Toby Marks zingt en speelt gitaar in diverse bands en in uiteenlopende muziekstijlen als rock, folk, jazz en wereldmuziek als aan het eind van de jaren tachtig de Acid House scene losbreekt. Hierdoor komt hij in aanraking met elektronische (dans)muziek in het algemeen.
In 1989 formeert hij Banco de Gaia waarin hij dance-, ambient en chillmuziek combineert met invloeden uit oosterse en Arabische muziek. Na drie cassettes in gelimiteerde oplagen volgt in 1994 het officiële debuutalbum Maya. het album wordt goed ontvangen, haalt de nummer één positie in de 'independent charts' en wordt genomineerd voor een Mercury Music Prize. In 2014 verschijnt er een prachtige '20th anniversary edition' 3CD versie.
Als gevolg van een succesvolle tour met het eveneens Engelse Transglobal Underground, en de indrukken die hij daarbij opdoet, raakt Toby Marks geïnteresseerd in de situatie in Tibet. Als reactie op de aanleg van de Qingzang spoorlijn maakt hij een twaalf minuten lange track die de inspiratie zal blijken te zijn voor het dubbelalbum Last Train To Lhasa uit 1995. Het is een heel gevarieerd album geworden waarop niet alleen allerlei tempi worden afgewisseld, maar waarop ook vele sferen naast (en door) elkaar bewegen.
De opener is het prachtige midtempo techno titelnummer Last Train To Lhasa, waarin het uitgekiende ritme knap de suggestie van een treinreis creëert en wordt gecombineerd met Tibetaanse invloeden. Het daaropvolgende Goa-achtige Kuos voert het tempo flink op en heeft vanzelfsprekend Indiase kleuren, waarna we met de lekkere chill van China (Clouds Not Mountains) verder oostwaarts gaan.
Op de rest van het dubbelalbum blijft deze afwisseling aanwezig. Amber is een fijne track met Arabische invloeden en Kincajou is een hele snelle track waarin vele stijlen en invloeden samenkomen. Maar ook een Orb-achtige ambient track als 887 (Structure) past perfect in het plaatje.
Ook na ruim twintig jaar blijft dit één van mijn favoriet albums in het genre. In 1995 is er ook een gelimiteerde 3CD verschenen en deze versie van Last Train To Lhasa is in zijn geheel te beluisteren op YouTube. Ook van dit album is een '20th anniversary edition' verschenen: een 4CD box met alle tracks van de gelimiteerde versie en nog veel meer. Het leven kan soms zo mooi zijn...
© 2018 TTZL
Officiële website: Banco de Gaia
Wikipedia EN: Banco de Gaia
YouTube: Last Train To Lhasa [full 3CD limited edition]
YouTube: Last Train To Lhasa
Als Henk Bruysten (alias 'Hank The Knife') in 1974 uit Long Tall Ernie & The Shakers stapt begint hij samen te werken met Pierre Beek en hieruit volgt de single Love Centaur van de groep Darling. De plaat is niet succesvol, maar het is wel de opmaat naar Hank The Knife And The Jets.
Voor deze band is het meteen raak met de debuutsingle Guitar King. Vanaf de intro wordt je meteen ingepakt door het kenmerkende geluid van de baritongitaar. De zwaar op jaren vijftig en zestig rock 'n' roll leunende muziek, met meezingbare refreinen en koortjes, maken het tot een hoogst aanstekelijk nummer. Het reikt tot de tweede plaats in de Top 40 en kijk vooral ook even naar een TV-clip van Guitar King uit die tijd voor een mooi tijdsbeeld.
Hoe leuk Guitar King ook is, het was toch vooral de b-kant die vaak op mijn draaitafel belandde. Ghost Town begint met een geweldig instrumentaal intro dat meer dan een minuut duurt. Het zet een fantastische sfeer neer en roept bij mij beelden op van een verlaten stad in een spaghetti western. Ook in het vocale gedeelte dat daarna volgt blijft deze sfeer mooi behouden. Een heerlijk nummer.
