Het is te danken aan de muziekdocent op de middelbare school van mijn broer dat ik in 1975 of 1976 voor het eerst in aanraking kwam met de muziek van Klaus Schulze. Ik zal een jaar of tien geweest zijn toen mijn broer het album Timewind kocht omdat hij het gehoord had in de muziekles. En ik vond het natuurlijk meteen GEWELDIG..... Nou, nee. Ik vond dat er in de twee nummers van ieder ongeveer een half uur maar bitter weinig gebeurde, wat natuurlijk niet gek is voor een tienjarige wiens referentiekader tot dan toe voornamelijk TOPPOP was. En toch intrigeerde het album, want ik draaide het toch regelmatig en gaf mezelf zo de kans er aan te wennen.
In de jaren zestig en begin jaren zeventig speelde Klaus Schulze bas, gitaar en/of drums in een aantal groepen waarvan de bekendste Tangerine Dream en Ash Ra Tempel zijn. In 1971 besloot hij zich op een solo-carrière te richten in de elektronische muziek en in 1972 bracht hij zijn eerste solo-album uit, Irrlicht. Het was de tijd waarin de elektronische muziek nog in de kinderschoenen stond. Op zijn eerste twee albums werkte hij nog met 'gewone' elektronische orgels waarvan hij het geluid bewerkte. Pas vanaf zijn derde album deden echte synthesizers hun intrede (synthesizers waren pas een paar jaar verkrijgbaar, met name door de uitvinder Robert Moog).
Klaus Schulze's vijfde album Timewind is ook nog met redelijk primitieve middelen opgenomen. Het is het laatste album uit zijn 'thuisstudio' (een mooie term voor een geluiddicht gemaakte oude kapperszaak in Berlijn). Door de beperkte opnamemogelijkheden is dit album nog 'live' opgenomen op twee sporen. Alle effecten moesten vooraf worden geprepareerd en klaargezet om tijdens de opname er live te worden ingemixt (als je de opnamen nu terughoort kun je je dat bijna niet voorstellen). Als het fout ging of als hij niet tevreden was dan moest de hele opname integraal over. Hierdoor bestaan er van die vroege stukken ook vaak meerdere versies.
Kant A van het album heet Bayreuth Return en ontwikkelt zich zeer langzaam gedurende het halve uur dat de track duurt. In de eerste acht minuten rollen golven geluid rustig over elkaar heen tot aan een rustige climax in minuut negen. Daarna wisselen rustiger passages af met intensere delen tot aan de echte climax in minuut dertig. Vooral op de koptelefoon valt op hoe fout ik zat op tienjarige leeftijd. Er gebeurt namelijk ontzettend veel en dat kun je horen als je jezelf daarvoor de gelegenheid geeft.
Op kant B staat de track Wahnfried 1883 (beide titels zijn een verwijzing naar Klaus Schulze's grote held, Richard Wagner). Deze track is iets lyrischer en bombastischer van toon. Er zijn minder ritmische elementen aanwezig, maar qua sfeer absoluut passend bij kant A.
Timewind neemt in het omvangrijke oeuvre* van Klaus Schulze een aparte plek in om een aantal redenen. Zo kreeg hij er in Frankrijk de Grand Prix du Disque van de L'Académie Charles Cros voor. De aandacht die dit genereerde sorteerde in hogere verkoopcijfers en daardoor kon hij zich betere apparatuur en een echte opnamestudio veroorloven. Daarnaast was Timewind in de Verenigde Staten lange tijd het enige verkrijgbare album van Klaus Schulze. Daardoor kreeg het album daar een soort mythische status.
De afgelopen jaren zijn veel albums van Klaus Schulze heruitgegeven met bonustracks. Ook van Timewind verscheen zo'n editie met drie bonustracks op een tweede CD: Echoes Of Time [bonus track], Solar Wind [bonus track] en Windy Times [bonus track]. De eerste twee zijn andere takes van de track Bayreuth Return uit de opnamesessies voor Timewind. De derde track is een nummer uit 2000, gemaakt als een soort Timewind-remake.
