"Muzikant, schrijver, journalist, uitgever, acteur, radio presentator, 'spoken word artist', activist.....Henry Rollins is het allemaal."
Zo begon ik mijn blog #80 over een album van de Rollins Band. Deze keer wil ik het hebben over Henry Rollins als 'spoken word artist'.
Zijn verschijning zet je wellicht op het verkeerde been, maar Henry Rollins is een gelover in de kracht van het woord en een fervent lezer en schrijver. Daarnaast treedt hij sinds 1985 ook op met 'spoken word performances'. Door zijn prachtige manier van vertellen en goede timing zijn deze geweldig om naar te luisteren en kun je ze ook rustig meerdere keren horen.
Luister bijvoorbeeld naar Misunderstanding, een hilarisch verhaal over een optreden van Black Flag in Zagreb. Of naar het mooie relaas Van Halen over de gelijknamige groep.
Echt onder de indruk ben ik van de gesproken versie van zijn boek over de Black Flag-periode, Get In The Van. In 2½ uur tijd loodst hij je door de periode 1981-1986 en vertelt hij op zo'n boeiende manier dat je het gevoel hebt het zelf mee te maken.
In deze promo film krijg je al een aardig beeld van de inhoud van het boek en de 2CD, maar luister vooral ook naar de avonturen van Black Flag in Engeland om het te ervaren: UK Tour, part 1 / UK Tour, part 2 / UK Tour, part 3
Als je geïnteresserd bent geraakt kun je voorlopig vooruit met alle video's op YouTube zoals: Live at Wacken Open Air 2013 (62 min.) en Critical Conversations (at Soka University) (87 min.).
Shabby Tiger, zegt die naam u iets? Nee? Mij eigenlijk ook niet, behalve dan dat ik één single van die band in mijn collectie heb. Gelukkig is er dan het internet waarop je een stortvloed van informatie over de band kunt vinden. Toch? Nou, dat viel nogal tegen.
Het blijkt een Britse band te zijn geweest, actief in de periode 1974-1979, die een aantal singles en één album heeft uitgebracht.
In Nederland en een aantal andere Europese landen heeft de band een grote hit gescoord met hun eerste single. Het nummer sloeg in hun thuisland sloeg niet aan, maar op het vasteland kwam het gedurende 1974 en 1975 in diverse hitlijsten op de eerste plaats terecht. In Nederland bereikte Slow Down de 7e plaats in de Top 40.
Het nummer mixt pop met glam rock en er zijn invloeden van de aanstormende disco te horen. Men doet erg zijn best om heel stoer over te komen (luister vooral even naar de zanger in het begin), maar het blijft een aanstekelijk nummer. Ik kan me goed voorstellen dat ik dit als 10-jarige leuk vond.
Hun andere singles vonden hun weg niet naar de Top 40, alleen The Devil Rides Tonight bereikte nog de Tipparade. Dit nummer is al veel minder leuk dan Slow Down en als je luistert naar hun enige album Shabby Tiger zul je weinig nummers vinden die je een tweede keer wilt horen.
Shabby Tiger zal daarom een One-Hit Wonder blijven, maar dat is toch meer dan menig ander bandje kan zeggen.

De artiest van deze week scoorde 6 top 40 hits en 3 gouden platen. Het gaat om Cowboy Gerard (Gerard de Vries) die geen superzanger of virtuoze instrumentalist was, maar iemand die parlando platen maakte. Met gedragen stem droeg hij zijn teksten voor over de muziek en scoorde daar, nog altijd tot mijn verbazing, een aantal grote hits mee die nog altijd niet vergeten zijn.
Gerard de Vries was disc-jockey bij Radio Veronica en presenteerde daar onder andere een country & western-programma als Cowboy Gerard. Later bij zou hij bij de TROS ook vele radioprogramma's presenteren, waaronder ook weer een country & western programma.
In 1965 scoorde hij zijn eerste hit met Het Spel Kaarten over een soldaat die wordt opgepakt omdat hij in de kerk met een spel kaarten voor zich zit en daardoor in problemen komt. Het nummer stond 17 weken in de Top 40 en bereikte nummer 2 (tussen The Beatles en The Rolling Stones!). Dit nummer is nog steeds bekend en werd met name in de jaren zeventig nog vaak in programma's als Arbeidsvitaminen gedraaid.
