
Uriah Heep. Voor de oorsprong van die bandnaam moeten we terug naar Kerstmis 1969. De aandacht die er was in Engeland voor de toen honderd jaar geleden overleden Charles Dickens zorgde ervoor dat de leden van de band Spice besloten hun naam te wijzigen in 'Uriah Heep', een karakter uit het boek David Copperfield.
Vlak daarna bracht de band hun debuutalbum Very 'Eavy...Very 'Umble uit en begin jaren zeventig volgden succesvolle albums als Look At Yourself, Demons And Wizards en The Magician's Birthday.
En alhoewel Uriah Heep nog steeds actief is (vier studio-albums sinds 2008) zijn ze nu bij het grote publiek hoogstens nog bekend van Easy Livin' (en misschien Return To Fantasy). Dat is best jammer, want ook na de jaren zeventig heeft Uriah Heep albums uitgebracht die het beluisteren meer dan waard zijn, zoals bijvoorbeeld Abominog uit 1982.
In 1980 bestond de band na het album Conquest alleen nog uit Mick Box (het enige constante bandlid). Er waren twee opties: stoppen of opnieuw beginnen. Hij koos voor het laatste, belde drummer/oudgediende Lee Kerslake op en formeerde een nieuwe band.
Dit gezelschap maakte een album dat Uriah Heep transporteert van de jaren zeventig naar de jaren tachtig. Heel duidelijk zijn de invloeden van de New Wave Of British Heavy Metal in harde felle tracks als Too Scared To Run en
Running All Night Long (With The Lion).
Het merendeel van de tracks leunt echter meer richting de typische Amerikaanse jaren tachtig muziek AOR ('album oriented rock', een FM radio format) van groepen als Foreigner, Journey en Boston.
Sommige tracks zijn zonder meer geslaagd te noemen: Chasing Shadows, Hot Persuasion en Sell Your Soul. Goede melodieën en venijnige passages die echo's hebben van het gothic metal ensemble van weleer. Sommige nummers zijn iets té gepolijst uitgepakt en kunnen maar net aan de goede kant van de pop/rock-lijn gehouden worden: Hot Night In A Cold Town, That's The Way It Is en Think It Over. Dat kan helaas niet gezegd worden van On The Rebound.
Tenslotte is er nog de downtempo cover van Sue Saad And The Next (dat in Nederland een hitje had met Young Girl). Uriah Heep's versie van Prisoner is niet slecht, maar het origineel vind ik beter.
Abominog is daarmee misschien geen vijfsterrenplaat, maar wel genietbaar en een belangrijk album in het oeuvre van Uriah Heep. En het is ook een mooie aanleiding om zowel het vroege als het huidige werk weer eens te gaan beluisteren.
© 2015 TTZL
In een tijd dat de popmuziek in België hoogtijdagen beleefde (Telex, T.C. Matic, De Kreuners, Jo Lemaire, The Kids) en in Nederland pop in je moerstaal in was (Doe Maar, Toontje Lager, Het Goede Doel) ontstond in België Arbeid Adelt! en dat was andere koek!
Hoekige electro-pop, die qua intensiteit, ruigheid en scherpe randen doet denken aan de op dat moment nog na-smeulende punk, wordt gekoppeld aan al even scherpe en vaak absurdistische teksten. Vooral in België sloeg Arbeid Adelt! in als een bom, maar ook in Nederland waren David Salamon, Luc van Acker en Marcel Vanthilt bij met name de VPRO graag geziene gasten. Marcel Vanthilt zou later nog een prominente VJ worden in de beginjaren van MTV (toen het nog leuk was...).
De mini-LP opent met het nerveuze Ik Sta Scherp gevolgd door het ontregelende Jonge Helden met de confronterende openingszinnen:
Het wordt tijd dat het oorlog wordt
Jonge helden, ze willen sterven
En lijken op hun kolven kerven
Na Roodborstje (dat is wat het doet vermoeden) volgt het hoogtepunt van kant A: De Man Die Alles Noteert. In dit nummer ligt het tempo veel lager dan in de openingsnummers en wordt een 'film noir'-achtige sfeer opgeroepen in zowel tekst als muziek. Het is een vrij kale instrumentatie waarin bas en drums constante pulsen verzorgen over mooie, ijle synthesizerklanken en spaarzame toetsenpartijen nog wat accenten verzorgen.