* ca. 150 solo-albums, albums in box-sets en samenwerkingen met andere artiesten
© 2013 TTZL
Officiële website: Klaus Schulze
Wikipedia EN: Klaus Schulze
Wikipedia NL: Klaus Schulze
Youtube: Bayreuth Return
Youtube: Wahnfried 1883
Youtube: Echoes Of Time [bonus track]
Youtube: Solar Wind [bonus track]
Youtube: Windy Times [bonus track]
De Amerikaanse componist Steve Reich behoort sinds het midden van de jaren zestig met Philip Glass en Terry Riley tot de grondleggers van de minimal music.
In 1987 (Electric Counterpoint) en 1988 (Different Trains) schreef hij twee werken die in 1989 werden uitgebracht in een vertolking door het Kronos Quartet (DT) en gitarist Pat Metheny (EC).
Different Trains is een compositie voor strijkkwartet en op band opgenomen stemmen en treingeluiden. Het concept voor dit stuk komt uit Steve Reich's kindertijd. Zijn ouders waren gescheiden en zijn moeder woonde daarna in Los Angeles terwijl zijn vader in New York woonde. Daarom reisde hij met zijn gouvernante regelmatig per trein dwars door Amerika.
Die periode laat hij weerklinken in het eerste deel, America - Before The War. Later realiseerde hij zich dat als hij als jood in Europa had gewoond in die tijd, dat hij dan in heel andere treinen had gezeten. Dit verklankt hij in Europe - During The War waarna After The War het geheel afsluit. Geen eenvoudig te verteren stuk, maar zeer indrukwekkend en de moeite waard.
In Electric Counterpoint speelt Pat Metheny elf sologitaarpartijen en twee basgitaarpartijen. Het geheel zorgt voor een mooi vol geluid terwijl de afzonderlijke gitaren toch van elkaar te onderscheiden blijven. Door de opbouw van de drie delen (1. Fast, 2. Slow, 3. Fast) en de mooi over elkaar heen tuimelende partijen heb je op een gegeven moment niet meer het idee dat je alleen maar gitaren hoort. Mooi stuk, maar het mist natuurlijk wel de emotionele impact die Different Trains heeft door het verhaal dat daarin vertelt wordt.
Different Trains/Electric Counterpoint is een absolute aanrader uit het oeuvre van Steve Reich.
© 2013 TTZL
Officiële website: Steve Reich
Wikipedia EN: Steve Reich
Wikipedia NL: Steve Reich
Youtube: Different Trains: America - Before The War (Kronos Quartet)
Youtube: Different Trains: Europe - During The War (Kronos Quartet)
Youtube: Different Trains: After The War (Kronos Quartet)
Youtube: Electric Counterpoint: 2. Slow (Pat Metheny)
Youtube: Electric Counterpoint: 3. Fast (Pat Metheny)
In de vroege jaren zeventig werden The Tubes bekend in de omgeving van San Francisco door hun buitenissige shows. De teksten stonden vanaf het begin vol met satire op de media, politiek en consumentisme.
Dit leidde tot een contract bij A&M Records en hun debuutalbum The Tubes uit 1975 leverde direct de klassieker White Punks On Dope op. Het album werd goed ontvangen en kreeg aardig wat aandacht van publiek en pers.
Na twee verdere studioalbums en een dubbel live-album die de commerciële belofte van het debuutalbum niet konden waarmaken namen The Tubes Todd Rundgren in de arm als producer van het album Remote Control. Het zou artistiek een gouden greep blijken te zijn, want dit album wordt algemeen als hun beste beschouwd (al werd dat in 1979 niet direct zo ingeschat). Commercieel bracht het echter ook niet het gehoopte succes en de band werd vervolgens gedumpt door hun platenmaatschappij A&M Records.
