And another one gone, and another one gone
Another one bites the dust
Die songtekst van Queen kwam bij me op toen ik hoorde van het overlijden van Glenn Frey. Eerst al #164 en #166 en nu hij... de winter 2015/16 is niet vriendelijk voor rock-iconen.
Glenn Frey had een behoorlijk succesvolle solo-carrière, maar is natuurlijk vooral bekend van de Eagles. Hun doorbraakalbum was One Of These Nights uit 1975, maar daarvoor hadden ze al drie interessante platen gemaakt.
Op hun eerste en tweede album gebruikten ze elementen uit de rock & roll, folk en vocale stijlen harmonieën à la The Beach Boys en The Everly Brothers. De nadruk lag toch echter vooral nog op country. Op hun derde album On The Border (1974) zou dit veranderen.
Natuurlijk, er staan nog steeds een aantal countryrocknummers op in diverse tempi als You Never Cry Like A Lover, My Man, Is It True? en Best Of My Love. En ook Ol' '55 transformeren ze in een countryrock-achtig nummer (tot ongenoegen van Tom Waits wiens origineel uit 1973 een totaal andere sfeer uitstraalt).
Er is echter ook een andere kant aan deze plaat. De opnamen waren begonnen met de producer van de eerste twee albums, Glyn Johns, maar na twee nummers (Best of My Love en You Never Cry Like a Lover) werd hij vervangen door Bill Szymczyk. Met name Glenn Frey en Don Henley wilden een steviger geluid en vonden dat Glyn Johns teveel de nadruk op country en vocale harmonieën bleef leggen.
Het resultaat hiervan is al direct te horen op de albumopener Already Gone. Het intro kent een venijnig gitaargeluid dat we nog niet eerder hoorden bij de Eagles waarna er een lekkere uptempo (country)rocker volgt. James Dean volgt een vergelijkbaar stramien, inclusief gierende gitaarsolo in het intro.
Midnight Flyer neemt in de eerste helft van het nummer het beste van de twee werelden (inclusief Bernie Leadon's banjo), maar eindigt toch weer met het zwaarder aangezette geluid middels een prachtige slide-gitaarsolo van Glenn Frey.
De beste nummers van het album zijn wat mij betreft On The Border en Good Day In Hell. In het titelnummer vallen alle puzzelstukjes (country, rock, vocale harmonieën) op hun plaats en creëren een heerlijke Eagles klassieker. In Good Day In Hell is Don Felder op gitaar te horen. Hij werd erbij gehaald tijdens de opnames van het album om te helpen met het verkrijgen van een steviger geluid. Nou, dat is prima gelukt op dit fantastische nummer (en op Already Gone, het andere nummer waar hij op meespeelt).
On The Border mag dan nog niet de grote doorbraak zijn geweest van de Eagles, het is wel het album dat die doorbraak ondubbelzinnig aankondigde.
© 2016 TTZL
Officiële website: Eagles / Glenn Frey
Wikipedia EN: Eagles
Wikipedia NL: Eagles
Een donderslag bij heldere hemel. Zo mag je het overlijden van David Bowie wel typeren. Zij die zeggen het te hebben zien aankomen behoren óf tot de mensen die heel dicht bij Bowie stonden óf tot de mensen die je ernstig moet wantrouwen (hallo, Ad Visser...).
Sinds zijn overlijden is totale Bowie-gekte uitgebroken. In de UK staan 19 albums en 13 singles van hem in de hitlijsten en het nieuwe album ★ ("Blackstar") komt binnen op 1.
In Nederland is het al niet anders: ★ op 1, vier andere albums ook in de album Top 100 en 11 nummers in de single Top 100.
Voor ★ is wat mij betreft alle aandacht terecht. David Bowie neemt afscheid met een heel persoonlijk en sterk album. Twee nummers waren al bekend van een 10" single uit november 2014, maar komen hier in nieuwe uitvoeringen voorbij. Sue (Or In A Season Of Crime) is een nerveus, atmosferisch, uptempo nummer met hoekige ritmes en jazzy invloeden. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van 'Tis A Pity She Was A Whore en beide nummers zijn prima, maar hebben waarschijnlijk wel enkele draaibeurten nodig om aan te wennen.
