In de wereld van de electronische muziek is de naam Tangerine Dream een begrip. Opgericht in 1967 wordt de groep beschouwd als medegrondleggers van muziekstromingen als Krautrock en de Berlijnse School. Opvallend bij Tangerine Dream zijn de vele bezettingswisselingen (alleen Edgar Froese is een constante factor gebleken) en dat de carrière in te delen is in een aantal zeer specifieke periodes.
In The Pink Years (1970-1973) bracht Tangerine Dream enkele langspelers uit met nogal experimentele electronische muziek. De periode daarna, The Virgin Years (1974-1983), was zowel commercieel als artistiek hun topperiode met albums als Phaedra en Rubycon.
Tijdens The Blue Years (1984-1988) werd het commerciële succes gecontinueerd, maar kwamen de eerste voorzichtige tekenen van een artistieke ommezwaai. In deze periode wordt de muziek geleidelijk minder gedurfd. Live Miles is het laatste album van deze periode en ook het laatste album waarop Christopher Franke meespeelt. Hij verlaat na zestien jaar Tangerine Dream. In de daaropvolgende periodes* glijdt de muziek steeds verder af richting new age en muzak.
Live Miles is echter nog een heel behoorlijk album waarop volgens de hoes twee uitsnedes uit concerten te horen zijn: The Albuquerque Concert^ (uit 1986) en The Berlin Concert° (uit 1987).
Het 'Berlin'-gedeelte is erg sterk. Het begint rustig waarna een loom ritme het tempo wat opvoert. Na opnieuw een dromerige sequentie volgt een lang ritmisch fanatiek stuk waarna het weer rustig wordt afgesloten. Het is afkomstig uit een openluchtconcert dat werd gegeven tijdens de festiviteiten ter gelegenheid van 750 jaar Berlijn. Het gehele twee uur durende concert werd live op de radio uitgezonden en is met toestemming van Tangerine Dream ook door fans als CD-R release via het internet uitgebracht.
Het 'Albuquerque'-gedeelte is niet wat het lijkt. Fan-onderzoek heeft uitgewezen dat het niet afkomstig is van het vermelde juni 1986-concert in Albuquerque. Sterker nog, het is waarschijnlijk helemaal niet afkomstig van een concert, maar een studio-opname. De muziek is in het geheel niet te horen geweest tijdens de 1986-tour, maar wel daarna tijdens de 1988-tour. Dat neemt niet weg dat het wel een lekker, typisch 'The Blue Years'-achtig stuk is. Overigens lopen de begrippen 'live', 'studio', 'remix' en 'overdub' wel vaker in elkaar over op Tangerine Dream albums...
Dit alles maakt Live Miles toch een belangrijk album omdat het wat mij betreft de overgang markeert van een serieus te nemen groep naar een groep die 'over the hill' is geraakt.
* The Melrose Years (1988-1990)
The Seattle Years (1991-1995)
The TDI Years (1996-2005)
The Eastgate Years (2005-?)
^ van 00:00-29:58
° van 29:58-57:12
© 2013 TTZL
Officiële website: Tangerine Dream
Fan website: Voices In The Net
Wikipedia EN: Tangerine Dream
Wikipedia NL: Tangerine Dream
Youtube: Live Miles (full album)
In 1971 werd Rick Wakeman toetsenist bij de progressieve rockgroep Yes. Tot in 2009 is hij in vijf periodes af en aan bij Yes betrokken gebleven en een zesde periode kunnen we zeker niet uitsluiten. Tijdens die periodes en daartussen heeft hij ook heel veel solo-albums (>100) gemaakt, waaronder veel filmsoundtracks.
Journey To The Center Of The Earth uit 1974 is zijn tweede solo-album en vertelt het bekende Jules Verne verhaal over professor Otto Lidenbrock die met zijn neef Axel en gids Hans op zoek gaat naar de vulkanische tunnels die naar het middelpunt van de aarde moeten leiden.
Studio-opnamen maken van het muziekstuk zou erg veel gaan kosten, onder andere vanwege het feit dat er een groot orkest, koor en verteller voor nodig waren. Rick Wakeman kreeg van zijn platenmaatschappij A&M echter slechts £ 4.000 om het album te maken. Omdat het goedkoper zou zijn om het stuk live uit voeren werd besloten om twee voorstellingen te geven op 18 januari 1974 in de Royal Festival Hall in Londen. Om het te kunnen bekostigen moest hij zijn huis verhypothekeren en verkocht hij bijna al zijn bezittingen.