Remote Control is een conceptalbum over televisieverslaving met de inmiddels bekende satirische teksten en een palet van muzikale stijlen: rock, pop, new-wave, punk, reggae en zelfs een ballad.
De opener Turn Me On is een sterk power-pop nummer met new-wave-achtige synthesizerpartijen. In de tekst wordt de afhankelijkheid van de hoofdpersoon van zijn TV duidelijk. Dit thema wordt verder uitgediept in het daaropvolgende nummer TV Is King waarin met name de droomwereld die de TV creërt centraal staat. Zanger Fee Waybill wordt hier ondersteunt door zeer effectieve koortjes.
De verleidelijkheid van de TV is het onderwerp van Prime Time. Dit nummer is
een prachtig duet tussen Fee Waybill en Re Styles en had zomaar een single hit kunnen zijn!
Kant 2 van de originele LP opent met Getoverture/No Mercy. Het eerste deel is een instrumentaal nummer dat rustig en gedragen begint, maar halverwege verandert in een furieuze, gejaagde explosie van geluid. Het tweede deel verhaalt over de boze buitenwereld die geen mededogen kent voor de ik-figuur waardoor hij zich weer terugtrekt in zijn eigen veilige wereldje (met zijn TV, natuurlijk). Het nummer kent een stuwend en stampend voortdenderent ritme en een heerlijke saxofoonsolo.
De ballad waar ik het eerder over had is Love's A Mystery (I Don't Understand). Het is zo'n nummer waar The Tubes er wel meer van gemaakt heeft. Een soort mengvorm van een pastiche en een parodie waarbij het uiteindelijke resultaat het geparodieerde ruimschoots verslaat. Luister ook maar eens naar het hilarische Don't Touch Me There van het tweede album Young & Rich dat wel heel erg doet denken aan de duetten zoals Phil Spector die fabriceerde met zijn Wall Of Sound stijl.
De afsluiter van het album is Telecide ('television suicide') waarin het de hoofdpersoon allemaal teveel wordt. Het nummer is muzikaal een soort samenvatting van het hele album omdat zo'n beetje alle gebruikte stijlen er in samenkomen. Aan het eind komen zelfs flarden van andere tracks op het album voorbij.
Dit geweldige album van The Tubes is in april 2013 uitgekomen in een prachtig geremasterde versie met vier bonustracks. Die zijn afkomstig van het nooit uitgebrachte Suffer For Sound project dat de opvolger van Remote Control had moeten worden. Het werd echter afgewezen door A&M Records.
© 2013 TTZL
Officiële website: The Tubes
Wikipedia EN: The Tubes
Wikipedia NL: The Tubes
Youtube: Turn Me On
Youtube: TV Is King
Youtube: Prime Time
Youtube: Getoverture/No Mercy
Youtube: Love's A Mystery (I Don't Understand)
Youtube: Telecide
Youtube: White Punks On Dope (van 'The Tubes' uit 1975)
Youtube: Don't Touch Me There (van 'Young & Rich' uit 1976)
In 1978 nam Lowell George (bekend van de groep Little Feat) het nummer Easy Money (van de toen nog onbekende Rickie Lee Jones) op voor zijn solo-album Thanks, I'll Eat It Here. Hij bracht het ook uit als single. Het zou het startpunt blijken te zijn voor de carrière van Rickie Lee Jones.
Inmiddels al weer zo'n 35 jaar bezig, ging Rickie Lee Jones' entree in de muziekbiz niet onopgemerkt voorbij. Sterker nog, haar 'selftitled' debuutalbum is haar succesvolste plaat tot nog toe. Het leverde haar een Grammy Award op als 'Best New Artist'.
De muziek op het album kent vele invloeden (pop, rock, jazz, R&B [de oude!], blues en soul). Er staan twee soorten nummers op de LP: mid- en uptempo nummers en langzame, retrospectieve ballads.