Kant B opent met een Latijnse les waarvan de muzikale omlijsting de subtiliteit heeft van een industrieel machinepark: Capita Selecta. Hierna volgt het ontregelende 65+ met voor het eerst een hoofdrol voor de elektrische gitaar en een paar dichtregels die je meteen bij les houden:
Mijn urine stinkt zoals die van mijn tantes
De één is 75, de ander 85
Ik ben een bejaarde
Net als op kant A is op kant B het laatste nummer de hoofdprijs: Het Meisje Van Mijn Hart. Een lekker springerig ritme, mooie hoofdrol voor de saxofoon en een nonsenstekst die gebracht wordt door iemand die duidelijk uit zijn evenwicht is gebracht door het meisje van zijn hart.
Na dit debuut maakte Arbeid Adelt! begin jaren negentig nog een mini-LP en twee albums waarna ze het voor gezien hielden. Na een reünie in 2007 begon de groep weer af en toe op te treden en 2015 is het jaar van de comeback. Na een mini-LP op Record Store Day (18 april 2015) lieten ze in een interview op Pukkelpop weten dat er een nieuwe plaat uitkomt getiteld Slik (single: 50000 Hi-Hats). Al hun eerdere werk is ook al dit jaar verzameld op een mooi 3CD overzicht.
Op YouTube staat een goede live-registratie uit 2011 waarin Arbeid Adelt! de hele mini-LP Jonge Helden vertolkt.
Op zaterdag 10 oktober 2015, om 10:10 uur, (her)opende voor de 4e keer een een winkel onder de naam Fame haar deuren. Ik was daar natuurlijk bij en heb wat leuke aanbiedingen gescoord waaronder de 5CD box Nederbeat 63-69 - Beat, Bluf & Branie. Origineel uitgebracht in 2001 in een 'longbox'-versie betreft dit de heruitgave uit 2013 in normaal formaat.

Nederbiet (of Nederbeat) ontstond toen vanuit Engeland de 'beat music' kwam overwaaien. Vooral in Amsterdam en Den Haag vormden zich vele beatgroepen en van veel van die groepen staan de belangrijkste singles uit de periode 1963-1969 op de 5 CD's. Enkele voorbeelden:
Amsterdam:
The Outsiders - Lying All The Time
De Maskers - Brand New Cadillac
HET - Kejje Nagaan
Johnny Kendall And The Heralds - See See Rider
Zen - Hair
Den Haag:
Q65 - You're The Victor
The Golden Earrings - Please Go
The Motions - Wasted Words
Shocking Blue - Send Me A Postcard
Maar ook groepen die misschien wat minder in de herinnering zijn blijven hangen zijn aanwezig:
RO-D-YS - Just Fancy
Les Baroques - Such A Cad
The Hunters - Russian Spy And I
After Tea - We Will Be There...After Tea
The Zipps - Kicks & Chicks
Extra leuk is de 5e CD met 'rarities', want hieronder zitten onvermoede juweeltjes zoals een B-kantje van The Toreros (Daddy Loves Baby) en de voor mij volslagen onbekende The Coopers met Didn't I.
Deze CD-box geeft 125 nummers lang een feest van herkenning bij veel nummers en de lol van het ontdekken van onbekende artiesten en/of tracks. Zoveel plezier voor slechts € 13,50 is bijna misdadig te noemen.
De hoogtijdagen van Gruppo Sportivo lagen in de late jaren 70. Toen hadden ze hits met Rock 'N Roll, Hey Girl en Disco Really Made It en reikte het album Back To 78 tot plaats 3 in de albumlijst.
Daarna werd het commerciële succes wat minder, maar dat wil niet zeggen dat ze stopten met goede muziek maken. Het album Sombrero Times uit 1984 is daarvan een prima voorbeeld.
Het album opent met het ook op single uitgebrachte Radar. Een springerige, uptempo track met prominente bas en blazers, lekkere toetsenbordsolo en heerlijke, typische Gruppo Sportivo-koortjes. Het nummer had het verdient om een flinke hit te worden. Het daaropvolgende Why-Oh-Why? en de andere single Two Tickets For Rio zijn tracks die qua sfeer en tempo verwant zijn.
Tekstueel is er, zoals meestal in de kunstwerkjes van Hans Vandenburg, weer het nodige te genieten. Zo is Give It Up een mooie, melancholische song over een man die voodoo gebruikt om te proberen een vrouw van hem te laten houden (let ook even op de fijne saxsolo op driekwart van het nummer!). En Family Life is een kritische beschouwing van de hoeksteen van de samenleving over een mooi contrasterende, bedrieglijk lieflijke melodie.
