In blog #269 besteedde ik al aandacht aan de mooie geremasterde uitgave van het oeuvre van Rory Gallagher. Vervolgens werd in mei 2019 Blues uitgebracht, een album waarop allerlei onuitgebrachte studio- en live-tracks verzameld staan. Vorige maand werd daar ook nog het live-album Check Shirt Wizard aan toegevoegd.
Dat velen 'Rory live' boven 'Rory in de studio' verkiezen blijkt wel uit de populariteit van zijn live-albums Live! In Europe (1972), Irish Tour '74 (1974) en Stage Struck (1980). Steeds bracht Gallagher na twee studio-albums een live-album uit, behalve na Against The Grain (1975) en Calling Card (1976). Bij het samenstellen van het eerdergenoemde Blues album werden echter vier opgenomen concerten uit januari en februari 1977 in Brighton, Sheffield, Londen en Newcastle ontdekt. Gallagher was dus blijkbaar wel van plan een live-album uit te brengen en Check Shirt Wizard vult nu mooi het hiaat in de reeks.
Het is een heerlijk afwisselend album geworden en de geluidskwaliteit van de opnamen is geweldig. Het album opent fanatiek met Do You Read Me en Moonchild en al snel daarna volgt het eerste hoogtepunt van het album, Calling Card (van het gelijknamige album, op dat moment zijn meest recente plaat).
De rest van de eerste CD is sterk en sluit af met topuitvoeringen van I Take What I Want en Walk On Hot Coals.
Op de tweede CD staan onder andere lekkere lange versies van A Million Miles Away en Jack-Knife Beat. Een topper is ook de uptempo afsluiter Country Mile. Verder staan er ook een aantal akoestische nummers op zoals Too Much Alcohol en het geheel solo gebrachte Barley & Grape Rag.
Alhoewel fans unaniem zijn in hun hulde voor het album, geldt dit minder voor de titel en de hoes. Men vraagt zich af of het vaak dragen van een geblokt shirt echt relevant is voor zijn muziek en of er niets iets toepasselijkers te bedenken was. Ik heb er zelf niet zo'n probleem mee, eerlijk gezegd. De hoes van de jonge Ierse graffiti-kunstenaar Vincent Zara vind ik zelf mooi, maar ook daar zijn de meningen over verdeeld.
© 2020 TTZL
Officiële website: Rory Gallagher
Wikipedia EN: Rory Gallagher
Wikipedia NL: Rory Gallagher
YouTube: Do You Read Me
YouTube: Moonchild
YouTube: Calling Card
YouTube: I Take What I Want
YouTube: Walk On Hot Coals
YouTube: Too Much Alcohol
YouTube: Country Mile
YouTube: A Million Miles Away
YouTube: Jack-Knife Beat
YouTube: Barley & Grape Rag
Aan het einde van de vorige eeuw (vanaf ca. 1989) was er een swing revival. In 'retro-swing' (of 'neo-swing') werd de muziek die de jaren 1930-40 had gedomineerd gemend met rock, punk rock en ska muziek. In het verlengde van deze revival startte Capitol Records in 1996 de Ultra-Lounge CD-serie waarin niet alleen swing, maar ook genres als exotica, space age pop, mambo, theme songs en lounge muziek vertegenwoordigd zijn. De serie eindigde in 2014 nadat de laatste delen alleen nog als download verkrijgbaar waren.
De trouwe lezers van dit blog kennen mij als iemand met een onberispelijke muzieksmaak, maar ook als iemand die graag de zijpaden verkent. Daarom werd mijn aandacht in 1996 getrokken door deze serie en schafte ik de eerste drie uitgaven:
Mondo Exotica (Mysterious Melodies & Tropical Tiki Tunes)
Mambo Fever (Samba! Rhumba! Hot Cha-Cha-Cha!)
Spaces-Capades (Atomic-Age Audities And Hi-Fi Hi-Jinks!)