Rick Wakeman wilde beide concerten opnemen en de beste stukken van de twee concerten gebruiken voor de LP. Het London Symphony Orchestra wilde echter dubbel betaald krijgen als beide concerten werden opgenomen en daarom werd besloten alleen het tweede concert op te nemen. Tijdens het mixen bleken er veel (technische) problemen te zijn (uitgevallen microfoons, slecht spel van het orkest, een brom op sommige gedeeltes, etc.) die moesten worden gecorrigeerd of gecamoufleerd.
Het uiteindelijke product beviel de Engelse afdeling van de platenmaatschappij niet en ze wilden het niet uitbrengen. Het was uiteindelijk aan de Amerikaanse tak van A&M te danken dat het album toch werd uitgebracht. En met succes! Het reikte tot nummer 3 in de VS en tot nummer 1 in de UK. Ook het merendeel van de critici was enthousiast.
Zelf kan ik moeilijk objectief oordelen over het album. Mijn oudere broer had er kennis mee gemaakt in de muziekles op school en had het album gekocht. Van dat ik ongeveer 10 jaar was heb ik het album ontelbare malen gehoord en heeft het zich permanent in mijn geheugen genesteld. Ja, het is bombastisch en pretentieus en 'over the top', maar is ik kan niet anders dan het geweldig vinden.
Blijkbaar sta ik daarin niet alleen, want na het terugvinden en restaureren van de originele bladmuziek heeft Rick Wakeman een nieuwe, completere Journey To The Center Of The Earth [2012 version] opgenomen en uitgebracht. Ter gelegenheid hiervan heeft het Britse blad Classic Rock zelfs een fanpack edition uitgebracht waarbij de CD vergezeld wordt door een magazine over het album en een tourprogramma replica.
© 2013 TTZL
Officiële website: Rick Wakeman
Wikipedia EN: Rick Wakeman
Wikipedia NL: Rick Wakeman
Youtube: Journey To The Center Of The Earth (full album)
Youtube: Journey To The Center Of The Earth [2012 version] (full album)
In de beginjaren van de compact disc waren die zilveren schijfjes bijna onbetaalbaar en dus ging ik eind jaren tachtig regelmatig naar de audio-afdeling van de bibliotheek om CD's te lenen (en ze dan op te nemen op cassettes natuurlijk). Omdat het aanbod in de bieb ook niet heel groot was nam ik ook vaak dingen mee die ik niet kende om in ieder geval iets te lenen. Zo ook het album Bashin' van ene Jimmy Smith.
Toen ik de CD ging afspelen had ik geen idee wat ik kon verwachten. Aan de platenmaatschappij (Verve) kon ik afleiden dat het jazz moest zijn en door het jaartal (1962) vermoedde ik dat het wel eens ouderwetse, oubollige jazz zou kunnen zijn en dat het geluid wellicht niet te best zou zijn door een matige opnamekwaliteit...
Tsjonge, wat kan een mens zich vergissen!
Het eerste nummer Walk On The Wild Side wordt gespeeld door Hammond-organist Jimmy Smith samen met Oliver Nelson's Big Band (zoals alle vier de nummers op kant A van de originele LP). Dit is natuurlijk niet het bekende nummer van Lou Reed (dat werd pas tien jaar later uitgebracht), maar de titelsong van een film uit 1962. Het nummer zet je de eerste tien seconden op het verkeerde been door de gebruikte belletjes (het lijkt wel Kerstmis!). Dan valt de Big Band in en begint een swing-achtig geheel met veel blazers. Van Jimmy Smith's Hammond-orgel is dan nog geen spoor te bekennen. Dat verandert na twee en een halve minuut. Jimmy Smith valt in en neemt het nummer over met een heerlijke Hammond-solo.
Na dit uptempo geweld gaan we gedurende twee nummers een versnelling lager (o.a. Ol' Man River) om vervolgens kant A weer lekker uptempo te eindigen.
