Toen na tien jaar de Britse alternatieve rockband Pop Will Eat Itself in 1996 uit elkaar viel, startte zanger en gitarist Clint Mansell een nieuwe carrière als componist van filmmuziek.
Eenmaal verhuisd naar de VS ontmoette hij daar regisseur Darren Aronofsky die bezig was met de pre-productie van zijn debuutfilm Pi. Hij vroeg Clint Mansell om drie tracks bij te dragen aan de soundtrack van Pi. Die samenwerking beviel zo goed dat Mansell door Aronofsky gevraagd werd om voor zijn volgende film de hele soundtrack te verzorgen (en al zijn films daarna).
Die film was Requiem For A Dream en zou voor zowel Aronofsky als Mansell de doorbraak betekenen. De film staat momenteel op plaats 79 in de IMDb Top 250, maar ook de soundtrack wordt hoog geprezen omdat deze zowel in de context van de film goed werkt alsook als op zichzelf staand album.
De muziek op het album is een boeiende mix van populaire en klassieke elementen en van elektrische en akoestische muziek en instrumenten. Clint Mansell had dan ook geen betere keuze kunnen doen dan de samenwerking aangaan met het Kronos Quartet dat zelf ook heel avontuurlijk is aangelegd.
Het leitmotiv van deze soundtrack is erg sterk en al direct in orkestrale vorm aanwezig in de opener Summer Overture. Direct daarna komt het terug in Party in een hele andere muzikale context. In de rest van de soundtrack keert het leitmotiv regelmatig terug in steeds andere verschijningsvormen. Vergelijk bijvoorbeeld eens Crimin' & Dealin' met Hope Overture.
Alles komt uiteindelijk samen in de track Lux Aeterna die geweldig aansloeg en grote populariteit verwierf. Hier zijn vele covers van gemaakt en Clint Mansell maakte er zelf ook nog een orkestrale variant van: Lux Aeterna (full orchestra). Het thema werd ook nog in diverse andere films en games gebruikt.
Requiem For A Dream is een bijzondere soundtrack van een bijzondere componist die in de zeventien jaar hierna ook nog diverse pareltjes van soundtracks heeft afgeleverd (The Fountain, The Wrestler, Black Swan, Noah).
© 2017 TTZL
Officiële Website: Clint Mansell / Kronos Quartet
Wikipedia EN: Clint Mansell / Kronos Quartet
Wikipedia NL: Clint Mansell / Kronos Quartet
YouTube: Requiem For A Dream [album]
YouTube: Summer Overture
YouTube: Party
YouTube: Crimin' & Dealin'
YouTube: Hope Overture
YouTube: Lux Aeterna
YouTube: Lux Aeterna (full orchestra)
Toen de Engelse punkband Generation X er in 1981 de brui aan gaf begon bassist Tony James (net als zanger Billy Idol) iets heel anders. Hij maakte een draai van 180 graden ten opzichte van de punkgedachte en maakte met zijn nieuwe band Sigue Sigue Sputnik van het begrip 'artistieke uitverkoop' een kunst.
Alles aan de band was 'over the top'. De waanzinnige kapsels, de opvallende hoesontwerpen en de uitzinnige kleding (de kledingontwerper was een regulier bandlid!).
De media werden overvoerd met slogans en statements en de uitspraken in interviews zorgen alleen maar voor meer aandacht. Hierdoor werden ze al geïnterviewd door NME en hadden ze al een optreden in The Tube te pakken voordat ze überhaupt een platencontract hadden.
In de muziek werd de ironische lijn van 'artistieke uitverkoop als kunst' doorgetrokken. Zo konden bedrijven op hun debuutalbum een commercial plaatsen tussen de nummers! De muzikale invloeden zijn ontelbaar en lopen van klassiek tot hard rock en van bubblegumpop tot filmsoundtracks. De vele geluidseffecten en samples zijn vooral bepalend voor het geluidsbeeld. In producer Giorgio Moroder hadden ze hiervoor een perfecte kompaan.
