Zoeken in deze blog

zondag 25 februari 2024

#589: Jeroen van Koningsbrugge/Zeus/De Lama's/Jurk/The Passion/Engine Room (2005~)

Acteur, presentator, cabaretier & zanger. Dat staat op Facebook van Jeroen van Koningsbrugge. Dat is al een behoorlijke veelzijdigheid, maar je kunt er ook nog producent, regisseur en schrijver (zowel voor film en tv als kinderboeken) aan toevoegen. En misschien vergeet ik dan nog wel wat, maar in dit blog ga ik mij focussen op zijn muziek.

Daarin is hij al net zo veelzijdig als met met film- (Loft, De Surprise, Riphagen) en tv-werk (Draadstaal, Smeris, Ik Hou Van HollandKamp Van Koningsbrugge).

In 2003 start Jeroen's muziekcarrière met de band Zeus. Samen met Roy (gitaar) en Paul (drums) Jansen en Bob Gerritsen (bas) brengt hij in 2005 het album Bad Signs uit. De muziek is zware stoner rock en zal menigeen doen verbazen die Jeroen alleen van tv kent. Luister naar Bad Signs of My Demons (met in de clip naast Jeroen ook Halina Reijn) en wordt weggeblazen door de ruwe vocale en muzikale kracht. 

Op het tweede album 07 (uit 2007) is de kwaliteit van de nummers alleen maar toegenomen, net als de kwaliteit van de productie (luister bijvoorbeeld eens naar Carousel of Man On Fire). Daarna zijn er helaas geen albums meer verschenen. Ze maakten alleen nog de tune voor Smeris en de single Everything in 2017.

Ook in 2007 breekt hij door naar het grote publiek als hij wordt toegevoegd aan het team van De Lama's (daarmee brengt hij de single Lekker Gewoon uit). Bij hun terugkeer in 2017 doen ze dat nog eens dunnetjes over met We Zijn Weer Terug (Lekker Gewoon).

Samen met Dennis van de Ven (wiens naam hij leende voor de Citroën reclames) maakt hij tv-programma's als Draadstaal en Smeris, maar vormt hij ook sinds 2010 het cabaret- en muziekduo Jurk!

Hun eerste single Zou Zo Graag werd direct een dikke hit en op het album Avondjurk staan nog veel meer prachtige Nederpopsongs, zoals bijvoorbeeld Niemand (versie 1), waarvoor twee verschillende versies van de videoclip werden gemaakt (versie 2 kent een andere afloop). 

Gebaseerd op het album kwam er ook de theatervoorstelling Avondjurk en in 2014 volgde het tweede album Glitterjurk met daarop onder meer het krachtige Vrij en het mooie Huil Nou.

Dat Van Koningsbrugge in 2013 ook te horen is op het Koningslied vergeten we gemakshalve even, want in 2015 komt misschien wel zijn muzikale hoogtepunt. In het tv-programma The Passion speelt hij de rol van Judas en maakt diepe indruk met zijn vertolking van Wit Licht. Het origineel van Marco Borsato steekt hierbij wat bleekjes af. Misschien nog indrukwekkender is dat Jeroen het kunststukje gezeten aan de talkshowtafel van RTL Late Night even herhaalt.

In 2016 speelt Van Koningsbrugge de hoofdrol in de film (en tv-serie) Riphagen over de Amsterdamse crimineel Dries Riphagen die in de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetter samenwerkt. Samen met opnieuw Roy & Paul Jansen maakt hij als de gelegenheidsformatie Engine Room ook de titelsong If I Would Die Tonight.

In hetzelfde jaar maakt hij ook zijn eerste (en tot nu toe enige) solo-album Songs Of Life. Het tv-programma Jeroen In Californië, Songs Of Life volgt de totstandkoming van het album waarop hij samenwerkt met collega-muzikanten als Typhoon, Gers Pardoel en vooral Arno Krabman. Het bevat vooral pop, gelardeerd met andere invloeden en levert mooie tracks op als Bulletproof en The Whiskey Ain't Workin'.

Dat Van Koningsbrugge de hardere muziek nog een warm hart toedraagt blijkt wel uit de tour die hij in 2023 doet met een Pearl Jam tribute programma. Het doet verlangen naar een solo- of band-album waarop hij die machtige strot weer gebruikt om ons te trakteren op de vocale storm die we kennen van de Zeus albums.