De tweede single, Stan The Gunman, was nog succesvoller want deze haalde de eerste plaats in de Top 40. De ingrediënten uit de eerste single zijn ook hier weer ruimschoots aanwezig en het nummer zit vol heerlijke breaks. Catharina Serenade op de b-kant is een mooi, rustig instrumentaal nummer.
Na deze twee grote successen volgden nog een aantal singles die weliswaar de hitparade haalden, maar het minder goed deden: Yesterday Star en Crazy Cat. Na het uiteenvallen van de band keerde Hank terug met met een driekoppig dameskoortje als Hank The Knife & The Crazy Cats. Er werd een kleine hit gescoord met Crazy Guitar en dit is een wat merkwaardige track die een mengeling lijkt van The Shadows en Gruppo Sportivo.
De band is met tussenpozen actief gebleven en het optreden bij Radio Rijnmond (uit 2014) toont dat dit de heren nog goed af gaat. Daarnaast heeft Universal in de serie Golden Years Of Dutch Pop Music nu ook een 2CD van Hank The Knife & The Jets uitgebracht en dit zal de interesse alleen maar weer doen aanwakkeren.
© 2018 TTZL
Officiële website: Hank The Knife
Wikipedia NL: Hank The Knife
YouTube: Guitar King
YouTube: Ghost Town
De soundtrack van Stanley Kubrick's Full Metal Jacket uit 1987 wordt toegeschreven aan Abigail Mead, maar dit is een pseudoniem van Vivian Kubrick, een dochter van de regisseur. Twee jaar later werd ze door haar vader gevraagd ook de soundtrack te maken voor Eyes Wide Shut, maar door ruzie tussen hen beiden bleef deze onafgemaakt.
De film Full Metal Jacket valt in twee delen uiteen (de opleiding en de tijd in Vietnam) en dat geldt ook voor de soundtrack. Voor het eerste gedeelte heeft Vivian Kubrick nummers uit de periode 1962-68 uitgezocht die in de film te passen waren. Hierbij zijn uiteenlopende tracks als Wooly Bully van Sam The Sham And The Pharaos, The Chapel Of Love van The Dixie Cups, Marine's Hymn van de Goldman Band en Surfin' Bird van The Trashmen.
Voor het tweede deel heeft ze eigen nummers gecomponeerd en ingespeeld met behulp van de toen nieuwe Fairlight CMI Series III synthesizer en een Synclavier. De instrumentale tracks zijn niet zozeer traditionele songs, maar de klanken roepen eerder een verontrustende sfeer op die dan weer perfect past bij de beelden in de film. Ruins, Leonard en Sniper (de b-kant van de hier besproken single) zijn hier goede voorbeelden van.
Op de a-kant van de single staat Full Metal Jacket (I Wanna Be Your Drill Instructor) en dat nummer is opgebouwd uit filmdialoog en zeer ritmische en opzwepende muziek. Het nummer is speciaal gemaakt om de film te promoten. De filmdialoog is exclusief van het karakter 'Senior Drill Instructor Gunnery Sergeant Hartman' gespeeld door Lee Ermey.
Hij was een voormalig 'drill instructor' van het Amerikaanse leger en ingehuurd als adviseur voor de acteur die de rol van 'Sergeant Hartman' zou gaan spelen. Op enig moment heeft Ermey aan Stanley Kubrick gevraagd of hij zelf auditie mocht doen voor de rol, maar Kubrick wees dit af op basis van zijn acteren als 'drill instructor' in de film The Boys in Company C (uit 1978). Hij vond Ermey niet gemeen genoeg overkomen. Ermey maakte hierop een auditie-videotape die Kubrick wel overtuigde en zo kreeg hij de rol die iconisch zou worden en hem onder andere een Golden Globe nominatie zou opleveren.