In Good In Bad komt het leuke gehaspel met Nederlands en Engels voor zoals we dat ook kennen uit bijvoorbeeld Hey Girl ("She said your nose is running honey - I said sorry, but it's not"). Het is nummer zelf is aardig, maar niet erg opvallend.
Voor iemand zoals ik, die niet zoveel op heeft met Kerstmis, zijn de eerste twee regels van Get Up Enjoy erg aansprekend:
Thank God it's only Christmas two days a year,
'Cause you know I'm more than happy with my chips and beer
Het is verder een prima nummer dat lekker afwisselend is qua dynamiek en instrumentatie.
Ook leuk is Girls In Slow-Motion (Eating A Banana) waarin de quasi-kunstzinnige, erotisch geladen videoclips van midden jaren 80 worden op de hak genomen over een reggaemelodie.
Het album sluit af met Mumbo Jumbo, een wat stuurloos nummer met Tom Tom Club-achtige invloeden, en What Kind Of Normal Guy Am I? dat voorbij is gekabbeld voordat je het weet. Samen met het eerder genoemde Good In Bad zijn het niet de krachtigste nummers op het album, maar de andere zeven tracks vergoeden veel.
In 2000 is een groot deel van het oudere werk van Gruppo Sportivo her-uitgebracht op CD, maar helaas zat Sombrero Times daar niet bij. We moeten het daarom doen met de oude vinylplaat en die is gelukkig nog goed en voor acceptabele prijzen verkrijgbaar.
Stewart Copeland was naast drummer van The Police ook actief als songschrijver. Samen met de andere leden van The Police, maar zeker ook solo. Nummers als On Any Other Day, Contact en Does Everyone Stare van Reggatta de Blanc (1979) en Bombs Away en The Other Way Of Stopping van Zenyatta Mondatta (1980) getuigen daarvan.
Toch was dit niet voldoende voor Stewart Copeland. De dominantie van Sting werd steeds groter en daarom bracht hij onder het pseudoniem Klark Kent (een minieme variatie op het alter ego Clark Kent van Superman) een aantal singles en de 10" Klark Kent uit.
(in sommige landen 'Klerk Kant' vanwege auteursrechtproblemen)
De hoes van de 10" bestond uit een uitgesneden 'K' met een groene binnenhoes erin waarvan de tekst keurig verborgen bleef achter de 'K'. De plaat was geperst op groen vinyl (net als de voorgaande singles).
De muziek op Klark Kent ligt deels in het verlengde van de eerder genoemde tracks van The Police. Excesses en Old School hadden niet misstaan op een The Police-album.
De plaat opent echter met de trits Don't Care, Away From Home en Rich In A Ditch. Deze nummers hebben de energie van de punk, lekker springerige, hoekige ritmes en de zo kenmerkende Stewart Copeland-vocalen. Half gesproken/half gezongen en met een unieke intonatie.
De beste nummers zijn wat mij betreft Grandelinquent, Guerilla en Kinetic Ritual. (Bijna) Instrumentale tracks die heel inventief in elkaar zitten en pas na een paar luisterbeurten al hun geheimen prijsgeven.
Klark Kent is een echt solo-album in de zin dat Stewart Copeland alle instrumenten en vocalen voor zijn rekening neemt en het album ook zelf geproduceerd heeft.
De nummers van deze 10" zijn samen met de b-kanten van de singles en wat andere losse tracks verzameld op de CD Kollected Works uit 1995. Dat klinkt interessant, maar doordat de CD al lang niet meer verkrijgbaar is zijn de prijzen voor tweedehands al opgelopen tot een euro of 50!
WOW! Ik val maar direct met de deur in huis. Wie had kunnen denken dat 35 jaar na hun (verpletterende) debuutalbum het Engelse hardrockicoon Iron Maiden nog eens op de proppen zou kunnen komen met zo'n fantastisch album als The Book Of Souls? Ik niet.

Niet dat de vorige albums Dance Of Death (2003), A Matter Of Life And Death (2006) en The Final Frontier (2010) slecht waren, zeker niet. Maar het waren geen meesterwerken á la The Number Of The Beast (1982), Piece Of Mind (1983) of Seventh Son Of A Seventh Son (1988).
Dit eerste studio dubbelalbum van Iron Maiden was al klaar in 2014, maar de geconstateerde kanker bij zanger Bruce Dickinson (een tumor op zijn tong) gooide roet in het eten. Nu zijn herstel is afgerond kon het album op 4 september 2015 worden uitgebracht (gevolgd door een wereldtournee in 2016). Het album doet het in veel landen erg goed. In Nederland kwam het vorige week binnen op 1 in de Album Top 100.