Op kant B is de Big Band naar huis en speelt Jimmy Smith drie nummers met zijn trio (Quentin Warren op gitaar en Donald Bailey op drums). De nummers op kant B zijn anders van karakter dan die van kant A. Dit komt enerzijds door de triobezetting in plaats van de Big Band en anderzijds zijn deze drie nummer rustiger en sfeervoller. Het titelnummer Bashin' is hiervan een goed voorbeeld. Naast de virtuoze solo's van Jimmy Smith kennen deze nummers ook fraai gitaar- en drumwerk.
En dan nog iets over de geluidskwaliteit: die is werkelijk fantastisch! Ik kon me in 1987 niet voorstellen dat een opname uit 1962 zo helder en krachtig kon klinken (inmiddels weten we wel beter sinds alle mooie remasters van de laatste jaren). Later leerde ik de naam van opnametechnicus Rudy van Gelder kennen, een fenomeen in de jazzwereld. En inderdaad, hij heeft ook aan de knoppen gezeten bij dit album.
Als je niet vies bent van jazz en ook het geluid van een Hammond-orgel kunt waarderen dan zal Bashin' van Jimmy Smith vast in de smaak vallen.
© 2013 TTZL
Officiële website: Jimmy Smith (Verve)
Fan website: Jimmy Smith
Wikipedia EN: Jimmy Smith
Wikipedia NL: Jimmy Smith
Youtube: Walk On The Wild Side
Youtube: Ol' Man River
Youtube: Bashin'

Op vrijdag 26 juli jl. overleed J.J. Cale op 74-jarige leeftijd. Bij het grote publiek misschien geen al te bekende naam, maar de meeste mensen zullen een aantal van zijn nummer onbewust kennen als covers door andere artiesten. De covers door Eric Clapton zullen ongetwijfeld de bekendste zijn.
Voordat J.J. Cale in 1972 zijn eerste solo-album zou maken ("Naturally") nam hij midden jaren zestig drie singles op. Eén van die A-kantjes was After Midnight dat later in een gewijzigde en heropgenomen versie op Naturally terecht zou komen. Eric Clapton had J.J. Cale echter al voor die tijd leren kennen (ze speelden beiden bij Delaney & Bonnie and Friends) en nam zijn versie van het nummer al in 1970 op voor zijn eerste solo-album Eric Clapton.
Het bekendste nummer is echter Cocaine. J.J. Cale nam het op voor zijn beste album Troubadour uit 1976 en Eric Clapton coverde het op zijn fameuze album Slowhand uit 1977.
J.J. Cale is één van de grondleggers van de Tulsa Sound, 'laid back' muziek welke een mengeling is van blues, jazz, rockabilly, country en rock 'n' roll. J.J. Cale had een hele eigen kenmerkende stijl en week daar niet van af. Er wordt dan ook wel eens gezegd dat hij eigenlijk steeds hetzelfde album uitbracht. Bij andere artiesten zou die opmerking een negatieve lading hebben, maar niet bij J.J. Cale. Het past hem allemaal zo perfect dat je niet zou willen dat hij iets anders deed. Hij had een typische laid back zangstijl (inzetten net ná de tel) en was een begenadigd gitarist (Neil Young zei eens dat van alle musici die hij gehoord had, Jimi Hendrix en J.J. Cale de beste electrische gitaristen waren).
Troubadour staat vol met heerlijke uptempo nummers als Travelin' Light, I'm A Gypsy Man en Let Me Do It To You welke worden afgewisseld met lekkere trage nummers als Hey Baby, Hold On en Super Blue. Als je maar één J.J. Cale album wilt bezitten dan zou Troubadour je keuze moeten zijn.
Nu vraag je je misschien nog af waar "J.J." voor staat aangezien zijn volledige naam John Weldon Cale is. Het staat in ieder geval niet voor "Jean-Jacques" wat wel eens op internet wordt beweerd. Midden jaren zestig was er een andere artiest onder de naam John Cale (van The Velvet Undergound) en om geen verwarring te krijgen stelde een Californische nachtclubeigenaar daarom het pseudoniem J.J. Cale voor. En zo geschiedde.