Het nummer sloeg in Europa geweldig aan en werd in vele landen een top 10 hit, waaronder in Nederland. Verbazingwekkend is dat echter niet, want het nummer heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht die alleen maar groter is als je ook nog de film kent.
© 2018 TTZL
Discogs: Abigail Mead
IMDb: Vivian Kubrick
Twitter: Vivian Kubrick
Wikipedia EN: Vivian Kubrick
YouTube: Full Metal Jacket (I Wanna Be Your Drill Instructor)
YouTube: Sniper
Joe Jackson had al vier albums gemaakt in de drie jaren voorafgaand aan het verschijnen van het album Night And Day in 1982. En deze albums waren niet bepaald onopgemerkt gebleven.
In een periode waarin punk en new wave nog de dienst uitmaakten verscheen Joe Jackson's debuutalbum Look Sharp!. Hierop maakt Jackson in feite popmuziek, maar door gebruik te maken van elementen uit punk en new wave resulteert dit in een puntige variant. Het album is een succes en levert de hitsingle Is She Really Going Out With Him?
Ook I'm The Man (met de single It's Different For Girls) en Beat Crazy worden goed ontvangen, maar Joe Jackson heeft meer in zijn mars en wil dat uiten. Dit was al op Beat Crazy te merken aan de reggae-invloeden, maar echt verrassend is zijn Jumpin' Jive album vol met jaren veertig swing en big band muziek (zie ook blog #16).
Op het daaropvolgende album, Night And Day, lijkt Jackson zijn vorm stilaan te vinden. Er komen wat jazz-invloeden bij en de titel van het album, de hoes-illustratie en de verdeling in een 'Night' en een 'Day' zijde vormen een verwijzing naar Cole Porter.
Op de 'Night' zijde lopen alle tracks in elkaar over. In de ritmische opener Another World geeft Jackson aan in een andere wereld terecht te komen, die vervolgens beschreven lijkt te worden in Chinatown. Het is een mysterieus nummer met oosterse toonzetting en roept nachtelijke sferen op.
De daaropvolgende nummers T.V. Age en Target liggen qua sfeer en instrumentatie meer in het verlengde van zijn eerste drie albums en behandelen wereldse problemen als TV-verslaving en de onveiligheid van de grote stad. Het laatste nummer van deze kant levert hem in veel landen een hit op. Steppin' Out is dan ook een lekker in het gehoor liggend uptempo nummer met een prima, typisch jaren-80 videoclip.
Op de 'Day' zijde wordt het wat mij betreft allemaal nog iets beter. In Breaking Us In Two bezingt hij relatieproblemen zonder dat het sentimenteel wordt. In een relaxte pop-jazz setting constateert hij bijna gelaten dat hij eigenlijk ook niet weet hoe ze verder moeten.
Het volgende nummer roept een vrolijk Zuid-Amerikaanse gevoel op. Mooi is de tegenstelling met het heerlijk cynische karakter van de tekst van Cancer waarin
hij de hypochonders op de hak neemt die werkelijk overal gevaar in zien:
No caffeine
No protein
No booze or
Nicotine
Remember
Everything gives you cancer
There's no cure, there's no answer
De laatste twee nummers van het album zijn de absolute uitschieters. Real Men is een bedrieglijk eenvoudige midtempo ballad met grote zeggingskracht. Jackson vraagt zich hierin af wat tegenwoordig (in 1982) een 'echte man' is:
What's a man now?
What's a man mean?
Is he rough or is he rugged? Is he cultural and clean?
Now it's all changed
It's got to change more
'Cause we think it's getting better but nobody's really sure
Afsluiter A Slow Song is een zeven minuten durende trage, gedragen ballad waarin hij zich afzet tegen de geluidsterreur van DJ's in clubs en hij smeekt ze om ook eens een langzaam nummer te draaien:
You see my friend and me
Don't have an easy day
And at night we dance not fight
And we need the energy
If not the sympathy
But I'm brutalized by bass
And terrorized by treble
I'm open to change my mood but
I always get caught in the middle
And I get tired of dj's
Why's it always what he plays
I'm gonna push right through
I'm gonna tell him too
Tell him to
Play us
Play us a slow song
De opbouw van het nummer is geweldig. De coupletten zijn langzaam en haast verstild terwijl de refreinen sneller en licht bombastisch zijn. Jackson zingt (en schreeuwt soms haast) op gedragen toon en de knap geconstrueerde instrumentatie en arrangementen doen de rest.