© 2024 TTZL


Officiële website: Jeroen van Koningsbrugge
Facebook pagina: Jeroen van Koningsbrugge
Wikipedia NL: Jeroen van Koningsbrugge

Spotify: Zeus - Bad Signs [album]
Spotify: Zeus - 07 [album]
Spotify: Jurk! - Avondjurk [album]
Spotify: Jurk! - Glitterjurk [album]

YouTube: Bad Signs
YouTube: My Demons [video]
YouTube: Carousel
YouTube: Man On Fire
YouTube: Smeris
YouTube: Everything

YouTube: Lekker Gewoon

YouTube: Zou Zo Graag
YouTube: Niemand (video versie 1)
YouTube: Niemand (video versie 2)
YouTube: Vrij
YouTube: Huil Nou

YouTube: Koningslied [video]

YouTube: Wit Licht [video The Passion]
YouTube: Wit Licht [Marco Borsato]
YouTube: Wit Licht [video RTL Late Night]


YouTube: Bulletproof

zaterdag 17 februari 2024

#588: Chicory Tip - Survivor (1975)

Bij het selecteren van een blogonderwerp kwam ik een single tegen van Chicory Tip. Dat is een Engelse band die in 1967 werd opgericht en in 1975 weer uiteenviel. De band heette eerst The Sonics voordat ze de aparte groepsnaam aannamen die naar de plant cichorium intybus verwijst (ook bekend als wilde cichorei of wegenwachter; 'chicory' in het Engels).

De band maakte in 1970 en 1971 een handvol singles die flopten voordat ze in 1972 met Son Of My Father kwamen (zie ook blog #553). Dat werd een grote hit en reikte tot de nummer één positie in de UK en België en in Nederland tot nummer vier in de Top 40. Het is denk ik een nummer dat veel mensen zullen herkennen zonder dat de groepsnaam direct een belletje doet rinkelen.

Het bleef bij dit ene succes, want de daaropvolgende singles What's Your Name  (1972) en Good Grief Christina (1973) deden het veel minder goed. In Nederland bereikten ze respectievelijk de 28e en 31e plaats.

In 1975 was ik tien jaar oud (en bezat waarschijnlijk net zoveel singles) en zeer waarschijnlijk was ik wel bekend met Son Of My Father. Dat zal dan ook wel de reden zijn geweest dat ik de single Survivor uit zijn lijden in de uitverkoopbak heb verlost. Het nummer was in de Tipparade blijven steken, maar ging thuis natuurlijk in heavy rotation met zo weinig keuze. In mijn herinnering was het een lekker nummer.

Na herbeluistering moet ik mijn mening echter bijstellen. De stijl is archetypisch midden jaren zeventig en past naadloos in een rijtje met bands als The Rubettes, Bay City Rollers, Sailor, Racey en Showaddywaddy. Vederlichte pop, opgeleukt met snufjes rock en rock 'n' roll.

De tekst gaat over een 'overlever':

I was born a motherless child
I was born right in December
And the only thing I remember
Was growing up all alone

Without love or friends to help me
The odds were high against me
But I kept on fighting
And I made it on my own

'Cause I'm a survivor, survivor, survivor
No, no, no-one puts me down
I'm a survivor, survivor, survivor
No, no, no 

Het zou de tekst voor een brute heavy metal track kunnen zijn, maar het grappige is dat als je er de niets-aan-de-hand muziek bij hoort, in combinatie met de vrolijke manier van zingen, dan geloof je er helemaal niets meer van! Survivor was de laatste single die verscheen voordat de band ermee stopte.

Op de andere kant van de single staat Move On en met zijn sixties beat gevoel is dit het leukste nummer de hier genoemde tracks. Ondanks dat het alleen maar als b-kantje op twee singles is verschenen komt het nummer ook terug op de vele Greatest Hits albums die zijn verschenen van de band. Logisch, met zo weinig echte (grote) hits komt zo'n beetje ieder nummer van de band in aanmerking om te worden opgenomen op zo'n album. Het is natuurlijk ook lastig verzamelen bij een band die maar één album gemaakt en klein aantal singles (die niet op dat album staan) heeft gemaakt.

De band werd door een paar originele leden in 1996 weer tot leven gewekt en men treed ook nu nog steeds op. Voor mij is de eindconclusie dat het een leuke jeugdherinnering is en dat het daar ook vooral bij moet blijven.