Minder bekend is dat tegelijk met Het Spel Kaarten er nog een nummer uitkwam waar Cowboy Gerard bij betrokken was: Ode Aan Jim Reeves van The Rodeo Riders. Hilarisch bij dit nummer is de Engelse uitspraak van de zanger van The Rodeo Riders als er stukjes van Jim Reeves' nummers worden uitgevoerd.
Hierna volgde Zo Maar Een Soldaat (4 weken Top 40, hoogste plek was 32), maar het nummer dat me het meest is bijgebleven van Gerard de Vries is Giddy Up Go (6 weken Top 40, hoogste plek was 28). In mijn herinnering kwam dit relaas van een vrachtwagenchauffeur iedere week wel een keer voorbij op de radio.
In 1967 gebruikte Gerard de Vries niet langer het pseudoniem Cowboy Gerard en had hij onder zijn eigen naam een hitje met De Kinderen Zijn Niet Schuldig (4 weken Top 40, hoogste plek was 25), maar dit nummer is niet in het collectief geheugen blijven hangen. Dat is anders met zijn hit uit 1976, Teddy Beer. Opnieuw een nummer over een trucker en een opnieuw een grote hit (10 weken Top 40, hoogste plek was 7).
Gerard de Vries heeft veel nummers over truckers gemaakt en is dan ook nog steeds een bekende naam in die wereld. Dat blijkt ook uit een fragment uit het programma MAX maakt mogelijk. Kijk hier hoe de wens van Gerard de Vries uitkomt om zijn hit Teddy Beer een keer op televisie uit te voeren (op een truckersfestival).
Ik kan niet zeggen dat ik het werk van Cowboy Gerard/Gerard de Vries mooi vind en het is vaak tenenkrommend moraliserend, maar als fenomeen blijft hij een interessante anomalie in Top 40-land.

Pixies, Nirvana, Bush, Cheap Trick en The Ex zijn slechts enkele van de ca. 1000 producties waarbij Steve Albini betrokken was als producer, technicus, muzikant of anderszins. Inmiddels is hij ook eigenaar van een heuse eigen studio: Electrical Audio.
Hij houdt trouwens niet van de term 'producer' en laat zich meestal alleen vermelden als 'recording engineer'. Daarnaast is hij ook actief als muzikant.
Sinds 1992 met zijn band Shellac, in 1987/1988 als Rapeman (genoemd naar de gelijknamige mangastrip), maar het eerst maakte hij naam met de groep Big Black (1981-1987).
Het gehele oeuvre van Big Black omvat slechts vier EP's, twee studio-albums en twee live-albums en daarvan is het tweede studio-album, Songs About Fucking, het bekendst geworden.
Niet dat het eerste studio-album, Atomizer, minder is, maar het zal wel iets met de titel te maken hebben. Andy Kellman van allmusic.com omschrijft het mooi in zijn recensie van het album. De meeste artiesten maken hun nummers nodeloos lang en gebruiken allerlei eufemismen in titels en teksten (lekker veilig en/of mysterieus). Niets van dat alles bij Big Black. De tracks halen de drie minuten meestal niet, het album duurt net een half uur en de titel en hoes zijn niet bepaald eufemistisch. Overigens geeft de achterkant van de hoes de voorkant en de titel weer een heel ander lading...
Op de muziek van Big Black worden labels geplakt als punk, noise, indie en post-hardcore rock. Hoewel dat allemaal terecht is, valt toch vooral de ongekende energie en agressie op die uit speakers spat. Opener The Power Of Independent Trucking is meteen een eerste proeve van bekwaamheid. Na die 1:27 weet je meteen of je Big Black geweldig gaat vinden of niet en of je het hele album Songs About Fucking gaat luisteren.
Nummers als Bad Penny en het afsluitende nummer Bombastic Intro (!) zijn slechts enkele topstukken van het album. Ook als het tempo iets naar beneden gaat weet Big Black te imponeren, zoals in Kitty Empire (het enige nummer dat langer is dan drie minuten) en Tiny, King Of The Jews.
Ongeveer tegelijkertijd bracht de groep ook een single uit met twee covers. Op de B-kant stond Kraftwerk's The Model, dat in een geremixte versie ook op het album terecht kwam. De A-kant was He's A Whore van Cheap Trick, één van de jeugdhelden van Steve Albini. Het nummer kwam uiteindelijk als bonustrack op de CD-versie van het album terecht. De hoes van de single laat hilarische kopieën zien van de originele albumhoezen.