De enige kritische noot die ik kan bedenken is dat het concept van een 'Night' en een 'Day' zijde niet consequent is uitgewerkt. Veel nummers hadden net zo goed op de andere kant van de plaat gepast. Dat is echter maar een kleine kanttekening, want na ruim 35 jaar en vele, vele draaibeurten staat het album voor mij nog steeds als een huis.
© 2018 TTZL
Officiële website: Joe Jackson
Wikipedia EN: Joe Jackson
Wikipedia NL: Joe Jackson
NIGHT SIDE
YouTube: Another World
YouTube: Chinatown
YouTube: T.V. Age
YouTube: Target
YouTube: Steppin' Out
DAY SIDE
YouTube: Breaking Us In Two
YouTube: Cancer
YouTube: Real Men
YouTube: A Slow Song
YouTube: Steppin' Out [clip]
YouTube: Is She Really Going Out With Him?
YouTube: It's Different For Girls
Soms is een geluidsdrager meer dan een middel om een opname weer te geven. Soms is het ook een kunstvoorwerp. Een single van Yen Pox, de naam waaronder de Amerikaanse geluidsmagiërs Michael J. V. Hensley en Steven Hall samenwerken, is daar een mooi voorbeeld van.
Na een cassette, een single en een CD bracht Yen Pox in 1996 de slechts aan één kant bespeelde single Hollow Earth uit. Het is een dark ambient klanklandschap met een sinister karakter waarin veel verschillende sferen elkaar subtiel afwisselen. De track ligt in het verlengde van hun kort daarvoor uitgebrachte CD Blood Music.
Op de niet bespeelde zijde van de single staat een handbeschilderde abstracte schildering die uniek is op ieder van de 300 uitgebrachte exemplaren. Omdat de single is geperst op transparant vinyl schijnt de schildering door als de single op je draaitafel ligt.
Zo'n kunstwerkje leg je natuurlijk het liefst zo min mogelijk met die beschilderde kant op de platenspeler. Daarom is het heel fijn dat Yen Pox aan de heruitgave van Blood Music (zelf het beluisteren meer dan waard) een tweede CD hebben toegevoegd met daarop onder andere de Hollow Earth track.
© 2018 TTZL
Officiële website: Yen Pox (bandcamp) / Yen Pox (facebook)
YouTube: Hollow Earth
YouTube: Blood Music [album]
Het is al weer tien jaar geleden dat Jeff Healey op slechts 41-jarige leeftijd aan kanker overleed. Dat betekent dat we slechts twintig jaar van deze gitarist (en later ook trompettist) hebben mogen genieten. Hij debuteerde namelijk in 1988 met See The Light van The Jeff Healey Band.
Die albumtitel getuigt van een gevoel voor zwarte humor aangezien Jeff Healey vanaf zijn eerste levensjaar blind was aan beide ogen als gevolg van retinoblastoom (een zeldzame vorm van kanker in het netvlies van het oog die meestal bij kinderen onder de vijf jaar voorkomt).
Die blindheid was ook de reden voor zijn aparte geluid. Hij begon met gitaarspelen op zijn derde, maar hij speelde zittend met de gitaar op zijn schoot. Hierdoor kon hij de snaren anders buigen dan staand spelende gitaristen en klonk ook zijn hameren op de snaren anders.