© 2024 TTZL


Officiële website: Chicory Tip
Fan website: Chicory Tip
Wikipedia EN: Chicory Tip
Wikipedia NL: Chicory Tip

YouTube: Son Of My Father [video]
YouTube: Survivor
YouTube: Move On

Spotify: Survivor
Spotify: Move On

zaterdag 10 februari 2024

#587: discovered by Gruppo Sportivo - Topless 16 (2004)

Ooit gehoord van bands als Rock-A-TronicsThe AndThe Nearly DidWhite Bastard Sugar of Jerry O. & The Monomen? Nee? Hun nummers staan allemaal op het verzamelalbum Topless 16

Gruppo Sportivo-voorman Hans Vandenburg ontdekte als schooljongetje (dat moet ergens begin jaren vijftig geweest zijn) de hoes van dit album bij een platenzaakje, maar helaas was het vinyl onvindbaar. Hij mocht de hoes gratis meenemen en zocht lang naar de plaat, maar heeft deze helaas niet kunnen vinden. En toen heeft Hans met Gruppo Sportivo, op basis van
de groepsnamen, titels en hoesteksten, nummers geschreven en opgenomen die laten horen hoe zij denken dat de originelen geklonken kunnen hebben. Vandaar ook dat de grote gele sticker met 'discover by Gruppo Sportivo' op de hoes is geplakt.

Althans, dat is het verhaal op de binnenhoes. Onzin natuurlijk, maar een leuk gegeven dat met passie is uitgewerkt. Aan ieder detail is aandacht besteed. De artiestennamen, de songtitels, de biografieën aan de binnenzijde van de klaphoes, ze zijn allemaal even inventief als hilarisch. En ze getuigen van een diepgravende kennis en liefde voor de popmuziek:

Rock-A-Tronics - Superman Is Back!
Earth The X Planet - In The Land Of Milk & Honey
Red, Rose & Mary - 1 + 1 = 2
The B Lobsters - Cool Label
Don't Trust Machines - Come And See Me
The And - I Worry Every Day
Côte D'Azur - Une Peu Dommage
The Twiki's - BdBdBd
Earl Budweiser - Everybody Happy
Jay Jay Jr. - Your Words Are Free
The Nearly Did - My Uncle Ben's Picture Book
White Bastard Sugar - Ray Of Light
Big Deal - Told You So
Jerry O. & The Monomen - Non Stop Girl
The Kookles - Glad We Missed It
Magnetron - Born On My Birthday

Er zitten geen zwakke broeders tussen de nummers, maar ik wil er toch een paar uitlichten. Zo heeft opener Superman Is Back! heeft hele lekkere hooks en een sterk refrein. Cool Label kent dan weer een heerlijk intro, mooie break en sterke zang van Lies Schilp en Inge Bonthond. Het nummer gaat over een fan die geen aandacht krijgt van haar idool en dat dreigt slecht af te lopen (de tekstregel "It's a cool label signing you" vind ik geweldig, daar zit zoveel in!). 

Ook leuk is de Steppenwolf-referentie in I Worry Every Day: "I wasn't born to be wild now baby, I worry every day" (een prototypische tekstgrap voor Vandenburg, zie ook blog #152). Direct daarna volgt Un Peu Dommage en zelfs met mijn beperkte kennis van de Franse taal is dit goed te volgen. 

De reeks sterke nummers vervolgt direct daarop met BdBdBd. De titel en de groepsnaam van het 'origineel' (The Twiki's) verwijzen natuurlijk naar de avonturen van Buck Rogers (de robot in de TV-serie heet Twiki). Jammer genoeg is dit wel een foutje in de chronologie. De strip verscheen namelijk sinds 1929 (en daar kon dus naar verwezen worden op een verzamelalbum uit de jaren vijftig), maar het karakter Twiki verscheen pas in de TV-series van 1979-1981. Maar ach, een kniesoor die daarop let.

Leuk is ook Everybody Happy waarin de draak wordt gestoken met rock clichés en het nummer bevat de mooie regels "I do my best to avoid it, I bought some albums of The Fall, Tried to make up original lines, Which didn't help at all". Tenslotte verdient Ray Of Light het om in het zonnetje gezet te worden, want deze perfecte popsong had gewoon een grote hit moeten zijn. Eén van de beste nummers ooit van Gruppo Sportivo, als je het mij vraagt. 

