Van sommige singles in mijn collectie ken ik de muziek goed, maar weet ik bijzonder weinig van de artiest in kwestie. Johnny & Orquesta Rodrigues is zo'n geval.
Dan ga ik even zoeken op internet en weet ik snel meestal zo'n beetje alles over de betrokkene. Zo niet bij Johnny Rodrigues. Er is bar weinig over hem te vinden.
Wat ik wel vond is dat hij in 1951 geboren werd op de Kaapverdische Eilanden, met zijn familie naar de Verenigde Staten vluchtte toen hij werd opgeroepen voor het Portugese leger om te dienen in Angola en in 1974 in Nederland terecht kwam.
Hij werd diskjockey in discotheek Ma Belle Amie in Scheveningen van eigenaar Peter Tetteroo, bekend van de Tee Set, en toen die bemerkte dat Johnny kon zingen nam hij een single met hem op: Hey Mal Yo (een bewerking van een Portugees volksdansje). Het werd een nummer 1 hit in Nederland en België en ook een succes in vele andere Europese landen.
De artiestennaam Johnny & Orquesta Rodrigues is trouwens apart omdat 'orquesta' het Spaanse woord voor orkest is en Johnny in het Portugees zingt ('orquestra' had dus beter geweest). Daarnaast was er geen sprake van een orkest, de muziek werd gespeeld door de leden van Tee Set. Op de instrumentale b-kant Johannesburg komt Johnny niet eens voor.
Het zou voor Johnny bij dit ene grote succes blijven. Hij mocht nog drie singles (Hasibaba, Mariquinha en Uma Casa Portuguesa) en een LP maken, maar geen van allen kon het succes van Hey Mal Yo evenaren. Volgens de informatie die ik vond moest hij uiteindelijk Nederland verlaten omdat hij geen verblijfsvergunning kreeg.
© 2018 TTZL
Discogs: Johnny & Orquesta Rodrigues
Wikipedia EN: Johnny Rodrigues
Wikipedia NL: Johnny Rodrigues
YouTube: Hey Mal Yo [TopPop clip]
YouTube: Johannesburg
YouTube: Hasibaba
YouTube: Mariquinha
YouTube: Uma Casa Portuguesa
Het eerste wat mij opviel toen ik aan dit blog over twee eurodisco-platen begon waren de hoezen. Zou je dit soort afbeeldingen heden ten dage, waarin de morele verontwaardiging altijd op 'aan' staat, nog kunnen gebruiken? Het is in ieder geval een mooi tijdsbeeld van midden jaren zeventig.

Alec R. Constandinos (geboren als Alexandre Kouyoumdjiam in Egypte) werd eind jaren zeventig kortstondig de spil van de eurodisco. Hij maakte naam door samen met Cerrone het nummer Love In C Minor te schrijven dat in zijn geheel de a-kant van Cerrone's gelijkname debuutalbum zou vullen. De singleversie van het nummer werd een hit in heel Europa (#12 in de Nederlandse Top 40) en de naam van Cerrone en Costandinos was gemaakt.
Het nummer start met een paar vrouwen die in een club praten over de aanwezige mannen en na zo'n anderhalve minuut start de muziek. Typische elementen als een stampende vierkwartsbeat, overdadige strijkers, vrouwenkoortjes en -gekreun zijn aanwezig, net als vele breaks waarin blazers prominent aanwezig zijn.
Op de b-kant van het album staat het vergelijkbare nummer Midnite Lady, alleen ligt hier in de breaks de nadruk meer op toetsen en gitaar. Veel beter dan dit is eurodisco niet geworden. Het tweede nummer op deze kant is Black Is Black, een cover van het nummer van de Spaanse groep Los Bravos. Deze cover vind ik niet erg geslaagd, het origineel van Black Is Black blijft veel en veel beter.
