
In blogs #53 en #103 heb ik al eens de Zwitserse band Yello behandeld. Deze keer wil ik teruggaan naar het prille begin van de band in 1979/80.
Het eerste wat Boris Blank, Carlos Perón en Dieter Meier onder de naam Yello uitbrachten was de 12" single I.T. Splash (met b-kant Gluehead) op het zeer kleine Zwitserse label Periphery Perfume. Deze tracks laten een embryonale vorm van Yello horen en zijn eigenlijk niet meer dan demo's.
Hierna vertrokken ze naar de Verenigde Staten om daar te proberen een platencontract te scoren. Dat lukte uiteindelijk bij Ralph Records, het label van The Residents.
De eerste uitgave op dat label is een single. Op de a-kant staat Bimbo en op de b-kant van de 7" staat het eerdergenoemde I.T. Splash. Op de 12" staat echter een ander nummer op de b-kant: Smile On You. De a- en b-kanten van de 12" laten composities horen die in de richting komen van het Yello dat later zo bekend zou worden. Alleen de productie blijft hier nog achter. De nummers klinken wat dof en de instrumentatie en arrangementen zijn nog lang niet zo inventief.
Dat kun je duidelijk horen als je de versies van de 12" (ook wel bekend als de "rough mixes") vergelijkt met de versies die op hun albums staan. De versie van Bimbo op hun eerste album klinkt frisser, puntiger en de verlaging van het tempo komt het nummer ten goede.
Voor een nieuwe versie van Smile On You moesten we wachten tot het derde album van Yello, maar het was het wachten waard. Er zijn ineens heel veel details in de muziek te ontdekken en het is een sprankelend geheel geworden. Alsof er een deken van de boxen is afgetrokken.
Na twee albums op Ralph Records zou doorbreken met You Gotta Say Yes To Another Excess (zie #53) en de rest is geschiedenis.
© 2016 TTZL
Officiële website: Yello
Wikipedia EN: Yello
Wikipedia DE: Yello
Wikipedia NL: Yello
YouTube: I.T. Splash [12"]
YouTube: Gluehead [12"]
YouTube: Bimbo [12" version a.k.a. "rough mix"]
YouTube: Smile On You [12" version a.k.a. "rough mix"]
YouTube: Bimbo [album version]
YouTube: Smile On You [album version]
Volvette bluesrock van de bar-band The Red Devils, dat is wat je hoort op hun enige en live opgenomen album King King.
The Red Devils ontstond in 1988 als uitstapje voor leden van The Blasters (zie ook blog #75) en er speelden in het begin een flink aantal verschillende muzikanten mee. Begin jaren negentig was de bezetting vrij vast geworden onder aanvoering van zanger Lester Butler die ook excelleert op mondharmonica ('blues harp').
Het voormalige Chinese restaurant King King in Los Angeles was in die tijd een lokale club en The Red Devils waren de vaste band op de maandagavond. Rond deze tijd werden ze opgemerkt door producer Rick Rubin (zie ook blogs #12, #17, #36 en #160) en met hem zouden ze hun debuutalbum opnemen. Op zijn voorstel werd het een live-album, "a one-take, no-overdubs release, titled simply King King". En wat een goede beslissing was dat!
We horen op de plaat een heerlijk op elkaar inspeelde band die zich prima thuisvoelt in midtempo bluestracks als Automatic, Tail Dragger en Devil Woman. Maar ook uptempo nummers als Goin' To The Church, I Wish You Would en Mr. Highway Man worden overtuigend voor het voetlicht gebracht.
Het beste vind ik The Red Devils als ze het tempo naar beneden brengen en van die lekkere, langzame, vuige bluesrock spelen. She's Dangerous, No Fightin', Quarter To Twelve en Cross Your Heart laten horen wat ik bedoel.
Helaas is het bij dit ene album gebleven en Lester Butler maakte nog slechts één album voordat hij in 1998 overleed aan een overdosis heroïne en cocaïne. Er zit dus niet anders op dan van dit blues-document te genieten en het album King King lekker vaak in de CD-lade (of op de draaitafel) te gooien.
© 2016 TTZL
Wikipedia EN: The Red Devils
In blog #154 besteedde ik al eerder aandacht aan de zogenaamde 'novelty songs'. Nummers die meestal voornamelijk grappig zijn en gemaakt door artiesten die als eendagsvlieg kunnen worden gekwalificeerd of door artiesten onder een pseudoniem. Zo ook de hit van Napoleon XIV uit 1966.