Topless 16 is een sterk Gruppo Sportivo album waar een leuk verhaal omheen gebouwd is. Zoals altijd verdient het aanbeveling om goed naar te teksten te luisteren, want dat verhoogt de amusementswaarde aanzienlijk!

© 2024 TTZL


Officiële website: Gruppo Sportivo
Wikipedia EN: Gruppo Sportivo
Wikipedia NL: Gruppo Sportivo

YouTube: Topless 16 [album]
Spotify: Topless 16 [album]

YouTube: 
Superman Is Back!
YouTube: 
Cool Label
YouTube: 
I Worry Every Day
YouTube: 
Un Peu Dommage
YouTube: 
BdBdBd
YouTube: 
Everybody Happy
YouTube: 
Ray Of Light

zaterdag 3 februari 2024

#586: [Produced by Roger Payne] - Songs Of The Humpback Whale (1970)

Weinig albums hebben zoveel invloed gehad als Songs Of The Humpback Whale uit 1970. Het werd niet alleen de meest verkochte plaat met natuuropnamen, maar was ook heel belangrijk voor de totstandkoming van het eerste voorstel voor een moratorium op de walvisjacht in 1972 (U.N. Conference on the Human Environment, Stockholm).

Dat voorstel werd niet aangenomen, maar leidde uiteindelijk wel tot een wereldwijd moratorium op commerciële walvisjacht in 1982 (ingaand per 1985/86).

De ontstaansgeschiedenis van het album start als Roger Payne, actief in de bioakoestiek, attent gemaakt wordt op opnamen die Frank Watlington had gemaakt. Dat was een technicus bij de Amerikaanse marine die voor de kust van Bermuda opnamen maakte met onderwatermicrofoons. Die opnamen waren bedoeld om Russische onderzeeërs te detecteren, maar hij ving ook "angstaanjagende, kreunende en jammerende geluiden" op. Die geluiden bleken gemaakt te worden door walvissen.

Payne vroeg om de opnamen en hoorde dat de liederen van de walvissen soms wel dertig minuten lang waren. Ook ontdekte hij ritmische melodieën en thematische patronen in de liederen, vergelijkbaar met complexe muziekstukken die door mensen worden gemaakt.

Daaropvolgend onderzoek door Payne en zijn vrouw Katy legde bloot dat alle mannelijke walvissen in een bepaalde oceaan hetzelfde lied zingen en dat die liederen subtiel veranderen van jaar tot jaar. Ook viel op dat sommige gedeelten 'rijmen', met sleutelgeluiden die na intervallen terugkeren. 

In 1970 bracht Payne het album Songs Of The Humpback Whale uit en dat werd een groot succes. Op kant A horen we achtereenvolgens een Solo Whale (en kort Slowed-Down Solo Whale)Tower Whales en Distant Whale. Het mooiste staat op kant B, Three Whale Trip, met interactie tussen de walvissen.

Zoals eerder aangehaald zijn niet de verkoopcijfers van dit het album het belangrijkste. Het gaat vooral om de bewustwording waartoe het heeft geleid. Dat deze dieren in staat zijn tot dit soort complexe gezangen en dat het uitsterven ervan rampzalig zou zijn. Op het moment van verschijnen van het album werden nog 100.000 walvissen per jaar gedood. Twaalf jaar later kwam er dus een wereldwijd moratorium. Payne overleed vorig jaar op 88-jarige leeftijd in de wetenschap dat zijn album in 2010 was opgenomen in de National Recording Registry van de VS als een van de belangrijkste opnames die "cultureel, historisch of esthetisch belangrijk zijn en/of het leven in de Verenigde Staten informeren of weerspiegelen".

De opnamen zijn ook door anderen gebruikt. Zo zijn de walvissen bijvoorbeeld te horen in Farewell To Tarwathie van Judy CollinsMoving van Kate Bush en in And God Created Great Whales, Op. 229, No. 1 van Alan Hovhaness. Maar de geluiden zijn ook gebruikt in de film Star Trek IV: The Voyage Home in de scene Humpback Whales

De liederen van de walvissen werden daarnaast opgenomen op de Voyager Golden Record (die de diversiteit in geluiden en beelden op aarde moet weergeven aan eventuele buitenaardse leefvormen) die aan boord is van de onbemande ruimtesonde Voyager 1 welke in 1977 werd gelanceerd om de buitenste planeten van het zonnestelsel te bestuderen.

