Zoeken in deze blog

zondag 29 juni 2025

#659: Ramones - Leave Home (1977)

Slechts negen maanden na hun debuutalbum (zie blog #171) kwam Ramones in januari 1977 al op de proppen met hun tweede album, Leave Home. Niks sophomore album curse, gewoon stug doorgaan op de ingeslagen weg en al het geleerde in praktijk brengen.

Dat levert een album op dat misschien niet net zo verrassend en memorabel is als het debuut (hoe zou dat ook kunnen?), maar geluidstechnisch was het wel een grote stap vooruit. 

Het stereobeeld van het debuut deed denken aan de platen die verschenen in de beginjaren van stereo (denk aan de vroege albums van The Beatles). Op Leave Home is dat anders. Niet meer het ene instrument op het linker- en het andere instrument op het rechterkanaal, maar een mooie verdeling over het stereo-spectrum. Ook klinkt de productie een stuk beter. Het geluid is helderder, waardoor bijvoorbeeld de vocalen van Joey Ramone er veel beter uitkomen en de melodieën liggen niet meer begraven onder de wall of sound.

Voor de luisteraar met een open oor is er ook flink wat afwisseling in de tracks te bespeuren. Zo zijn er felle, furieuze tracks als Glad To See You Go (over een gewelddadige vriendin van Dee Dee Ramone), Gimme Gimme Shock Treatment, Swallow My Pride, Commando en het geweldige Suzy Is A Headbanger (dat zijn inspiratie uit  een film noir uit 1947 haalt, Nightmare Alley).

Een andere kant van Ramones horen we in I Remember You en Oh, Oh, I Love Her So (waarin we zowaar doo-wop invloeden horen). Niet dat het nu ineens rustig wordt, maar de intensiteit en thematiek is toch duidelijk anders. Er staat ook één cover op en dat is California Sun, maar dat klinkt toch heel anders dan het origineel van The Rivieras.

Dan zijn er nog twee nummers die ik er specifiek uit wil lichten. De eerste is Pinhead, een groots nummer dat gebaseerd is op een karakter uit de film Freaks uit 1932 (een 'pinhead' is iemand met een veel kleiner hoofd dan normaal). Het is met 2:42 het langste nummer van het album (vier nummers halen niet eens de twee minuten). Naast een break tegen het einde die je volledig op het verkeerde been zet, is het ook het nummer waar de befaamde Ramones-slogan Gabba Gabba Hey voor het eerst te horen is.

Het tweede nummer is Carbona Not Glue. Thematisch borduurt het voort op Now I Wanna Sniff Some Glue van het debuut, want Carbona is de naam van een  oplosmiddel om vlekken mee te verwijderen. En dat was dus ook een probleem, want het was een beschermde merknaam. Het nummer verdween dus vrijwel direct van de tracklist (al waren er al wel wat LP's met het nummer er nog op reeds verkocht).

In de US werd Carbona Not Glue vervangen door Sheena Is A Punk Rocker en in de UK door Babysitter. En dat was eigenlijk jammer, want Carbona Not Glue is een  zeer aanstekelijke, heerlijke track die misschien wel een hitsingle had kunnen worden. Sheena kwam later op het derde album Rocket To Russia terecht en zowel Carbona Not Glue als Babysitter staan gelukkig op de heruitgaven van het album sinds 2001.

Leave Home heeft de pech dat het ingeklemd zit tussen het geweldige debuut en het beste album van Ramones, Rocket To Russia, dat tien maanden later zou verschijnen. Desalniettemin is Leave Home een prima, op zichzelf staand album waar menig band een moord voor zou doen.

© 2025 TTZL


Officiële website: Ramones
Officiële Twitter (X): Ramones
Wikipedia EN: Ramones
Wikipedia NL: Ramones

YouTube: Leave Home [album]
Spotify: Leave Home [album]

YouTube: Pinhead
YouTube: Swallow My Pride
YouTube: California Sun
YouTube: Commando

YouTube: California Sun [The Rivieras]
YouTube: Now I Wanna Sniff Some Glue [Ramones]
YouTube: Sheena Is A Punk Rocker [Ramones]
YouTube: Babysitter [Ramones]

zondag 22 juni 2025

#658: Yellow Magic Orchestra - BGM (1981)

Ruim tien jaar geleden besteedde ik al eens aandacht aan mijn favoriete Yellow Magic Orchestra (YMO) album (zie blog #72). Het album dat direct daarvoor (in hetzelfde jaar) verscheen is echter ook zeer de moeite waard: BGM.