Het album heeft een goede afwisseling tussen korte en langere nummers en uptempo en downtempo nummers. Zoals we van Iron Maiden gewend zijn wisselt het tempo ook vaak in de langere tracks. Als geheel kent het album een mooie opbouw en daarom zal ik nummers in chronologische volgorde behandelen.
De opener heet If Eternity Should Fail en is één van de twee nummers die zanger Bruce Dickinson alleen heeft geschreven (in alle andere nummers hebben bassist Steve Harris en/of gitarist Adrian Smith de hand gehad). Over het andere nummer van zijn hand later veel meer!
Het nummer opent met een spookachtig, synthesizer gedreven intro waarbij de gemiddelde Iron Maiden fan misschien even wantrouwig de oren spitst waar dit heengaat. Na anderhalve minuut volgt de geruststelling en ontwikkelt het nummer zich tot één van Iron Maiden's meest 'heavy' tracks.
Het tweede nummer van disc 1 is Speed Of Light en dat is de eerste single van het album. De bijbehorende clip met game-thema (en natuurlijk mascotte Eddie in een hoofdrol) is nogal vermakelijk. Het nummer zelf is een 'high energy' uptempo nummer dat mooi contrasteert met The Great Unknown, een majestueus nummer dat een atmosferisch intro en outro kent en een degelijk rockend middenstuk.
The Red And The Black is de eerste track van epische proporties met zijn ruim 13 minuten (al deed de opener het met bijna 9 minuten ook al niet slecht). Het nummer roept herinneringen op aan dé definitieve Maiden hymne Rime Of The Ancient Mariner. Natuurlijk, de talloze tempo- en sfeerwisselingen, de 'whoa-oo' koortjes, de driestemmige gitaarpartijen, het is allemaal al eens eerder gedaan door Iron Maiden, maar het gebeurt hier met een strakheid en een focus die we zelden hebben gehoord (en het hele album kenmerkt) en dat maakt de track toch onweerstaanbaar.
Na de typische Maiden rocker When The River Runs Deep volgt het heerlijk theatrale titelnummer. Na een akoestisch intro ontvouwt zich een trage, harde rocker met heerlijke gitaarriffs, lekkere zangmelodieën en mooie synthesizer ondersteuning. The Book Of Souls is ruim 10 minuten Iron Maiden op zijn top.
Disc 2 opent met Death Or Glory, een rocker in Maiden's midden jaren-80 stijl. Me dunkt, er zijn slechtere referentiepunten! Het daaropvolgende Shadows Of The Valley had op een willekeurig jaren negentig album van Maiden waarschijnlijk één van de betere songs geweest, maar hier is het de enige track die wat tegenvalt. Met name het té duidelijk citeren uit Wasted Years is hier schuldig aan.
Tears Of A Clown is opgedragen aan Robin Williams en is een mooie verhalende track waarin de tegenstelling van zijn depressieve binnenkant en vrolijke buitenkant worden beschreven. The Man Of Sorrows is daarna een nummer dat begint als trage ballad en uitbouwt naar een krachtige power ballad met heerlijke uitgesponnen gitaarsolo die nu eens niet op topsnelheid wordt uitgevoerd.
En als je dan denkt alles wel zo'n beetje te hebben gehoord volgt de uitsmijter, het tweede nummer van Bruce Dickinson, hier voor het eerst te horen op akoestische piano. Empire Of The Clouds is met 18 minuten het langste nummer ooit van Iron Maiden en heeft alles in zich wat je bij de groep zou kunnen bedenken.
Een akoestisch intro, orkestrale begeleiding, bijtende gitaren, memorabele bas- en drumpartijen en nog veel meer. Het is een neo-klassiek heavy metal meesterstuk dat verhaalt over de ramp van His Majesty's Airship R101 dat in 1930 tijdens de eerste passagiersvaart van Londen naar Karachi verongelukte in Frankrijk. De prachtige verhalende tekst en fabuleuze muzikale omlijsting maken dit nummer tot een ervaring om vaak te herbeleven.
Zoals ik al aan het begin zei is het een grote, maar plezierige verrassing dat Iron Maiden, 35 jaar ver in hun carrière, nog tot zo'n geweldig album als The Book Of Souls in staat zou zijn. Het album als reguliere 2CD verkrijgbaar, maar voor een paar euro meer ook als luxe editie met gebonden boek (en natuurlijk ook op vinyl).
Begin oktober verschijnt The Light In You, het nieuwe album van Mercury Rev, een Amerikaanse band die sinds eind jaren tachtig aan de weg timmert met pyschedelische droom-pop/rock.