© 2024 TTZL


Wikipedia EN:
 Roger Payne

YouTube: Songs Of The Humpback Whale [album]
Spotify: Songs Of The Humpback Whale [album]

YouTube: Solo Whale
YouTube: Tower Whales
YouTube: Distant Whale

YouTube: Farewell To Tarwathie [Judy Collins]
YouTube: Moving [Kate Bush]
YouTube: Humpback Whales [Star Trek IV: The Voyage Home]

zaterdag 27 januari 2024

#585: Sleep - Dopesmoker (2003)

In Digs (het magazine van de Discogs website) stond een paar weken geleden het artikel If You Like Black Sabbath, Listen To These Doom Metal Bands. Dat trok mijn aandacht en onder de tien vermelde bands waren naast voor mij bekende namen als Pentagram en Candlemass ook een aantal onbekenden. Ik heb de in het artikel aangehaalde albums beluisterd en met name één album bevalt mij bijzonder goed.

Dat is Dopesmoker van de Amerikaanse band Sleep. De muziek van de band voldoet wel aan de karakteristieken van doom metal (laag tempo, laag gestemde gitaren en een dik/vet geluid), maar leunt eigenlijk meer naar stoner metal (met invloeden uit de psychedelische en acid rock). 

Dopesmoker is een ruim 63 minuten durende trip. Ik kan erover vertellen dat vanaf het begin een muur van geluid wordt opgetrokken waarin op het eerste gehoor niet heel veel wordt gevarieerd. Ik kan aangeven dat er op minuut 12 een vette gitaarsolo begint, in minuut 41 een rustpunt wordt ingelast en bij minuut 48 een fijne break te horen is, maar je kunt deze epic maar het beste zelf ondergaan. En als het bij de eerste luisterbeurt niet direct indruk maakt, probeer het dan nog eens, en nog eens. Het is een hypnotiserend werkstuk waarin je helemaal kunt opgaan. Ik merk dat ik het bij iedere luisterbeurt meer ga waarderen.

De diverse (her)uitgaven van het album bevatten allemaal een andere tweede (live) track zoals Sonic Titan, Holy Mountain of Hot Lava Man, maar het draait  natuurlijk allemaal om het titelnummer.

De track Dopesmoker kent trouwens een lange en hobbelige geschiedenis. Het werk aan het nummer startte al in 1992. De eerste twee albums van Sleep waren goed ontvangen en verschillende grotere labels wilden hen een contract aanbieden. De band koos voor London Records omdat hen daar volledige artistieke vrijheid werd beloofd. Toen Sleep echter in 1996 het album afleverde met één lang nummer, weigerde London Records om het uit te brengen.

Het album werd wel uitgebracht door een ander label onder de titel Jersusalem, maar zonder toestemming of medewerking van de band. De versie die daarop staat duurt slechts 52 minuten en is niet de versie die Sleep wilde uitbrengen.

In 2003 kwam de kans op de gewenste versie alsnog uit te brengen en ook onder de titel Dopesmoker (met de 'man op paard' hoes). In 2012 en 2022 volgden nog geremasterde versies. De laatste op het Third Man Records label van Jack White, waarop nu ook hun nieuwe werk verschijnt.

De versies vanaf 2012 verschenen met een nieuwe cover door Arik Roper, die mij om één of andere reden erg aanspreekt. De voor- en achterkant vormen één geheel en ik ben heel blij dat ik deze als groot formaat poster heb kunnen bestellen.

© 2024 TTZL

Officiële Facebook: Sleep 
Wikipedia NL: Sleep
Wikipedia EN: Sleep

Spotify: Dopesmoker [album]

YouTube: Dopesmoker
YouTube: Sonic Titan
YouTube: Holy Mountain
YouTube: Hot Lava Man

zaterdag 20 januari 2024

#584: Miles Davis - Decoy (1984)

Bij het zoeken naar een nieuw onderwerp probeer ik ook te kijken naar lacunes. En zo kwam ik erachter dat ik in geen van de 583 voorgaande blogs aandacht heb besteed aan een album van Miles Davis. Opmerkelijk, maar wat mij nog meer verbaasde is dat ik tijdens het maken van het blog las dat het ruim 32 jaar geleden is dat hij overleed. Wat gaat de tijd toch snel.