Tussen 1978 en 1979 waren er twee goed ontvangen studio-albums verschenen. Daarna volgden een live-album en een mini-album. 

Daarna was het weer tijd voor een regulier studio-album. Dat werd BGM, een album waarop YMO de stap zet van uptempo, vrolijke, springerige synth-pop naar een meer volwassen geluid. Een moedige stap, want het was afwachten hoe de aanhang zou reageren.

BGM staat (naar verluidt) voor 'background music' maar de meeste nummers op het album hebben weinig tot niets te maken met ambient of muzak (in Japanse advertenties werd ook wel de term 'Beautiful Grotesque Music' gebruikt). 

Het album opent met de prima Japanse pop van Ballet en Music Plans en de (aparte) YMO-kijk op de Rap Phenomena. Aardige tracks, maar nog niet heel verrassend. 

Vanaf de vierde track van kant A begint het interessant te worden. Happy End is een prachtige instrumentale track van toetsenist Ryuichi Sakamoto en de eerste track die een flink ambient-karakter heeft. Direct daarna volgt 1000 Knives en dat is een kortere, fellere, meer ritmische versie van het origineel van zijn solo-album uit 1978. Daarmee is kant A ruimschoots genietbaar, maar op kant B begint de lol pas echt. 

De midtempo ballad (als zoiets bestaat) Cue start kant B en is de meest radio-vriendelijke track (het is ook veruit het meest gestreamde nummer van het album). Direct daarop volgt UT (wat staat voor ultraterrestrialen dat heeft een geweldig pulserend ritme en lekker experimentele instrumentatie. Net als het daaropvolgende nummer, Camouflage, werpt het schaduwen terug naar de eerste albums, alsmede vooruit naar Technodelic.

De laatste twee nummers van kant B brengen het tempo weer wat naar beneden. We horen een slepend ritme in Mass, gecombineerd met fraaie breaks en synth-partijen die gedurende het nummer diverse sferen schilderen. Het laatste nummer doet de albumtitel de meeste eer aan. Loom is het meest ambient nummer van YMO. Het begint met een druppelend geluid en dan komt er een langzaam in volume en toonhoogte toenemend geluid bij. Na een minuut of twee gaat dat over in een ijl klanktapijt dat golvend over ons wordt uitgestort. Tegen het einde van het nummer neemt de volume weer langzaam af en dooft het nummer heel langzaam uit.

YMO heeft dus twee kanten, de synth-pop en het meer experimentele geluid en ik kan beide waarderen. Zelf hebben ze er ook nooit een onderscheid in gemaakt en speelden ze live alles door elkaar. Zelf heb ik wel een voorkeur voor de latere periode en daarom zijn zowel BGM en Technodelic mij zeer lief.  

© 2025 TTZL


Official Facebook: Yellow Magic Orchestra
Wikipedia EN: 
Yellow Magic Orchestra
Wikipedia NL: Yellow Magic Orchestra

YouTube: BGM [album]
Spotify: BGM [album]

YouTube: Ballet
YouTube: Music Plans
YouTube: Rap Phenomena
YouTube: Happy End
YouTube: 1000 Knives
YouTube: Cue
YouTube: UT
YouTube: Camouflage
YouTube: Mass
YouTube: Loom

YouTube: 1000 Knives (Ryuichi Sakamoto)

zondag 15 juni 2025

#657: Sly Stone (1943-2025) / Brian Wilson (1942-2025)

Deze week overleden Sly Stone en Brian Wilson slechts twee dagen na elkaar en allebei 82 jaar oud. Zowel Stone als Wilson hebben met hun respectievelijke bands, Sly & The Family Stone en The Beach Boys, een belangrijke rol gespeeld in de popmuziek.

