Op de valreep van 2016 hebben nog twee grote namen uit de popmuziek het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld: George Michael en Rick Parfitt (van Status Quo). Omdat ik de toorn van mijn vrouw vrees als ik George Michael niet vermeld (wat Frank Zappa is voor mij, is George Michael voor haar) én omdat ik Rick Parfitt niet onvermeld wilde laten is dit een dubbelblog geworden.
Ik was geen liefhebber van de muziek van Wham! en verwachtte er eerlijk gezegd dan ook niet veel van toen George Michael aankondigde solo te gaan. Ik was echter aangenaam verrast toen zijn eerste album Faith verscheen. Het bleek zo'n beetje hét perfecte pop-album van de tachtiger jaren met tracks als Faith, Father Figure, I Want Your Sex, Hand To Mouth, Monkey en Kissing A Fool.
In de loop der jaren ben ik het album steeds meer gaan waarderen, ook al omdat ik het album steeds beter leerde kennen (waartoe mijn vrouw mij alle gelegenheid bood...). Maar echt onder de indruk van George Michael raakte ik pas toen ik meeging naar een concert van hem in Ahoy. Wat kon die man goed zingen! Dat had ik echt niet verwacht en daarnaast was het een perfect show. Daarom past hij zeker in het rijtje groten die ons in 2016 hebben verlaten.
Ook het overlijden van Status Quo's gitarist Rick Parfitt zorgde voor heel wat verdriet. De band startte in de late jaren zestig met psychedelische muziek als Pictures Of Matchstick Men en Ice In the Sun. Het aanvankelijke succes droogde snel op en na een uitstapje naar hard rock vond de band haar draai in een vorm van boogie rock met hard en blues rock invloeden. Het zou al snel een heel herkenbaar 'Status Quo geluid' opleveren.
Na het album Piledriver uit 1972 volgde een jaar later Hello! en dat zou hun doorbraak worden. Het is het eerste van vier albums die in de UK de albumlijst zouden aanvoeren. Het album is best gevarieerd met bijvoorbeeld het Beatlesque Claudie en het heel erg bluesy Softer Ride. Maar de bepalende nummers van het album zijn toch vooral Roll Over Lay Down, Caroline en het tien minuten durende Forty-Five Hundred Times. Het blijft een heerlijke plaat en in de jaren daarna zou Status Quo dit recept blijven herhalen op de albums die volgden.
Nog een paar uur en dan zit 2016 er op. Vanuit het perspectief van de popmuziek is dat ook maar beter, want het was een rampzalig jaar met zoveel grote namen die zijn overleden.
© 2016 TTZL
Vorige week was ik vrij cynisch over kerstmuziek (en voldeed daarmee volledig aan de verwachtingen). Maar er is natuurlijk ook kerstmuziek die ik wel leuk vind. Eén van mooiste nummers is nota bene van eigen bodem: Christmas Was A Friend Of Mine van Fay Lovsky.
Iedere kerstperiode is het nummer weer vaak op de radio te horen en inmiddels is het onderdeel van het collectieve (kerst)geheugen van Nederland geworden. Je zou bijna vergeten dat het helemaal geen grote hit werd in 1982 (2 weken Top 40, hoogste plek 37).
Het nummer begint met een lang en prachtig, haast sacraal intro. Na driekwart minuut ontvouwt zich dan een bedrieglijk eenvoudig nummer. Bedrieglijk, omdat de muziek lang niet zo simpel is als het lijkt. Als je goed luistert gebeurt er op subtiele wijze onnoemelijk veel, maar omdat het vooral op de achtergrond gebeurt valt het in eerste instantie niet direct op. Na een minuut of drie grijpt Fay Lovsky even terug naar het intro om vervolgens een minuut durende outro te maken die even uniek als genietbaar is. En dat is dan alleen nog maar de muziek!
De mooie, nostalgische tekst verwijst naar het recente verleden waarin vooral het familie-kerstgevoel centraal staat. Samen kijken naar Billy Smart's Kerstcircus en luisteren naar Auld Lang Syne in een tijd waarin je als kind dacht dat er echt vrede op aarde was en Kerst niet alleen om geld verdienen en consumeren draaide.
Christmas Was A Friend Of Mine is voor mij altijd weer een lichtpuntje in deze donkere dagen.