Van de snellere tracks is Chuck E.'s In Love ongetwijfeld het bekendst (het reikte tot nummer 12 in de Top 40), maar ook nummers als Young Blood, Easy Money en Weasel And The White Boys Cool kennen die heerlijke laid back benadering in de muziek met daaroverheen de heerlijk lijzige stem van Rickie Lee Jones. Het heeft soms wel wat weg van een vrouwelijke J.J. Cale (zie ook mijn blog van 4 augustus 2013).
Het meest uptempo nummer is Danny's All Star Joint waarin drums en piano de show stelen, een heerlijke kopersectie te horen is en Rickie Lee Jones heerlijk loopt te schmieren.
De meest indrukwekkende nummers zijn wat mij betreft echter te vinden bij de langzamere stukken. Hierin gebruikt Rickie Lee Jones de mogelijkheden van haar stem ten volle. Het ene moment lief en verleidelijk, het andere moment fel en agressief. Ze fluistert, schreeuwt, kreunt en zingt hartverscheurend mooi. Luister naar Coolsville en je begrijpt wat ik bedoel.
Andere hoogtepunten zijn On Saturday Afternoons In 1963 en The Last Chance Texaco. Prachtige verstilde muziek, mooie verhalende teksten en die stem vormen een subliem geheel.
© 2013 TTZL
Officiële website: Rickie Lee Jones
Wikipedia EN: Rickie Lee Jones
Wikipedia NL: Rickie Lee Jones
Youtube: Chuck E.'s In Love
Youtube: Young Blood
Youtube: Easy Money
Youtube: Weasel And The White Boys Cool
Youtube: Danny's All Star Joint
Youtube: Coolsville
Youtube: On Saturday Afternoons In 1963
Youtube: The Last Chance Texaco
Youtube: Easy Money (Lowell George)
Sinds 1968 heeft Todd Rundgren als solo-artiest en met de groepen Nazz en Utopia zo'n 50 albums uitgebracht. De jongste boreling is State welke in april van dit jaar is verschenen.
Het is weer een echt solo-album in de ware zin des woords zoals Todd Rundgren die wel vaker heeft gemaakt. Met uitzondering van gastvocalen van Rachel Haden in één nummer* heeft hij alles zelf gespeeld, geschreven en geproduceerd.
Het voordeel van zo'n procedé is dat hij de volledige artistieke controle heeft over zijn werk. Maar waar hij in de jaren zeventig nog de akoestische en elektrische instrumenten per spoor op elkaar stapelde komen veel instrumenten nu uit een doosje (synthesizers, sequencers, etc.). Dat is niet per defenitie slechter, maar om de één of andere reden bleef ik me bij het beluisteren van dit album wel afvragen hoe de nummers zouden klinken als ze waren ingespeeld met echte instrumenten.
Het album opent met het acht minuten durende Imagination en dat zet meteen de toon. De mengeling van synthesizerklanken en elektrische gitaaruithalen in combinatie met in echo gedrenkte vocalen geven een aangenaam vervreemdend effect.
Het volgende nummer, Serious, is een lekker uptempo synthipop nummer dat klinkt als een singletrack. Hetzelfde kan gezegd worden van Smoke.
Todd Rundgren staat er om bekend dat hij graag humor verwerkt in songtitels en songteksten alsook muzikale grapjes. Ook op State ontbreken deze niet in de vorm van Ping me en Collide-A-Scope. De wat reflectievere kant van Todd horen we in Something From Nothing* en Sir Reality die rustiger zijn van tempo en instrumentatie.
State is een intrigerend album met een flink aantal sterke songs. En ondanks mijn initiële terughoudendheid ten aanzien van het elektronische klankbeeld merk ik toch dat ik het album al een flink aantal keer heb beluisterd en dat het me iedere keer beter bevalt. Een groeiplaatje dus.
