Deep Purple heeft sinds het begin vele bezettingswisselingen gekend. Om het overzicht te behouden is het gebruik ontstaan om de verschillende bezettingen te nummeren (als Mark I, Mark II etc., vaak afgekort als MkII).
De bekendste en meest succesvolle bezetting is MkII (1969-1973, 1984-1989 en 1992-1993): Ian Gillan (zang), Jon Lord (toetsen), Roger Glover (bas), Ian Paice (drums) en Ritchie Blackmore (gitaar). Nadat deze bezetting het album Who Do We Think We Are had gemaakt in 1973 verlieten Gillan en Glover de band en werden ze vervangen door David Coverdale (zang) en Glenn Hughes (bas/zang). Van deze bezetting verscheen begin 1974 het zeer goed ontvangen album Burn en de nieuwelingen zorgden voor de voorzichtige introductie van funk-invloeden.
Deze trend zette door op de eind 1974 verschenen opvolger Stormbringer en ze voegden daar soul-invloeden aan toe. Dat viel niet bij alle fans en critici in goede aarde. Als je het album nu beluistert blijkt Deep Purple zijn tijd ver vooruit te zijn geweest, want het mixen van muziekstijlen is tegenwoordig gemeengoed. In 1974 was het nog wel acceptabel voor een hardrockgroep om blues-invloeden te gebruiken, maar funk en soul waren not done. Blackmore was ontevreden met de ingezette koers en zou Deep Purple na de bijbehorende tour verlaten.
Het album kent twee stevige tracks: opener en titeltrack Stormbringer en het furieuze Lady Double Dealer. Op beide tracks is goed te horen wat een geweldige zangers Deep Purple erbij heeft gekregen. Op zeven van de negen tracks van het album delen Coverdale en Hughes overigens de vocalen.
De bluesinvloeden komen het duidelijkst naar voren in het lekker slepende Hold On en het geweldige, energieke High Ball Shooter. Probeer daar maar eens rustig bij te blijven zitten! The Gypsy is ook bluesy maar is verder een weinig opvallend nummer.
You Can't Do It Right kent bluesinvloeden, maar hier horen we ook de eerder genoemde funk en soul invloeden opduiken. Het duidelijkst komen deze invloeden echter naar voren in Love Don't Mean A Thing. Het is zeker geen slecht nummer, maar het is wel voor te stellen dat je bij eerste beluistering even de hoes erbij pakt om te zien of je wel naar Deep Purple zit te luisteren...
Tenslotte staan er twee nummers op die je tegenwoordig een powerballad zou noemen. De derde track van het album is het met afwisselende tempi gezegende Holy Man dat door Glenn Hughes solo gezongen wordt. Wat een stem heeft die man! De afsluiter van het album is Soldier Of Fortune dat solo gezongen wordt door David Coverdale. Melancholisch en mooi.
Het is misschien niet iedere Deep Purple fan's favoriete album, maar het heeft bij mij toch wel een speciaal plaatsje. In 2009 is er een 35th Anniversary Edition verschenen waarin behalve een geremasterde versie met bonustracks ook een DVD zit met de originele quadrafonische mix in surround sound.
De albumhoes is overigens gebaseerd op een iconische foto uit 1927 van een tornado in Jasper (Minnesota, USA).
Rapper's Delight van de Sugarhill Gang was niet de eerste single waar op werd gerapt, maar het is wél de single die er voor zorgde dat 'rap' populair werd in de Verenigde Staten en daarna in de rest van de wereld. En nog steeds is het nummer populair, zelfs in 2014 is er nog een parodie gemaakt (kijk vooral even aan het eind van deze recensie!!).
De oorsprong van het nummer ligt op een hip hop evenement eind 1978 waar Debbie Harry en Chris Stein van Blondie aan Nile Rodgers van Chic hadden gevraagd om met hen mee te spelen. Op een ander hip hop evenement eind 1979 speelden Blondie en Chic ook weer samen en toen Chic hun nummer Good Times inzette sprongen rapper Fab Five Freddy en de leden van de Sugarhill Gang ("Big Bank Hank" Jackson, Mike Wright, and "Master Gee" O'Brien) op het podium en begonnen te 'freestylen'.