Het album opent met het titelnummer ★. Een indrukwekkend 10 minuten durend epos (met een mooie clip) waarin diverse verwijzingen zitten naar wat zou gaan komen. Zo is er een astronautenpak met een skelet erin (Major Tom?) en zingt Bowie teksten als:
Something happened on the day he died
Spirit rose a metre and stepped aside
In the villa of Ormen stands a solitary candle
Ah-ah, ah-ah
At the centre of it all, your eyes
On the day of execution, only women kneel and smile
In het begin van het nummer domineren ingewikkelde ritmes, ijle synthesizerklanken en Bowie's breekbare stem. Ongeveer halverwege veranderd het nummer rigoureus van sfeer, maar blijven het wel twee delen van één geheel. Prachtig gedaan.
Het tweede nummer waarvoor een clip gemaakt is heet Lazarus en hierin zitten zo mogelijk nog meer verwijzingen naar zijn aanstaande verscheiden:
Look up here, I’m in heaven
I’ve got scars that can’t be seen
I’ve got drama, can’t be stolen
Everybody knows me now
Look up here, man, I’m in danger
I’ve got nothing left to lose
I’m so high it makes my brain whirl
Dropped my cell phone down below
Het is een traag, onheilszwanger nummer waarin Bowie zowel krachtig als wanhopig klinkt. De saxofoon was het eerste instrument waarmee Bowie als kind in aanraking kwam. Bijna zestig jaar later speelt dat instrument een hoofdrol op het album en zeker in Lazarus. Zowel tekstueel als muzikaal vond ik het direct het meest indrukwekkende nummer van het album en dat was nog voor ik de beklemmende clip had gezien.
Het album sluit af met drie wat meer pop-achtige nummers. De tekst van het mysterieuze Girl Loves Me heeft elementen van nadsat (fantasietaal uit de film A Clockwork Orange) en polari (een straattaal onder andere gebruikt in de homo-scene in de UK) en dat geeft een vervreemdende sfeer.
Dollar Days en I Can't Give Everything Away sluiten in stijl het album af dat met recht een prachtige zwanenzang genoemd mag worden.
© 2016 TTZL
Officiële website: David Bowie
Wikipedia EN: David Bowie
Wikipedia NL: David Bowie
Er zijn van die nummers die bijna iedereen herkent, maar waarvan slechts weinigen de titel of artiest kunnen noemen. The Horse van Cliff Nobles & Co. is zo'n nummer, maar wel één met een opmerkelijk verhaal.
The Horse is een uptempo soulnummer met vette blazers en halverwege een uitermate lekkere break. Het begon zijn bestaan als B-kant van de single Love Is All Right uit 1968 en is in feite de instrumentale versie daarvan.
De DJ van de radio-stations draaiden echter consequent de B-kant van de single. De platen-maatschappij draaide snel de A en B kant om en het instrumentale nummer werd een een grote hit (#2 in de VS).
Cliff Nobles was de zanger van de groep en hij is dus in het geheel niet te horen op The Horse. Het zijn de blazers die de show stelen en zij zouden vanaf 1973 triomfen vieren als MFSB. Een groep van zo'n dertig muzikanten die zowel zelf platen opnamen alsook de huismuzikanten werden van het roemruchte Philadelphia International Records.
In Nederland werd The Horse ook in 1968 uitgebracht, maar het werd geen hit. Het nummer werd pas echt bekend toen Radio Veronica het ging gebruiken als achtergrondmuziek bij de aankondigingen van de "Veronica-Drive-In-Show". In 1975 werd het nummer nogmaals op single uitgebracht (met 21 jingles als B-kant!) en stond het 8 weken in de Top 40 met 12 als hoogste positie.
© 2016 TTZL
Wikipedia EN: Cliff Nobles
Wikipedia EN: MFSB
Wikipedia NL: MFSB
Lemmy is dood. Op 28 december 2015 kwam dat bericht naar buiten. Dat is gezien zijn leven vol drank en drugs misschien niet zo opzienbarend, maar wel de manier waarop. Het icoon van Motörhead is geveld door een extreem agressieve vorm van kanker die slechts twee dagen daarvoor was gediagnosticeerd. Vier dagen daarvoor was hij net 70 geworden. Ian Fraser "Lemmy" Kilmister, een icoon, is niet meer.