© 2016 TTZL
Al zo'n 2000 jaar wordt de muziekwereld rondom de Kerstdagen bezet door hypocriete, mierzoete Kerstmuziek. Heel de muziekwereld? Nee, een kleine groep muzikanten blijft moedig weerstand bieden aan de overweldigers en maakt het leven in de Kerstperiode nog enigszins dragelijk.
En dan heb ik het natuurlijk niet over Kerstliedjes waarbij de hoofdpersoon tijdens Kerstmis zelf niet gelukkig is zoals bijvoorbeeld Elvis Presley in Blue Christmas. Nee, het gaat om Kerstliedjes waarin het fenomeen Kerst, of dat waar het toe verworden is, bekritiseerd wordt.
Neem bijvoorbeeld The Night Santa Went Crazy van "Weird Al" Yankovic waarin de Kerstman mentaal door zijn hoeven zakt of zijn Christmas At Ground Zero. En in Post Apocalypse Christmas van Gruff Rhys blijkt Kerstmis na een nucleaire oorlog ook niet alles. Ook South Park mag in dit overzicht natuurlijk niet ontbreken met hun godslasterlijke The Most Offensive Song Ever.
Corey Taylor (XM@S), Blink-182 (I Won't Be Home For Christmas) en Weezer (Christmas Celebration) zijn overduidelijk ook geen fans van alle Kerstverplichtingen en hebben dat mooi op muziek gezet. De jongens van Hanoi Rocks hebben het minder moeilijk met Kerstmis want in Dead By Xmas denken ze het niet eens te halen.
The Murder City Devils gooien het over een heel andere boeg in 364 Days. Zij denken aan die arme Kerstman die de rest van het jaar alleen is:
St. Nicholas, St. Nicholas, at the North Pole
364 days spent all alone
Take off your boots, pour a drink
Try not to cry, try not to think
Maar het krachtigste anti-Kerstlied is toch wel Fuck Christmas van de Amerikaanse hardcore punkband Fear. In hun single van slechts 45 seconden weten ze zowel het gangbare sentiment rond Kerstmis te vangen alsook hun eigen gevoelens aangaande deze dagen:
Don't despair,
Just because it's Christmas.
Children, they're
All so gay at Christmas.
All the children on the street
Hope they get something good to eat.
But for me it's not so great.
Fuck Christmas! (10x)
Mocht je de komende dagen last krijgen van een Sky Radio kerstallergie, dan heb je met deze 'playlist' een tegengif.
© 2016 TTZL
Official Facebook site: Fear
Wikipedia EN: Fear
Deze week was het weer zover. Opnieuw legde een muzikale grootheid het loodje: Greg Lake. En daarmee voegt dit blog zich in een lange rij eerbetonen: #164, #166, #167, #168, #169, #180, #189, #200, #209 en natuurlijk #174 van zijn compaan Keith Emerson.
Bassist en zanger Greg Lake werd geboren in Dorset (aan de Engelse zuidkust) en speelde in vele bandjes totdat hij door Robert Fripp gevraagd werd om zich aan te sluiten bij de band die King Crimson zou worden. Met die band maakt hij twee albums: In The Court Of The Crimson King (1969) en In The Wake Of Poseidon (1970).
Zijn onmiskenbare stemgeluid met karakteristiek Engelse tongval kleurt vele klassiekers van die twee albums, zoals 21st Century Schizoid Man en The Court Of The Crimson King (hier in live versies van Greg Lake) en In The Wake Of Poseidon.
In april 1970 startte Greg Lake samen met toetsenist Keith Emerson (ex The Nice) en Carl Palmer (ex The Crazy World Of Arthur Brown en Atomic Rooster) de zeer succesvolle supergroep Emerson, Lake & Palmer (ELP).
Ondanks dat ELP toch vooral een albumgroep was scoorden ze ook een paar hits. Van hun gelijknamige debuutalbum werd de track Lucky Man een succes (ook in Nederland). Opvallend is dat Lake het nummer al schreef toen hij pas 12 was.
In sommige landen werden ook From The Beginning en de live-versie van Peter Gunn een hit (top 5 notering in de diverse Nederlandse hitlijsten). Fameus werd ELP echter met lange, uitgesponnen, epische progrocknummers als Take A Pebble, Tarkus, Pictures At An Exhibition en Karn Evil 9.