De band debuteerde met de single Love Missile F1-11 waarin alle bovenvermelde elementen al zitten. Muzikaal gezien spreekt het mij niet echt aan en doet mij nog het meest denken aan glam rock in de overtreffende trap. Kijk vooral ook even naar de bijhorende clip en een playback optreden op TV voor een compleet beeld.
Er verscheen een extended version van het nummer op 12" en voor het debuutalbum werd een nieuwe versie opgenomen, maar of het nummer daar nou beter van is geworden...
Muzikaal gezien is Sigue Sigue Sputnik misschien niet echt interessant, maar als fenomeen blijft het een fascinerende voetnoot in de muziekgeschiedenis. Voor wie er meer van wil horen is ook het debuutalbum Flaunt It in zijn geheel te beluisteren.
© 2017 TTZL
Officiële Website: Sigue Sigue Sputnik
Wikipedia EN: Sigue Sigue Sputnik
Wikipedia NL: Sigue Sigue Sputnik
YouTube: Love Missile F1-11 [single version]
YouTube: Love Missile F1-11 [clip]
YouTube: Love Missile F1-11 [playback]
YouTube: Love Missile F1-11 [extended version]
YouTube: Love Missile F1-11 [album version 'Re-Recording Part II']
YouTube: Flaunt It [album]
Een paar dagen geleden kwam het bericht dat de toetsenist van Steppenwolf, John Raymond Goadsby (beter bekend als Goldy McJohn), was overleden.
Alhoewel de band wereldwijde bekendheid verkreeg, 25 miljoen platen heeft verkocht en in de U.S. tien 10 gouden platen en drie top 10 hits (waaronder Magic Carpet Ride en Rock Me)
heeft gescoord, is er slechts één nummer dat direct in je gedachten komt bij het horen van de bandnaam Steppenwolf: Born To Be Wild.
Het nummer staat op het allereerste album van de band, maar werd niet door één van de bandleden geschreven. Mars Bonfire (pseudoniem van Dennis Edmonton en broer van Steppenwolf-drummer Jerry Edmonton) schreef deze tijdloze classic. Het is ook de enige hit van de band in Nederland (hoogste notering was de nummer 4 positie).
Het nummer kent een heerlijke gitaar-riff als opening waarna bas en drums een pompend ritme opzetten waarover John Kay zijn heerlijke rauwe stemgeluid laat horen. Het orgel van Goldy McJohn speelt een hoofdrol in het nummer en na een mooi instrumentaal tussenstuk volgt een fijne break en gaan we vol stoom richting de climax van de track. Het enige minpuntje is wat mij betreft de fade-out aan het einde. Ik had liever een knallend einde gehad.
Het nummer lijkt gemaakt om keihard uit de autospeakers te knallen terwijl je (te hard) over de Amerikaanse snelwegen scheurt. Het werd echter een echte 'bikers song' doordat het nummer opgenomen werd in de soundtrack van de film Easy Rider (met Peter Fonda en Dennis Hopper). Er zijn er ook speciaal motorgeluiden toegevoegd aan de filmversie van Born To Be Wild.
In het tweede couplet van het nummer wordt voor het eerst in de rockhistorie de term heavy metal gebruikt, ook al is dit nog geen referentie naar een muzieksoort: "I like smoke and lightning, Heavy metal thunder". Om die reden wordt het wel eens het eerste heavy metal nummer genoemd, maar dat lijkt me onzin. Die mensen moeten zich maar een verdiepen in de verschillen tussen rock, hard rock en heavy metal. De term inspireerde waarschijnlijk wel Saxon voor hún classic Heavy Metal Thunder.
Naast Born To Be Wild werd ook The Pusher van het eerste Steppenwolf-album gebruikt in de film, maar dit nummer werd lang niet zo bekend.