Geïnteresseerd geraakt in Steve Albini? Lees dan ook:
NRC: De vijf Steve Albini's
Sound on Sound: Steve Albini, Sound Engineer Extraordinaire
In 1979 begon in de UK een revival van door ska en reggae beïnvloedde punkrock/popmuziek. Groepen als Madness, The Specials, The Selecter en The Beat vierden grote successen.
Afgelopen donderdag overleed één van de belangrijkste inspirators van deze beweging: Cecil Bustamenta Campbell. In de muziekwereld was de singer/songwriter en producer en ska en rocksteady legende echter bekend als Prince Buster.
De platen die Prince Buster in de jaren zestig op Jamaica uitbracht zijn van grote invloed geweest op het werk van latere ska en reggae artiesten van het eiland. Hij kreeg hiervoor in 2001 de Jamaicaanse 'Order of Distinction'.
In de jaren zeventig ging het wat minder met zijn carrière en ging hij meer richting roots reggae. Nadat hij begin jaren zeventig verhuisde naar de VS verliet hij de muziekbusiness. Het zou tot 1992 duren voordat hij zich weer met muziek ging bezig houden.
Veel van zijn jarig zestig hits zijn gecoverd door de eerder genoemde Britse bands. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Al Capone, One Step Beyond, Enjoy Yourself en Orange Street en natuurlijk aan het nummer dat die ene Britse band zijn naam gaf: Madness. Stuk voor stuk juweeltjes en nog altijd het aanhoren meer dan waard.
Ook nummers als Too Hot, Rough Rider en Whine And Grind werden door de Britse bands gecoverd. De eerste single van Madness was overigens een ode aan de man: The Prince.
Hopelijk neemt iemand het op zich om een mooi carrière-overzicht uit te brengen. Tot die tijd moeten we het doen met de oude platen en de Britse covers:
Madness - Madness
Madness - One Step Beyond
The Specials - Too Hot
The Specials - Gangsters [Prince Buster's Al Capone]
The Specials - Enjoy Yourself
The Beat - Rough Rider
The Beat - Whine & Grine/Stand Down Margaret
The Selecter vs Prince Buster - Orange Street
Momenteel ben ik bezig om mijn muziekcollectie te registreren op de Discogs website (een wereldwijde database die gevuld wordt door liefhebbers en waarop je ook kunt kopen en verkopen).
Daarbij is het net als met foto's inplakken, het schiet niet op omdat je alles gaat zitten bekijken. Ik ben begonnen met mijn vinyl en ik kom veel jeugdsentiment tegen.
Zo stuitte ik op de LP Tantra II van de groep Tantra (bij het invoeren viel me op dat voor mijn NL-uitgave op Discogs minimaal 25 euro wordt gevraagd!). Ik wist nog wel dat het een Italo disco-plaat was, maar pas bij het beluisteren viel het kwartje. Deze plaat heb ik heel veel gedraaid in de jaren tachtig!
Grote man achter Tantra was Celso Valli, een Italiaanse componist, muzikant, dirigent, arrangeur en producer die zich in het begin van zijn carrière met diverse Italo disco-projecten bezig hield. Daarna heeft hij met zo ongeveer alle grote namen uit de Italiaanse muziek gewerkt. Kijk maar eens naar deze indrukwekkende lijst.
Als ik nu naar Tantra II luister begrijp ik waarom ik het album zo grijsgedraaid heb. Het is Italo disco, maar de conservatorium-achtergrond van Celso Valli zorgt ervoor dat het wel even wat beter in elkaar zit dan de 'gewone' Italo disco dreunen. De synthesizers riffs, de drum loops, de teksten (die verder gaan dan alleen wat kreten) en de arrangementen zijn allemaal veel beter uitgewerkt (we kennen natuurlijk 'progressive rock', is dit dan 'progressive disco'?).
Op kant 1 staat het nummer Macumba (op sommige uitgaven 'The Macumba Suite' genoemd) en naast de sterke vocalen valt vooral de stuwende synthesizerbaslijn op. Na het eerste deel ('Macumba Haunts Me') van 4½ minuut volgt een break getiteld 'The Drums Of Macumba'. Na 3 minuten gaat de track verder met 'Oh, Macumba Ay!'. Dit deel start met een gitaarsolo(!) en pakt daarna de draad van het eerste deel weer op. Een heerlijk kwartiertje Italo disco.