Naast de reguliere versie is er ook een limited deluxe edition verschenen van State waarbij op de bonus-cd het concert staat dat Todd Rundgren in 2012 in Paradiso gaf met het Metropole Orkest. Deze prachtige dwarsdoorsnede van zijn oeuvre met hits én rarities biedt een prachtig akoestisch tegenwicht voor het elektronische State.
© 2013 TTZL
Officiële website: Todd Rundgren
Wikipedia EN: Todd Rundgren
Wikipedia NL: Todd Rundgren
Youtube: Imagination
Youtube: Serious
Youtube: Smoke
Youtube: Ping me
Youtube: Collide-A-Scope
Youtube: Something From Nothing
Youtube: Sir Reality
Van 1981 tot en met 1995 maakte Alan Wilder deel uit van de succesvolle Engelse band Depeche Mode. Hij was in deze band de 'ambachtsman' en ook verantwoordelijk voor de techniek en de productie. Om zijn behoefte aan wat experimentelere, minder pop-geörienteerde muziek te bevredigen begon hij al tijdens zijn Depeche Mode-tijd met zijn solo-project Recoil. Na zijn vertrek bij Depeche Mode zou dit zijn hoofdbezigheid worden, naast zijn werk als producer, engineer en (re)mixer voor andere artiesten (zoals Curve, Nitzer Ebb en Nine Inch Nails).
Het eerste levensteken van Recoil was de EP 1+2 uit 1986. Beide nummers bestaan voornamelijk uit samples van bestaande muziek, met name Depeche Mode en Kraftwerk. Daarnaast zijn er flarden van radio-uitzendingen verwerkt. Als je bekend bent met het werk van de genoemde bands dan geeft dit het vervreemdende effect dat je bekende geluiden en flarden hoort die ineens in een andere context te horen zijn.
De track op kant A ('1')* begint met het tikkende geluid van een wekker dat als metronoom fungeert. Al snel komen er electronische drums bij en daarna komen de melodieuze elementen. Na een minuut of drie verdwijnt de wekker naar de achtergrond, wordt het ritme sneller, komen er vocale samples bij en komt het nummer goed op gang. Gedurende het nummer wordt het tempo nog een aantal keer veranderd, komen eerder gebruikte elementen weer voorbij en na een minuut of vijftien komt de wekker het nummer weer afsluiten.
Op kant B ('2')* ligt het tempo veel lager. Deze track is veel atmosferischer, ambient-achtig. Er gebeurt heel veel op een subtiele manier en vooral op de koptelefoon is het een ontdekkingsreis.
Recoil begon als een uitklaapklep voor Alan Wilder als tegenwicht voor het altijd moeten werken binnen het pop-formaat van Depeche Mode. Gelukkig mogen we daarvan meegenieten want zijn producten hebben een wonderlijke soort aantrekkingskracht. Electronische pop met een scherp randje.
1 + 2 is alleen op CD verschenen als bonus bij het eerste Recoil-album uit 1988, Hydrology, welke ook volgens het sample-principe is gemaakt. Op de daarop volgende albums heeft Recoil het samplen ingeruild voor 'gewone' songs (ook mooi, trouwens).
* '1' 00:00-14:26 / '2' 14:27-32:57
© 2013 TTZL
Officiële website: Recoil
Wikipedia EN: Recoil
Wikipedia NL: Recoil
Youtube: 1 + 2
Sunday Adeniyi was als King Sunny Adé al in Afrika een bekende uitvoerder van Juju-muziek (van de Nigeriaanse Yoruba-stam) voordat begin jaren tachtig er drie albums van hem een westerse release kregen. De eerste was Juju Music in 1982, gevolgd door Synchro System in 1983 en Aura in 1984.
Op dat laatstgenoemde album staan een zestal tracks waarvan opener Ase misschien wel meteen het beste nummer is. Ondersteund door typisch Afrikaanse talking drums en over een weeftapijt van gitaren klinkt prachtige meerstemmige zang. Een bonus in dit nummer is een gastoptreden van Stevie Wonder op mondharmonica. Door de lengte van het nummer (bijna 10 minuten) en de repeterende elementen gaat er een hypnotiserende werking van uit.