© 2017 TTZL
Officiële Website: Steppenwolf
Wikipedia EN: Steppenwolf
Wikipedia NL: Steppenwolf
YouTube: Born To Be Wild*
YouTube: Born To Be Wild [Easy Rider versie]
YouTube: Magic Carpet Ride
YouTube: Rock Me
YouTube: The Pusher
YouTube: Heavy Metal Thunder [Saxon]
In dit blog nu eens een keer geen aandacht voor een specifieke artiest of bijzonder album, maar voor een bijzonder platenlabel: audio.nl
Het label werd gerund door de mannen van Goem (Frans de Waard, Peter Duimelinks en Roel Meelkop) en in de tien jaar dat het label bestond brachten ze negenentwintig 12"-es, vier CD's, één LP en één 7" uit van zestien verschillende artiesten. Sommige artiesten zijn slechts bij één uitgave betrokken, anderen zijn op wel zes verschillende uitgaven te horen.
Op de muziek die audio.nl uitbracht kan het minimal techno label geplakt worden, maar ook stijlen als microhouse en glitch en mengvormen komen voorbij. Net zo minimaal als de muziek zijn ook de hoezen en labels. Slechts het hoognodige is vermeld.
De eerste uitgave was een 12" van Motor waarop een aantal lekkere ritmische tracks stonden zoals 1, met een fijne langzame opbouw. Motor zou regelmatig iets uitbrengen via audio.nl, zoals 4, 5.
Zoals gezegd zijn stijlvarianten ruim vertegenwoordigd zoals échte minimal techno van Radboud Mens (MixDownNL012) en de unieke bijdrage van Muslimgauze (Port Said 1, 2), duidelijk uit zijn 'Azzazin'-periode.
Ook artiesten als Rannisto (Untitled A1, Untitled A2), Anders Ilar (Endast, Tenfold) en Static (Full Swing, Dub Bashet) leveren interessante platen, maar er zijn een paar artiesten die er met hun muziek voor mij uitspringen.
Dat is ten eerste Komet (alias van Frank Bretschneider) die met tracks als Gen, Mog, Go en Good op diverse bijdragen een constant hoog niveau haalt. De muziek is ritmisch, subtiel, gevarieerd en de muziek lééft. Een andere topschijf is de enige bijdrage van Tomas Jirku, de 12" We Call Them Acids. Hij gebruikt alle mogelijke stijlen en maakt hier iets heel eigens van. Hij start op een pad, raakt er dan vanaf, slingert wat rond en komt als vanzelf weer terug op dat pad op een manier die volkomen natuurlijk aandoet. Luister naar H₂SO₄, HCl, HNO₃ en HBr en misschien hoor je dan wat ik bedoel.
De beste bijdragen zijn wat mij betreft van Taylor Deupree. Dit zijn geen gewone nummers, maar klankschilderingen waarbij in ieder geval mijn fantasie de vrije loop neemt. Soms ogenschijnlijk simpel, soms hoorbaar complex, maar altijd boeiend en geraffineerd. Zijn drie 12"-es voor het audio.nl label zijn me zeer dierbaar door tracks als Focux, Subtract, Sp:er, 3.1, 3.15, 3.2 en 3.8.
Aan één kant is het jammer dat het audio.nl-boek na tien jaar werd gesloten, aan de andere kant weet je dat aan alle mooie dingen een eind komt.