Kant 2 wordt gevuld door A Place Called Tarot (soms 'The Tarot Suite' genoemd). Het eerste deel, 'A Place Called Tarot', start heerlijk ritmisch en heeft een apart soort mechanisch aandoende vocalen. Na een minuut of 4 volgt ook hier een break ('Tarot Reprise') van een minuut of 3 gevolgd door 'The Groove' met een sterk synthesizer-riffje. 'The Guitars Of Tarot' sluit het nummer af en start met een heerlijk vervormd gitaargeluid en pakt dan terug naar het eerste deel. Dit nummer vind ik eigenlijk nog beter dan Macumba op kant 1.
NB Helaas is het geluid van deze YouTube-video niet optimaal, maar ik vond geen andere.
De LP's van Tantra zijn niet los op CD uitgebracht, maar er is gelukkig wel een mooie 2CD met de drie albums en bonustracks.
Three Dog Night was eind jaren 60 en begin jaren 70 een zeer succesvolle band in de VS (twaalf gouden albums en éénentwintig Top 40 hits, waaronder drie nummer 1 hits). Dat succes hebben ze in Europa bij lange na niet kunnen evenaren.
De drie zangers Danny Hutton, Chuck Negron en Cory Wells richtten de groep op in 1967 en al snel daarna zochten ze bandleden om het geheel te completeren.
De band schreef niet veel muziek zelf, maar voerde vooral het werk uit van anderen. Hierbij vallen vooral de creatieve (vocale) arrangementen en interpretaties op van de zorgvuldig geselecteerde originelen. Door deze werkwijze kent de muziek van Three Dog Night vele muzikale invloeden, maar ze staan wel altijd met één voet in de rock.
Als gevolg van het uitvoeren van covers kwamen veel mensen en passant in aanraking met het werk van onder andere Harry Nilsson (One), John Hiatt (Sure As I'm Sittin' Here), Hoyt Axton (Joy To The World) en Leo Sayer (The Show Must Go On). Dat die artiesten hierdoor ook bekendheid (en royalties) kregen was voor hen mooi meegenomen.
Naast de twee laatstgenoemde nummers had Three Dog Night in Nederland nog twee hits: Never Been To Spain (van Hoyt Axton) en Mama Told Me (Not To Come) (van Randy Newman), hun grootste NL-succes (nr. 7).
Laatstgenoemde nummer staat overigens niet op de uit 1974 stammende compilatie Joy To The World: Their Greatest Hits. Door ruimtegebrek zijn er meer omissies, zoals hun eerste hit Try A Little Tenderness (de bekendste uitvoering is waarschijnlijk van Otis Redding) en de cover van Laura Nyro's Eli's Coming. De in 2004 uitgebrachte compliatie-CD The Complete Hit Singles is daarom nu een betere keuze. Hierop staan alle 21 US Top 40 hits verzameld.
De aparte bandnaam werd overigens voorgesteld door June Fairchild (vriendin van Danny Hutton) nadat ze een artikel had gelezen over de oorspronkelijke bewoners van Australië. Hierin werd beschreven dat zij koude nachten weerstonden door in een gat in de grond te slapen terwijl ze een dingo (wilde hond) vasthielden. Op hele koude nachten sliepen ze met twee dingo's en als het hard vroor dan was het een "Three Dog Night".
Vorige week, in blog #196, schreef ik al over het genre van de "Answer Songs" en beloofde deze week te schrijven over het vervolg op It's My Party van Lesley Gore.
Normaal gesproken worden "Answer Songs" gemaakt door andere artiesten dan degenen die het origineel hebben gemaakt.
Lesley Gore's Judy's Turn To Cry is één van de weinige uitzonderingen op de regel. Het nummer is een vervolg op het verhaal uit haar eigen hitsingle It's My Party. De hoofdpersoon heeft haar verdriet en boosheid omgezet in daden en heeft een andere jongen gekust voor de ogen van Johnny. Met een vilein genoegen constateert ze vervolgens dat Johnny die jongen te lijf gaat en weer bij haar terug komt. En dan is het Judy's Turn To Cry.