Alhoewel een Amerikaanse band, werden ze opgepikt door het Engelse Rough Trade label dat in 1991 het debuutalbum Yerself Is Steam uitbracht. Hier valt al direct de experimenteerdrift, tegendraadsheid en woordkunstenarij op. Dromerige, lieflijke passages staan tegen over heftig psychedelische momenten met scheurgitaren en white noise achtige accenten. Daarnaast zien we woordgrappen als "Yerself Is Steam" in plaats van "Your Self Esteem".
Deze elementen komen allemaal samen in de single Chasing A Bee. Het nummer start als een zeer rustige ballade, weliswaar een wat aparte instrumentatie. Na anderhalve minuut gaat de beer echter los en worden we getrakteerd op een kolkende massa van gitaren en feedback. Tijdens de rest van het 7 minuten durende nummer wisselen de twee sferen elkaar vervolgens af.
Het tweede nummer op deze CD-single is If You Want Me To Stay, een cover van Sly & The Family Stone! Alhoewel de funk-vibe van het nummer behouden blijft buigen ze het toch een heel eind richting hun eigen universum. Ook hier weten ze de vervormde scheurgitaren te integreren.
Dit nummer is trouwens origineel de A-kant uit de gelimiteerde 'Rough Trade Singles Club' serie en dat is symptomatisch voor de chaotische discografie van Mercury Rev. Of zoals allmusic.com schrijver Jason Ankeny het verwoordt: "Just one album-length release into their career, and already the Mercury Rev catalog is a complete collector clusterf*ck."
Als extra staat op de single uit nog de Peel Sessions opname uit 1991. In 18 minuten worden vier nummers van het debuutalbum live in de studio gespeeld bij de fameuze BBC DJ John Peel. Naast hun muzikale vakmanschap tonen ze hier ook opnieuw hun humor. De single "Chasing A Bee (Inside A Jar)" wordt hier verbasterd tot "Chasing A Girl (Inside A Car)".
De Noor Geir Jenssen bracht platen uit met de groep Bel Canto bij het Belgische Crammed Discs en onder de naam Bleep solowerk op het sublabel SSR. Toen hij echter onder de naam Biosphere het album Microgravity wilde uitbrengen kreeg hij als reactie dat het "unmarketable" zou zijn.

Dat bleek een behoorlijke foute inschatting te zijn. Het album werd in 1991 alsnog uitgebracht door een klein Noors label (Origo Sound) en een jaar later met groot succes door het Belgische sublabel Apollo opnieuw uitgebracht.
Biosphere is een pionier als het gaat om het combineren van elementen uit ambient en techno. Scifi-achtige 'space'-referenties en ijle synthesizerklanken gaan een perfecte symbiose aan met complexe ritmes en diepe baslijnen. Vergelijkbare artiesten zijn The KLF, Aphex Twin en Higher Intelligence Agency.
You know the moon,
you know the stars,
You know the milky way
Bovenstaande gesproken tekst domineert op prettige wijze de openings- en titeltrack Microgravity en zet de sfeer voor het album perfect neer. In dit nummer overheersen de ambient-invloeden, net als op Cloudwalker II, Cygnus-A en Biosphere.
Na het openingsnummer volgt Baby Satellite en dat is een uptempo nummer met een heerlijk stuwend ritme en pompende baslijn. Hier overheersen de techno-invloeden en dat is ook geval in The Fairy Tale. Absoluut onweerstaanbaar.
En dan zijn er nog de nummers waarin ambient en techno geen van beide de hoofdrol opeisen, maar samen iets mooi bouwen. Met name in deze tracks, Tranquilizer, Chromosphere en Baby Interphase, stijgt Biosphere naar grote hoogten.
Het is eigenlijk niet voor te stellen dat bij een eerste poging tot samensmelting van ambient en techno al zulke fantastische resultaten worden bereikt. Vooral de perfect uitgebalanceerde afwisseling van de drie track-types is van belang.
Microgravity van Biosphere stond al lang op mijn lijstje van Desert Island Discs, maar sinds de heruitgave uit april van dit jaar is dat alleen nog maar herbevestigd. De sprong vooruit in geluidskwaliteit is indrukwekkend en met name het basgeluid is prominenter, dieper en rijker geworden. Dat er ook nog een bonus-CD aan is toegevoegd maakt het alleen nog maar mooier.
Voor slechts 19 euro (inclusief verzendkosten!) is het album rechtstreeks bij de maker te bestellen: Biosphere/Bandcamp.
Een no-brainer lijkt mij...