© 2013 TTZL
Officiële website: J.J. Cale
Wikipedia EN: J.J. Cale
Wikipedia NL: J.J. Cale
Youtube: Cocaine
Youtube: Travelin' Light
Youtube: I'm A Gypsy Man
Youtube: Let Me Do It To You
Youtube: Hey Baby
Youtube: Hold On
Youtube: Super Blue
Youtube: After Midnight (1966) (single)
Youtube: After Midnight (van "Naturally" uit 1972)
Youtube: After Midnight (Eric Clapton van "Eric Clapton" uit 1970)
Youtube: Cocaine (Eric Clapton van "Slowhand" uit 1977)

Lemmy (geboren als Ian Fraser Kilmister op 24 December 1945) is wat je noemt een echte 'cult hero'. Na ruim tien jaar in diverse bands (ritme)gitaar te hebben gespeeld sloot hij zich in 1972 als basgitarist en zanger aan bij Hawkwind. Dat hij daarvoor nog nooit basgitaar had gespeeld leidde er toe dat hij een geheel eigen stijl ontwikkelde gebaseerd op zijn ervaring als (ritme)gitarist. Alhoewel hij uiteindelijk maar drie jaar bij Hawkwind zou blijven heeft hij wel zijn stempel op de groep gedrukt. Het duidelijkst is dit te horen op het concept/live-album Space Ritual en op de Hawkwind's grootste hit Silver Machine die door Lemmy wordt gezongen.
Nadat Lemmy tijdens een Hawkwind-tour in 1975 aan de Amerikaans-Canadese grens wordt gearresteerd wegens drugsbezit, wordt hij uit de groep gegooid. Lemmy begint daarop een eigen groep die uit uiteindelijk Motörhead gaat heten, naar het laatste nummer dat hij voor Hawkwind heeft geschreven.
Samen met Larry Wallis (gitaar) en Lucas Fox (drums) neemt hij een album voor United Artists, maar deze maatschappij besluit het album niet uit te brengen (nadat Motörhead succesvol werd deden ze dit natuurlijk alsnog als On Parole).
Snel hierna worden de bandleden door Lemmy vervangen door Phil "Philthy Animal" Taylor (drums) en "Fast" Eddie Clarke (gitaar). Dit zou later bekend worden als dé klassieke line-up van Motörhead.
In het begin ging het ze niet bepaald voor de wind. Sterker nog, het ging zo slecht dat men besloot in april 1977 een 'farewell concert' te doen in de Marquee Club in Londen en Lemmy vroeg aan een bekende bij Chiswick Records of deze het concert voor ze kon opnemen. Hij kon dit niet regelen, maar ze mochten wel een single opnemen. In plaats van een single namen ze in de toegestane studiotijd elf basistracks op. Daarop kregen nog wat extra studiotijd en voltooiden ze dertien tracks die later het debuutalbum Motörhead (1977) en de EP Beer Drinkers and Hell Raisers (1980) zouden vormen.
Om de verandering in muzikale richting te horen is het aardig om Hawkwind's versie van Motörhead te vergelijken met de versie van Motörhead op het debuutalbum.
Ook het debuutalbum was niet bepaald een commercieel succes en de band zou uit elkaar zijn gevallen als ze niet een single hadden mogen opnemen voor Bronze Records. Deze single was een cover van Richard Berry's Louie Louie uit 1955 (vooral bekend geworden in de versie van The Kingsmen) en werd een bescheiden succes. Op basis hiervan mochten ze een album opnemen en dit werd Overkill. Dit album zorgde voor de doorbraak van Motörhead naar het grote publiek. Zowel het album als de gelijknamige single bereikten de hitlijsten in de UK.
Het album toont de ruwe, rauwe, met punk-invloeden doorspekte heavy metal, die zo kenmerkend zou worden voor Motörhead, in al haar glorie (Lemmy heeft het trouwens nooit over Hard Rock of Heavy Metal, volgens hem spelen ze gewoon Rock 'N' Roll). De single Overkill is een echte klassieker geworden vanwege het geweldige drum-intro, de daarna invallende bas, gitaar en rauwe stem van Lemmy. Op 3'17 en 4'13 lijkt het nummer te eindigen om daarna iedere keer weer verder te gaan met een reprise van dat geweldige drum-intro.