© 2017 TTZL
Discogs: audio.nl
Discogs: Goem / Frans de Waard / Peter Duimelinks / Roel Meelkop
YouTube: Motor - 1 [audio.nl 001]
YouTube: Muslimgauze - Port Said 1, 2 [audio.nl 004]
YouTube: Taylor Deupree - Focux [audio.nl 006]
YouTube: Taylor Deupree - Subtract [audio.nl 006]
YouTube: Taylor Deupree - Sp:er [audio.nl 006]
YouTube: Motor - 4, 5 [audio.nl 008]
YouTube: Radboud Mens - MixDownNL012 [audio.nl 010]
YouTube: Komet - Gen [audio.nl 012]
YouTube: Komet - Mog [audio.nl 012]
YouTube: Static - Full Swing [audio.nl 015]
YouTube: Static - Dub Bashet [audio.nl 015]
YouTube: Taylor Deupree - 3.1 [audio.nl 018]
YouTube: Taylor Deupree - 3.15 [audio.nl 018]
YouTube: Taylor Deupree - 3.2 [audio.nl 018]
YouTube: Taylor Deupree - 3.8 [audio.nl 018]
YouTube: Tomas Jirku - H₂SO₄ [audio.nl 023]
YouTube: Tomas Jirku - HCl [audio.nl 023]
YouTube: Tomas Jirku - HNO₃ [audio.nl 023]
YouTube: Tomas Jirku - HBr [audio.nl 023]
YouTube: Komet - Go [audio.nl 025]
YouTube: Komet - Good [audio.nl 025]
YouTube: Anders Ilar - Endast [audio.nl 026]
YouTube: Anders Ilar - Tenfold [audio.nl 026]
YouTube: Rannisto - Untitled A1 [audio.nl 028]
YouTube: Rannisto - Untitled A2 [audio.nl 028]
Eéndagsvliegen, ook wel 'one hit wonders' genoemd, zijn van alle dagen, maar aan sommigen kleeft toch een bijzonder verhaal. Dat is zeker het geval bij de Amerikaanse groep The Buoys. De naam van de band zorgt al voor verwarring, want je 'boy' en 'buoy; weliswaar hetzelfde uit, maar de betekenis is heel anders: 'jongen' versus 'boei'.
De groep bestond maar kort begin jaren zeventig van de vorige eeuw en maakte slechts één album en een paar singles. Opvallend aan het album is dat de helft van de nummers van de band zelf zijn en de andere helft geschreven zijn door een producer, muzikant en schrijver die aan het begin van zijn carriére stond: Rupert Holmes. Tien jaar later zou hij succes hebben als solo-artiest (Escape, Him) en tegenwoordig is hij een gevierde theatermaker op Broadway.
Eén van die nummers van Holmes is Timothy. In Nederland is het nummer niet bekend, maar in Amerika reikte het tot de 17e plaats van de hitparade. Toch is dat niet waarom het nummer bekend is geworden.
De tekst gaat over drie mijnwerkers die opgesloten zijn geraakt. Twee vervallen ten einde raad tot kannibalisme en verorberen hun maat. De platenmaatschappij kreeg pas door waar het nummer over ging toen het al lang en breed in de charts stond en veel commotie veroorzaakte. Veel radiostations weigerden de plaat te draaien.
Hun tweede single deed niet veel in de US (nr. 84 slechts), maar deed het dan weer verrassend goed in Europa. In Nederland bereikte Give Up Your Guns in 1972 de 5e plaats van de Top 40. Het verhaal van de bankrover wiens liefje hem verlaten had omdat ze wilde dat hij zich zou overgeven sloeg hier wel aan. Opvallend aan het heerlijke, laidback countryrock nummer is dat 'outro' bijna de hele tweede helft van het nummer beslaat. Alsof het nummer is opgedeeld in een vocaal en een instrumentaal gedeelte.
Opmerkelijk is dat het nummer in 1979 opnieuw een hit werd in Nederland en deze keer tot de 8e plek kwam. Als een nummer twee keer in de hitparade komt, telt het dan nog als ééndagsvlieg?
Dat Give Up Your Guns bij velen in Nederland in het geheugen gegrift staat blijkt wel uit de Radio 2 Top 2000 waar het nummer vanaf 1999 onafgebroken een plekje bezet houdt.
© 2017 TTZL
Sommige verhalen zijn te mooi om waar te zijn en die zijn dat dan meestal ook. Zo niet het verhaal Death. Het verhaal van drie broers uit Detroit die de échte punkpioniers zijn, maar waar tot voor kort niemand van had gehoord.
De Death saga start in 1971 als de broers Bobby (bas/zang), David (gitaar) en Dannis (drums) Hackney van hun ouders muziekinstrumenten mogen kopen van de schadevergoeding die hun moeder heeft ontvangen na een auto-ongeluk.