Lemmy begint zijn loopbaan in vele rockbandjes en is roadie voor Jimi Hendrix en The Nice voordat hij zich aansluit bij Hawkwind. Hij zal zo'n drie jaar bij dit Britse space-rock collectief bas spelen, zingt op hun grootste hit Silver Machine en schrijft er het nummer Motorhead. Het wordt de b-kant van een Hawkwind-single en later zal hij een umlaut toevoegen en wordt Motörhead de bandnaam van zijn nieuwe groep (nadat hij uit Hawkwind is gezet).
Met die band maakt hij opnamen voor United Artists, maar dat label wil de opnamen niet uitbrengen. Pas als Motörhead in 1979 op het Bronze label al drie succesvolle albums heeft uitgebracht komen de opname onder de titel On Parole op de markt.
Op het debuutalbum Motörhead staan nieuwe versies van vijf nummers die al voor United Artists opgenomen waren en drie nieuwe nummers. De opener is natuurlijk Motorhead (hier nog zonder umlaut geschreven) in een hardere, snellere versie dan die van Hawkwind. De bas-intro, de rollende drums, de smerige gitaar en gruizige stem van Lemmy... als je ook maar enig gevoel voor harde rockmuziek hebt kun je niet anders dan hiervoor vallen.
De rest van kant A wordt gevuld met de uptempo rocker Vibrator en met de tracks Lost Johnny en Iron Horse/Born To Lose waarin het tempo wat omlaag gaat. Vooral dat laatste nummer is een heerlijk slepende track die ook lekker traag gezongen wordt door Lemmy.
Op kant B staat nog The Watcher van de United Artists sessies en ook dat nummer heeft weer zo'n heerlijke bas-intro. Lemmy was een opmerkelijke bassist. Hij had begin jaren zeventig de gitaar voor de bas verruild en dat kun je horen. Anders dan anderen speelde hij geen standaard baspartijen, maar bespeelde hij de bas meer als een ritme-gitaar met akkoorden en al. Hij legt het zelf even uit in dit filmpje en het is ook goed te horen in Lemmy's bas-solo's deel 1 en deel 2.
Van de drie nieuwe tracks zetten White Line Fever en Keep Us On The Road de lijn van kant A prima voort, maar het is toch vooral de fantastische afsluiter The Train Kept A-Rollin' die opvalt.
Lemmy heeft altijd geweigerd te spreken van 'Hard Rock' of 'Heavy Metal'. Volgens hem speelde Motörhead gewoon 'Rock & Roll'. Dit nummer toont dat onomstotelijk aan. Het is namelijk een cover van een nummer van Tiny Bradshaw uit 1951. Het origineel is in de jump blues stijl, maar het nummer is ontelbare keren gecoverd en was belangrijk voor de ontwikkeling van de Rock & Roll.
'Motörhead' is niet het beste album van Motörhead. De trits Overkill (1979), Bomber (1979) en Ace Of Spades (1980) komt eerder daarvoor in aanmerking evenals het eerste live-album No Sleep 'Til Hammersmith. Maar het album Motörhead is mij zeer dierbaar en was het startsein voor één van de beste Rock & Roll bands uit de muziekgeschiedenis en alleen daarom al van grote (historische) waarde.
© 2016 TTZL
Officiële website: Motörhead
Wikipedia EN: Motörhead / Lemmy
Wikipedia NL: Motörhead / Lemmy
Het is je wellicht ontgaan, maar er is een nieuwe Star Wars film verschenen.....
Net als bij de vorige zes delen is ook bij deze film de muziek weer geschreven door John Williams (nee, niet die van 'Help, mijn man is klusser!'). Dat is goed nieuws, want de muziek van John Williams heeft al vele films naar een hoger plan getild.
Naast Star Wars schreef hij ook bijvoorbeeld de muziek voor Fiddler On The Roof, The Poseidon Adventure, Jaws, Indiana Jones, Superman, E.T., JFK en nog veel, veel meer).