Door het succes van Love In C Minor kreeg Constandinos een eigen platencontract en maakte hij een gelijknamig debuutalbum onder de naam Love And Kisses. Op dit album keren dezelfde elementen weer terug in de twee tracks I've Found Love (Now That I've Found You) en Accidental Lover. Eerstgenoemde track werd ook een hit in Europa en reikte in Nederland ook tot #12 in de Top 40. Een jaar later scoorde Love And Kisses nog een keer met Thank God It's Friday,
het titelnummer van de film Thank God It's Friday.
Eurodisco natuurlijk 'foute muziek', maar ik kan daar ook veel plezier aan beleven, zoals ik al eerder bekende in de blogs #199, #203 en #249. Het is gewoon lekker om, alleen al vanwege nostalgische redenen, af en toe weer eens Cerrone of Love And Kisses te draaien.
© 2018 TTZL
Officiële website: Cerrone / Alec R. Constandinos
Wikipedia EN: Cerrone / Alec R. Constandinos
Wikipedia NL: Cerrone / Alec R. Constandinos
YouTube: Love In C Minor [Cerrone]
YouTube: Black Is Black [Cerrone]
YouTube: Midnite Lady [Cerrone]
YouTube: I've Found Love (Now That I've Found You) [Love And Kisses]
YouTube: Accidental Lover [Love And Kisses]
YouTube: Black Is Black [Los Bravos, 1966]
YouTube: Thank God It's Friday [Love And Kisses, 1978]
De manier waarop ik met artiesten in aanraking kom is soms puur toeval en dat was ook het geval met Accelera Deck. Terwijl ik op zoek was naar andere releases bij een aanbieder op Discogs viel mijn oog op de LP-hoes van Disquieting van Accelera Deck, een project van Amerikaan Chris Jeely.
Nieuwsgierig geworden luisterde ik wat nummers op Youtube en besloot om voor een paar euro tweedehands versies van een LP en EP van Accelera Deck mee te bestellen.
Naast Disquieting had ik ook de Halo EP uit 2013 besteld. De twee originele tracks op deze EP, Halo 1 en Halo 2, zijn goede voorbeelden van de muziek van Accelera Deck. Het is met laptop en sampler gemaakte experimentele, elektronische muziek met invloeden uiteenlopen van electroacoustic tot drum 'n' bass invloeden.
De andere vier tracks op de EP zijn remixes van de originelen. Deze zijn echter zo radicaal anders dat ze net zo goed als op zichzelf staande nummers gezien kunnen worden:
Accelera Deck maakt misschien geen muziek voor de massa's, maar als je bereid bent je ervoor open te stellen kun je na een paar luisterbeurten mooie dingen ontdekken.
© 2018 TTZL
Officiële Facebook: Accelera Deck
YouTube: Halo 1
YouTube: Halo 2
YouTube: Halo 1 (Sweet Ho From Alabama Remix)
YouTube: H1 Amx
YouTube: H2 Amx
YouTube: Halo 1 (Volvo Spy -vs- Lo^coder Mix)
Van alle Beatles was drummer Ringo Starr degene die het moeilijkst met het einde van de groep kon omgaan. Ook is hij degene die de minst aansprekende solo-carrière heeft gehad van de vier. Toch overvleugelde hij begin 1971 zijn voormalige bandmaten met een non-album single die hij maakte tussen zijn tweede en derde solo-album in. Omdat van deze albums geen singles waren uitgebracht in Europa, was dit tevens zijn allereerste Europese solo-single.
It Don't Come Easy deed het verrassend goed en haalde in de US en UK een top vijf notering. In Nederland werd het een top tien hit (misschien heeft de aparte clip ook geholpen). Het nummer is geschreven door Ringo Starr met veel hulp van George Harrison die ook de productie heeft gedaan. Dat is goed te horen omdat de instrumentatie soms doet denken aan Harrison's solowerk.
In de tekst geeft Starr aan dat het misschien niet allemaal makkelijk gaat, maar dat als je echt wil en je er je best voor doet, het meestal wel kan:
I don't ask for much, I only want your trust
And you know it don't come easy
And this love of mine keeps growing all the time
And you know it don't come easy
Peace, remember peace is how we make it
Here within your reach
If you're big enough to take it
Het lijkt een verzoek aan de andere Beatles om toch vooral de verschillen bij te leggen en weer samen te komen. Die boodschap is verpakt in een heerlijk nummer met een fijne gitaarsolo en mooie breaks, maar komt nog veel sterker naar voren in de b-kant Early 1970.