Toen Bernard Edwards van Chic een paar weken later in een club zijn baslijn uit Good Times in een onbekende track hoorde ging hij naar de DJ. Die bleek de plaat diezelfde dag in Harlem gekocht te hebben. Het was een vroege versie van Rapper's Delight.
De single werd in één take opgenomen en is uitgebracht in drie versies:
Zeer vermeldenswaard is ook nog de Rapper's Delight parodie die op 19 februari 2014 werd uitgezonden in "The Tonight Show Starring Jimmy Fallon" waarbij gebruik gemaakt werd van beeldfragmenten van nieuwslezers van "NBC Nightly News".
De drie leden* van het Japanse Yellow Magic Orchestra (meestal kortweg YMO) hadden hun sporen al verdiend in de Japanse muziekbiz toen ze YMO vormden in 1978. De samenwerking op elkaars solo-albums was zo bevallen dat deze een permanenter karakter kreeg.
In de muziek van YMO klinkt de bewondering voor Kraftwerk sterk door zonder dat ze hun voorbeeld kopiëren. Ook de Japanse electronica-pionier Isao Tomita (lees ook: The Planets) is een grote invloed geweest. Zelf zouden ze op hun beurt weer uitgroeien tot een icoon binnen de elektronische popmuziek en worden ze als invloed genoemd door veel Japanse en westerse artiesten.
Na vier studioplaten en één live-album, waarop de melodieën en de instrumentaties steeds inventiever en avontuurlijker werden, verscheen Technodelic. Dit is niet alleen één van hun sterkste albums, maar wordt alom gezien als het eerste album ooit dat voornamelijk uit loops en samples bestaat. De hier gepionierde technieken zijn tot op de dag van vandaag toonaangevend.
Het eerste nummer van het album is Pure Jam en dat begint met een kort, gelaagd a capella intro met de ietwat absurdistische tekst:
This must be
The ugliest piece of bread
I've ever eaten
Daarna barst het nummer los met een heerlijk strak ritme en een toetsenpartij waarin de afkomst van de heren duidelijk doorklinkt. De prachtige loops en samples en een tekst die verder filosofeert over dat afzichtelijke stuk brood maken het helemaal af.
De titel van tweede nummer, Neue Tanz, geeft al aan dat het een soort ode aan Kraftwerk is. In Stairs is er mooi contrast tussen alle elektronica en een gewone, akoestische piano die op de voorgrond treedt. De klassieke opleiding van Ryuichi Sakamoto klinkt hier duidelijk in door (net als in bijvoorbeeld zijn filmsoundtrack voor Merry Christmas, Mr. Lawrence, waarin hij ook acteerde naast David Bowie en waarvan de track Forbidden Colours - met David Sylvian - een hit werd).
Het pakkende, intrigerende Seoul Music en het sfeervolle en broeierige Light In Darkness sluiten kant A mooi af.
Kant B opent met het leuke Taiso (Japans voor 'gymastiek') waarvan de officiële 'workout'-videoclip gelukkig op Youtube te vinden is. Gooi je oude Jane Fonda video maar weg...
Direct daarna wordt de toon weer wat serieuzer in Gradated Grey, één van de mooiste nummers op het album. Een lekker ritmisch nummer met sterke vocalen waarin je bij herhaalde beluistering steeds nieuwe geluiden ontdekt.
In Key wordt de intensiteit nog wat verder opgevoerd waarna het daarmee sterk contrasterende tweeluik Prologue/Epilogue het album afsluit. De op de rest van het album zeer aanwezige ritmes zijn hier nagenoeg afwezig. Machine-achtige geluiden en atmosferische toetsentapijten bepalen de sfeer. Het is een prachtige melancholieke afsluiter van een album dat één van mijn Desert Island Discs is.
* YMO bandleden:
Haruomi Hosono - bas, toetsen, zang
Yukihiro Takahashi - drums, zang
Ryuichi Sakamoto - toetsen, zang
Al in 2005 sprak Dave Grohl (drums, Foo Fighters/Nirvana) van een samenwerking met Josh Homme (zang/gitaar, Queens Of The Stone Age/Kyuss/Eagles Of Death Metal) en John Paul Jones (bass, Led Zeppelin). Het zou tot 2009 duren voor het er ook werkelijk van kwam onder de naam Them Crooked Vultures.