Met nummers uit de periode 1946-1967 geven die albums een mooi overzicht. Soms klinkt het in onze huidige oren wat truttig, maar opvallend vaak zitten er ook juweeltjes of heerlijk gekke tracks tussen. Vooral het album Space-Capades bevalt mij.
Het album opent met het suikerzoete Gay Spirits (toen 'gay' nog vrolijk betekende...) van David Rose & His Orchestra. Daarna wordt al snel leuker met bijvoorbeeld Moon Moods van één van de grote namen uit het genre: Les Baxter & His Orchestra. En wie wordt er niet vrolijk van Power House van The Bobby Hammack Combo?
Er staan ook nummers op die in het collectieve geheugen van velen gegrift zoals Calcutta en Sabre Dance van Les Baxter, Istanbul (Not Constantinople) van Joe "Fingers" Carr & 80 Drums Around The World of Puttin' On The Ritz van Terry Snyder.
Tracks met een gekke twist zijn bijvoorbeeld This Room Is My Castle Of Quiet van Billy May & His Orchestra en vooral de nummers van Dean Elliot & His Big Band: You're The Top en Lonesome Road.
Twee nummers steken er wat mij betreft bovenuit, Satan Takes A Holiday van Jack Malmsten en Drivin' Around The Block van Dickie Harrell, maar het is eigenlijk juist het afwisselende geheel dat het leuk maakt om deze albums af en toe eens te horen.
Later heb ik nog een twee delen aangeschaft (Volume 6 en Volume 12), maar met meer dan 40 uitgaven gaat de hele serie aanschaffen mij toch net even te ver.
© 2020 TTZL
Officiële website (gearchiveerd): Ultra-Lounge
Wikipedia EN: Ultra-Lounge
YouTube: Space-Capades [album]
YouTube: Gay Spirits [David Rose & His Orchestra]
YouTube: Moon Moods [Les Baxter & His Orchestra]
YouTube: Power House [The Bobby Hammack Combo]
YouTube: Calcutta [Les Baxter]
YouTube: Sabre Dance [Les Baxter]
YouTube: Istanbul (Not Constantinople) [Joe "Fingers" Carr & 80 Drums Around The World]
YouTube: Puttin' On The Ritz [Terry Snyder]
YouTube: This Room Is My Castle Of Quiet [Billy May & His Orchestra]
YouTube: You're The Top [Dean Elliot & His Big Band]
YouTube: Lonesome Road [Dean Elliot & His Big Band]
YouTube: Satan Takes A Holiday van Jack Malmsten
YouTube: Drivin' Around The Block van Dickie Harrell
YouTube: Mondo Exotica [album]
YouTube: Mambo Fever [album]
Begin 1986 verscheen in de Nederlandse Top 40 het nummer Mated van gelegenheidsduo David Grant & Jaki Graham. De wat gladjes geproduceerde R&B cover zou de 15e plek van de Top 40 bereiken. Het origineel was mij op dat moment al goed bekend omdat ik het singletje ongeveer een jaar eerder uit een uitverkoopbak had gevist.
De ballad Mated verscheen in januari 1985 op het album POV van Utopia, de groep van de enigmatische en eclectische Todd Rundgren. In de VS kwam het nummer vlak na het album op single uit. Het werd daar geen hit en toen het nummer in Nederland in de zomer van 1985 op single werd uitgebracht kwam het niet verder dan nummer 15 in de Tipparade.
De originele versie van Utopia bevalt mij echter veel beter dan eerder genoemde cover, ook al was die laatste veel succesvoller. Mated is het soort nummer dat juist Todd Rundgren met precies de goede mengeling van ernst en ironie weet te brengen. Dat het nummer hem zelf ook bevalt blijkt wel uit het feit dat hij een nieuwe versie van Mated heeft opgenomen op zijn bossa nova (!) album With A Twist... uit 1997.
POV is het negende en laatste (niet heel sterke) album van Utopia. De rek raakte eruit, al zijn nummers als Play This Game, Secret Society en More Light heel genietbaar. Gelukkig bleef Todd Rundgren solo heel actief tot op de dag van vandaag.