Muzikaal gezien is dat een country niemendalletje, maar de tekst is wel heel interessant. Starr behandelt één voor één het privéleven van zijn voormalige bandmaten en vraagt zich af of ze nog met hem zouden willen samenspelen. Bij Paul McCartney twijfelt hij, bij John Lennon denkt hij van wel en van George Harrison weet hij het zeker. Aan het eind spreekt hij over zijn eigen muzikale beperkingen en hoopt hij dat ze ooit allemaal weer samen zullen spelen. Het is een soort ruwe schets van een vredesverdrag:
I play guitar, a - d - e.
I don't play bass 'cause that's too hard for me.
I play the piano if it's in c.
And when I go to town I wanna see all three.
De single is het grootste succes van Starr en in 1971 deed deze het beter in de hitlijsten dat de singles van toen van de anderen: Power To The People van Lennon, Another Day van McCartney en Bangla-Desh van Harrison. Dat was een unicum.
Het nummer werd en wordt nog regelmatig door Ringo Starr live uitgevoerd en is ook vele malen gecoverd. Zo speelden de Smithereens een mooie versie van It Don't Come Easy met prachtige vocalen en Bettye LaVette weet zelfs van It Don't Come Easy een mooie, trage bluessong te maken.
© 2018 TTZL
Officiële website: Ringo Starr
Wikipedia EN: Ringo Starr
Wikipedia NL: Ringo Starr
YouTube: It Don't Come Easy
YouTube: It Don't Come Easy [clip]
YouTube: Early 1970
YouTube: It Don't Come Easy [Bettye LaVette, 2010]
YouTube: It Don't Come Easy [Smithereens, 1992]
YouTube: Power To The People [John Lennon/Plastic Ono Band, 1971]
YouTube: Another Day [Paul McCartney, 1971]
YouTube: Bangla-Desh [George Harrison, 1971]
In 1956 werd de science fiction film Forbidden Planet uitgebracht door MGM. De film heeft een enorme invloed gehad op het genre omdat er een aantal dingen voor het eerst in voorkwamen.
Zo is er voor het eerst een door mensen gebouwd ruimtevaartuig te zien dat sneller kan dan het licht, is het de eerste film die zich volledig in de ruimte afspeelt en is de robot Robby een persoonlijkheid in plaats van een decoratief tinnen mannetje.
Meest belangrijk voor dit blog is echter de filmmuziek. Deze film was de eerste rolprent met volledig elektronische muziek. Hiervoor is het echtpaar Louis & Bebe Barron verantwoordelijk. Zij kregen van een neef, die bij de Minnesota Mining and Manufacturing Company (beter bekend als 3M) werkte, in 1947 een bandrecorder als huwelijkscadeau. Al snel experimenteerden zij volop hiermee en werkten begin jaren vijftig bijvoorbeeld mee aan de korte film Bells of Atlantis (van filmmaker Ian Hugo naar een tekst van Anaïs Nin) en het werk Williams Mix van experimenteel componist John Cage.
Een toevallige ontmoeting met MGM producer Dore Schary leidde ertoe dat de Louis & Bebe gevraagd werden om de geluidseffecten voor de film Forbidden Planet te maken met hun zelf gebouwde circuits, filters en oscillatoren. Ze pionierden met tape loops en aangezien ze opnamen maakten van dichters en schrijvers en dit uitbrachten hebben ze ook aan de wieg gestaan van het audioboek. Uiteindelijk beviel hun werk de studio zo goed dat ze de hele score voor de film mochten verzorgen.
