zang maken twee prima nummers.
M-80 is absoluut geen vijfsterrenplaat. Het is eigenlijk een vrij doorsnee jaren tachtig hardrockalbum met een paar uitschieters, maar ook dat is af en toe best lekker om weer eens naar te luisteren.
© 2017 TTZL