Miles Davis behoort tot de meest bekende jazz-muzikanten. Toch kende ik begin jaren tachtig wel zijn naam, maar was nog niet echt bekend met zijn werk. Dat veranderde door de komst van de Compact Disc in 1982, omdat zijn albums The Man With The Horn (1981) en Star People (1982) tot de eerste albums behoorden die op CD werden uitgebracht. En als je dan een CD-speler gekocht hebt, dan wil je ook CD's draaien en kies je uit datgene wat op dat moment voorhanden is. Zo kwam ik met Miles Davis in aanraking.

De verleiding was groot om één van de heel bekende albums van Miles te kiezen voor dit blog. De keuze is immers reuze. Ik had uit de vroege jaren kunnen kiezen voor bijvoorbeeld 'Round About Midnight (1957), Relaxin' (1958), Kind Of Blue (1959), Sketches Of Spain (1960) of In A Silent Way (1969). Of uit de  door jazz fusion geïnspireerde periode voor Bitches Brew (1970), Live-Evil (1971) of Pangaea (1976).

Ik heb echter gekozen voor een album uit de jaren tachtig. De periode waarin ik zijn muziek echt leerde kennen, maar ook een periode waarin de meningen wijd uiteen lopen. Als je recensies opzoekt over albums als The Man With The Horn, Star People of Decoy (1984), het onderwerp van dit blog, dan valt op dat de waardering erg afhangt van de achtergrond van de recensent. 

De echte jazz-aficionado's konden de experimenteerdrift van Miles maar matig waarderen. De jazz-legende die in de weer ging met rock, funk, elektrische gitaren en synthesizers was niet hun ding. Degenen die de muziek met een open houding tegemoet traden, of voor wie het een eerste kennismaking met de artiest was, waren veel enthousiaster. Ik behoorde tot die laatste groep en Decoy was niets minder dan een openbaring voor de 19-jarige ik. 

Het album opent met titelnummer Decoy en drummer Al Foster en percussionist Mino Cinélu zetten direct een fiks tempo in. Miles' trompet voert als verwacht de boventoon, maar ook de toen nog jonge bassist Darryl Jones laat danig van zich horen. Het nummer is geschreven door toetsenist en ritmeprogrammeur Robert Irving III en hij tovert prachtige klanklandschappen die de anderen mooi ondersteunen. Gitarist John Scofield had al enige naam gemaakt in jazz-kringen voor hij in 1982 tot de band van Miles' toetrad. Zijn mooie klanken horen we met name in het laatste deel van het ruim acht minuten durende nummer. Tot slot is dit één van de drie nummers waar sopraansaxofonist Branford Marsalis op is te horen.

Na het intermezzo Robot 415 (geschreven door Davis en Irving) volgt het in laagjes opgebouwde Code M.D. (wederom van de hand van Irving) waarop Miles' een gedempte solo speelt achter zijn eigen solo. Het tempo is tot dan toe pittig geweest, maar op het door Davis geschreven Freaky Deaky gaat het tempo naar beneden. Het is een fijn relaxt nummer en komt de flow van het album ten goede. Opvallend is dat de trompet van Davis geheel afwezig is. Hij speelt hier alleen synthesizer.

What It Is kent één van mijn favoriete intro's aller tijden. Jones' slap bass komt ongenadig hard binnen denderen waarna een hectisch nummer volgt met vele wendingen. Ongelofelijk dat dit een live opname uit 1983 is van het Festival International de Jazz de Montreal. Dat is de stampende afsluiter That's What Happened ook, maar daarvoor hebben we kunnen luisteren naar het ruim elf minuten durende That's Right. Hierin wordt het tempo wederom omlaag gebracht. Alle drie de nummers (de b-kant van de LP) zijn geschreven door Davis en Scofield. Dat is met name in That's Right heel duidelijk, want Scofield krijgt hierin alle ruimte om te excelleren op zijn gitaar. 

Het album Decoy is nu veertig jaar oud, maar klinkt voor mij nog steeds zo fris als toen ik het voor het eerst hoorde. Daarnaast heb ik altijd respect voor artiesten die niet het kunstje blijven herhalen waarmee ze succes hebben, maar buiten de lijntjes durven te kleuren. Risico's durven te nemen. Invloeden in zich op durven te nemen. Miles Davis was zo iemand en dat niet alle hardcore jazz-fans dat fijn vonden, nam hij op de koop toe. Het leverde hem immers ook nieuwe fans op.