Ik had het album vroeger op een cassettebandje en ik heb het album toen veel gedraaid. Op enig moment is bandje verloren gegaan en om één of andere reden heb ik blijkbaar toen niet de behoefte gevoeld om de LP (of later de CD) aan te schaffen. Ongeveer een jaar geleden vond ik echter de CD van See The Light in een tweedehandsbak en voor drie euro kon ik hem toch niet laten staan. Het was een prettige hernieuwde kennismaking met het album.
Er staan heerlijke uptempo bluesrocknummers op als Confidence Man, My Little Girl, Someday, Someway en See The Light die kunnen concurreren met het beste in het genre. Met River Of No Return, I Need To Be Loved en That's What They Say staan er echter ook nummers op het album die voor mij wat teveel in de richting gaan van pop en de hapklare rock die AOR (Adult Oriented Rock) wordt genoemd. Het is een steen waaraan Healey zich in zijn verdere carrière vaker aan zou stoten. De ballad Angel Eyes, die als single een top 5 hit werd is de VS, is hier ook een voorbeeld van.
Daar tegenover staan gelukkig ook een aantal tracks waarin het authentieke bluesgevoel overheerst. Zo is er het heerlijke uptempo Hideaway, de midtempo knallers Don't Let Your Chance Go By en het instrumentale Nice Problem To Have en met de bluesballlad Blue Jean Blues laat hij horen ook daarmee uit de voeten te kunnen.
Commerciëel was het album See The Light was een doorslaand succes in vele landen en met meer dan één miljoen verkochte exemplaren werd het zelfs platinum in de VS. Healey zou dat succes nooit meer evenaren. Het tweede album, Hell To Pay, behaalde nog de gouden status, maar daarna liepen de verkopen snel terug. Tegen het einde van het vorige millennium leerde Healey trompet spelen en verlegde hij zijn focus naar de jazz van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.
© 2018 TTZL
Officiële website: Jeff Healey
Wikipedia EN: Jeff Healey
Wikipedia NL: Jeff Healey
YouTube: See The Light [album]
YouTube: Confidence Man
YouTube: My Little Girl
YouTube: River Of No Return
YouTube: Don't Let Your Chance Go By
YouTube: Angel Eyes [clip]
YouTube: Nice Problem To Have
YouTube: Someday, Someway
YouTube: I Need To Be Loved
YouTube: Blue Jean Blues
YouTube: That's What They Say
YouTube: Hideaway
YouTube: See The Light [clip]
YouTube: Hell To Pay [album, 1990]
Aan het einde van de jaren zeventig was punk op zijn retour en was new wave de nieuwe koning. Maar er was ook nog een andere beweging, door muziek-journalist Geoff Barton de new wave of British heavy metal (of NWOBHM) genoemd. Veel bands in deze stroming zetten zich niet zozeer af tegen de punk (zoals wel eens wordt beweerd), maar integreerden eerder de agressiviteit en intensiteit van de punk in de jaren zeventig hardrock van iconen als Led Zeppelin, Black Sabbath en Deep Purple.
Eén van de beste voorbeelden van deze fusie van muziekstijlen is het uit noordoost-Engeland afkomstige Tygers Of Pan Tang. Hun opvallende naam komt van Michael Moorcock's boekenserie over Elric of Melniboné. Hierin komt het eilandenrijk Pan Tang voor waar de heersende tovenaars tijgers houden als huisdieren.
Wild Cat uit 1980 is hun debuutalbum en dat werd uitgebracht na een kleine twee jaar onophoudelijk toeren. Het hele album wordt gedomineerd door de staccato-riffs van gitarist Robb Weir (en eerlijk gezegd doet hij weinig anders) en de wat onvaste vocalen van zanger Jess Cox. Dat klinkt misschien niet heel aanlokkelijk, maar juiste het rauwe en ongepolijste geeft het album een merkwaardige aantrekkelijkheid, zeker als je het tijdsbeeld in acht neemt.
Het album gaat van start met Euthanasia dat muzikaal ruimschoots een voldoende haalt, maar tekstueel is er 'ruimte voor verbetering'. Datzelfde gaat op voor de single Don't Touch Me There.