© 2020 TTZL
Officiële Facebookpagina: Todd Rundgren
Wikipedia EN: Utopia / Todd Rundgren
Wikipedia NL: Todd Rundgren+Utopia
YouTube: Mated
YouTube: Man Of Action [non-LP b-side]
YouTube: Mated [David Grant & Jaki Graham]
YouTube: Mated [Todd Rundgren]
YouTube: Play This Game
YouTube: Secret Society
YouTube: More Light
YouTube: POV [album]
YouTube: With A Twist... [album]
Vijftig jaar geleden verscheen het titelloze debuutalbum van The Allman Brothers Band. Deze gebeurtenis kon natuurlijk niet onopgemerkt voorbijgaan en er verscheen daarom een prachtig carrière-overzicht op vijf CD's met boek: Trouble No More (50th Anniversary Collection).

Het echte verhaal van de band begint op 26 maart 1969 als Gregg Allman (toetsen, zang) op aandringen van zijn oudere broer Duane Allman (gitaar) bij de dan nog naamloze band gehaald wordt. Andere 'founding members' zijn Dickey Betts (lead guitar, zang), Berry Oakley (bas), Butch Trucks (drums) en Jai Johanny "Jaimoe" Johanson (drums).
Het eerste nummer dat in deze bezetting gerepeteerd werd was Trouble No More van Muddy Waters. Het is dan ook toepasselijk dat een demo van dit nummer de collectie opent (het is één van de zeven niet eerder uitgegeven tracks). Daarna volgen een aantal nummers van het debuutalbum, waaronder Dreams en Whipping Post), gevolgd door een live-opname van I'm Gonna Move To The Outskirts Of Town (van het in 1990 uitgegeven Live at Ludlow Garage 1970).
Dat live-album is toegevoegd aan de luxe uitgave het tweede album Idlewild South waarvan onder andere Revival en Please Come Home present zijn. Het eerste deel wordt afgesloten met tracks van het succesvolle live-album The Allman Brothers Band at Fillmore East (zoals In Memory Of Elizabeth Reed) dat uitkwam in juli 1971 en de doorbraak voor de band betekende. Helaas sloeg het noodlot toe aangezien in oktober 1971 Duane Allman omkwam bij een motorongeluk.
De band besloot door te gaan maakte het nieuwe studio-album af. Samen met resterende Fillmore East opnamen vormen deze opnamen Eat A Peach (april 1972, waaronder One Way Out). Berry Oakley bleef het echter erg moeilijk houden met de dood van zijn vriend en zocht zijn heil in drank en drugs (een telkens terugkerend probleem bij The Allman Brothers Band). In november 1972 kwam ook hij om bij een motorongeluk, vlakbij de plek waar eerder Duane verongelukte.
Met Chuck Leavell (toetsen, zang) en Lamar Williams (bas) als vervangers wordt het album Brothers & Sisters (1973) opgenomen. Het is een sterke plaat met nummers als Southbound, Wasted Words en het overbekende instrumentale Jessica. Na het minder goed ontvangen Win, Lose Or Draw (1975, met bijvoorbeeld High Falls) volgt opnieuw een live-album (Wipe the Windows, Check the Oil, Dollar Gas uit 1976).
De band gaat uit elkaar, maar komt in 1978 toch weer bij elkaar. In de drie jaren erna worden drie albums uitgebracht waar men zo ontevreden over is dat er opnieuw een punt achter gezet wordt. Uit die tijd komen tracks als Crazy Love, Angeline en Leavin'.
De tweede reünie in 1989 is een groter succes, mede door de positieve invloed van Warren Haynes (zie ook Gov't Mule). Er zullen nog regelmatig bandleden wisselen en mede-oprichter Dickey Betts wordt door aanhoudende ruzies uiteindelijk in 2000 zelfs uit de band gezet. Warren Haynes was in 1997 al samen met bassist Allen Woody uit The Allman Brothers Band gestapt om zich voltijds op Gov't Mule te richten. Haynes was vervangen door het gitaarwonderkind Derek Trucks, het jonge neefje van drummer Butch.