Sly Stone komt uit een muzikaal gezin en bespeelde op zeer jonge leeftijd al vele instrumenten. Na actief te zijn geweest in diverse bands, als disc jockey en als producer, voegden in 1967 zijn broer Freddie en hij hun bands samen tot Sly & The Family Stone

De multi-raciale en multi-gender band zou van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de psychedelische soul en funk met hun mix van vele stijlen. Tussen 1968 en 1973 scoorden zij in de VS een flink aantal hits, waaronder tracks als Dance To The Music, Stand!, Thank Yo(Falettinme Be Mice Elf Agin) en de enige hit in Nederland, Family Affair

Frictie in de band en excessief drugsgebruik maakte midden jaren zeventig  een eind aan de succesperiode van Sly & The Family Stone, maar hun invloed is onmiskenbaar.

Het verhaal van Brian Wilson is enigszins vergelijkbaar, al waren The Beach Boys met éénentwintig Top 40 hits wel veel succesvoller in Nederland. In de herfst van 1961 richtten de drie Wilson broers (Brian, Dennis en Carl) samen met hun neef Mike Love en vriend Al Jardine de band The Pendletones op. Zij schreven Surfin' en een kleine platenmaatschappij wilde het nummer wel uitbrengen, maar dan onder de bandnaam The Beach Boys. De rest is geschiedenis.

Er volgden nog meer hits waaronder Surfin' Safari, 409, Surfin' U.S.A., I Get Around, Help Me Rhonda, California Girls en Barbara Ann. Het commerciële succes en de hooggeprezen vocale harmonieën waren echter niet genoeg voor Brian Wilson. Hij wilde zijn verworven vaardigheden in de studio ook artistiek uitbuiten met gewaagde arrangementen en onverwachte tempowisselingen.

Dat leidde tot het algemeen erkende meesterwerk Pet Sounds. Op dat album staan een aantal van de mooiste popsongs ooit gemaakt, met voor mij als hoogtepunten Wouldn't It Be Nice, Sloop John B en de perfectie in een popsong, God Only Knows.

Na Pet Sounds kwam de invasie van Britse bands en Brian Wilson raakte na het horen van The Beatles' Sgt. Pepper's Loneley Hearts Club Band danig in de war. Zijn antwoord moest het album Smile worden, maar na 85 opnamesessies werd het project gestaakt (in 2004 zou Wilson het album her-opgenomen uitbrengen en in 2011 verschenen alsnog de sessies van The Beach Boys).

In plaats van Smile verscheen het album Smiley Smile met daarop de mini-opera Heroes And Villains (van de Smile-sessies) en het prachtige Good Vibrations. Brian Wilson verloor zich echter steeds meer in drugsgebruik en kreeg zware mentale problemen. Hij trok zich steeds verder terug uit The Beach Boys en de albums werden steeds minder van kwaliteit.

Op latere leeftijd ging het weer beter met Wilson, maar de hoogtijdagen keerden nimmer weer. Dat neemt echter niets weg van de geweldige nalatenschap van Brian Wilson met The Beach Boys. De popmuziek is oneindig rijker geworden door hun bijdrage.

© 2025 TTZL


Official website: Sly Stone / Brian Wilson

Wikipedia EN: 
Sly Stone / Brian Wilson
Wikipedia NL: Sly Stone / Brian Wilson

Sly And The Family Stone
YouTube: Stand!
YouTube: Family Affair

The Beach Boys
YouTube: Surfin'
YouTube: Surfin' Safari
YouTube: 409
YouTube: Surfin' U.S.A.
YouTube: I Get Around
YouTube: Help Me Rhonda
YouTube: Barbara Ann
YouTube: Sloop John B
YouTube: Good Vibrations

zondag 8 juni 2025

#656: The Fixx - Reach The Beach (1983)

Schoolvrienden Cy Curnin (zang) en Adam Woods (drums) richtten in 1979 de band Portraits op. Na toevoeging van een toetsenist, gitarist en bassist nemen ze twee singles op voor Ariola. Als The Fix nemen ze daarna nog één single op voor het kleine 101 Records. Ze hebben nog geen succes, maar wel wekken ze de interesse van het grote MCA Records.

Die maatschappij wil ze wel onder contract nemen, maar niet onder de naam 'The Fix', omdat deze als verwijzing naar drugsgebruik gezien kon worden ('getting a fix'). De band wil niet een geheel andere naam aannemen en daarom kom het compromis The Fixx eruit.