Ook al laten hun ouders ze via de radio kennis maken met allerlei soorten muziek, als drie Afro-Amerikanen in Detroit beginnen ze natuurlijk met muziek beïnvloed door soul, funk en Motown. Dit verandert nadat ze concerten bezoeken van The Who en Alice Cooper. Voortaan zullen deze drie zwarte jongens de buurt terroriseren met snoeiharde rock and roll. Ze kopiëren echter niet hun voorbeelden, maar spelen hun eigen versie: harder en sneller. In retrospect kunnen we stellen dat we hier de geboorte van de punk horen.
De broers werden wel in staat gesteld hun muziek op te nemen door een lokale muziekuitgever, maar ondanks veel inspanningen werd er geen platenmaatschappij gevonden die de opnamen wilde uitgeven. Uiteindelijk werd er toch één bereid gevonden, maar dan moesten ze wel hun naam veranderen. Dat weigerde bandleider David, omdat dit zijn hele achterliggende concept rondom de naam 'Death' zou vernietigen.
Death bracht nog in eigen beheer een single uit (oplage: 500), maar ook dit zette geen zoden aan de dijk. Het gevolg was dat de mastertapes op zolder lagen te verstoffen. In 2000 overleed David aan en was er geen enkele reden om aan te nemen dat er ooit nog iets van Death zou worden vernomen. Bobby en Dannis waren intussen actief in een reggaeband (Lambsbread).
Halverwege de jaren 2000 ontdekken ineens een paar verzamelaars de single en wordt het in die kringen een gewild object. Middels blogs (met mp3's van de A en B kant) komt de single langzaam onder de aandacht van meerdere mensen. Ook één van de zoons van Bobby wordt er door een vriendin op geattendeerd en hoort tot zijn stomme verbazing de stem van zijn vader op Politicians In My Eyes en Keep On Knocking. Nadat hij van zijn vader de geschiedenis van Death verneemt noemt hij zijn band naar een pseudoniem dat zijn overleden oom David gebruikte (Rough Francis) en gaat de muziek van Death spelen.
Dat leidt uiteindelijk tot een verhaal in de New York Times over Death en Rough Francis en de uitgave van de sessies uit 1975 door platenmaatschappij Drag City onder de titel ...For The Whole World To See (die reeds door David bedacht was).
De nummers van de sessie duren bij elkaar nog geen 27 minuten, maar dat geeft niets. Ten eerste zijn de beste punkplaten ook korter dan 30 minuten en ten tweede zijn die 27 minuten zo verpletterend goed dat je niet meer nodig hebt.
Naast de eerder genoemde nummers van de single, staan er nog vijf juweeltjes op. Rock-N-Roll Victim en You're A Prisoner zijn heerlijke high energy nummers, terwijl Freakin Out en Where Do We Go From Here? ook nog gezegend zijn met heerlijke breaks. Let The World Turn is het meest afwisselende nummer met een mooi rustig begin, midtempo en uptempo stukken en een heerlijke drumbreak.
Na de 'ontdekking' van Death buitelden muzikanten en critici over elkaar heen om hun verbazing te uiten over de kwaliteit van de songs, over het feit dat dit al in 1975 was opgenomen (dus ruim voor de Sex Pistols en de Ramones) en over hun onbegrip dat dit stukje muziekhistorie zo lang verborgen kon blijven.
Naar aanleiding van de gebeurtenissen werd Death heropgericht door Bobby en Dannis, ondersteund door Lambsbread-gitarist Bobbie Duncan. Ze ondernamen een succesvolle tournee en hebben in 2015 zelfs een album met nieuw materiaal uitgebracht.
Als je meer wil weten van het verhaal van Death, kijk dan vooral naar de geweldige documentaire A Band Called Death uit 2012 (trailer).
© 2017 TTZL
Mysterieus. Dat woord omschrijft de Canadese band Klaatu misschien nog wel het best. Zo is er de aparte bandnaam die afkomstig is van het buitenaardse wezen in de film The Day The Earth Stood Still uit 1951.