In de hardrockende tracks Money, Suzie Smiled en Insanity zijn muziek en tekst al veel beter in balans en Slave to Freedom en Killers zijn nog beter door sterke gitaarsolo's, breaks en tempowisselingen.
Fireclown heeft een heerlijk bas-intro, maar helaas is zanger Cox hier niet erg sterk op dreef. In titelnummer Wild Cat en is dat gelukkig weer een stuk beter en is ook het drumwerk geïnspireerd. Badger Badger moet wel een podiumfavoriet zijn geworden omdat het ritme uitnodigt tot headbangen en het refrein makkelijk mee te brullen is.
Wild Cat van Tygers Of Pan Tang is geen vijfsterrenplaat, maar was wel belangrijk voor de NWOBHM. De punk-attitude werd in de hardrock gebracht en het album is als geheel gewoon prima te genieten. Na deze plaat werd zanger Cox vervangen door John Deverill en kwam tweede gitarist John Sykes bij de band, wat een aanzienlijke kwaliteitsimpuls betekende. Deze line-up maakte daarna Spellbound, misschien wel het beste Tygers Of Pan Tang album tot nu toe.
© 2018 TTZL
Officiële website: Tygers Of Pan Tang
Wikipedia EN: Tygers Of Pan Tang
YouTube: Euthanasia
YouTube: Slave to Freedom
YouTube: Don't Touch Me There
YouTube: Money
YouTube: Killers
YouTube: Fireclown
YouTube: Wild Cat
YouTube: Suzie Smiled
YouTube: Badger Badger
YouTube: Insanity
Normaal gesproken ben ik niet zo'n fan van remixen. Aan het originele nummer worden vaak geluiden en ritme-elementen toegevoegd die ik niet passend vind en met name wordt een nummer vaak verlengd totdat alle rek eruit is. Maar af en toe komt er een remix voorbij die ik wel goed vind. De Thomas Dolby-remix door Akufen is er zo eentje.
Thomas Dolby verscheen ten tonele in 1981 met de non-album single Urges/Leipzig, gevolgd door het prima album The Golden Age Of Wireless vol met intelligente synthesizer-pop. Echte bekendheid kreeg hij echter door zijn tweede non-album single She Blinded Me With Science uit 1982 met op de b-kant het mooie One Of Our Submarines. Op heruitgaven van het album zijn de twee non-album singles overigens vaak toegevoegd.
Thomas Dolby heeft altijd meer interesses gehad dan alleen muziek. Daarom heeft hij nog maar vijf albums uitgebracht en zat er tussen zijn vierde (Astronauts & Heretics uit 1992) en vijfde (A Map Of The Floating City, 2011) maar liefst negentien jaar! In de tussentijd (en daarna) was hij actief als soundtrack-componist, richtte hij tech-bedrijven Retro Ringtones, Headspace en Beatnik op, is hij Musical Director of the TED Conference en is hij sinds 2014 Homewood Professor of the Arts at Baltimore's Johns Hopkins University.
Maar waar ik het over wil hebben is een remix die in 2002 verscheen van dat b-kantje uit 1982: One Of Our Submarines (Akufen Remix). Het nummer is onderdeel van een EP met allemaal remixen van dat nummer op het Salz-label. Bij toeval vond ik een keer een single sided 12" met deze remix in de uitverloopbakken.
Deze remix laat horen hoe het ook kan. De kern van het nummer is intact gebleven, maar tegelijk trekt de remixer het nummer naar zich toe. Hij brengt er eigen elementen in aan en wordt eigenlijk een mede-componist van het nummer. Ook dat kan natuurlijk fout uitpakken, maar in het geval van de Akufen-remix van One Of Our Submarines pakt het geweldig uit.