Na de dood van Allen Woody vond Haynes troost bij zijn voormalige maten en werd met Derek Trucks het nieuwe gitaarduo van The Allman Brothers Band (naast zijn bezigheden met Gov't Mule). Er volgden nog enige sterke studio- en live-albums waarvan ook voldoende nummers zijn opgenomen in deze collectie. Op 28 oktober 2014 sloot de band het verhaal af met een optreden in het Beacon Theatre waar de men vele jaren lang series shows heeft verzorgd. Dit optreden was de laatste in een serie van 238 uitverkochte shows op dat podium.
In januari 2017 overleed Butch Trucks aan een zelf toegebrachte schotwond en in mei 2017 overleed Greg Allman aan een combinatie van leverkanker en andere gezondheidsproblemen.
Hoe goed dit carrière-overzicht ook is, ik kan niet zeggen dat je hiermee alles hebt wat je van The Allman Brothers Band zou moeten hebben. Het is een echte live-band en Whipping Post (at The Fillmore East, 1971) (23 minuten) en Mountain Jam (Live at Ludlow Garage, 1970) (44 minuten) illustreren hopelijk wat ik bedoel. The Fillmore Concerts combineert de opnamen At Fillmore East en de live-opnamen van Eat A Peach en is een prima aanvulling op deze box. En als je meer wilt lezen over de band kan ik het boek One Way Out (The Inside History of the Allman Brothers Band) van harte aanbevelen.
© 2020 TTZL
Officiële website: The Allman Brothers Band
Wikipedia EN: The Allman Brothers Band
Wikipedia NL: The Allman Brothers Band
YouTube: Trouble No More (demo)
YouTube: Dreams
YouTube: Whipping Post
YouTube: I'm Gonna Move To The Outskirts Of Town
YouTube: Revival
YouTube: Please Come Home
YouTube: In Memory Of Elizabeth Reed
YouTube: One Way Out
YouTube: Southbound
YouTube: Wasted Words
YouTube: Jessica
YouTube: High Falls
YouTube: Crazy Love
YouTube: Angeline
YouTube: Leavin'
YouTube: Whipping Post (at The Fillmore East, 1971)
YouTube: Mountain Jam (Live at Ludlow Garage, 1970)
YouTube: Trouble No More [Muddy Waters]
Na vorige week opnieuw een blog over The Knack, maar dan een Nederlandse band met die naam. Ik heb van deze band één single en die heb ik ongetwijfeld als vroege tiener een keer uit een bak met heftig afgeprijsde singles gevist.
Ik wist niets van deze band en na wat speurwerk op internet is dat eigenlijk niet heel veel meer geworden. The Knack blijkt een Brabantse disco/funk band te zijn geweest rond de Engelsman Tony Galahan (echte naam: Tony Priest). Verder bestond de band uit Jacques Witjes (gitaar), Ron Meyjes (gitaar), Willem Jongbloed (drums), Pieter van Tongeren (toetsen) en Mr. Jacky (bas).
Hun eerste single was in 1975 Baby Call Me (Sometime) en die bleef steken in de tipparade. Dat hoeft niet te verbazen, want het is een doorsnee pop/disco- nummer met funkinvloeden zoals er toen vele (en betere) verschenen.
De tweede single, Pick It Up uit 1976, bereikte de Top 40 wel en stond er drie weken in met als hoogste plek #35. Het is een beter nummer dan de eerste single omdat met name de zang een stuk beter is (al doen de falsetto-koortjes die winst gelijk weer teniet). De platenmaatschappij had er waarschijnlijk hoge verwachtingen van, want er werd zelfs een heuse 'Long Disco Mix' uitbracht op 12" in de VS. Op de b-kant van de single staat Always en dat nummer is alweer een stuk minder.