MCA koppelt de band aan producer Rupert Hine en het debuutalbum Shuttered Room is het resultaat. Het album levert twee hits op in Canada en de VS (Stand Or Fall en Red Skies), maar doet weinig in thuisland Engeland en de rest van Europa. Het album in wat onevenwichtig, maar laat wel potentie horen.

Dat wordt door de band en Rupert Hine volledig waargemaakt op het tweede album, Reach The Beach. De new wave met pop-rock en art-rock invloeden komt hier tot volle wasdom, zowel artistiek als commercieel. Dat laatste overigens weer met name in Canada en de VS. De eerste single Saved By Zero doet het daar al goed, maar de klapper komt met One Thing Leads To Another: #1 in Canada en #4 in de VS.

Het zijn dan ook allebei muzikaal sterke nummers nummers met een lekkere hook en een memorabel refrein, gekoppeld aan sterke zang en een prima productie. Ook de derde single The Sign Of Fire past prima in dit rijtje.

Er staan echter ook nummers op het album met een iets andere signatuur. Zo heeft Running opvallende breaks, een hoog tempo en staccato-gitaarklanken. Titelnummer Reach The Beach en Outside slepen zich lekker traag voort, terwijl Changing en Liner opvallen door hun afwijkende zanglijnen.

Naast de eerder genoemde singles bevallen mij specifiek twee nummers. Ten eerste is dat Priviledge waarin opnieuw een staccato spelende gitaar de hoofdrol pakt, naast de sterke zang(lijnen) en het uitgekiende arrangement. Er gebeurt van alles en nog wat op de achtegrond in dit nummer. 

Een andere favoriet is Opinions. Dat is een verfijnd soort rock-ballad met een prachtig atmosferisch intro en een prima opbouw. In een mooie break komt het geluid uit het intro nog even terug, voordat het nummer naar een mooie conclusie wordt gebracht. Prachtig.

Tijdens het maken van dit tweede album komt ook de definitieve formatie van de band tot stand met, naast Curnin en Woods, toetsenist Rupert Greenall, gitarist Jamie West-Oram en bassist Dan K. Brown. Tot op de dag van vandaag is dat de bezetting van The Fixx.

Je hebt zo van die platen waar je als tiener of jongvolwassene mee bent opgegroeid en die je dan niet meer kwijtraakt. Voor mij is Reach The Beach van The Fixx zo'n plaat. Iedere draaibeurt is weer een feest der herkenning.

© 2025 TTZL


Official website: 
The Fixx
Wikipedia EN: 
The Fixx
Wikipedia NL: The Fixx

YouTube: Reach The Beach [album]
Spotify: Reach The Beach [album]

YouTube: Running
YouTube: Saved By Zero
YouTube: Opinions
YouTube: Changing
YouTube: Liner
YouTube: Priviledge
YouTube: Outside

YouTube: Stand Or Fall [video]
YouTube: Red Skies 

zondag 1 juni 2025

#655: Cheap Trick - Dream Police (1979)

In blog #141 verhaalde ik al over de vroege jaren van Cheap Trick en het onverwachte succes van het (Japanse) live-album Cheap Trick At Budokan. Slechts een week voor de opnamen was hun derde studio-album (Heaven Tonight) verschenen en daarom horen we daarop vooral nummers van de eerste twee albums (Cheap Trick en In Color).

Het eerste album kende een rauw geluid, maar op het tweede album was de focus meer op pop, onder andere door het gebruik van synthesizers en radio-vriendelijke productie. Het derde album combineerde de elementen van beide albums en dat leidde tot hun beste album tot dan toe.

Na het opnieuw rauwe geluid van het live-album was het de vraag welke kant Cheap Trick op zou gaan: terug naar het kale, ruwe geluid van Cheap Trick en At Budokan of verder op de weg die met In Color en Heaven Tonight was ingezet?

Het vierde studio-album gaf eenduidig antwoord op die vraag. Dream Police uit 1979 bouwt voort op Heaven Tonight en schroefde het gebruik van synths en strijkers op. Gelukkig leidt dit niet tot zoetsappige toestanden, misschien met uitzondering van de (in de VS succesvolle) single Voices

Rock en pop domineren de rest van het album. Soms slaat de balans iets door richting pop, zoals in het geweldige en wat sinistere titelnummer Dream Police en in Way Of The World (niet verrassend zijn beide als single uitgebracht). De vierde single was I'll Be With You Tonight en dat nummer helt al wat meer richting rock, maar heeft wel een lekker meezingbaar refrein. 