Daarnaast werden de bandleden niet vermeld op de hoezen van hun eerste drie LP's. In combinatie met de muziek, die heel duidelijk invloeden van The Beatles heeft in de tijd van Sgt. Pepper en Magical Mystery Tour, leidde dit tot een opmerkelijk gerucht.
De Amerikaanse journalist Steve Smith opperde in een artikel in 1977 dat het in 1976 uitgekomen debuutalbum van Klaatu wel eens een anoniem album van The Beatles zou kunnen zijn. Dat gerucht werd al snel een wereldwijd fenomeen en zorgde voor flink wat aandacht voor Klaatu en in sommige landen voor wat kleine hits.
Het debuutalbum heette in Canada 3:47 EST (naar het tijdstip waarop Klaatu in de film aankomt op aarde), maar werd in de rest van de wereld als Klaatu uitgebracht. De opener van het album, Calling Occupants Of Interplanetary Craft, zet direct de toon. We horen eerst bijna een minuut natuurgeluiden voordat een heel lieflijke melodie en stem het nummer echt beginnen. In 7 minuten met veel tempo- en dynamiekwisselingen wordt de essentie van de film The Day The Earth Stood Still verwoordt (buitenaards bezoek met de beste bedoelingen).Het nummer werd voor Klaatu geen klapper, maar de versie van The Carpenters in 1977 werd dat wel.
Na California Jam volgt het eerste stevigere nummer, Anus Of Uranus. De track opent met een lekkere gitaarlick en bouwt uit tot een nummer met een opvallende bas en spaarzame, maar effectieve drums.
Nadat de Beatlesque song Sub-Rosa Subway kant A heeft afsgesloten, opent n kant B met True Life Hero.
Een heerlijk voortstampend nummer dat voor een aangename afwisseling zorgt op het album.
Het album vervolgt met drie nummers waarvan Doctor Marvello zo zou kunnen doorgaan voor een George Harrison nummer en Sir Bodsworth Rugglesby III qua stijl en uitvoering doet denken carnivalesque Beatles-tracks als Maxwell's Silver Hammer en Being For The Benefit Of Mr. Kite!
Little Neutrino sluit het album af zoals Calling Occupants het begon: sfeervol, episch en op een wonderlijke manier zowel origineel als refererend aan hun grote voorbeelden.
Helaas kon Klaatu het hoge niveau van dit album niet volhouden. Opvolger Hope werd nog goed ontvangen, maar het derde album Sir Army Suit werd al minder enthousiast onthaald. Toch is dit laatste album van belang omdat in de hoestekening voor het eerst aanwijzingen zaten naar de identiteit van de bandleden John Woloschuk, Dee Long en Terry Draper. Daarnaast is er voor de single A Routine Day een prachtige, geanimeerde clip gemaakt die ook op de Nederlandse TV te zien was.
Klaatu zou hierna nog twee studioalbums maken waarna ze er de brui aan gaven. In de jaren erna zouden er nog albums met rarities, demo's en alternatieve mixen verschijnen. Sinds 2011 is zijn de voormalige bandleden bezig met het gefaseerd uitbrengen van geremasterde versies van de studioalbums. Een teken dat Klaatu ruim veertig jaar na dato nog niet vergeten is.
© 2017 TTZL
Eén van de hoogtepunten van Record Store Day 2017 (op 22 april jl.) was een nieuwe vinyl single van The The. Het is het eerste nieuwe werk van Matt Johnson^ sinds het album NakedSelf uit 1999, als we de soundtracks Tony*, Moonbug en Hyena* niet meetellen.
* geregisseerd door zijn broer Gerard Johnson
^The The is een 'one man band' met 'vaste gasten'
Ik heb in blog #206 al eens mijn liefde voor de muziek van The The laten blijken. Daarom was ik, en met mij velen, zeer verheugd toen er werd aangekondigd dat er eindelijk nieuw zou verschijnen.