Dit vijfsterrenalbum staat vol met klassiekers uit het Motörhead-repertoire. Stay Clean met zijn mooie gitaarsolo, het door Lemmy geschreeuwde I'll Be Your Sister en het mooi slepende Capricorn. En dan hebben we alleen nog maar kant A van de LP gehad!
Op kant B gaat het feest gewoon door. No Class kent een lekkere gitaarriff en heeft lekkere breaks, Metropolis is weer zo'n lekker, traag slepend nummer en het album wordt afgesloten met één van de meest smerige, ranzige gitaarpartijen ooit opgenomen in Limb From Limb.
Overkill zou de eerste van een drietal geweldige studio-albums blijken te zijn. De andere zijn Bomber, ook uit 1979 en Ace Of Spades uit 1980. Deze periode werd afgesloten met het live-album No Sleep 'Til Hammersmith uit 1981. Met deze vier albums heb je beste, ruwste, rauwste, hardste dat Rock 'N' Roll (of Hard Rock of Heavy Metal) heeft te bieden in huis.
© 2013 TTZL
Officiële website: Motörhead
Wikipedia EN: Motörhead
Wikipedia NL: Motörhead
Youtube: Overkill
Youtube: Stay Clean
Youtube: I'll Be Your Sister
Youtube: Capricorn
Youtube: No Class
Youtube: Metropolis
Youtube: Limb From Limb
Youtube: Silver Machine (Hawkwind)
Youtube: Motörhead (Hawkwind)
Youtube: Motörhead
Youtube: Louie Louie (Richard Berry)
Youtube: Louie Louie (The Kingsmen)
Youtube: Louie Louie
Eind 1981 staat er zeven weken lang een single in de Top 40 waarvan het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk is dat deze überhaupt in de Top 40 terecht is gekomen. Ik heb het over O Superman (For Massenet) van Laurie Anderson. De single reikte in Nederland tot de negende plaats (in de UK werd het zelfs een nummer twee notering).
Deze experimentele multimediakunstenares had in de jaren daarvoor opgetreden met haar lange voorstelling (acht uur!) United States welke verdeeld over twee avonden werd opgevoerd. De single O Superman en de andere nummers van het op de single volgende album Big Science kwamen allemaal uit die voorstelling. Naar aanleiding van het verschijnen van de heruitgave van het album met bonusmateriaal in 2007 is er een microsite verschenen die een bezoek waard is.
O Superman (For Massenet) is muzikaal gezien kaal en minimaal. Dit geldt echter lang niet voor alle nummers op het album. De opener From The Air kent bijvoorbeeld een stevig ritme en een uitgebreidere instrumentatie. Hetzelfde is wel de gesproken voordracht en de vervreemdende teksten (in dit nummer spreekt de piloot van een neerstortend vliegtuig zijn passagiers op een aparte manier toe).
Onder andere Big Science, Sweaters en Let X=X zijn stuk voor stuk intrigerende kunstwerkjes. Born, Never Asked is wat mij betreft echter het mooiste dat het album te bieden heeft. Een bijna geheel instrumentaal nummer met een hypnotiserende werking.
Big Science is geen gemakkelijke kost en ik kan me goed voorstellen dat het lang niet iedereen aanspreekt. Bij mij heeft het album echter sinds 1981 al menige draaibeurt ondergaan.
© 2013 TTZL
Officiële website: Laurie Anderson
Wikipedia EN: Laurie Anderson
Wikipedia NL: Laurie Anderson
Youtube: O Superman (For Massenet)
Youtube: From The Air
Youtube: Big Science
Youtube: Sweaters
Youtube: Let X=X
Youtube: Born, Never Asked
Black Sabbath wordt alom gezien als één van de oervaders van de hardrock. In de line-up met Ozzy Osbourne, Tony Iommi, Geezer Butler & Bill Ward werden tussen 1970 en 1978 een aantal klassieke platen gemaakt. Toen verliet Ozzy de band en was er bij ieder album wel weer een bezettingswisseling te noteren.
Dat er ooit nog een reünie zou komen van de oprichters lag niet in de lijn der verwachtingen. Toen 10 juni jl. het album 13 uitkwam waren er immers achttien jaar verstreken sinds het vorige studio-album en vijfendertig jaar sinds het laatste album in de klassieke line-up. Op 13 is alleen Bill Ward niet van de partij wegens contractuele problemen. De drumpartijen werden ingespeeld door Brad Wilk, bekend van Rage Against the Machine en Audioslave.