Na een aantal optredens verscheen in oktober 2009 de single New Fang. Een hard rockende track die met een lekker drum-intro begint en daarna fijn doordendert. Het nummer zou ze een Grammy Award opleveren in de categorie 'Best Hard Rock Performance'). In november volgde het debuutalbum Them Crooked Vultures.
Op het album staan meer van dit soort hard rockende tracks. Opener No One Loves Me & Neither Do I begint ook al met een drum-intro waarna Josh Homme er een memorabele gitaar-riff bovenop legt. Na 2:44 volgt er een break en gaat het nummer in een trager tempo verder op een ritme als een heimachine. Ook Mind Eraser, No Chaser en Dead End Friends vallen in deze categorie.
In Gunman en Caligulove komen invloeden uit andere muziekstijlen prominenter naar voren. In de eerstgenoemde track horen we referenties naar dance en in de andere track is veel ruimte voor toetsen.
Daarnaast staan er ook avontuurlijke songs op die gevarieerd zijn qua tempo, dynamiek en songstructuur: Warsaw Or The First Breath You Take After You Give Up en Spinning In Daffodils.
De absolute hoogtepunten van het album staan zijn wat mij betreft de tracks 6 en 7. Scumbag Blues wordt grotendeels gezongen met een kopstem wat een vervreemdend effect heeft. In de toetsenpartij hoor je flarden Led Zeppelin en de heren stuwen elkaar hier naar grote hoogten. Direct daarop volgend horen we Bandoliers waarin John Paul Jones laat horen hoe bepalend en belangrijk de basgitaar kan zijn. Dit zijn twee nummers die harde rock op een natuurlijke manier laten samensmelten met avontuurlijker elementen. Puur goud!
Ook na het verschijnen van het album heeft Them Crooked Vultures nog veel opgetreden. Eén van die optredens is vastgelegd door het Duitse tv-programma Rockpalast en dat werd uitgezonden in december 2009. Op Youtube is het hele concert te bekijken. Zoals ook bij andere optredens werd Them Crooked Vultures hier bijgestaan door Alain Johannes (gitaar en toetsen).
Er is al tijden sprake van een tweede album, maar tot nu toe is dat er helaas nog niet van gekomen. We blijven hopen...
Bob 2 is dood. Voor niet-ingewijden een nietszeggende mededeling, voor Devo fans een triest bericht. Na de dood van Alan Myers in 2013 is Bob ('Bob 2') Casale het tweede originele lid van de band die het loodje legt. Nu zijn alleen nog zijn broer Gerald Casale en de broers Mark en Bob ('Bob 1') Mothersbaugh over.
De band ontstond in het begin van de jaren zeventig in het studentenmilieu van de Kent State University in Ohio. De bandnaam is een verwijzing naar het concept van de-evolutie omdat men van mening was dat "in plaats van verder te evolueren, de mensheid eigenlijk is begonnen met regressie, zoals blijkt uit de disfunctioneren en de kuddementaliteit van de Amerikaanse samenleving".
Tijdens de eerste jaren van de band brachten ze in eigen beheer singles en korte films uit en verzorgden optredens op kunstfestivals. Door hun interesse in films en video zaten ze ook in de voorhoede bij het onstaan van de videoclip. Hun muziekvideo's werden veel gedraaid in de beginjaren van MTV. Hun werk kun je bekijken op het DEVOvision kanaal op YouTube.
Ze trokken de aandacht van David Bowie en Iggy Pop en met hun hulp kregen ze een contract bij Warner Bros. Records en werd Brian Eno de producer van hun debuutalbum Q: Are We Not Men? A: We Are Devo!
Europese hoes
Devo bestaat tot op de dag van vandaag, maar een beter album dan hun debuutplaat hebben ze niet meer gemaakt. Eerlijk gezegd zou dat ook lastig zijn geweest want wat een briljant werk van hoekige, studentikoze art-rock met punk, post-punk en new wave invloeden is dit toch. Humor, satire, surrealisme en kitsch voeren de boventoon samen met sociaal-maatschappelijke kritiek en science-fiction thema's. Wat je noemt een aparte combinatie.