Jerry Samuels werkte als liedjesschrijver en opnametechnicus toen hij met het idee kwam voor een nummer, gebaseerd op het ritme van het Schotse lied The Campbells Are Coming. Hij werkte op dat moment ook aan commercials en had daarvoor een VFO (variable-frequency oscillator) tot zijn beschikking. Hij ontdekt met de VFO en een multi-tack recorder een manier waarop hij de toonhoogte van een stem kon verhogen of verlagen zonder het tempo aan te passen. Dit gebruikte hij in zijn nummer dat hij uitbrengt onder het pseudoniem Napoleon XIV.
Het resultaat is één van de merkwaardigste hits aller tijden: They're Coming To Take Me Away, Ha-Haaa! (NB de clip is niet origineel). Het nummer gaat over een jongeman die zijn ex vertelt dat hij zijn verstand heeft verloren en naar een inrichting gebracht zal worden. Precies waarvoor hij haar gewaarschuwd had toen ze hem wilde verlaten. Het nummer heeft eigenlijk alleen een ritme en geluidseffecten en de tekst wordt ingesproken in plaats van gezongen. Toch heeft het nummer na 50 jaar nog een grote aantrekkingskracht die ik niet kan verklaren.
De b-kant van de single was geheel in stijl. De a-kant staat er namelijk achterstevoren op: !aaaH-aH ,yawA eM ekaT oT gnimoC er'yehT.
Na het onverwachte succes van de single wilde de platenmaatschappij natuurlijk een album. Hierop staan nog meer nummers met als thema geestesziekte, maar een nieuwe hit leverde dit niet op.
Wel staat er ophet album, als laatste nummer, een antwoord van de ex van Napoleon XIV. Josephine XV zingt hier I'm Happy They Took You Away, Ha-Haaa! In Nederland werd ook driftig ingehaakt op het succes door Floris VI met Ze Nemen Me Eindelijk Mee, Ha-Haa! en Hugo De Groot met Ze Nemen Me Eindelijk Mee. Vanzelfsprekend komt geen van deze nummers ook maar in de buurt van het origineel qua amusementswaarde.
En als je de smaak te pakken hebt qua novelty songs, dan zou je eens kunnen kijken naar de Top 200 Greatest Novelty Songs.
Deze week eens niet een overleden artiest, maar één waarvan het een wonder genoemd mag worden dat hij er überhaupt nog is: Iggy Pop.
Ineens was daar de mededeling dat Iggy Pop een nieuw album had gemaakt, geproduceerd door Josh Homme van Queens Of The Stone Age. Die aankondiging zorgde voor heel wat opwinding. Hét proto-punk icoon samen met de nieuwe hardrock whizzkid, dat moest toch wel een snoeihard album opleveren? Nee dus.
Volgespeeld door Josh Homme, samen met QOTSA-maatje Dean Fertita en Matt Helders van Arctic Monkeys, is Post Pop Depression een album dat qua sfeer teruggaat naar 1977. De tijd dat Iggy Pop in een zwart gat zat na het uiteenvallen van The Stooges en eruit geholpen werd door David Bowie middels de twee vijfsterrenalbums: The Idiot en Lust For Life. Misschien moeten we Post Pop Depression wel zien als Iggy's eerbetoon aan David Bowie.
Voor mensen met weinig tijd is er een Album Sampler beschikbaar waar je in vier minuten een indruk krijgt van heb album. Luister je liever naar complete nummers, lees dan verder.
De langzame, slepende rocker Break Into Your Heart zet direct de toon. Iggy Pop produceert hier verbazingwekkend mooie vocalen die me op sommige momenten doen denken aan Lou Reed's manier van 'praatzingen'. Een soortgelijk nummer is Chocolate Drops dat een lekkere meezinger lijkt totdat je doorkrijgt waar de tekst over gaat ('chocolate drops' blijkt het soort ontlasting te zijn dat je krijgt als drugsverslaafde):
When you get to the bottom, you're near the top
The shit turns into chocolate drops
Verder staan er een aantal strakke uptempo nummers op het album. In The Lobby, Gardenia en Sunday klinken geweldig en met name in de laatstegenoemde twee nummers is het Bowie-gevoel onmiskenbaar aanwezig. Daarnaast laten de tracks horen dat Josh Homme als producer Iggy Pop tot grotere prestaties heeft kunnen brengen dan menig producer voor hem.
Voor we bij de heftige afsluiter Paraguay komen, waarin Iggy het helemaal gehad heeft de huidige maatschappij, passeren er nog drie nummers waarin springerige ritmes, inventieve instrumentaties en gevarieerde zanglijnen domineren. Vulture, American Valhalla en German Days behoren absoluut tot de beste nummers op het album.