Bij de start van de schrijfsessies voor dit album zette producer Rick Rubin de allereerste plaat van Black Sabbath op ('Black Sabbath' uit februari 1970) en vroeg Ozzy, Tony en Geezer zich voor te stellen dat deze plaat net af was en te bedenken hoe ze nu verder zouden gaan. Dit heeft geresulteerd in een onverwachte goed en krachtig album in de klassieke Black Sabbath stijl.
Het album opent met End Of The Beginning en al na tien seconden waan je je in 1970. Als na een minuutje dan ook nog een verrassend goed bij stem zijnde Ozzy Osbourne invalt is de verwondering compleet. Zijn dit echt opnamen uit 2013 of zijn dit heel goed klinkende 'lost tapes' uit 1970?
Direct daarna volgt God Is Dead? Dat is ook een geweldige song met een pakkende gitaarriff, een lekkere baslijn en een prachtige tekst (de teksten van het hele album zijn trouwens sterk; betekenisvol met weinig herhalingen).
Ik zou alle acht nummers van het album apart kunnen behandelen, want er zit geen zwak nummer tussen. Dat zal ik niet doen, maar ik wil een paar tracks toch niet onvermeld laten vanwege de links naar vroeger.
Zeitgeist is een psychedelische ballad welke doet denken aan Planet Caravan van het album 'Paranoid' uit september 1970. En herinneringen aan het debuutalbum 'Black Sabbath' komen boven het horen van de mondharmonica in Damaged Soul (zoals in The Wizard) en bij het einde van Dear Father. Dat is gewoonweg een briljantje vondst. We horen daar het geluid van een flinke regenbui en een kerkklok in de verte. Inderdaad, met precies hetzelfde geluid begon het allereerste nummer op het allereerste album (Black Sabbath) en daarmee is de cirkel rond.
Er is geen ruimte meer voor twijfel. Ozzy, Tony en Geezer hebben hun ziel aan de duivel verkocht in ruil voor het kunnen maken van dit beest van een album!
© 2013 TTZL
Officiële website: Black Sabbath
Wikipedia EN: Black Sabbath
Wikipedia NL: Black Sabbath
Youtube: End Of The Beginning
Youtube: God Is Dead? (videoclip)
Youtube: Zeitgeist
Youtube: Damaged Soul
Youtube: Dear Father
Youtube: Black Sabbath (op 'Black Sabbath' uit februari 1970)
Youtube: The Wizard (op 'Black Sabbath' uit februari 1970)
Youtube: Planet Caravan (op 'Paranoid' uit september 1970)
In het jaar 2000 kwam de oplossing van het raadsel: wat krijg je als je zanger/toetsenist Neal Morse (toen bij Spock's Beard), gitarist Roine Stolt (The Flower Kings), bassist Pete Trewavas (Marillion) en drummer Mike Portnoy (toen bij Dream Theater) bij elkaar zet? Het antwoord: Transatlantic, een prog-rock supergroep.
Nu was het fenomeen 'supergroep' natuurlijk niet nieuw. Al veel eerder waren er supergroepen geformeerd van succesvolle solo-artiesten en/of leden van groepen. Denk bijvoorbeeld aan: Cream, Blind Faith, Emerson, Lake & Palmer, Asia of Mike + The Mechanics. Of van recenter datum: Velvet Revolver, Living Loud, Heaven and Hell, Chickenfoot,
Them Crooked Cultures of SuperHeavy.
Maar waar lang niet iedere supergroep de verwachtingen waarmaakt, leverde Transatlantic een echte prog-rock klassieker af met SMPT:e.
(Wat is SMPTe behalve een creatieve afkorting van de namen? Kijk hier of hier.)