Het resultaat is een geluidstrack van de film waarin de grens tussen geluidseffecten en filmmuziek vervaagt. Het bioscooppubliek zag niet alleen een film die anders was dan alles wat ze ooit hadden gezien, ook de muziek was iets volslagen nieuws. Sterker, volgens de vakbond van musici was het geen muziek omdat Louis & Bebe geen instrumenten bespeelden (en ze geen lid waren van de muzikantenvakbond). Daarom staat in de titels vermeld dat Louis & Bebe Barron verantwoordelijk zijn voor 'electronic tonalities' en konden ze niet in aanmerking komen voor een Oscar-nominatie.
Luister naar de onderstaande voorbeelden uit de soundtrack en verbaas je erover dat dit gemaakt is voordat de synthesizer werd uitgevonden. Voordat alles wat je nu weet van elektronische muziek überhaupt bestond:
Vanwege het afwijkende karakter van de muziek besloot MGM om de soundtrack van de film niet uit te brengen. Pas in 1976 werd er voor het eerst een LP uitgegeven met de filmmuziek. Twintig jaar lang kon je de muziek van Forbidden Planet alleen horen als je de film in de bioscoop of op TV zag. Wie weet hoe beroemd Louis & Bebe Barron waren geworden als de LP al in 1956 was uitgebracht. MGM besloot echter om alleen een georkestreerde versie van de Main Title uit te brengen, gespeeld door David Rose And His Orchestra.
Ondanks dat Louis en Bebe al in 1970 scheidden, bleven ze wel samenwerken tot aan Louis' dood in 1989. Daarna componeerde Bebe lange tijd niet meer, maar in 2000 maakte ze toch nog Mixed Emotions dat sterk refereert aan Forbidden Planet. In 2008 overleed ook Bebe.
© 2018 TTZL
Wikipedia EN: Louis & Bebe Barron
YouTube: Forbidden Planet (Main Title)
YouTube: A Shangri-La In The Desert / Garden With A Cuddly Tiger
YouTube: Graveyard / A Night With Two Moon
YouTube: Love At The Swimming Hole
YouTube: Ancient Krell Music
YouTube: Krell Shuttle Ride And Power Station
YouTube: Battle With The Invisible Monster
YouTube: The Homecoming
YouTube: Bells of Atlantis [Ian Hugo]
YouTube: Williams Mix [John Cage]
YouTube: Forbidden Planet (Main Title) [David Rose And His Orchestra]
YouTube: Mixed Emotions [Bebe Barron]
Eén van Nederlands meest onderschatte zangers en liedjesschrijvers is Alexander Curly. Hij werd in 1946 geboren als Harm Breemer en werkte aan het begin van zijn carrière als steward bij KLM.
Daarnaast speelde hij in lokale Kennemerlandse bands als The Damiates en The Maestro's en nam als het duo Budhi een single op. In 1972 ging hij solo en scoorde direct een nummer 1 hit met het door hem zelf geschreven I'll Never Drink Again.
Hij kon het succes niet herhalen en na een flink aantal Engelstalige singles kwam hij in 1975 met een Nederlandstalig album: Vette Jus & Boerenjongens. Dit album leverde hem weer een nummer 1 hit op met het nummer Guus, een verhaal over een boer die bezwijkt voor de verleidingen van de stad. Ook Aggesus, de tweede single van het album over een Turkse gastarbeider, werd een flinke hit.
Deze wat cabareteske nummers bepalen voor veel mensen het beeld van Alexander Curly. Toch vertellen ze slechts een klein deel van het verhaal en staan er op het album ook heel andere nummers.
Zo gaat Ben Jij Dat Moeder over een student die na een LSD-trip een stukje gaat vliegen en is Freek het trieste relaas over slecht aflopende pesterijen van een geestelijk beperkte dorpsgenoot.
Dan zijn er de mooie melancholische vertellingen Opoe en Bennie over respectievelijk ouderdom en jeugd en We Moeten Begrijpen is een protest tegen overconsumptie en milieuvervuiling (en nog steeds actueel!).
Er staan ook iets minder zwaarmoedige tracks op zoals Stewardess waarin hij zijn ervaringen bij de KLM in perspectief zet. En in Regen gaat hij met zijn lief nou juist eens wél naar buiten in de nattigheid.