De inmiddels 69-jarige Iggy Pop heeft erop gehint dat dit wel eens zijn laatste album zou kunnen zijn. Als dat zo is, dan is Post Pop Depression een geweldige afsluiter van een enerverende carrière.
© 2016 TTZL
Officiële website: Iggy Pop
Wikipedia EN: Iggy Pop
Wikipedia NL: Iggy Pop
De naam Stephen Emmer zal weinig lezers bekend in de oren klinken. Toch is zijn werk bekend bij iedereen die naar de Nederlandse televisie kijkt. Hij maakt namelijk al 30 jaar herkenningstunes voor vele zenders (NOS, RTL, Omroep Max) en programma's (NOS Journaal, Per Seconde Wijzer, RTL Late Night, RTL Boulevard). Voor een overzicht van zijn werk kun je luisteren naar het leuke Tune Toppers radio-item en kijken naar de tracklist van de CD-box Time To Face The Music.
Stephen Emmer (zoon van voormalig nieuwslezer
Fred, dat schijn je er altijd bij te moeten vermelden) is echter ook actief als songschrijver en muzikant en werkte samen met bijvoorbeeld Lou Reed, Midge Ure en Julian Lennon. Ook speelde hij in de Nederlandse band Minny Pops en in enkele Engelse bands (The Associates, Lotus Eaters).
Als solo-artiest heeft hij niet veel werk uitgebracht. Vóór zijn twee CD's uit 2007 en 2014 bracht hij alleen het mini-album Vogue Estate uit in 1982. Ik geloof dat het naar aanleiding van een positieve recensie in Muziekkrant OOR was dat ik het mini-album aanschafte en ik heb het veel gedraaid. Dat het verscheen op Idiot Records was ook een aanbeveling want dat nieuwe label had ook net mooie platen uitgebracht van Fay Lovsky en Mathilde Santing.
De opener Vogue Estate Theme heeft een sterk filmisch karakter en zo was het ook bedoeld. "Een soundtrack voor een denkbeeldige film met Dirk Bogarde" zoals Stephen Emmer het zelf zegt. Het daaropvolgende Wish On wordt gezongen door Billy Mackenzie van The Associates en is een sterk nummer met een aangenaam jachtig karakter. Echter, de zang van Billy is wel een "acquired taste".
Na het met mooie breaks gezegende Eleven And Then Left volgt een persoonlijke favoriet: Terracotta Trimmings. Het nummer heeft in het refrein een melodielijn die niet meer uit je hoofd krijgt, de coupletten zijn miniatuurkunstwerkjes op zichzelf terwijl er links en rechts en in de achtergrond van het geluidsbeeld van alles tegelijk gebeurt. Meesterlijk.
Daarna volgt Never Share en dat is ook een prachtnummer. De show wordt hier gestolen door Martha Ladly (van Martha And The Muffins) en met zo'n stem kun je geen slecht nummer krijgen. Het uptempo House Of One en het ijle, melancholische The Transport Tragedy sluiten het mini-album in stijl af.
Vogue Estate is klein maar fijn plaatje van internationale allure. Het is goed dat het sinds vorig jaar via de Bandcamp-pagina van Stephen Emmer in geremasterde vorm weer verkrijgbaar is.
© 2016 TTZL
Officiële website: Stephen Emmer
Wikipedia EN: Stephen Emmer
Wikipedia NL: Stephen Emmer
Beeld en Geluid Wiki: Stephen Emmer
Er zijn van die groepen waar maar heel weinig over bekend is. Het collectief :zoviet*france: uit het Engelse Newcastle is daar een voorbeeld van.
Sinds 1982 zijn er een flink aantal werken verschenen in flink wisselende bezettingen. Onder andere Robin Storey (tegenwoordig actief als Rapoon) en Mark Spybey (tegenwoordig actief als Dead Voices On Air) hebben deel uitgemaakt van :zoviet*france:. De muziek is industrieel georiënteerd en kan per album flink wisselen qua karakter.
De vroege albums worden gekenmerkt door ruwe experimenten en een rauwe, scherpe toonzetting en hebben vaak een opvallende verpakking van bijvoorbeeld jute, teerpapier of aluminiumfolie.
In de muziek zit ook een ambient-component en die komt vooral in de latere albums steeds duidelijker naar voren. Zo ook op Digilogue uit 1998, één van mijn favoriete :zoviet*france:-albums. Het is muziek die aandacht vraagt en die je niet terloops gaat beluisteren (hoofdtelefoon aanbevolen!). Ook vraagt het vaak meerdere luisterbeurten voordat de nummers hun geheimen beginnen prijs te geven. Op de CD-versie van het album staan 8 tracks en ik wil er hier drie uitlichten.