Het album opent met het 31 minuten durende All Of The Above. Het een suite in zes delen en het eerste deel gaat voortvarend van start. Het is uptempo prog-rock 'avant la lettre' en laat direct horen waartoe de heren in staat zijn. Het eerste en tweede deel gaan vrij naadloos in elkaar over, maar als na een minuut of dertien het derde deel start zakken het tempo en volume gigantisch en wordt ons de kans gegeven om even op adem te komen. Om te zorgen dat we niet wegdommelen wordt vanaf minuut achttien gedurende twee minuten het volume en tempo weer even fiks opgeschroefd in het vierde deel. In het vijfde gedeelte is er dan weer tijd voor reflectie en met een 'reprise' van het eerste deel wordt de suite dan weer afgesloten.
Transatlantic mag dan voldoen aan alle kwalificaties van een supergroep, ze klinken eerder als een groep muzikanten die al jaren met elkaar spelen dan als een aantal muzikanten tijdens een gezellige jamsessie. All Of The Above is een prog-rock klassieker geworden met de impact van Procol Harum's In Held 'Twas In I dat algemeen gezien wordt als de start van de lange epische rock suites. Niet verrassend dus dat de Transatlantic versie van In Held ('Twas) In I het album afsluit.
Transatlantic doet geen enkele moeite om hun invloeden te verbergen (Yes, Genesis, Pink Floyd, Procol Harum). Zowel live als op de bonus-CD's van de limited edition versies van hun albums worden covers van deze bands gespeeld. De grootste invloed is evenwel afkomstig van de The Beatles. Het duidelijkst hoorbaar is dat in My New World. Beatleske melodieën en teksten zijn duidelijk te herkennen.
Er staan ook twee kortere nummers (ca. zes minuten) op het album. Mystery Train is een lekkere uptempo rocker met een prominente rol voor de bas van Pete Trewavas en mooie vocale harmonieën. We All Need Some Light is de enige ballad op het album en, zoals de titel al doet vermoeden, klinken hierin omfloerste verwijzingen naar het christelijke gedachtengoed van Neal Morse.
In 2002 zou Morse een 'born again christian' worden en Spock's Beard verlaten. Hij heeft zich enige tijd alleen met muziek bezig gehouden waarin hij het 'christen zijn' kon uitdragen. Later is hij ook weer seculiere muziek gaan maken en werd het een uitdaging voor de andere drie Transatlantic-leden om de teksten voor zowel Morse als voor de seculiere fans verteerbaar te houden.
Transatlantic heeft na SMPT:e nog twee studio albums gemaakt (en aan een vierde wordt inmiddels gewerkt) en vier live CD/DVD albums uitgebracht.
© 2013 TTZL
Officiële website: Transatlantic
Wikipedia EN: Transatlantic
Wikipedia NL: Transatlantic
Youtube: All Of The Above
Youtube: In Held ('Twas) In I
Youtube: My New World
Youtube: Mystery Train
Youtube: We All Need Some Light
Youtube: In Held 'Twas In I (Procol Harum)
Het Britse duo Orbital bestaat uit de broers Paul en Phil Hartnoll. Sinds 1989 maken ze een avontuurlijke instrumentale mix met techno-, house- en ambient-invloeden. Dit wordt af en toe gelardeerd met vocale samples en achtergrondzang. Bij vergelijkbare artiesten kun je denken aan acts als The Orb, Underworld, Aphex Twin, Autechre en Chemical Brothers maar ook Moby, Front 242 en natuurlijk de 'godfathers' van Kraftwerk.
In 1996 genoot Orbital al een redelijke bekendheid door clubhits als Chime, Halcyon en Are We Here (featuring Alison Goldfrapp) toen de single The Box (single) werd uitgebracht, ondersteund door een opvallende videoclip.
Op het album In Sides is The Box (album) al uitgebreid tot een twaalf minuten durend nummer waarbij Part I het rustige deel is met klankkleuren die doen denken aan klavecimbel en klokkenspel. In Part II komen bas en drums er nadrukkelijk bij en gaat het tempo omhoog. Rondzingende rauwe synthesizer uithalen kleuren het laatste deel van Part II.
De CD-single geeft ons gedurende 28 minuten een The Box (CD single) van epische proporties. Bijzonder is dat er een 'vocal reprise' op de CD-single staat waarmee het één van de weinige Orbital tracks is met échte vocalen. Dit plaatje is een echte 'desert island disc' (gelukkig werd de CD-single bij sommige versies van In Sides meegeleverd).