Het tweede van de cyclus, Star Wars V: The Empire Strikes Back, wordt alom als het beste Star Wars deel tot nog toe gezien en dat geldt evenzeer voor de soundtrack. En dan vooral de uitgave uit 1997 die geremasterd is en bijna twee keer zoveel muziek bevat ten opzichte van het origineel uit 1980.
De opening van het album is traditioneel de 20th Century Fox Fanfare (van Alfred Newman). Dit voelt heel vertrouwd als het begin van een Star Wars film, maar zullen we bij het nieuwe deel moeten missen. Die film is immers gemaakt door Disney en niet meer door Fox.
Daarna volgt Main Title/Ice Planet Hoth waarin de inmiddels iconische beginmuziek overgaat in de muziek die de geweldige scenes op de ijsplaneet begeleiden. Iedere hoofdpersoon heeft een eigen leidmotief dat regelmatig in de muziek terugkeert als deze persoon weer ten tonele verschijnt.
Dit horen we bijvoorbeeld in Han Solo And The Princess, Yoda's Theme en The Training Of A Jedi Knight/The Magic Tree. Maar de meest krachtige en bekende is toch wel die van de slechterik: The Imperial March (Darth Vader's Theme).
Het dubbelalbum staat verder vol met geweldige (film)muziek waarvan je ook kunt genieten als niets met de Star Wars films hebt. De geremasterde en uitgebreide versie is in 2004 heruitgegeven en in 2015 nog eens als Ultimate Soundtrack Collection Box Set.
Mocht je de film een keer op een ander manier willen kijken dan kan ik The Empire Strikes Back Uncut aanbevelen. Hierin hebben fans allemaal 15 seconden van de film nagemaakt waarna ze achter elkaar zijn gemonteerd en er zo een remake van de film ontstond.
© 2015 TTZL
Fan website: John Williams
Wikipedia EN: John Williams
Wikipedia NL: John Williams
Popbewerkingen van klassieke werken (zoals The 5th door Ekseption) en klassieke bewerkingen van popsongs (zoals Whole Lotta Love door het London Symphony Orchestra) zijn niet nieuw.
Toch was ik aangenaam verrast toen ik bij toeval in aanraking kwam met het werk van AyseDeniz Gokcin (een Engelse versie van haar naam Ayşedeniz Gökçin). Zij is een Turkse klassieke pianiste die studeerde aan de Eastman School of Music (US) en de Royal Academy of Music (UK).
In 2012 verscheen er van haar exclusief op iTunes een single getiteld Pink Floyd Lisztified: Fantasia Quasi Sonata. Hierop heeft ze drie nummers van Pink Floyd bewerkt voor solo-piano in de stijl van Franz Liszt.
De eerste track is Hey You van het Pink Floyd album The Wall. De intro van het nummer is heel verstild en dan na driekwart minuut doemt de melodie van Hey You op. Vervolgens ontspint zich een mooi solo-pianostuk, inderdaad in een op Liszt gebaseerde stijl, waarin het Pink Floyd nummer steeds opnieuw opduikt.
Ook in de andere twee nummers (Wish You Were Here + Another Brick In The Wall) pakt deze werkwijze wonderlijk mooi uit. De wisselwerking tussen eigen improvisaties en de originele melodieën maken het tot een intrigerend geheel.
Blijkbaar sloeg de single nogal aan, want inmiddels heeft ze een hele CD gemaakt met Pink Floyd bewerkingen en heeft ze onlangs het Nirvana Project uitgebracht. Getuige de Smells Like Teen Spirt Variations lijkt dit ook weer een voltreffer.
Dat ze zich niet tot één genre beperkt toont ook de Michael Jackson Mashup on Piano waarin ze alle geluiden met de piano maakt door er onder andere ook op te slaan en aan de snaren te plukken.
Je kunt ongetwijfeld van deze muziek genieten als je de originelen niet kent, maar de herkenning van de melodieën is voor mij een grote meerwaarde.