Het album opent met Uncontrollable Urge. Het is prototypisch voor Devo en je wordt direct nieuwsgierig naar wat er nog meer komen gaat...of je haakt meteen af. Dat laatste zou wel jammer zijn want dan mis het tweede nummer: de op één na meest radicale bewerking van (I Can't Get No) Satisfaction van de Rolling Stones die ik ken (de meest radicale is de versie van The Residents).
De Devo-klassieker Mongoloid staat ook op dit album net als het alsmaar in tempo en heftigheid toenemende Gut Feeling/(Slap Your Mammy). In Sloppy (I Saw My Baby Gettin') wordt dan weer naar hartelust gespeeld met wisselingen in tempo en dynamiek.
En dan is er nog Jocko Homo waar de albumtitel in de tekst voorkomt. Dit nummer stond in een veel tragere versie op de b-kant van de allereerste eigen beheer single (a-kant: Mongoloid). Hier is ook een eigen beheer videoclip van bewaard gebleven.
Als je nieuwsgierig bent geworden kun je hier het hele album beluisteren en mocht je zelfs tot aanschaf willen overgaan, weet dan dat er in 2009 een remaster is verschenen met een live versie van het album als bonustracks.
© 2014 TTZL
Officiële website: Devo
Wikipedia EN: Devo
Sinds het verschijnen van hun debuutalbum in 1978 ben ik een groot liefhebber van Van Halen. Met veel plezier draai ik dat album nog regelmatig (met o.a. Running With The Devil), net als hun derde album Women And Children First en vooral nummer vier: Fair Warning.
Van Halen II is bij mij veel minder geliefd, zonder dat ik daar een duidelijke oorzaak voor kan aanwijzen. Reden genoeg om het album weer eens uit te kast te halen!
Het album opent met You're No Good. Een cover van een nummer uit 1963 dat door veel artiesten is opgenomen, maar de #1 hitversie van Linda Ronstadt is waarschijnlijk het bekendst. In de versie van Van Halen is het een popsong met rockinvloeden, maar het steekt wat flets af bij de kracht en energie van het debuutalbum. Het tweede nummer, Dance The Night Away, staat zo mogelijk nog verder af van het debuutalbum. Nog meer pop, nog minder rock. Ik begin te begrijpen waarom dit album me minder doet dan de andere albums.
Maar dan, als ik de hoop bijna heb opgegeven voor dit album, komt de derde track: Somebody Get Me A Doctor. De gitaar van Eddie van Halen klinkt lekker smerig en Michael Anthony levert een lekkere, krachtige baspartij. Deze trend zet zich door in Bottums Up! Ook Outta Love Again is lekker energiek en drummer Alex van Halen laat horen waartoe hij in staat is. Met drie goede en twee mindere tracks slaat de balans op kant A van de LP nog net naar de goede kant door.
Kant B spuit uit de startblokken met Light Up The Sky waarin na 1:42 het tempo stilvalt een mooie rustige passage volgt. Vanaf 2:00 gaat het tempo dan weer omhoog en krijgen we een lekkere gitaarsolo gevolgd door een drumbreak voordat het nummer naar een climax gaat. Het daarop volgende Spanish Fly is een kort instrumentaal akoestische gitaarstuk net als de elektrische evenknie Eruption op het eerste album.
Hierna volgt D.O.A. en dat is een lekkere uptempo rocker. Dé verrassing is wat mij betreft is het op één na laatste nummer, Women In Love. Een nummer met een mooi akoestisch gitaarintro en lekker traag slepend ritme. Zanger David Lee Roth levert hier zijn beste vocalen van het hele album af. Afsluiter van het album is Beautiful Girls en dat is weer meer een pop/rock showcase voor David Lee Roth, met gekke uithalen, trucjes en gimmicks, net als in de eerste twee nummers van het album.
Mysterie opgelost. Het album is niet populair geworden bij me omdat het opent met twee nummers die me niets doen en sluit ook weer af met een soortgelijk nummer. Daartussen zitten echter zeven prima nummers die echt gehoord mogen worden.
De eerste zes albums van Van Halen (inclusief Diver Down en 1984) zijn in 2000 geremasterd heruitgebracht (in glorieus HDCD). Deze remasters klinken als een klok, met name het basgeluid is onovertroffen.