© 2018 TTZL
Officiële website: Thomas Dolby
Wikipedia EN: Thomas Dolby
Wikipedia NL: Thomas Dolby
YouTube: One Of Our Submarines (Akufen Remix)
YouTube: Urges
YouTube: Leipzig
YouTube: One Of Our Submarines
YouTube: She Blnded Me With Science
Surf music uit Amsterdam. Het klinkt misschien gek maar het werkte wel! Gedurende een jaar of vijf (1993-1998) waren The Treble Spankers de surf-koningen van de Lage Landen. Helaas gooide een RSI-kwaal voor gitarist 'Phantom' Frank Gerritsen roet in het eten en werd de carrière van The Treble Spankers abrupt afgebroken. Tegenwoordig is Gerritsen gelukkig weer actief in The Phantom Four.
Na in 1994 een single en een EP te hebben uitgebracht volgt in hetzelfde jaar het debuutalbum Araban (eerst als 10", later uitgebreider op CD). Hierop staan eigen tracks als Mirananda en Honda 400 Four, maar ook een mooie, melancholische versie van de traditional Black Eyes en een krachtige soundtrack-cover van The Good, The Bad & The Ugly. Hierna krijgt de band een contract bij een grote maatschappij (Polydor) en maakt in 1995 een tweede album, Hasheeda.
Het eerste nummer van dat album is Red Hot Navigator en kan zich wat mij betreft meten met de beste nummers van The Shadows (het nummer werd een paar jaar later gebruikt als tune voor het TV-programma Gevaar Op De Weg). Mooie gitaarmotieven, lekker stuwende bas en drums, fijne breaks en bijpassende racegeluiden. Dit nummer is helemaal af!
Het nummer wordt direct gevolgd door nog twee originelen, waaronder het lekker explosieve, uptempo Jaa-Rabbi. Maar ook voor covers draait de groep zijn hand niet om en slaagt erin om zelf een doodgecoverd nummer als Popcorn weer fris te laten klinken. Ook Robbie van Leeuwen's I Follow The Sun (origineel van The Motions en ook uitgevoerd door Shocking Blue - beide bands van Van Leeuwen) maakt indruk met lekker smerig klinkende gitaren.
Dat The Treble Spankers goed uit de voeten kunnen met andermans nummers, zelfs als het hele andere muziekstijlen zijn, blijkt wel uit hun covers van Kraftwerk's The Model, OMD's Enola Gay* en Walk Like An Egyptian van The Bangles (deze nummers staan overigens niet op dit album, maar ze zijn zeker het vermelden waard).
* Hanneke Groenteman is zo te horen niet erg bekend met OMD... 😏
Ook op de rest van het album buitelen de instrumentale juweeltjes over elkaar heen en horen we ook vooral dat The Treble Spankers niet alleen surf spelen (zoals Laguna Beach), maar invloeden uit alle windstreken toelaten. Luister maar eens naar Wella Flex Blue, Samira en Vahim om een idee te krijgen.
Hasheeda is dan inmiddels 23 jaar oud, maar krijgt bij mij nog regelmatig een draaibeurt omdat het zulke tijdloze muziek is. En nu er in 2014 een heruitgave is verschenen met beide albums voor minder dan een tientje is er dan ook geen enkele reden meer om deze Nederpop-klassiekers niet te bezitten.
© 2018 TTZL
Officiële website: The Treble Spankers / The Treble Spankers [gearchiveerd]
Wikipedia NL: The Treble Spankers
YouTube: Red Hot Navigator
YouTube: Jaa-Rabbi
YouTube: Popcorn
YouTube: I Follow The Sun
YouTube: Laguna Beach
YouTube: Wella Flex Blue
YouTube: Samira
YouTube: Vahim
YouTube: Mirananda
YouTube: Honda 400 Four
YouTube: Black Eyes
YouTube: The Good, The Bad & The Ugly
YouTube: The Model
YouTube: Enola Gay
YouTube: Walk Like An Egyptian
YouTube: The Model [Kraftwerk]
YouTube: Enola Gay [Orchestral Manoeuvres In The Dark]
YouTube: Walk Like An Egyptian [The Bangles]