Dat AyseDeniz Gokcin zich niet alleen thuis voelt in het schemergebied tussen klassiek en pop is ook te zien op YouTube. Daar staan voorbeelden van haar in een meer klassieke setting met orkest, zoals in deze Rachmaninoff Paganini Variations.
© 2015 TTZL
Officiële website: AyseDeniz Gokcin
Wikipedia EN: AyseDeniz Gokcin
YouTube: Hey You [Pink Floyd, 'The Wall' - 1979]
YouTube: The 5th [Ekseption, 'Ekseption' - 1969]
Garage Rock (of Garage Punk) is van origine een Noord-Amerikaans fenomeen. New York Dolls, Ramones, The Cramps, MC5 en The Stooges zijn enkele beroemde (of beruchte) voorbeelden. Toch wordt er ook in andere landen vuig gerockt. In Zweden is er sinds de jaren tachtig een levendige scene waarvan The Nomads één van de oudgedienden zijn.
Ontstaan in 1981 brachten The Nomads in 1983 hun debuut mini-LP uit getiteld Where The Wolf Bane Blooms.
NB wolf's bane heet in het Nederlands monnikskap (een giftige plant)
De plaat kreeg in de Nederlandse pers en muziekbladen terecht lovende recensies. The Nomads doen niet onder voor hun overzeese vakbroeders. Dat blijkt ook wel uit de erkenning die ze de afgelopen jaren hebben gekregen. Zo was er een heus tribute album in 2003 en hebben ze op het podium gestaan met genre-grootheden als Jello Biafra (Dead Kennedys), Wayne Kramer (MC5) en The Dictators.
Op het album staan twee zelf geschreven nummers. Lowdown Shakin' Chills is een juweeltje en laat horen dat The Nomads begrijpen hoe je goede garage rocksong maakt. Van het pakkende intro en het lekkere orgeltje tot de gedreven zang en de smerige gitaar, alles klopt. Ook Rockin' All Trough The Night (hier in een live versie uit 2013) is prima.
Aan de keuze van de covers zie je dat ze al langere tijd in de garage verbleven. In plaats van voor de hand liggende nummers van bekende artiesten kozen ze bijvoorbeeld voor The Way You Touch My Hand van de obscure band The Revelons. Ten opzichte van het origineel uit 1979 is de versie van The Nomads wel heel wat sneller en ruiger.
Een andere opvallende keuze is I'm 5 Years Ahead Of My Time van The Third Bardo, een band uit New York die slechts een klein jaar (in 1967) bestond. Een geweldig nummer dat doet denken aan het ruigere werk van The Animals en waarvan ik niet weet of ik nou het origineel of de cover beter vind.
Dieper terug in de muziekhistorie gaan ze ook met een cover van Chuck Berry's Downbound Train (uit 1955) en Milkcow Blues (uit 1930) van één van de pioiers van de blues, Sleepy John Estes. Het fascinerend om te horen wat ze met Berry's origineel hebben gedaan en als je de originele Milk Cow Blues niet kent zou je kunnen denken dat het een origineel nummer van The Nomads was.
Al met al is Where The Wolf Bane Blooms een plaatje dat na dertig jaar nog niets van zijn glans heeft verloren. Dat The Nomads daarna nog meer prachtige platen hebben gemaakt, en nog steeds doen, maakt het alleen nog maar mooier.
© 2015 TTZL
Officiële website: The Nomads
Wikipedia EN: The Nomads
De eerste single van Johnny Cash verschijnt in juni 1955 en dat is het begin van een succesvolle carrière tot aan het begin van de jaren 80. Daarna komt de klad erin tot het punt waarop zijn platenmaatschappij zijn contract ontbindt.
Hij blijft daarna platen maken voor diverse maatschappijen, maar zonder al teveel succes. Hij komt echter onder de aandacht van een nieuw publiek als hij in 1991 zingt op Man In Black van de christelijke punkband One Bad Pig en in 1993 op U2's The Wanderer.
Omdat een nieuw contract bij een grote maatschappij er niet meer in lijkt te zitten is het aanbod van producer Rick Rubin (zie ook #12, #17 en #36) zeer welkom. Rubin had net zijn platenlabel omgedoopt van Def American (vooral bekend van rap en hardrock) naar American Recordings en hij nam onder dezelfde titel een album op in Cash' huiskamer met alleen zijn gitaar als begeleiding.