© 2014 TTZL
Youtube: Eruption (van debuutalbum 'Van Halen')
Bassist Jack Bruce had voor hij in 1980 Jack Bruce & Friends formeerde al een hele carrière in de muziek achter zich in groepen als Blues Incorporated, The Graham Bond Organisation, John Mayall & The Bluesbreakers, Manfred Mann en natuurlijk Cream, samen met gitarist Eric Clapton en drummer Ginger Baker. Vanaf eind jaren zestig maakt Jack Bruce solo-albums en samenwerkings-albums met bevriende muzikanten.
In Jack Bruce & Friends werkte hij samen met drummer Billy Cobham, gitarist Clem Clempson en toetsenist Davis Sancious. De verwachtingen waren door de aanwezigheid van al die grote namen hooggespannen. Op basis van goede recensies van concerten van de nieuwe band krijgen ze een uitnodiging voor de Rockpalast-nacht van oktober 1980. Ze verzorgen een overtuigend optreden en in december 1980 komt het album I've Always Wanted To Do This uit. Succes blijft echter uit waarna de groep weer wordt ontbonden.
Het album opent met Hit And Run. Een sterke pop/rock-song met blues-invloeden en een paar mooie breaks. De twee daaropvolgende tracks behoren tot de sterksten van het album. In Running Back zit een mooie gitaarsolo van Clempson en de krachtige ballad Facelift 318* had al indruk gemaakt tijdens het Rockpalast-concert.
Het is een afwisselend album geworden want in Dancing On Air* komen de jazzrock-invloeden van de drie andere leden naar voren terwijl Livin' Without Ja* weer meer richting bluesrock leunt. De afsluiter Bird Alone* is een lange afwisselende track waarin de rasmuzikanten zich helemaal kunnen uitleven.
I've Always Wanted To Do This is misschien geen meesterwerk, maar leent zich prima voor herhaalde luisterbeurten. In 2008 heeft Esoteric Recordings een prima remaster van het album uitgebracht.
© 2014 TTZL
Youtube: Bird Alone*
* Rockpalast versies (albumversies zijn niet voorhanden op Youtube)
In mei/juni 1980 stond er een nogal afwijkend nummer in de Top 40: Toccata, een bewerking van een compositie van Bach door de Brits/Australische groep Sky.
Het begint als een vrij normale, klassieke uitvoering van de compositie, maar dat verandert na een minuut abrupt. De drums vallen donderend in en hele energieke uitvoering in progrock-stijl volgt. Uiteindelijk stond het nummer zes weken in de Top 40 met als hoogste notering nummer 20.
John Williams (nee, niet die van de Star Wars soundtracks) was eind jaren zeventig een bekende klassieke gitarist die voorzichtig aan niet-klassieke muziek was begonnen te ruiken. Herbie Flowers genoot enige bekendheid als lid van Blue Mink en T. Rex. En dan was er ook nog de mede-oprichter van Curved Air, Francis Monkman. Samen met sessie-muzikanten Kevin Peek en Tristan Fry vormden zij het klassieke/progrock-collectief Sky.
De verschillende invloeden die de bandleden meebrachten zijn goed terug te horen op het album. Zo zijn er naast Toccata meer bewerkingen van bestaand materiaal: Ballet-Volta (van Praetorius), het Spaanse volksliedje El Cielo en de Curved Air-klassieker Vivaldi.
De rest van het dubbelalbum bestaat uit originele composities waarin afwisselend klassieke danwel progrock elementen de boventoon voeren. Het zorgt voor een afwisselend geheel op een manier die ik bij geen andere band meer heb teruggehoord.
Naast albumopener Hotta zijn het vooral de twee lange composities die indruk maken. Op de originele dubbel-LP besloeg de suite 'FIFO' de gehele kant 2. Met name het '1st Movement', ook getiteld FIFO, is van grote klasse.
Voordat Toccata het album besluit horen we nog Scipio. Als je in één nummer wilt laten horen waar Sky voor staat, dan moet het dit nummer zijn. Alle invloeden, elementen, tempi en klankkleuren komen hierin voorbij.
© 2014 TTZL
Fan website: Sky
Wikipedia EN: Sky
Er zijn vele voorbeelden van uitvoeringen van populaire muziek door een klassiek orkest of klassieke muziek in rock of elektronische vorm. Slechts zelden levert dit memorabele muziek op.