In 1979 hield ELP op te bestaan, al zijn ze daarna nog een aantal keer bij elkaar gekomen en zijn er ook nog twee studio- en een aantal live-albums verschenen.
Greg Lake heeft na 1979 zowel solo als in projectvorm de nodige dingen gedaan, maar hij zal toch vooral herinnerd worden als de bassist en stem van de vroege King Crimson en met name als de frontman van Emerson, Lake & Palmer.
In 1978 formeren drie 'high school' vrienden een band. Hun eerste album heeft enig succes in de VS en in Nederland hebben ze een Top 20 hit. Toch blijft het voor Sue Saad And The Next bij dat ene album.
Na een verhuizing van Santa Barbara via San Francisco naar Los Angeles voegen Sue Saad (zangeres), James Lance (drums) en Tony Riparetti (gitaar) de studiomuzikanten Billy Anstatt (gitaar) en Bobby Manzer (bas) toe aan de band.
Met die band treden ze veel op en hun zelf gsechreven nummers trekken de aandacht. De songschrijvers van de band (Saad/Lance/Riparetti) worden door Warner Bros. onder contract genomen om zich te ontwikkelen als liedjesschrijvers. Ze worden echter ook onder de aandacht gebracht van producer Richard Perry die de band direct onder contract neemt bij zijn eigen Planet Records label.
Hun album wordt snel en goedkoop opgenomen. In slechts twintig dagen en voor slechts 50.000 dollar is de klus geklaard (waar drie tot zes maanden en 150.000 dollar toen de standaard was). Het is aan het album echter niet af te horen.
Het gelijkname album Sue Saad And The Next opent met Gimme Love/Gimme Pain. Het is een lekkere midtempo rocker met lekker veel afwisseling. Ook Your Lips-Hands-Kiss-Love en Won't Give It Up vallen in deze categorie en liggen lekker in het gehoor.
Het album is als geheel ook heel afwisselend want er staan ook energieke uptempo nummers op als It's Gotcha, I I Me Me en I Want Him, maar ook twee rockballad-achtige tracks: Cold Night Rain en Danger Love.
Er zijn twee nummers die enige bekendheid hebben verworven. Prisoner is een sterke rocksong, traag en slepend, met scheurgitaar en dito vocalen. Het nummer is onder andere gecoverd door Sheena Easton, Uriah Heep (zie blog #156) en Cherie and Marie Currie (ex-Runaways).
In Nederland werd Young Girl een hit (6 weken in de Top 40) en dat blijft voor mij het hoogtepunt van de plaat. Alle sterke punten van het album komen bij elkaar in dit nummer. Wisselingen in tempo en dynamiek, mooie breaks en overgangen, sterke zang en tekst, gierende gitaar en lekker stuwende bas en drums.
De muziek van van de band is gelukkig in ieder geval weer digitaal verkrijgbaar via iTunes. En het is al mooi dat Sue Saad And The Next daar op staat, maar nog veel mooier is dat ook hun tweede album Long Way Home (in eigen beheer opgenomen in 1980, maar nooit uitgebracht) nu voor het eerst te koop is.
Een nieuw album van Metallica, wie zit daar nu op te wachten? Ze waren immers behoorlijk de weg kwijt geraakt na de thrash metal monumenten Kill 'Em All, Ride The Lightning en Master Of Puppets uit de vroege jaren tachtig en de muzikaal bredere albums ...And Justice For All en Metallica.
'The Black Album' (zoals Metallica's gelijknamige album ook wel wordt genoemd) betekende hun doorbraak naar het grote publiek, maar zorgde er ook voor dat de koers ging zwabberen. Eerst was er de opgeblazen, stadion hardrock van Load en Reload, daarna het compromisloos brute en repetitieve St. Anger, de voorzichtige revanche Death Magnetic en het ingewikkelde en richtingsloze Lou Reed-project Lulu.
Op het voorlaatste studio-album Death Magnetic (uit 2008) horen we weer een Metallica zoals Metallica hoort te klinken: lang uitgesponnen tracks met fatsoenlijke gitaarsolo's. Maar de echte 'vonk' van 1983-1991 ontbreekt nog. Op Hardwired...To Self-Destruct is die 'vonk' terug. De composities zijn nog doordachter en je hoort onvervalst spelplezier.