Zijn 81e album zou een glorieuze comeback betekenen voor Johnny Cash. Zowel de kritieken als de verkoopcijfers waren goed.
Het album kent drie soorten nummers. Zo zijn er twee nieuwe versies van zijn eigen nummers. Delia's Gone is een bewerking van een nummer uit 1962. De tekst was al donker en luguber, maar in de kale instrumentatie van alleen zang en gitaar wint het alleen maar aan betekenis. Ook de nieuwe versie van de 'traditional' Oh, Bury Me Not (Introduction: A Cowboy's Prayer) is misschien nog wel indrukwekkender dan de versie uit 1965.
De tweede categorie zijn de covers van uiteenlopende artiesten als Nick Lowe, Kris Kristofferson, Glenn Danzig, Leonard Cohen, Tom Waits en Loudon Wainwright III. Johnny Cash weet de nummers van deze artiesten totaal naar zijn hand te zetten en te laten klinken als een eigen nummer, terwijl hij de geest van het nummer intact laat (de originele versies staan ter vergelijking onderaan dit blog):
Why Me Lord [Kris Kristofferson]
Bird On A Wire [Leonard Cohen]
Tennessee Stud [live - Eddie Arnold]
Down There By The Train [Tom Waits]
The Man Who Couldn't Cry [live - Loudon Wainwright III]
Maar het meest indrukwekkend zijn de nieuwe nummers. Let The Train Blow The Whistle en Like A Soldier zijn geweldige nieuwe tracks. Slechts weinigen zullen het voor mogelijk hebben gehouden dat Cash nog daartoe in staat was. De andere twee nummers doen daar nog een schepje bovenop.
Redemption gaat het over Cash' eeuwige worsteling met zonde en verlossing en in Drive On weet hij in minder dan 2½ minuut bijzonder treffend de problemen van een Vietnam-veteraan te schetsen. Kippenvel!
Na American Recordings zouden er nog vijf albums in de 'American'-serie verschijnen (waarvan twee posthuum) en een box (Unearthed) met nog eens vijf albums. Allemaal zeer de moeite waard.
Op het vierde album uit de serie (American IV: The Man Comes Around) staat één van de mooiste én bekendste covers uit de serie: Hurt, een nummer van de industrial band Nine Inch Nails. Het originele nummer was al intens, maar Cash' stijgt daar wat mij betreft nog bovenuit.
We mogen Rick Rubin wel heel dankbaar zijn dat hij Johnny Cash in de laatste 10 jaar van zijn leven in staat heeft gesteld nog zoveel mooie muziek uit te brengen.
© 2015 TTZL
Officiële website: Johnny Cash
Wikipedia EN: Johnny Cash
Wikipedia NL: Johnny Cash
YouTube: Let The Train Blow The Whistle
YouTube: The Beast In Me
YouTube: Drive On
YouTube: Why Me Lord
YouTube: Oh, Bury Me Not (Introduction: A Cowboy's Prayer)
YouTube: Bird On A Wire
YouTube: Tennessee Stud [live]
YouTube: Down There By The Train
YouTube: Redemption
YouTube: Like A Soldier
YouTube: The Man Who Couldn't Cry [live]
YouTube: Delia's Gone [1962]
YouTube: Thirteen [langere versie van Unearthed, 2003]
YouTube: Bury Me Not On The Lone Prairie [1965]
YouTube: Hurt [2002]
YouTube: The Beast In Me [Nick Lowe, 1994]
YouTube: Why Me Lord [Kris Kristofferson, 1972]
YouTube: Thirteen [Danzig, 1999]
YouTube: Bird On A Wire [Leonard Cohen, 1969]
YouTube: Tennessee Stud [Eddie Arnold, 1959]
YouTube: Down There By The Train [Tom Waits, 2006]
YouTube: The Man Who Couldn't Cry [Loudon Wainwright III, 1973]
YouTube: Man In Black [One Bad Pig, 1991]
YouTube: The Wanderer [U2, 1993]
YouTube: Hurt [Nine Inch Nails, 1994]