De volgende track, Gboromiro, kent goeddeels dezelfde elementen, maar is qua instrumentatie wat spaarzamer waardoor er meer rust en ruimte is. De opener van kant 2, Oremi, valt op door het gebruik van electronische drums en electronische percussie. Ik vind dat geen onverdeeld succes. Dan bevalt Ire me veel beter vanwege het gebruik van traditionele Afrikaanse percussie.
Het was het label Mango (een sub-label van Island Records, bekend van Bob Marley) dat King Sunny Adé op de westerse markt lanceerde. Hierdoor kreeg hij al gauw de bijnaam 'de Afrikaanse Bob Marley'. Die belofte heeft hij commercieel niet waar kunnen maken, maar hij is artistiek gezien interessant genoeg voor een kennismaking. Dit kan prima via de geremasterde versie van Aura uit 2010 waarop ook het album Synchro System staat.
© 2013 TTZL
Wikipedia EN: King Sunny Adé
Wikipedia NL: King Sunny Adé
Youtube: Ase
Youtube: Gboromiro
Youtube: Oremi
Youtube: Ire
Al bezig sinds 1976 brak The Cure door in onder andere de UK en Nederland met de single A Forest van het album Seventeen Seconds uit 1980. Een prachtig album, maar ik wil het deze keer hebben over het daaropvolgende, wat onderschatte album Faith uit 1981. Het album klinkt niet als een losse verzameling nummers, maar tekstueel en muzikaal ademen alle tracks dezelfde sfeer.
Het is geen vrolijke sfeer. Depressiviteit, moedeloosheid en een gevoel van kerkhoven en oude, lege kerken stijgt op uit de muziek en teksten. De hoes sluit daar perfect bij aan: het is een wazige foto van het Bolton Priory klooster uit de 12e eeuw in de mist.
Tekstueel is het één van de sterkste albums van The Cure. Voorman Robert Smith's teksten over met name geloof en spiritualiteit zijn prachtig, neem als voorbeeld onderstaande passage uit het titelnummer Faith:
Please
Say the right words
Or cry like the stone white clown
And stand forever
Lost forever in a happy crowd
No one lifts their hands
No one lifts their eyes
Justified with empty words
The party just gets better and better
I went away alone
With nothing left
But faith
De basgitaar is zeer prominent aanwezig op dit album. Dit is al direct te horen in het openingsnummer The Holy Hour. Robert Smith speelt bepaalde gitaarpartijen op een zes-snarige basgitaar waardoor er dus sprake is van een dubbele bas en drums opstelling. Het resultaat is een geweldig mooi donker geluid zoals dat te horen is in de single Primary (samen met Doubt het enige uptempo nummer). Ook het intro van Other Voices is een bas-lekkernij.
Alhoewel het zeker niet het bekenste of meest succesvolle album van The Cure is, merk ik wel dat het degene is die ik het meest uit de kast haal. De heerlijke melancholieke sfeer helpt om even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Draai All Cats Are Grey (met heerlijk inventief drumwerk en een mooie ruimtelijke stereomix) lekker hard op je koptelefoon en je kan er weer even tegen! Of zink weg in Funeral Party. Een triester, desolater nummer ken ik niet:
Two pale figures
Ache in silence
Timeless
In the quiet ground
Side by side
In age and sadness
I watched
And acted wordlessly
As piece by piece
You performed your story
Moving through an unknown past
Dancing at the funeral party
Memories of children's dreams
Lie lifeless
Fading
Lifeless
Hand in hand with fear and shadows
Crying at the funeral party
I heard a song
And turned away
As piece by piece
You performed your story
Noiselessly across the floor
Dancing at the funeral party
In 2005 is er, net als van de andere The Cure albums, een 'deluxe edition' verschenen met op disc 1 een geremasterde versie van het album en de soundtrack van de film 'Carnage Visors' (voorheen alleen aanwezig op de cassette-versie van het album). Op disc 2 staan demo's, outtake's en live- en singleversies.