Het album opent met twee nummers waarop het gaspedaal volledig is ingedrukt: Hardwired en Atlas, Rise! Het is een veelbelovend begin en ook de rest van de eerste disc stelt niet teleur. Het tempo ligt in Now That We're Dead en Dream No More wat lager en die afwisseling werkt goed. Halo On Fire (de afsluiter van de eerste disc) is qua tempo en sfeer vergelijkbaar, maar gaat met een speelduur van 8½ minuut misschien iets te lang door.
Hoogtepunt van het eerste deel is Moth Into Flame waarin alle elementen zitten die de eerste drie albums zo goed maken: goede zang en tekst, uitstekende riffs, geweldige ritmegitaar, pompende bas en drums en dat allemaal op topsnelheid.
Op de tweede disc ligt het tempo over het algemeen wat lager. De eerste drie nummers (Confusion, ManUNkind en Here Comes Revenge) hebben veel overeenkomsten, maar toch ook ieder hun eigen dingen (zoals bijvoorbeeld de geweldige intro van Confusion). De verrassingen zitten echter in het tweede deel van deze disc. Am I Savage? is een heerlijk traag, donker en log monster en afsluiter Spit Out The Bone is van een ongekende felheid en heeft een onwaarschijnlijk hoog tempo.
De uitschieter is Murder One, een ode aan de onlangs overleden Lemmy van Motörhead. Zoals bij iedere track is er ook voor dit nummer een video en Robert Valley heeft een geweldige animatie gemaakt waarin Lemmy's levenverhaal in zes minuten wordt verbeeld.
Op bonus-CD van 3CD Deluxe Edition staan tien live-tracks en drie nummers die Metallica bijdroeg aan 'tributes' voor Ronnie James Dio, Deep Purple en Iron Maiden. De disc opent echter met Lords Of Summer, een nieuw nummer (en bepaald geen 'leftover') waarvoor ook een clip is gemaakt.
Voor wie er nog aan twijfelde: Metallica is terug, en hoe!
Afgelopen maandag (7 november) overleed de Canadese poëet, auteur en muzikant Leonard Cohen op 82-jarige leeftijd.
Teleurgesteld door het gebrek aan succes als poëet en schrijver begon hij halverwege de jaren zestig zijn poëzie op muziek te zetten. Dit leverde hem aanmerkelijk meer succes op, maar zorgde er wel voor dat hij een buitenbeentje bleef in twee werelden. In de schrijverswereld werd hij "die muzikant" en in de muziekwereld bleef hij "die dichter".
Na een aarzelend begin boekte hij in zijn beginjaren successen met nummers als So Long Marianne, Famous Blue Raincoat, Chelsea Hotel No. 2, Who By Fire en natuurlijk Suzanne. In 1975 was er zelfs voldoende materiaal voor een Greatest Hits album. In de U.S. en Canada heette dit album trouwens The Best Of Leonard Cohen, wat een veel betere titel is. Zeker vanuit een Nederlands oogpunt, want Leonard Cohen heeft hier nog nooit in de Top 40 gestaan!
De 12 nummers op het originele Greatest Hits album laten horen dat zijn muziek stevig geworteld was in de folkmuziek-traditie en los van de geweldige teksten is er muzikaal niet heel veel afwisseling. Later in zijn carrière zou dit veranderen en werd ook de muziek avontuurlijker en afwisselender (met name ook qua tempo).
Deze ontwikkeling is goed te horen op de heruitgave van Greatest Hits uit 2009. Hierop zijn vier nummers van de originele tracklist vervangen door negen nummers van recentere datum. Hieronder nummers als The Future, Dance Me To The End Of Love, First We Take Manhattan en Hallelujah.
Veel nummers van Leonard Cohen zijn ook door andere artiesten opgenomen, maar met name Hallelujah is zo'n inmiddels wel zo'n beetje doodgecovered (met name ook in talentenjachten). Het nummer uit 1984 had aanvankelijk geen impact en kwam pas onder de aandacht door de cover van John Cale in 1992. Die versie inspireerde op zijn beurt Jeff Buckley die in 1994 een inmiddels klassiek geworden versie van Hallelujah opnam.