Tegenwoordig komen "Answer Songs" ook nog wel eens voor. Hedendaagse voorbeelden zijn Lady Gaga's Boys, Boys Boys (als reactie op Girls, Girls, Girls van Mötley Crüe) en California Gurls van Katy Perry feat. Snoop Dog (als reactie op Empire State Of Mind van Jay Z feat. Alicia Keys). Opvallend is dat van het laatste voorbeeld beide tracks een nummer 1 hit werden in de Verenigde Staten.
Een heel apart genre in hitparadeland zijn de zogenaamde "Answer Songs". Dat zijn liedjes die een antwoord of reactie geven op een bestaand nummer (vaak een grote hit).
Er zijn al voorbeelden bekend uit de eerste helft van de twintigste eeuw, maar het nam pas echt een vlucht in de jaren 50 en 60.
Een bekend voorbeeld uit 1955 is Mannish Boy van Muddy Waters dat een reactie was op I'm A Man van Bo Diddley (dat overigens zelf weer een reactie was op Muddy Waters' I'm Your Hoochie Coochie Man).
Andere voorbeelden zijn Yes I'm Lonesome Tonight van Dodie Stevens (als antwoord op Elvis Presley's Are You Lonesome Tonight) en When A Woman Loves A Man van Ketty Lester (als reactie op Percy Sledge's When A Man Loves A Woman).
Een apart voorbeeld van een "Answer Song" kwam van Lesley Gore. In april 1963 scoorde zij op 16-jarige leeftijd een grote hit met It's My Party. Het is een ultiem popnummer met sterke vocalen en koortjes, een goede instrumentatie en een rijke productie met veel details (het was de eerste productie van Quincy Jones!). Het nummer vertelt het verhaal van een meisje dat op haar verjaardag moet toezien dat haar vriendje Johnny er vandoor gaat met een ander meisje, Judy.
It's My Party werd een nummer 1 hit in de Verenigde Staten en ook in andere landen sloeg het gigantisch aan. Door het grote succes werd er voor Lesley Gore een vervolg geschreven in de vorm van een "Answer Song". Maar daarover volgende week meer...
Demo-opnamen die worden uitgebracht als bonustracks of als zelfstandige albums zijn lang niet altijd interessant. Dat kan echter niet gezegd worden van het nieuwe album The Tel★Star Sessions van Gov't Mule.
Zanger/gitarist Warren Haynes en bassist Allen Woody speelden beide bij The Allman Brothers Band. Op een moment dat de band niet aan het opnemen of toeren was besloten ze in 1994 het project Gov't Mule te starten. Samen met drummer Matt Abts doken ze al snel de Tel-Star Studios in om hun debuutalbum op te nemen.
Deze opnamen werden echter niet uitgebracht. Ze werkten verder en brachten uiteindelijk in 1995 het album Gov't Mule uit. Toch hebben een flink aantal nummers van de sessies uit 1994 het debuutalbum gehaald. Rocking Horse, Monkey Hill, Mr. Big, Mother Earth, Left Coast Groovies en World Of Difference zouden allemaal in een nieuw opgenomen versie op het debuutalbum belanden. Blind Man In The Dark kwam uiteindelijk op terecht op Dose, hun tweede studio-album uit 1998.
Gov't Mule groeide al snel uit van een éénmalig project tot een volwaardige band en in 1997 stapten Haynes en Woody uit The Allman Brothers Band om zich volledig op Gov't Mule te concentreren. En met groot succes, want Gov't Mule is tegenwoordig een grote naam in de bluesrock.
Natuurlijk is de geluidskwaliteit van deze demo's niet hetzelfde als die van de latere studio- en live-opnamen van de band. Luister bijvoorbeeld naar het verschil met de albumopname van Blind Man In The Dark of een live opname (nog beter, want Gov't Mule is een echte live-band).
Maar wat de demo's aan sonische kwaliteit missen maken ze meer dan goed aan ongepolijste, rauwe intensiteit. Je kunt goed horen dat dit ervaren musici zijn, op zoek naar een eigen geluid en richting. En in sommige tracks hoor je dat ze er al heel dichtbij zijn.
Naast de reeds genoemde nummers staan ook nog The Same Thing (Willie Dixon cover) en Just Got Paid (ZZ Top cover) op het album, met als bonustrack een alternatieve versie van World Of Difference.
Naast een document van historische waarde is The Tel★Star Sessions ook een tussendoortje in afwachting van het nieuwe album. Maar wat een verdomd lekker tussendoortje is het!