Het hoogtepunt van het album is wat mij betreft de dertien minuten durende afsluiter Jan-Jantjes-Janssen waarin zowel de muziek als de tekst alle kanten opschiet. Soms heel langzaam en zacht, dan weer uptempo met gierende gitaar en het aantal onderwerpen dat als in een stream of consciousness langskomt lijkt schier eindeloos. Het is poëtisch en bijtend tegelijk en heel apart.
Voor het album Vette Jus & Boerenjongens won Curly de Zilveren Harp in 1976. Zijn drie daarop volgende albums deden het een stuk minder goed, waaronder Zilverdael dat op J.R.R. Tolkien's In De Ban Van De Ring en Richard Adams' Waterschapsheuvel gebaseerd is.
Pas in 1981 had hij weer een hit met Hollanders. Deze clip laat zien dat hij hiermee optrad in programma's met Nederlandstalige muziek en men vrolijk en trots met Nederlandse vlaggetjes zat te zwaaien terwijl Curly teksten zong als:
Wilt u een Lolita of een strenge meesteres
We hebben Katja, Linda, Kees en Marty
Wilt u van 2 boys of van 2 dames les
Bureau Venus zorgt voor elk geslaagde party
Ook de voetbalversie van Hollanders werd een succes. Curly werkte ook nog mee aan de satirische tv-serie Hollanders die werd uitgezonden door Veronica van 1983 tot 1985.
Midden jaren tachtig trok Alexander Curly zich terug uit de mediawereld en in 2012 overleed hij aan de gevolgen van prostaatkanker.
© 2018 TTZL
Wikipedia NL: Alexander Curly
YouTube: Guus
YouTube: Ben Jij Dat Moeder
YouTube: Freek
YouTube: Opoe
YouTube: Stewardess
YouTube: Bennie
YouTube: Aggesus
YouTube: Regen
YouTube: We Moeten Begrijpen
YouTube: Jan-Jantjes-Janssen
YouTube: I'll Never Drink Again [clip]
YouTube: Hollanders [clip]
YouTube: Hollanders (voetbalversie) [clip]
YouTube: Hollanders [tv serie]
Op 25 mei 1973 verscheen het eerste album op het nieuwe Britse label Virgin Records: Tubular Bells van Mike Oldfield. Eigenlijk bracht het label op dezelfde dag nog twee albums uit (Flying Teapot van Gong en Manor Live van Steve York's Camelo Pardalis), maar omdat Oldfield's album catalogusnummer V2001 kreeg (en de anderen respectievelijk V2002 en V2003) wordt Tubular Bells gezien als het eerste album van het label.
Mike Oldfield groeide op in een getroebleerd gezin en stortte zich mede daarom fanatiek op het leren gitaarspelen. Vanaf zijn twaalfde trad hij op in folkclubs en op zijn zeventiende was hij de basgitarist van Kevin Ayers And The Whole World. Tijdens de ochtenden voor de opnamesessies bekwaamde hij zichzelf in het spelen van allerlei instrumenten die in de studio stonden. Na het uiteen vallen van die band in 1971 begon Oldfield te experimenteren met multi-track opnamen van de muziek die hij in zijn hoofd had.
Toen hij daarna in de band van Arthur Louis zat namen ze een album op in The Manor Studio, een studio die op dat moment nog werd opgebouwd door een jonge Richard Branson. Oldfield liet zijn demo's horen aan het productieteam van The Manor en zij zouden ze laten horen aan Branson.
Oldfield probeerde ondertussen platenmaatschappijen geïnteresseerd te krijgen in zijn demo's, maar men zag geen verkoopkansen voor zijn instrumentale muziek. Branson zag er wel wat in en nodigde Oldfield uit om in The Manor op te nemen. En aangezien Branson net zo weinig succes had in het slijten van de opnames aan platenmaatschappijen als Oldfield, werden Branson's plannen voor een eigen label verwezenlijkt en verscheen Tubular Bells op Virgin Records.