Wie ook niet onvermeld mag blijven is Jennifer Warnes. Ze werkte vanaf begin jaren zeventig met Leonard Cohen samen. Eerst als achtergrondzangeres bij zijn optredens en later als gastvocaliste en vocale arrangeur op zijn albums. In 1987 maakte ze het machtige eerbetoon Famous Blue Raincoat met daarop geweldige interpretaties zoals First We Take Manhattan.
Er zijn zo van die nummers die ik heel goed ken, maar waar ik niets van de artiest weet. Zo heb ik mijn jeugd heel vaak een nummer gehoord op Radio Veronica en Radio Noordzee Internationaal over het jaar 2525 van ene Zager & Evans, maar tot nut toe had ik geen idee wie dat waren.
Het blijkt een folk-rock-pop duo te zijn geweest van 1962 tot 1971, bestaande uit Denny Zager & Rick Evans.
Ik vond het altijd al een intrigerend nummer en nu nog steeds weet In The Year 2525 me iedere keer weer te boeien als ik het hoor. Dat ik daar niet alleen in sta blijkt wel uit de notering van dit nummer uit 1969 op plaats 1197 in de Top 2000 van 2015.
Het nummer geeft een toekomstbeschrijving van de komende 8000 jaar waarin de mens steeds ondergeschikter wordt aan de technologie (zie ook de versie op YouTube van In The Year 2525 met de tekst in beeld).
Opvallend aan de muziek is dat het een combinatie is van folk en rock en dat het nummer halverwege (na het jaar 6565) in toonhoogte omhoog gaat. Na het jaar 9595 volgt er een break en keert het nummer weer terug op de toonhoogte waar het mee begon.
Het nummer is ook vele tientallen malen en in diverse talen gecoverd. Luister eens naar de heel verschillende versies van Visage, Dalida, Ian Brown, The Sounds/Takis Antoniadis en mijn favoriet, een metal-versie door Fields Of The Nephilim.
Ondanks het enorme succes (een nummer 1 hit in vele landen, waaronder Nederland) hebben Zager & Evans na dit nummer geen hitsingle van belang meer gehad. Of dit terecht of onterecht is kun je zelf checken aan de hand van de onlangs uitgekomen CD met twee complete albums (en non-album singles) op het onvolprezen Cherry Red Records label.
Eind jaren negentig kwam ik veel in de Amsterdamse winkel van distributeur en platenlabel Staalplaat. De medewerkers kenden na verloop van tijd mijn smaak en kwamen dan af en toe met de suggestie om een bepaald album eens te beluisteren.
Zo kwam ik ook in het bezit van het eerste album van Stewart Walker, een Amerikaanse pionier van het minimal techno genre die woont en werkt in Berlijn.
Het album, Stabiles, is gebaseerd het werk van Alexander Calder. Dat is één van de bekendste Amerikaanse beeldhouwers, belangrijke vertegenwoordiger van de kinetische kunst en uitvinder van de mobile. Het album heeft echter Alexander Calder's 'stabiles' (grote sculpturen in de buitenlucht) als inspiratiebron.
Het lijkt vooraf een onmogelijke opgave om een sculptuur in muziek te vertalen, maar Stewart Walker verwoordt het als volgt:
My goal was to write sound compositions which would present a stationary focus in the home listening environment. Each track offers an individual mood while still conforming to the overall theme of stability.
Stewart Walker bereikt zijn doel, en hoe! Bij oppervlakkige beluistering lijken de nummers misschien repetitief en 'stabiel' te zijn, maar als je goed luistert (koptelefoon aanbevolen) zit er een geweldige rijkdom aan variatie in de tracks. Ritmes verschuiven en vermeerderen/verminderen, geluiden komen af en aan, tempovariaties en nog veel meer.
Op YouTube staan maar drie tracks van het album (Missing Winter, Classic Science Fiction en Sunclipse) maar die geven een goed beeld van de muziek. Als je meer wilt horen kun je naar de Stabiles-pagina van de website van Stewart Walker gaan. Daar kun je het hele album beluisteren.
© 2016 TTZL
StewartWalker.com: Stabiles [alle tracks te beluisteren]