In 1977 werd nog een poging gewaagd met Do It, maar ook dit is helaas geen onvergetelijk nummer geworden. Dat er ook niet echt meer vol voor gegaan werd blijkt wel uit het feit dat de platenmaatschappij doodleuk de a-kant van de vorige single hier als b-kant heeft gebruikt. Nadat ook deze single in de Tipparade bleef steken hield de band het voor gezien.
© 2020 TTZL
Discogs: The Knack
Muziekencyclopedie: The Knack
YouTube: Pick It Up
YouTube: Always
YouTube: Baby Call Me (Sometime) [a-kant single, 1976]
YouTube: Pick It Up ['Long Disco Mix' version, 1976]
YouTube: Do It [a-kant single, 1977]
Na enkele jaren in bandjes uit Michigan te hebben gespeeld arriveert zanger/gitarist Doug Fieger midden jaren zeventig in Los Angeles. Daar ontmoet hij gitarist/toetsenist Berton Averre en al snel beginnen ze samen songs te schrijven. Om een band te vormen wordt Fieger's oude bekende Bruce Gary gevraagd als drummer en een week voor het eerste live optreden in de roemruchte Whisky a Go Go club juni 1978 komt bassist Prescott Niles het kwartet volmaken. The Knack is geboren.

In een tijd waar disco aan de ene kant van het spectrum regeert en punk aan de andere kant, komt The Knack met iets heel anders: melodieën uit jaren zestig pop gebed in een stevig rockgeluid. Dat jaren zestig gevoel uit zich ook in de simpele zwart/wit-fotografie. De voorkant van de hoes verwijst naar Meet The Beatles! en ook bandfoto op de achterkant verwijst duidelijk naar The Beatles.
Hun eerste optreden wordt een doorslaand succes in de maanden daarna maken ze met hun vele optredens zo'n naam voor zichzelf dat in november 1978 de platenmaatschappijen elkaar de tent uitvechten om een contract aan te mogen bieden. Uiteindelijk is Capitol Records de gelukkige en is Mike Chapman de verrassende keuze als producer (hij is dan vooral bekend van productiewerk voor Suzi Quatro, Mud, Sweet, Smokie en Racey samen met Nicky Chinn).
Doordat ze de nummers al door-en-door kennen kunnen ze het album in april 1979 (semi-live) in slechts elf dagen opnemen voor nog geen 20.000 dollar. In juni worden zowel het album Get The Knack als de eerste single uitgebracht. Die single sluipt langzaam op de hitlijst omhoog om eind augustus op nummer één te belanden en daar zes weken te blijven.
Die single is My Sharona en wordt ook in Nederland een hitje (hoogste positie is nummer 20). Het is een uptempo nummer met behoorlijk fanatiek gitaarwerk, net zoals in opener Let Me Out en afsluiter Frustrated.
Iets meer richting pop zitten nummers als Your Number Or Your Name, Oh Tara, That's What The Little Girls Do en de tweede single Good Girls Don't.
En dan zijn er nog de fijne hoekige songs (She's So) Selfish en Siamese Twins (The Monkey And Me), de ballads Maybe Tonight en Lucinda en de Buddy Holly cover Heartbeat die flink fanatieker is dan het origineel.
Door de goede afwisseling van de tracks is het een heel sterk album geworden.
Al snel wordt het album goud en daarna platina in de VS en Canada. Sommige critici vinden hun plotselinge roem maar niets. Ze wantrouwen hun motieven en hun referenties naar The Beatles worden door die critici tegen hen gebruikt. Na het tweede album gaat hun carrière in een neerwaartse spiraal en na hun derde album is het over.
In de jaren negentig volgt nog wel een reünie en drie albums, maar zo goed en groots als met Get The Knack werd het niet meer. In 2006 respectievelijk 2010 overlijden Bruce Gary en Doug Fieger aan de gevolgen van kanker.