The Girl With The Sun In Her Head opent het album In Sides rustig met een geluid dat doet denken aan het geluid van een draaiende windmolen. Dit geluid vervormt langzaam tot de onderliggende beat van het nummer. Als de toetsen de melodie van het nummer inzetten gaat het tempo omhoog en na enige breaks komt het nummer na een minuut of tien weer langzaam tot stilstand. De politiek en milieubewuste broers Hartnoll hebben als statement bij de opname van dit nummer alleen gebruik gemaakt van elektriciteit die is opgewekt door CYRUS, de zonnegenerator van Greenpeace.
P.E.T.R.O.L. en het tweede deel van Dŵr Budr (Welsh voor 'vies water') zijn allebei uptempo waarbij het eerste nummer wat agressiever van toon is dan het tweede. Adnan's is het nummer met de meeste ambient invloeden op het album.
Het album sluit af met Out There Somewhere Part I en Part II. Wederom een lang uitgesponnen nummer (27 minuten) waarvan de beide delen verschillend zijn en tóch een geheel vormen.
In Sides en The Box zijn muzikale ontdekkingsreizen waarin zoveel tegelijk gebeurt dat je bij iedere beluistering weer nieuwe dingen ontdekt (koptelefoon aanbevolen!).
© 2013 TTZL
Officiële website: Orbital
Wikipedia EN: Orbital
Wikipedia NL: Orbital
Youtube: Chime
Youtube: Halcyon
Youtube: The Box (single)
Youtube: The Box (album versie)
Youtube: The Box (CD single)
Youtube: The Girl With The Sun In Her Head
Youtube: P.E.T.R.O.L.
Youtube: Dŵr Budr
Youtube: Adnan's
Youtube: Out There Somewhere Part I
Youtube: Out There Somewhere Part II
John Watts was één van oprichters van de Engelse band Fischer-Z die van 1979-1981 met name in Nederland, België, Duitsland en Portugal successen kende. Het leek dan ook een vreemde zet toen John Watts na het succesvolle derde album Fischer-Z ten grave droeg.
De reden bleek dat hij zich te veel beperkt voelde binnen een groepsverband. Een solo-carrière lag daarom voor de hand.
N.B. Na twee albums richtte hij echter weer kortstondig een groep op (The Cry) om daarna onder groepsnaam Fischer-Z weer 'solo' verder te gaan met wisselende muzikanten.
In 1982 bracht hij zijn eerste solo-album uit: One More Twist. Het is een album dat nogal in het verlengde ligt van zijn werk met Fischer-Z, al zijn de arrangementen wel anders dan op het voorafgaande Fischer-Z album. Ze zijn ruwer, rauwer en spaarzamer georkestreerd.
Het album opent met de single One Voice. Het werd geen groot succes (in Nederland kwam hij niet verder dan de Tipparade) ondanks dat het een lekker luid nummer is dat opent met een sterke gitaar-riff en beschikt over een meezingbaar refrein.
Direct daarna volgt Lagonda Lifestyle waarin het tempo en volume worden teruggeschroefd. Het is een sterk nummer dat bij momenten verrast. That's Enough For Me had dan weer zo op een Fischer-Z album kunnen staan. Elementen uit art rock, punk en meerstemmige vocalen zorgen voor een lekkere uptempo rocker. In I Know It Know neemt hij dan weer gas terug en voegt lichte reggae-accenten toe.
Het mooiste nummer van het album is Speaking A Different Language. Het begint heel rustig met John Watts die over een eenzame gitaar zijn eerste zinnen declameert. Vervolgens komen langzaam bas, drums en de andere instrumenten erbij. De tekst is nogal associatief en raakt aan onderwerpen als vervreemding, afwijzing en aanpassing.
Niet iedereen spreekt de hoekige, springerige muziek en aparte stem aan. Maar voor wie de muziek van Fischer-Z kan waarderen is dit solo-album van John Watts een veilige keuze.
© 2013 TTZL
Officiële website: John Watts/Fischer-Z
Wikipedia EN: John Watts
Wikipedia NL: Fischer-Z
Youtube: One Voice
Youtube: Lagonda Lifestyle
Youtube: That's Enough For Me
Youtube: I Know It Know
Youtube: Speaking A Different Language