© 2013 TTZL
Officiële website: The Cure
Wikipedia EN: The Cure
Wikipedia NL: The Cure
Youtube: Faith
Youtube: The Holy Hour
Youtube: Primary
Youtube: Doubt
Youtube: Other Voices
Youtube: All Cats Are Grey
Youtube: Funeral Party
Youtube: Carnage Visors
Youtube: A Forest (van 'Seventeen Seconds')
In de wereld van de electronische muziek is de naam Tangerine Dream een begrip. Opgericht in 1967 wordt de groep beschouwd als medegrondleggers van muziekstromingen als Krautrock en de Berlijnse School. Opvallend bij Tangerine Dream zijn de vele bezettingswisselingen (alleen Edgar Froese is een constante factor gebleken) en dat de carrière in te delen is in een aantal zeer specifieke periodes.
In The Pink Years (1970-1973) bracht Tangerine Dream enkele langspelers uit met nogal experimentele electronische muziek. De periode daarna, The Virgin Years (1974-1983), was zowel commercieel als artistiek hun topperiode met albums als Phaedra en Rubycon.
Tijdens The Blue Years (1984-1988) werd het commerciële succes gecontinueerd, maar kwamen de eerste voorzichtige tekenen van een artistieke ommezwaai. In deze periode wordt de muziek geleidelijk minder gedurfd. Live Miles is het laatste album van deze periode en ook het laatste album waarop Christopher Franke meespeelt. Hij verlaat na zestien jaar Tangerine Dream. In de daaropvolgende periodes* glijdt de muziek steeds verder af richting new age en muzak.
Live Miles is echter nog een heel behoorlijk album waarop volgens de hoes twee uitsnedes uit concerten te horen zijn: The Albuquerque Concert^ (uit 1986) en The Berlin Concert° (uit 1987).
Het 'Berlin'-gedeelte is erg sterk. Het begint rustig waarna een loom ritme het tempo wat opvoert. Na opnieuw een dromerige sequentie volgt een lang ritmisch fanatiek stuk waarna het weer rustig wordt afgesloten. Het is afkomstig uit een openluchtconcert dat werd gegeven tijdens de festiviteiten ter gelegenheid van 750 jaar Berlijn. Het gehele twee uur durende concert werd live op de radio uitgezonden en is met toestemming van Tangerine Dream ook door fans als CD-R release via het internet uitgebracht.
Het 'Albuquerque'-gedeelte is niet wat het lijkt. Fan-onderzoek heeft uitgewezen dat het niet afkomstig is van het vermelde juni 1986-concert in Albuquerque. Sterker nog, het is waarschijnlijk helemaal niet afkomstig van een concert, maar een studio-opname. De muziek is in het geheel niet te horen geweest tijdens de 1986-tour, maar wel daarna tijdens de 1988-tour. Dat neemt niet weg dat het wel een lekker, typisch 'The Blue Years'-achtig stuk is. Overigens lopen de begrippen 'live', 'studio', 'remix' en 'overdub' wel vaker in elkaar over op Tangerine Dream albums...
Dit alles maakt Live Miles toch een belangrijk album omdat het wat mij betreft de overgang markeert van een serieus te nemen groep naar een groep die 'over the hill' is geraakt.
* The Melrose Years (1988-1990)
The Seattle Years (1991-1995)
The TDI Years (1996-2005)
The Eastgate Years (2005-?)
^ van 00:00-29:58
° van 29:58-57:12
© 2013 TTZL
Officiële website: Tangerine Dream
Fan website: Voices In The Net
Wikipedia EN: Tangerine Dream
Wikipedia NL: Tangerine Dream
Youtube: Live Miles (full album)