In dezelfde categorie vallen I Know What I Want en het heerlijke, bijna acht minuten lange Need Your Love. Dat nummer heeft een heerlijk traag, dreigend en slepend begin en heerlijke breaks gedurende het eerste gedeelte van het nummer. Iets over de helft neemt het tempo ineens flink toe en wordt het nummer ook veel luider. Heerlijke instrumentale passages met brute gitaarlicks volgen totdat het nummer tot een rustige einde wordt gebracht. Een wereldnummer dat al was te beluisteren op At Budokan (voordat dit album dus verschenen was).

Tenslotte staan er nog drie heerlijke uptempo rockers op het album. The House Is Rockin' (With Domestic Problems) dendert vanaf het begin ruim vijf minuten heerlijk door. Op het album volgt direct Gonna Raise Hell en dat nummer heeft, net als Need Your Love, zo'n heerlijk traag en slepend ritme. Ook hier wordt de tijd genomen, want het nummer duurt ruim negen minuten. Er zitten lekkere breaks in en aan het eind komen er ook nog strijkers bij, maar op één of andere manier past het wel. Writing On The Wall is het derde stevige nummer en dat gaat weer direct vanaf de start los. Refreinen met pop-invloeden worden afgewisseld met stevig gitaarwerk.  

Na het grote succes van At Budokan (en met name de single I Want You To Want Me) kocht ik natuurlijk Dream Police zodra het album uitkwam in 1979 en heb het grijsgedraaid, net als de CD-versie uit 1986. En nog steeds draai ik het album met enige regelmaat, maar nu de mooie geremasterde versie uit veertien  CD's tellende The Complete Epic Albums Collection (aanbevolen!).

© 2025 TTZL


Official website: Cheap Trick

Wikipedia EN: Cheap Trick
Wikipedia NL: Cheap Trick

YoTube: Dream Police [album]
Spotify: Dream Police [album]

zondag 25 mei 2025

#654: Sammy Davis Jr. - Baretta's Theme (1976)

Baretta was een televisieserie over undercover cop  Anthony Vincenzo "Tony" Barettagespeeld door Robert Blake. Er zijn vier seizoenen gemaakt van de show, tussen 1975 en 1978. De show was heel populair in Nederland en wat bij mij vooral is blijven hangen is de begintune door Sammy Davis Jr.

Davis was een grote ster als entertainer (zanger, acteur, komiek, danser) in de jaren vijftig en zestig. Hij was onderdeel van de tweede incarnatie van het zogenaamde Rat Pack, een informele groep showbusiness-sterren.

In de jaren zeventig was Davis' ster tanende en met een paar wisselingen van platenmaatschappij probeerde hij het tij te keren. Dat leidde tot een onverwachte hit in 1972 met The Candy Man, een nummer uit de film Willy Wonka & The Chocolate Factory. Het werd zijn enige nummer één hit in de VS, maar Davis vond het zelf maar niets. Tegen zijn manager zei hij: "It’s horrible. It’s a timmy-two-shoes, it’s white bread, cute-ums, there’s no romance. Blechhh!".

The Candy Man zorgde echter wel voor een hernieuwde populariteit en in juli 1975 werd hij gevraagd om de theme song voor de televisieserie Baretta in te zingen. Het nummer was niet speciaal voor de show gecomponeerd, maar werd het jaar daarvoor door Morgan Ames en Dave Grusin geschreven als Keep Your Eye On The Sparrow

De eerste versie van die succes had in de VS (#45 in de Top 100) was die van Merry Clayton uit juli 1975. El Chicano nam in hetzelfde jaar een cover op als Baretta's Theme (Keep Your Eye on the Sparrow) en een instrumentale versie door Rhythm Heritage werd in 1976 een hit (#20) in de VS. Dit in tegenstelling tot de versie van Sammy Davis Jr. die (ook uitgebracht in 1976) de Top 100 net niet haalde.

Dat was wel anders in de rest van de wereld. In Mexico, Japan en een aantal Europese landen werd Baretta's Theme wel een hit. Het nummer stond negen weken lang genoteerd in de Nederlandse Top 40, waarvan drie weken op nummer één.