Het onderwerp van het nummer is echter minder vreugdevol. Het nummer is opgedragen aan Andrew Johnson, de broer van Matt, die in 2016 overleed aan een hersentumor. Andrew werkte als kunstenaar onder het pseudoniem Andy Dog en ontwierp ook vele hoezen voor The The.
We Can't Stop What's Coming is een prachtig eerbetoon geworden in typische The The stijl, avontuurlijk én toegankelijk. Veel The The-oudgedienden geven acte de présence en misschien voelt het daardoor wel allemaal zo vertrouwd.
Het nummer gaat rustig van start en ongeveer halverwege komen de drums erbij, maar die blijven heel bescheiden op de achtergrond. Datzelfde is van toepassing op de mooie tweede stem Meja Kullersten in de refreinen. Ze is aanwezig, maar puur ondersteunend. De mooie, melancholische tekst rond het helemaal af:
Wake up it's time to go
The taste of tears still in your throat
Silence from your songs
Reminds us, when you are gone
We can't hate the river for flowing
Can't blame the wild wind blowing
Can't slow time from running
We can't stop what's coming
Helaas voor Matt Johnson heeft hij inmiddels al een trilogie geschreven van songs voor overleden familieleden. In 1992 bracht hij Love Is Stronger Than Death uit voor zijn in 1989 overleden broer Eugene en Phantom Walls uit 1999 schreef hij voor zijn overleden moeder. Zou "Great Art Comes From Pain" dan toch waar zijn?
In een vlaag van zelfonderschatting waren er slechts 2000 exemplaren gedistribueerd van de single voor Record Store Day. Via zijn website verontschuldigde Matt Johnson zich aan de fans die hadden misgegrepen en maakte bekend de resterende exemplaren op een bepaalde dag en tijdstip via zijn eigen website te verkopen. Ook hierbij was de belangstelling zo groot dat de server van zijn provider vrijwel direct onderuit getrokken werd. Inmiddels is er een tweede persing verkrijgbaar en is de single ook te downloaden via iTunes.
© 2017 TTZL
Bij het zoeken naar een blogonderwerp voor deze week stuitte ik op een heerlijke CD van Omar & The Howlers die heel veel in de lade van mijn CD-speler heeft rondgedraaid. Onvervalste blues rock, vermengd met scheuten Texas blues en southern rock.
De band maakte tussen 1980 en 1984 eerst twee albums voor kleine, onafhankelijke platenlabels voordat ze werden opgepikt door het grote Columbia Records. Daardoor kon de band in 1987 ook in Europa onder de aandacht gebracht worden via recensies in muziekbladen van hun Columbia-debuutalbum Hard Times In The Land Of Plenty.
Na hun tweede Columbia-album kwam echter de overname door Sony en werd er een grote schoonmaak gehouden onder de artiesten. Omar & The Howlers was één van de slachtoffers en sindsdien brengen ze hun albums uit via allerlei kleinere maatschappijen.
Hun korte tijd bij Columbia heeft in ieder geval wel een fantastische plaat opgeleverd. De opener van het album is het titelnummer, Hard Times In The Land Of Plenty. Een lekker uptempo blues rock nummer met een herkenbare riff en een ritmesectie als een doordenderende goederentrein. Maar de échte troef is de stem van Omar Dykes: krachtig, rauw en toch soepel.
Dat de band van meer markten thuis is bewijzen ze direct daarna met Dancing In The Canebrake dat veel meer pop en soul bevat en met een heerlijk orgeltje als extraatje.
Doordat Omar & The Howlers niet zo bekend zijn geworden als pakweg Stevie Ray Vaughan of Joe Bonamassa is er ook veel minder van ze te vinden op YouTube. Toch denk ik dat You Ain't Fooling Nobody en de live-versies van Border Girl, Mississippi Hoo Doo Man en Lee Anne genoeg zijn om aan te tonen wat voor een geweldige nummers er op het album staan.
Ben je nog niet overtuigd (of juist wel!) kijk dan eens naar de Rockpalast opnamen van Omar & The Howlers op Crossroads 2005.
© 2017 TTZL