Tubular Bells (Part One & Part Two) is een ongelofelijke prestatie van een negentienjarige Oldfield. Alles is door hem geschreven en ook bijna alles is door hem ingespeeld. De delicate opbouw, de afwisseling van instrumenten, tempi en dynamiek en de aparte sfeer weten na 45 jaar nog altijd te boeien.
Sommige passages vallen op. Zo is er in Part One de heerlijk klinkende vervormde gitaar (vanaf 6:07 en 14:07), het mooie haast sacrale stuk in Part Two (vanaf 33:22) dat direct gevolgd wordt door misschien wel het meest aparte gedeelte, dat bekend staat als Piltdown Man (vanaf 37:10).
Het verhaal wil dat de opnamen voor Part Two bijna gereed waren maar dat Oldfield 'nog iets miste'. Richard Branson werd ongeduldig, wilde het album uitbrengen en zette Oldfield onder druk. Ook vroeg hij om tekst bij één van de delen zodat hij een single zou kunnen uitbrengen. Oldfield werd kwaad, bezoop zich, nam een technicus mee naar de studio en nam tien minuten wild geschreeuw op. De technicus had het op een hogere snelheid dan normaal opgenomen en bij het afspelen op de gewone snelheid kregen ze het holbewonergeluid dat nu te horen is in Piltdown Man.
De meest karakteristieke delen zijn echter de eerste drie minuten van Tubular Bells (gebruikt als thema voor de succesvolle horrorfilm The Exorcist, ook uit 1973) en het einde van Part One (vanaf 19:45), waarin Vivian Stanshall de instrumenten introduceert. Oldfield was een fan van het nummer The Intro & The Outro van de Bonzo Dog Doo-Dah Band, waarop Stanshall iets soortgelijks doet. Toen bleek dat Stanshall ook in The Manor was om een album op te nemen, vroeg Oldfield hem om de aankondigingen in te spreken.
Het album was niet direct een groot succes, maar na The Exorcist kwam het grote succes alsnog en tot op de dag van vandaag is het album een klassieker waarvan de verkoop nog altijd doorgaat.
© 2018 TTZL
Officiële website: Mike Oldfield
Wikipedia EN: Mike Oldfield
Wikipedia NL: Mike Oldfield
YouTube: Tubular Bells (Part One & Part Two)
YouTube: The Intro & The Outro [Bonzo Dog Doo-Dah Band]
In 2007 verscheen de sci-fi/family film The Last Mimzy. Ik heb hem niet gezien, maar afgaand op de recensies en de trailer lijkt het een aardige speelfilm, maar geen meesterwerk. Opvallend is wel de bijdrage van Roger Waters, één van de oprichters van Pink Floyd.
De filmmuziek is gemaakt door de bekende soundtrack-componist Howard Shore (o.a. The Lord Of The Rings) en hij heeft samen met Roger Waters een track gemaakt die zowel in de film te horen is als tijdens de aftiteling.
De film gaat over twee kinderen die een geheimzinnig kistje vinden met allerlei artikelen. Al snel na het openen van het kistje beginnen de kinderen allerlei speciale gaven te ontwikkelen. Waters heeft getracht de sfeer van de film te vangen en zegt hierover: "Ik denk dat we samen een nummer hebben bedacht dat de thema's van de film vastlegt, de botsing tussen de beste en slechtste instincten van de mensheid en hoe de onschuld van een kind doorslaggevend kan zijn."
Ze zijn daarin volgens mij geslaagd, al vergt het wel enige inspanning van de luisteraar. Hello (I Love You) is een song die je in eerste instantie niet direct bij je kladden pakt, maar na enige luisterbeurten kruipt hij onder je huid. Het nummer doet erg Pink Floyd-achtig aan en citeert uit en refereert aan met name The Dark Side Of The Moon en The Wall, maar ook elementen van de albums uit de vroege jaren zeventig hoor je terug.