In Davis' versie is het een krachtig en boeiend nummer geworden met prominente percussie en een handig gebruik van het geluid van een kaketoe, het huisdier van het personage Baretta. De zang is emotioneel passend bij het karakter van de serie (zowel kwetsbaar als veerkrachtig) en het nummer brengt  ook tekstueel de sfeer van de serie goed over.

Op de b-kant staat I Heard A Song, ook een nummer van het album The Song And Dance Man, maar dit is een typisch 'Las-Vegas-show-nummer' en steekt wat mij betreft bleekjes af bij de a-kant. Als je meer wilt horen van Sammy Davis Jr. zou je bijvoorbeeld eens onderstaande albums kunnen beluisteren:

© 2025 TTZL


Official website: 
Sammy Davis Jr.
Fan website: Sammy Davis Jr.
Wikipedia EN: 
Sammy Davis Jr.
Wikipedia NL: Sammy Davis Jr.


YouTube: The Candy Man
YouTube: Keep Your Eye on the Sparrow [Merry Clayton]
YouTube: Keep Your Eye on the Sparrow [Rhythm Heritage]

zondag 18 mei 2025

#653: The Rolling Stones - Sympathy For The Devil (Remix) (2003)

In de herfst van 2002 bracht ABKCO Records geremasterde versies uit van de eerste 22 studio-albums en compilaties van The Rolling Stones. Deze waren verkrijgbaar als gewone CD's, maar ook als geweldig klinkende hybride SACD's (met een stereo Super Audio CD laag en een gewone CD laag). 

Aan het eind van 2003 werden 16 van die albums nog eens in een box set uitgebracht. Om daar de aandacht op te vestigen zetten Jagger/Richards met ABKCO een remix-project op voor Sympathy For The Devil.

Het resultaat daarvan was Sympathy For The Devil (Remix), een maxi-single met remixen van drie zorgvuldig geselecteerde artiesten. De single werd op vinyl en CD uitgegeven, maar ook in een meerkanaals-versie op DVD en SACD. Van alle drie staat er zowel een 'radio mix' als een 'full length mix' op, maar ik richt mij alleen op de laatstgenoemde versies.

De eerste remix is de Neptunes Full Length Remix. Wat meteen opvalt is dat The Neptunes percussie-elementen en Midden-Oosters klinkende accenten toevoegen, hetgeen doet denken aan het geluid van The Stones ten tijde van Their Satanic Majesties Request. Er zitten ook hele mooie breaks in de mix, waarin Mick Jagger bijna solo te horen is. Ik vind het een prima mix.

De tweede remix is van Fatboy Slim en heet dan ook de Fatboy Slim Full Length Remix. Ook hier horen we toegevoegde ritmische elementen (met breaks), maar er is tevens in het bas-spectrum vrij subtiel het één en ander toegevoegd. In het middenstuk zijn wat geluidseffecten toegevoegd, maar dat vind ik minder geslaagd. De laatste drie minuten van de ruim acht minuten durende mix vind ik dan weer wel erg goed. Hier ligt de focus vol op de instrumenten en de melodie en daar gaat Fatboy Slim heel inventief en origineel mee aan de gang. Hierdoor slaat de balans toch naar de positieve kant uit.

De derde remix is de Full Phatt Full Length Remix. In deze mix zet Full Phatt een geheel nieuwe ritmebasis neer en dat is even wennen. Je hebt het gevoel dat alleen de vocalen van het origineel zijn behouden en dat er een geheel nieuwe track onder is gezet met hier en daar een element uit de instrumentatie van het origineel. Voor mij is dit de minste mix van de drie omdat het te ver afstaat van het origineel.

Als zevende en laatste nummer staat The Rolling Stones Original Recording op de SACD. In glorieus 5.1 surround sound horen we de originele versie en helaas voor de remixers wint deze toch echt op alle fronten. Het is en blijft een onverwoestbare track.

© 2025 TTZL


Official website: The Rolling Stones

Wikipedia EN: The Rolling Stones
Wikipedia NL: The Rolling Stones


zondag 11 mei 2025

#652: VA - Progression (A Progressive Rock Anthology) (1993)

Progressive Rock (ook wel progrock of prog) is een soort muziek die veel voorbijkomt in mijn blogs. Ontstaan uit de psychedelische bands in het Verenigd Koninkrijk, kenmerkt prog zich door het loslaten van de standaard pop- of rock-tradities en het verwerken van invloeden en technieken uit bijvoorbeeld de jazz, folk en klassieke muziek, terwijl het 'rock-gevoel' behouden blijft. 