© 2024 TTZL

Officiële website: Miles Davis
Wikipedia NL: Miles Davis
Wikipedia EN: Miles Davis

YouTube: Decoy [album]
Spotify: Decoy [album]

YouTube: Decoy
YouTube: Robot 415
YouTube: Code M.D.
YouTube: Freaky Deaky
YouTube: What It Is
YouTube: That's Right

zaterdag 13 januari 2024

#583: Budgie - The MCA Albums 1973-1975 (2016)

Het is 1967 als in Cardiff, Wales de band Hills Contemporary Grass wordt gestart door Burke Shelley (bas/zang), Tony Bourge (gitaar/zang) en Ray Phillips (drums). De naam wordt na een tijdje veranderd in Six Ton Budgie en al snel wordt die naam verkort tot alleen Budgie. Die naam van dat kleine, snelle vogeltje (parkiet) staat namelijk leuk in contrast met de zware, logge muziek die ze maken.

Budgie maakt sinds hun debuutalbum uit 1971 trage, op blues geschoeide rock en mag gezien worden als één van de wegbereiders van de muziek die we tegenwoordig hard rock of heavy metal noemen. In tegenstelling tot muzikale verwante tijdgenoten als Black Sabbath en Led Zeppelin was Budgie echter niet succesvol buiten de UK.

De band bestond nog lange tijd (tot de dood van Shelley in 2022), al was dat met flinke tussenpozen, met alleen Shelley van de originele bezetting. In het eerste deel van hun bestaan (1971-1982) bracht Budgie tien albums uit, waarvan vooral de eerste vijf zeer de moeite waard zijn. Na het debuutalbum Budgie (1971) en Squawk (1972) volgden drie albums die in 2016 werden verzameld in de box The MCA Albums 1973-1975

Het eerste album uit de box is Never Turn Your Back On A Friend (1973) en dat album opent met Breadfan, een nummer dat als voorloper van speed metal wordt gezien. Een heerlijk gierende gitaar opent het nummer, waarna bas en drums invallen. De stem van Shelley doet denken aan die van Geddy Lee van Rush (al kwamen zij drie jaar later dan Budgie met hun debuut, dus eigenlijk is het andersom). 

Een opvallend nummer van dit album is You're The Biggest Thing Since Powdered Milk, want wie begint nou een nummer met een drumsolo van bijna twee minuten? En dan die wat absurde titel, die overigens wel een stramien volgt, want het werd een handelsmerk van de band om met titels te komen als Nude Disintegrating Parachutist WomanHot As A Docker's ArmpitCrash Course In Brain Surgery of Napolean Bona-Part One.

Op In For The Kill! (1974, met nieuwe drummer Pete Boot) staat Crash Course In Brain Surgery en dat nummer stond op de a-kant van hun allereerste single in 1971 maar kwam niet voor op hun debuutalbum uit hetzelfde jaar. Voor In For The Kill! werd het nummer opnieuw opgenomen en eerlijk is eerlijk, die klinkt beter dan de single versie. Een ander topnummer van dit album is voor mij Hammer And Tongs. Een intrigerend, dreigend intro en na ongeveer een minuut barst een heerlijk trage en zware nummer los dat kan wedijveren met het beste van Sabbath en Zeppelin

Budgie opent hun albums bijna iedere keer met een geweldige track en Bandolier (1975, met nieuwe drummer Steve Williams) is daarop geen uitzondering. Breaking All The House Rules stampt lekker stevig door en heeft heerlijke riffs en breaks. Er staan verder prima songs op dit album, met I Can't See My Feelings voor mij als beste track, al was het alleen maar door die fantastische baspartij.

In 1987 kwam de band enigszins in de schijnwerpers te staan toen Metallica op The $5.98 E.P. – Garage Days Re-Revisited een cover van Crash Course in Brain Surgery brachten. Een jaar later kwam een cover van Breadfan op de b-kant van een single (en in 1998 op Garage Inc.). Dat zorgde in ieder geval onder Metallica-fans voor wat aandacht voor Budgie. Daarnaast hielpen de ontvangen royalties een financiële crisis van drummer Ray Phillips af te wenden.