De Japanse componist en synthesizervirtuoos Isao Tomita (vaak kortweg Tomita) bracht in 1974 en 1975 drie albums uit met bewerkingen voor synthesizer van de muziek van Debussy, Moessorgski en Stravinsky. Tot dan toe waren elektronische uitvoeringen van klassieke werken vaak noot-voor-noot adaptaties geweest van het originele werk. Tomita deed dat niet. Zijn versies zijn origineel en gedurfd en dragen net zozeer zijn stempel als dat van de componist.
Het duidelijkst is dat bij het album The Planets uit 1976 naar het werk van Gustav Holst (aan het album wordt ook vaak gerefereerd als 'The Tomita Planets' en dat is niet voor niets). Het album verklankt een ruimtereis en start met een drie minuten durend deel waarin communicatie tussen het ruimteschip en mission control te horen is, uitmondend in het opstijgen van het ruimteschip. Dit vloeit dan over in de bekende klanken van Mars, The Bringer Of War.
Niet zozeer de ver-elektronisering van The Planets alswel de mission control en space noises tussen de tracks deed klassieke puristen gruwen en avontuurlijk ingestelde muziekliefhebbers smullen. De erven Holst hebben geprobeerd het album van de markt te krijgen, maar met uitzondering van een paar maanden in de UK is dit niet gelukt.
Tomita laat in Venus, The Bringer Of Peace horen hoe goed hij het lyrische karakter van de muziek van Holst begrijpt. Saturn, The Bringer Of Old Age en Neptune, The Mystic illustreren dan weer dat Tomita de veelzijdigheid en de mystiek van het originele werk heeft behouden terwijl hij het zich ook eigen maakt.
The Planets behoort bij zowel Holst als Tomita tot hun populairste werken. Ook is Tomita's album van grote invloed geweest op de verdere ontwikkeling geweest van de synthesizermuziek. Het beste luister je naar het album The Planets als geheel.
© 2014 TTZL
Mick Harris is een bezig baasje. Tijdens zijn periode bij grindcore-band Napalm Death begon hij al met medebandlid Nicholas Bullen in 1991 de hobbyband Scorn. Na hun vertrek uit die groep gingen ze verder met Scorn en na het vertrek van Bullen werd Scorn een soloproject van Harris.
Daarnaast zette was hij nog actief in twee andere projecten die zeer verschillend van aard zijn: Lull (dark ambient) en Painkiller (jazz-metal). Verder heeft hij een groot aantal samenwerkingen op zijn naam staan met geestverwanten als Bill Laswell en Robert Musso en is hij actief als producer en (re)mixer.
Scorn's geluid is een aparte, experimentele mengeling van ambient, dub, electronic, hip hop en industrial met een nadruk op lage frequenties en een luide bas.
In bijna alle tracks op derde Scorn-album Evanescence zijn inventieve ritmes, flarden van vocalen en sfeerbepalende toetsenpartijen aanwezig. Alleen is het ene element prominenter in bepaalde nummers aanwezig dan in andere. Zo voert het ritme de boventoon in tracks als de opener Silver Rain Fell (met een fantastische baslijn) en in Days Passed waarin op de achtergrond een bijna valse gitaar te horen die dan toch weer wonderwel in het nummer past. De meest toegankelijke tracks zijn Dreamspace en Exodus. In de eerste kun je hip hop-invloeden herkennen en er zitten een paar lekkere breaks in. Het tweede nummer heeft de meest prominente vocalen van het hele album die lekker loom en lijzig worden gezongen.
Light Trap is een voorbeeld van een track waarin de toetsen sfeerbepalend zijn. Het nummer voelt traag en mysterieus aan hoewel er toch een ritme met een redelijk tempo onder zit. Automata is heel afwisselend qua tempo en sfeer, met veel effecten en in het ritme een hoofdrol voor de bass drum (blast beat-achtig).
Afsluiter Slumber is erg ambient-achtig en schurkt dicht aan tegen Mick Harris' solo-project Lull.
In 2011 heeft Mick Harris het project Scorn beëindigd en door het frequente wisselen van platenmaatschappij zijn de Scorn CD's helaas slecht verkrijgbaar. Evanescence is in 1994 uitgegeven door het label Earache en voor £6,99 kun je het album nog bij hen bestellen in een 2CD versie (met het remix album Ellipsis).