Het verzamelalbum Progression (A Progressive Rock Anthology) (uit 1993) laat mooi horen hoe divers dit kan uitpakken en dus ook hoe moeilijk het is om de grenzen van prog aan te geven.

Het album opent met Fire van The Crazy World Of Arthur Brown. Een klassieker en duidelijk een nummer dat in 1968 over muziekgrenzen heenging.

We vinden meer klassiekers in de tracklist, zoals Strange Kind Of Woman van Deep Purple, Hawkwind's Silver Machine, Radar Love van Golden Earring en Argent's Hold Your Head Up. Stuk voor stuk topnummers, wat mij betreft.

Het zijn echter niet alleen maar de overbekende nummers die zijn opgenomen. Er is ook een mooie dwarsdoorsnede van minder bekende nummers van gevestigde namen opgenomen. Zo horen we Frankenstein van The Edgar Winter Group (een heerlijke soort 'electro-blues' met nog veel meer invloeden), Little Bit Of Love van FreeAtomic Rooster's Devil's AnswerLove Like A Man van Ten Years After (gezegend met een zeer memorabele riff), Backstreet Luv van Curved Air, Manfred Mann's Earth Band's Joybringer en Jethro Tull's Living In The Past.

Er staan ook een paar minder bekende namen op. Zo is er Race With The Devil van The Gun. Een bijzonder leuk nummer uit 1968 waarvan ik al eerder een cover behandelde (zie blog #234). The Witch van The Rattles zei mij weinig op basis van artiest en titel, maar bij het beluisteren kwam het mij toch bekend voor (Arbeidsvitaminen!). Iets soortgelijks gebeurde bij Sympathy van Rare Bird. Dat bleek de originele versie te zijn van de mij zeer bekende cover van Steve Rowland & The Family Dogg (in 1970 #2 in de Top 40). Ook het door folk beïnvloedde Renaissance is van de partij met het mooie Northern Lights, net als Family met In My Own Time waarin de uit duizenden herkenbare stem van Roger Chapman is te horen.

Dan blijven er nog drie tracks over van bands die mij geheel onbekend waren. 
Standing In The Road van Blackfoot Sue is zwaar beïnvloed door de glam rock. Je hoort duidelijke echo's van Slade en T-Rex. Leuk nummer, maar niet heel bijzonder. Medicine Head is een aangename verrassing met Slip And Slide. Heel relaxt, laid back en met een aparte instrumentatie. Het album sluit af met Jig A Jig van East Of Eden wiens muziek een sterke folk inslag heeft, een beetje zoals  Jethro Tull en Renaissance, maar het spreekt mij minder aan.

Progression (A Progressive Rock Anthology) is een heerlijke, eclectische staalkaart van prog en de CD belandt nog regelmatig in de lade van mijn CD-speler. Voor het gemak heb ik zowel een YouTube als een Spotify playlist gemaakt van de tracklist.

© 2025 TTZL


YouTube: The Crazy World Of Arthur Brown – Fire
YouTube: Deep Purple – Strange Kind Of Woman
YouTube: Free – Little Bit Of Love
YouTube: Atomic Rooster – Devil's Answer
YouTube: The Edgar Winter Group – Frankenstein
YouTube: Hawkwind – Silver Machine
YouTube: The Gun – Race With The Devil
YouTube: The Rattles – The Witch
YouTube: Golden Earring – Radar Love
YouTube: Ten Years After – Love Like A Man
YouTube: Blackfoot Sue – Standing In The Road
YouTube: Argent – Hold Your Head Up
YouTube: Curved Air – Backstreet Luv
YouTube: Jethro Tull – Living In The Past
YouTube: Family – In My Own Time
YouTube: Medicine Head – Slip And Slide
YouTube: Rare Bird – Sympathy
YouTube: Manfred Mann's Earth Band – Joybringer
YouTube: Renaissance – Northern Lights
YouTube: East Of Eden – Jig A Jig

YouTube: Steve Rowland & The Family Dogg - Sympathy