De eerste minuut van openingstrack Alchemagenta lijkt er niets te gebeuren. Je hoort ruisen en tikken als van een LP van slechte kwaliteit en dan ineens komt er langzaam een ambient drone opzetten. Daar overheen worden spaarzame accenten gespeeld die vaak langzaam aanzwellen en met veel echo weer uitsterven. Na een minuut of drie verschijnt er een ritme en in de rest van het 14 minuten durende nummer wordt dit uitgebouwd tot een intrigerend klankenpalet.
In Amber is de ritmische component minder prominent. Slechts het zachte geluid van een belletje geeft een ritmisch gevoel onder de majestueuze klanken die de boventoon voeren. De nadruk ligt in dit nummer op de sfeer die de ijle, atmosferische klanken oproepen.
Init sluit het album af met een ruim veertien minuten durende track waarin de elementen van de twee eerder genoemde nummers samenkomen. Er ontvouwt zich een erg mooie opbouw in dit nummer die tot een onverwachte climax leidt die dan weer doet denken aan de vroege albums van :zoviet*france:.
De groep bestaat tegenwoordig uit twee leden (Ben Ponton en Mark Warren) en is erg actief op SoundCloud waar onder andere een live optreden op het Incubate Festival in Tilburg in 2011 kan worden gedownload.
Daarnaast maken ze de wekelijkse podcast/radioshow A Duck In A Tree die online beluisterd kan worden en ook als podcast via iTunes.
© 2016 TTZL
Officiële website: :zoviet*france:
Officiële Facebook: :zoviet*france:
Wikipedia EN: :zoviet*france:
Het zal aan het eind van het schooljaar 1981/82 zijn geweest dat The Ex optrad op een schoolfeest van mijn middelbare school. Niet in de aula, die was gereserveerd voor een popbandje en de DJ. Nee, The Ex trad op in een leeg gemaakte garderobe voor de liefhebbers van een ander geluid en nieuwsgierigen.
Ik kende de band niet. Het bleek een Nederlandse punkband met nummers die muzikaal avontuurlijker waren dan van menig Engels punkbandje. De teksten gingen ook echt ergens over en met werden met een ongekende felheid in de microfoon gespuugd door de zanger.
Ik vond het geweldig en kocht direct hun tweede album dat ze net hadden uitgebracht: History Is What's Happening. Gelukkig was het album niet zo duur ("betaal maximaal FL. 10,-" staat er groot op de hoes!) en vond ik hun eerste album Disturbing Domestic Peace bij de bibliotheek (het opgenomen cassettebandje heb ik stukgedraaid).
History Is What's Happening bleek een heerlijk album. Twintig nummers trekken voorbij in ongeveer dertig minuten en het ene nummer is nog beter dan het andere. Opener Six Of One And Half A Dozen Of The Other duurt nog geen minuut, maar weet met het hoge tempo, inventieve basloopjes en hakkende gitaar direct de aandacht te grijpen. De voordracht van zanger G.W. Sok blijkt op het album al even intens als dat het live was.
Bij het album zat een poster en boekje met alle teksten. Met name dat laatste was heel handig om goed te kunnen volgen waar de nummers over gaan. Zoals E.M. Why over de exploitatie door platenmaatschappijen, Watch-Dogs over controle door politie en beveiligers, Equals Only over discriminatie en H'wood-W'ton over Ronald Reagan.
Er zijn een aantal tracks die er voor mij bovenuit steken. Life Live vind ik muzikaal één van de sterkste nummers. Een complex drumpatroon en stuwende bas ondersteunen de staccato-gitaarklanken. Daar overheen wordt in slechts vijf tekstregels een compleet beeld geschetst. Heel knap.
In Shoes wordt over een hele kale instrumentatie het relaas van een schoenpoetser vertelt, een metafoor voor de eeuwige strijd tussen de (foute) machthebbers en het volk. Pep Talk, Attacked en 148 sluiten het album grandioos af met aanklachten tegen respectievelijk drugsmisbruik, seksueel geweld en een gebrek aan democratie.
Bijna 35 jaar later staat het album nog steeds als een huis en zijn veel teksten nog verbazingwekkend (of angstwekkend?) actueel.
En de prijs is nog steeds 10,- !! (al zijn het nu euro's in plaats van guldens).