Er zijn twee versies van het nummer. De hiervoor aangehaalde 'radio edit' waarvoor een clip is gemaakt en een 'album version' die bijna twee minuten langer is. Met name die versie van Hello (I Love You) vind ik erg goed. Het instrumentale middenstuk is flink uitgebreid en dat versterkt de sfeer enorm.
Naast de reguliere CD- en download-versies van de single is er door het in vinyl gespecialiseerde Tonefloat-label uit Rotterdam ook een tot duizend exemplaren gelimiteerde versie op transparant vinyl uitgebracht waarvan ik er gelukkig één heb kunnen bemachtigen.
© 2018 TTZL
Officiële website: Roger Waters
Wikipedia EN: Roger Waters
Wikipedia NL: Roger Waters
YouTube: Hello (I Love You) [radio edit/clip]
YouTube: Hello (I Love You) [album version]
In 1977 stonden de mannen van KISS op het toppunt van hun roem, al was de start stroef geweest. Ze waren de eerste act die tekende bij het nieuwe label Casablanca Records en de matige verkopen van hun eerste drie albums zorgden bijna voor het faillissement van het label. Hun live-reputatie bracht echter de redding.
Gene Simmons' bloed- en vuurspuwen, Ace Frehley's brandende gitaar, Peter Criss' zwevende drumstel en Paul Stanley's gitaardestructie in combinatie met toegankelijke, aanstekelijke en meezingbare hardrock sloeg aan. Het dubbele live-album Alive! werd goud en de live-versie van Rock And Roll All Nite een dikke hit.
Na drie studioplaten en een tweede dubbel live-album die allemaal de platina-status haalden, was de gekte compleet. Met name in de VS en Japan nam de KISS merchandising een vlucht: comics, poppen, make-up, een flipperkast, Halloween maskers, bordspellen, lunchtrommels, kaartspellen en nog veel, veel meer. KISS is nog altijd de groep met de meeste verschillende merchandising artikelen en de hoogste omzet daaruit.

Voor 1978 stonden twee grote projecten op stapel. Er werd een mislukte 'superheldenfilm' (KISS Meets the Phantom of the Park) uitgebracht en op 18 september 1978 verschenen er tegelijk vier solo-albums van de KISS-leden. Alhoewel het echt solo-albums waren (men deed niet mee op elkaars album) werd er door de vormgeving en de vermelding van het KISS-logo wel een duidelijke link met de band behouden.
De albums deden het qua verkoop minder dan verwacht (of gehoopt) en er waren grote verschillen in de waardering van de platen.
Het minste album is dat van drummer Peter Criss. Het staat ver af van het KISS-materiaal en er staan vooral matige R&B-achtige nummers en ballads op zoals bijvoorbeeld You Matter To Me, Don't You Let Me Down of Rock Me, Baby.
Op het album van bassist Gene Simmons is maar één woord van toepassing: eclectisch. Het opent als een filmsoundtrack met Radioactive en bouwt door middel van rustige (See You Tonight), stevige (Tunnel Of Love) en nauwelijks te categoriseren nummers (Man Of 1000 Faces) aan een afwisselend, maar ook richtingloos album.
Bij gitarist/zanger Paul Stanley's album komen we meer vertrouwde elementen tegen en dit is een lekker album geworden. Een stamper als Wouldn't You Like To Know Me zou niet misstaan op een KISS-album, maar ook midtempo nummers als Ain't Quite Right en Take Me Away (Together As One) zijn prima.
Het beste album is ontegenzeggelijk van gitarist Ace Frehley. Het album opent furieus met Rip It Out, maar weet ook gas terug te nemen zonder aan kracht in te boeten in nummers als Snow Blind en Ozone (al zou het inhuren van een tekstschrijver de nummers nog beter hebben gemaakt). De verrassende Russ Ballard-cover New York Groove (in 1975 een hit voor Hello en nu voor Frehley een Top 20 hit) en het prachtige, instrumentale Fractured Mirror maken het album helemaal af.