Opvallend genoeg staan de eerste twee albums van Budgie (en wat latere albums) wel op de bekende streamingplatforms, maar de drie albums uit deze box niet. Gelukkig kost dit boxje maar zo'n vijftien euro en dat is natuurlijk helemaal niets voor een drie prachtalbums en een boekje met veel informatie. 

© 2024 TTZL

Officiële website: Budgie
Wikipedia NL: Budgie
Wikipedia EN: Budgie


YouTube: Crash Course in Brain Surgery [single versie, 1971]
YouTube: Crash Course in Brain Surgery [Metallica]
YouTube: Breadfan [Metallica]

zondag 7 januari 2024

#582: Adamski - Killer (1990) / Killer (Remix) (1990)

In 1978 leek het de 11-jarige Adam Paul Tinley wel een goed idee om zijn nummers Baby Blues + Baby Sitters, die hij met zijn 5-jarige broer Dominic had opgenomen als Stupid Babies, in te sturen naar platenmaatschappij Fast Product. Die brachten het vervolgens uit op een dubbele 7-inch verzamelsingle getiteld Earcom 3.

BBC Radio 1 DJ John Peel zag de lol ervan in en ging het nummer Baby Sitters draaien. Dat zorgde ervoor dat er stukjes verschenen over Stupid Babies in bladen als Smash Hits en Melody Maker.

Ongeveer tien jaar later maakte Tinley een single met een andere band, Diskord Datkord. Dat was een cover van het nummer Identity van de Britse band X-Ray Spex (hun origineel is ook prima) en ook die plaat werd opgepikt door Peel en werd zelfs 'Single Of The Week' in NME.

Dit alles zou een opmaat blijken te zijn voor een carrière van Tinley onder de naam Adamski. Hij maakte al snel naam in de rave scene als DJ en speelde daarbij ook zijn eigen muziek. Het live-album Liveanddirect uit 1989 is daar het resultaat van.

Bij zijn optredens maakte Adamski ook gebruik van MC's en één daarvan was de toen nog onbekende Seal. Samen schreven ze de track Killer en Seal verzorgt ook de vocalen. Het nummer werd in 1990 een groot succes in vele landen, kwam in Nederland tot de tweede plaats van Top 40 en katapulteerde de carrières van Adamski en vooral die van Seal.

Het is dan ook een onweerstaanbaar nummer. Het heeft een heel lekker stuwend ritme, pompende baslijn en zit vol met lekkere riffs. Daaroverheen klinkt het soulvolle stemgeluid van Seal en dat maakt de track helemaal af. In hetzelfde jaar verscheen ook een remix en alhoewel ik daar normaal niet zo'n fan van ben  vind ik deze wel goed gedaan.

Een jaar later nam Seal een eigen verie van het nummer op voor zijn debuutalbum en ook die versie van Killer is echt goed. De elektronische bas is hier nog wat vetter en het tempo ligt net ietsje lager. Een andere versie die heel bekend is geworden is van George Michael. Twee nummers van zijn Five Live EP werden in een gecombineerde versie uitgebracht als de single Killer / Papa Was A Rolling Stone en dat pakte heel goed uit. Deze versie stond ook dit jaar weer in de Top 2000.

Door de jaren heen is het originele nummer populair gebleven en wordt het veel gebruikt in tv-series, video games en reclames. Ook zijn er meerdere covers gemaakt, maar dat die niet allemaal even goed uitpakken kun je horen op de versie van Killer door de Duitse DJ en producer ATB. Als je het origineel niet kent zou je denken dat het maar een erg doorsnee trance nummer is. Hier hoor je goed wat een verschil een goed arrangement en puike uitvoering kunnen maken. 

© 2024 TTZL

Officiële website: Adamski / Seal
Wikipedia NL: Adamski / Seal
Wikipedia EN: Adamski / Seal

YouTube: Killer
YouTube: Killer (Remix)

YouTube: Baby Blues + Baby Sitters [Stupid Babies]
YouTube: Identity [Diskord Datkord]
YouTube: Identity [X-Ray Spex]
YouTube: Liveanddirect [Adamski]
YouTube: Killer [Seal]
YouTube: Killer / Papa Was A Rolling Stone [George Michael]
YouTube: Killer [ATB]