Ondanks een aantal bezettingswisselingen bestaat The Ex nog steeds en zijn ze zich blijven ontwikkelen. Tegenwoordig mixen ze vele stijlen (o.a. punk, post-punk, free-jazz, folk- en wereldmuziek) tot een geheel eigen geluid en werken ze samen met artiesten uit de hele wereld (met een speciale interesse voor Ethiopië). Ze zijn het nog altijd meer dan waard om te blijven volgen vanwege hun eigenzinnigheid, drang tot experimenteren en vooral omdat ze je blijven verrassen.
© 2016 TTZL
Officiële website: The Ex
Wikipedia EN: The Ex
Wikipedia NL: The Ex
Underground Resistance (UR) is een muziekcollectief en platenlabel uit de Detroit techno scene. UR is eind jaren tachtig begonnen door Jeff Mills en Mike Banks en later sloot Robert Hood zich aan.
UR positioneerde zich als een soort para-militaire eenheid die streed tegen de commerciële "mainstream entertainment industry" en dat hoor je terug in de muziek. Voor een dance-gerelateerde stroming klinkt de techno van UR kaal, hard, minimalistisch, mechanisch en vol geluidsexperimenten.
In 1991 gaf UR een aantal tracks in licentie aan het Berlijnse label Tresor dat net was opgericht. Die tracks werden uitgebracht onder de naam X-101 in plaats van Underground Resistance en de 12"EP/CD-mini-album werd een flink succes.
Het album opent met het prima Sonic Destroyer en dat heeft een simpel, maar heel pakkend riffje dat direct in je hoofd blijft zitten en paar lekkere breaks. Het daaropvolgende Rave New World is qua tempo vergelijkbaar, maar heeft een heel ander geluidsbeeld. Donkerder van sfeer en de geluiden roepen bij beelden van treinreizen en film noir op. Echt een geweldig nummer.
UR blijkt als X-101 erg bedreven in het oproepen van sferen door geluiden. The Final Hour heeft een space/science fiction-achtig karakter en in G-Force is de associatie met snelheid onontkoombaar. Opnieuw twee prima tracks.
Na de lekker percussieve track Whatever Happen To Peace sluit Mindpower het mini-album af. Een vrij hectisch nummer dat op de één of andere manier toch een vloeiend geheel blijft en dat is knap gedaan.
X-101 was zowel commercieel als artistiek een succes en als gevolg van de geslaagde samenwerking tussen UR en Tresor kwamen er twee vervolgen. Opvallend hierbij is dat de groepsnaam mee veranderde: X-102 - Discovers The Rings Of Saturn en X-103 - Atlantis en ook die twee albums zijn echte aanraders.
© 2016 TTZL
Officiële website: Underground Resistance
Wikipedia EN: Underground Resistance
Wikipedia NL: Underground Resistance
In 1968 begon een jonge Rick Wakeman zijn studie aan het Royal College Of Music, maar al snel liet hij lessen lopen om als sessiemuzikant te kunnen werken en uiteindelijk zou hij de opleiding ook weer verlaten. Door zijn vermogen om als sessiemuzikant snel te kunnen leveren wat nodig was kreeg hij de bijnaam "One Take Wakeman".
Via technicus Gus Dudgeon raakte hij betrokken bij de opnamen van het tweede album van David Bowie. Rick Wakeman speelde mee op diverse nummers van dat album, waaronder Space Oddity. Ook op enkele ander vroege albums van David Bowie is hij te horen, zoals Hunky Dory's Life On Mars.
In die tijd speelde hij ook in The Strawbs en toen hij midden 1971 uit die band stapte kon hij toetreden toe David Bowie's band The Spiders From Mars. Hij kreeg echter ook een aanbod van Yes om Tony Kaye te komen vervangen. Hij koos voor Yes, maar zou nog wel een kleine bijdrage leveren aan David Bowie's album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars.
Een paar dagen na het overlijden van David Bowie was het dan ook passend dat Rick Wakeman bij BBC Radio 2 een pianoversie van Life On Mars speelde. Iets wat hij trouwens al vaker had gedaan, getuige deze opname uit 2006.
Vanwege de overweldigende reacties besloot Rick Wakeman studioversies van Life On Mars en Space Oddity op te nemen bracht deze (samen met een eigen nummer, Always Together) uit op een CD-single.
Het zijn prachtige uitvoeringen van geweldige originelen geworden en de opbrengst doneert hij aan een goed doel, Macmillan Cancer Support.
© 2016 TTZL
Officiële website: Rick Wakeman
Wikipedia EN: Rick Wakeman
Wikipedia NL: Rick Wakeman