De KISS solo escapades uit 1978 hebben dus niet allemaal een sterk album opgeleverd, maar de inspanningen van Paul Stanley en Ace Frehley zijn genoeg om de balans naar de positieve kant te laten doorslaan.
© 2018 TTZL
Officiële website: KISS
Fan website: KISS
Wikipedia EN: KISS
Wikipedia NL: KISS
YouTube: You Matter To Me
YouTube: Don't You Let Me Down
YouTube: Rock Me, Baby
YouTube: Peter Criss [album]
YouTube: Radioactive
YouTube: See You Tonight
YouTube: Tunnel Of Love
YouTube: Man Of 1000 Faces
YouTube: Gene Simmons [album]
YouTube: Wouldn't You Like To Know Me
YouTube: Ain't Quite Right
YouTube: Take Me Away (Together As One)
YouTube: Paul Stanley [album]
YouTube: Rip It Out
YouTube: Snow Blind
YouTube: Ozone
YouTube: New York Groove
YouTube: Fractured Mirror
YouTube: Ace Frehley [album]
YouTube: Rock And Roll All Nite [KISS, Alive!, 1975]
YouTube: New York Groove [Hello, 1975]
Na het magistrale Sign O' The Times (zie blog #180) uit 1987 zou Prince met een album komen dat bekend is geworden als The Black Album, maar hij trok het album terug. Pas veel later zou het album heel kort verkrijgbaar zijn: van november 1994 tot januari 1995.
In plaats van The Black Album werd Lovesexy in 1988 uitgebracht. Dat album was veel rustiger en meditatiever dan zijn werk tot dan toe en werd geen commercieel succes. Het feit dat de CD-versie geen aparte tracks kende, en je dus alleen het album als geheel kon draaien, zal ook niet geholpen hebben.
Om zijn carrière weer een impuls te geven nam Prince de opdracht aan om songs te schrijven voor de Batman film die in 1989 uit zou komen. Commercieel was dit een gouden greep. Van het album zijn wereldwijd meer dan tien miljoen exemplaren verkocht en het stond in de VS zes weken op #1.
Prince speelde zelf bijna alles op het album en nam het op in een periode van zes weken. Er was even sprake van dat de soundtrack een project met Michael Jackson zou worden. Doordat Jackson bij Epic Records tekende (en het druk had met zijn wereldtour) en Warner Records de Batman soundtrack verzorgde ging dit echter niet door.
De tracks op het album worden door Prince toegeschreven ("lead vocals by") aan karakters uit de film. De tracks The Future en Scandalous worden gebracht door Batman, terwijl The Joker zich ontfermt over Electric Chair, Partyman en Trust. Dit zijn uptempo, funky nummers met uitzondering van het met zijn vader John L. Nelson geschreven Scandalous. Dit nummer is één van de vijf singles van het album, maar het enige waarvan een limited edition versie van verscheen.
Op The Scandalous Sex Suite EP rekt hij het nummer uit tot een suite van twintig minuten, met vocale hulp van Kim Basinger die in de film de rol van fotojournaliste Vicki Vale speelt. Van haar karakter komt het nummer Lemon Crush en een ballade-duet met Bruce Wayne, The Arms Of Orion (met vocalen van Sheena Easton). Wayne brengt zelf nog Vicki Waiting en het hele ensemble krijgt credits voor de uitsmijter Batdance die het hele album zo'n beetje samenvat.
Batman: Motion Picture Soundtrack is een Prince-album dat lekker wegdraait en belangrijk was voor zijn carrière, maar je kan horen dat het snel in elkaar is gezet en het zal mijn lijstje van tien favoriete Prince-albums dan ook niet halen.
© 2018 TTZL
Officiële website: Prince
Wikipedia EN: Prince
Wikipedia NL: Prince
YouTube: The Future
YouTube: Electric Chair
YouTube: The Arms Of Orion
YouTube: Partyman
YouTube: Vicki Waiting
YouTube: Trust
YouTube: Lemon Crush
YouTube: Scandalous
YouTube: Batdance
Mixcloud: The Scandalous Sex Suite