© 2020 TTZL
Officiële website: The Knack
Wikipedia EN: The Knack
Wikipedia NL: The Knack
YouTube: Get The Knack [album]
YouTube: Let Me Out
YouTube: Your Number Or Your Name
YouTube: Oh Tara
YouTube: (She's So) Selfish
YouTube: Maybe Tonight
YouTube: Good Girls Don't
YouTube: My Sharona
YouTube: Heartbeat
YouTube: Siamese Twins (The Monkey And Me)
YouTube: Lucinda
YouTube: That's What The Little Girls Do
YouTube: Frustrated
YouTube: Heartbeat [Buddy Holly, 1958]
In 1977 startten Johan Visser and Willem Wisselink een platenlabel. Gebaseerd op hun strategie dat er toch ten minste 1000 idioten moesten zijn die hun producten zouden kopen noemden ze het label De 1000 Idioten Records. Ik noemde het label al kort in mijn (meest aangeklikte) blog #185.

De eerste uitgave was Van Agt Casanova van Paul Tornado. Het 'ethisch reveil' van Dries van Agt stuitte kunstacademiestudent Paul Hajenius tegen de borst en deze eerste Nederlandstalige punksingle was daar het resultaat van. Meer dan 5000 exemplaren werden verkocht.
Een andere opvallende single uit de beginperiode is Space Disco van de avantgarde/new wave groep Kewi A Go Go Party. Op de flipzijde onder andere het heerlijk lullige De Meester Van De Zesde Klas Heeft Beatlehaar. Ook de twee albums Life Is Like A Penguin (Always Black & White) en Terracotta Me, Baby (als Kewi University Of Swing) zijn niet versmaden. Hierop staan nummers als Life Is Like A Penguin, Sie Wünscht Sich Ein Kewi Ins Bett, Little Asia en Terracotta Me, Baby.

Het succes van het album Confetti van Fay Lovsky (met fijne en heel afwisselende nummers als Cold As Ice, Maggie en Rude & The Gang) zorgde ervoor dat de '1000 idioten' referentie geen hout meer sneed en het label werd hernoemd in Idiot Records.
De zelfvernoemde 10" (met tracks als Behind A Painted Smile en A Dream Goes On Forever) van Mathilde Santing continueerde het succes en Idiot Records werd steeds meer een singer/songwriter label waarop meer Lovksy en Santing releases zouden verschijnen.
Ook de platen van artiesten die niet echt doorbraken naar het grote publiek zijn meer dan de moeite waard. Luister bijvoorbeeld naar Call Her A Friend van Nils Wieland (Nils Wieland, 1985) of Billy van Joep Bruinjé (Vitamins, 1985).
Alle Idiot Records producten zijn gelukkig nog steeds te verkrijgen via Apple Music, iTunes en Basta Records. Helaas zijn de downloads in gecomprimeerd formaat (AAC, MP3). Hopelijk komen de releases ook nog eens in een 'lossless' formaat beschikbaar via bijvoorbeeld bandcamp.com.
© 2020 TTZL
Officiële website: Idiot Records
Squarespace website: Idiot Records
Facebook: Idiot Records
Discogs label pages: De 1000 Idioten Records / Idiot Records
Wikipedia NL: De 1000 Idioten Records
YouTube: Paul Tornado - Van Agt Casanova
YouTube: Kewi A Go Go Party - Space Disco
YouTube: Kewi A Go Go Party - De Meester Van De Zesde Klas Heeft Beatlehaar
YouTube: Kewi A Gogo Party - Life Is Like A Penguin
YouTube: Kewi A Gogo Party - Sie Wünscht Sich Ein Kewi Ins Bett
YouTube: Kewi University Of Swing - Little Asia
YouTube: Kewi University Of Swing - Terracotta Me, Baby
YouTube: Fay Lovsky - Cold As Ice
YouTube: Fay Lovsky - Maggie
YouTube: Fay Lovsky - Rude & The Gang
YouTube: Mathilde Santing - Behind A Painted Smile
YouTube: Mathilde Santing - Dream Goes On Forever
YouTube: Nils Wieland - Call Her A Friend
YouTube: Joep Bruinjé - Billy