"If you want to learn how to play guitar, listen to Wes Montgomery" schreef Frank Zappa in een artikel in 1967 in het magazine Hit Parader. Toen ik dat vele jaren later ergens tegenkwam kon ik als Zappa-adept niet anders dan op onderzoek uitgaan en schafte ik een verzamel-CD aan van Wes Montgomery. Die CD is uitgebracht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van platenmaatschappij A&M Records en bevat nummers uit 1967 en 1968 en een vijftal niet uitgebrachte tracks.
Op jonge leeftijd had Wes Montgomery van één van zijn broers een vier-snarige gitaar gekregen en leerde zichzelf daarop spelen. Rond zijn twintigste hoorde hij voor het eerst een opname van Charlie Christian en besloot toen een zes-snarige gitaar te kopen, ook al moest hij daardoor opnieuw leren spelen.
Gedurende een jaar oefende hij zoveel mogelijk en doordat hij ook nog werkte als lasser moest dat vooral 's avonds en 's nachts. Om de buren niet te storen ontwikkelde hij techniek waarmee hij zacht kon spelen. Hij gebruikte geen plectrum, maar speelde met zijn vingers en de zijkant van zijn duim. Daardoor zou hij een heel eigen, aparte techniek ontwikkelen die hem ook een heel eigen geluid gaf.
Na vele jaren in ensembles van anderen te hebben gespeeld kreeg hij in 1959 de kans een eigen album te maken. Tot aan 1965 maakte hij een aantal klassieke albums. Daarna werd zijn stijl meer pop-geöriënteerd en kwamen strijkers en blazers in het geluidsbeeld, of zoals Zappa het verwoordde: "And I always did like Wes Montgomery until they started smothering him with violins".
Voorbeelden van de vroege stijl op dit album zijn Butterfly, California Nights, I Say A Little Prayer For You en Wind Song. Luister je naar Down Here On The Ground, Windy, Road Song en vooral de cover Yesterday van The Beatles dan begrijp je wat Zappa bedoelde.
Voor de échte Wes Montgomery blijf je dan ook beter in de vroege jaren zestig. Luister vooral naar The Incredible Jazz Guitar Of Wes Montgomery of zijn opnamen met zijn broers als The Montgomery Brothers, zoals Groove Yard. Ook zijn samenwerkingen uit die tijd met andere artiesten zijn zeer de moeite waard, zoals met organist Jimmy Smith (zie blog #40) op The Dynamic Duo.
In 1968 maakte een hartaanval een einde aan zijn leven (hij werd slechts 45). We zullen daarom nooit weten hoe zijn carrière zich verder zou hebben ontwikkeld.
Ik ben absoluut geen rap/hip hop connaisseur, maar sommige dingen kan ik wel waarderen. Die komen wel vaak uit de echte beginperiode, zeg maar de eerste helft van de jaren 80.
Kurtis Blow is heel belangrijk geweest voor het volwassen worden van het genre. Hij was de eerste solo-rapper die een contract voor een album bij een grote maatschappij had, de eerste die een tournee maakte door de Verenigde Staten en de eerste met een gouden plaat. Dat was het nummer dat nog altijd zijn bekendste nummer is: The Breaks uit 1980.
Dat nummer is afkomstig van zijn debuutalbum dat een mijlpaal is in het genre. Helaas voor Blow ging het artistiek daarna alleen maar neerwaarts. Ook commercieel ging het steeds slechter en in 1988 hield hij het voor gezien met platen maken en ging andere dingen doen (zoals verzamelalbums samenstellen en radio presenteren).
In 1986 had hij echter nog wel een klein hitje met I'm Chillin'. Een belangrijke reden voor de aantrekkelijkheid van het nummer is een sample uit de 'theme song' van de TV-serie Transformers. Ik kocht de 12" met de Club Mix en die start het bekende Transformers, born to meet the skies, Transformers, more than meet the eyes. Daarna volgt een heerlijk percussie-intro voordat Blow losbarst in perfect voorbeeld van old skool hip hop. Nog altijd een heerlijk nummer.
Op de b-kant helaas alleen een instrumentale versie en het slappe Don't Cha Feel Like Making Love.
Deze week overleed op 75-jarige leeftijd nogal onverwacht Ric Ocasek, de zanger, gitarist en belangrijkste songsmid van The Cars. Hij was net weer thuis na een hart- en vaatziekte gerelateerde operatie en leek goed te herstellen toen hij ineens in zijn slaap overleed. Hij is hiermee, na bassist en zanger Benjamin Orr in 2000, het tweede lid van The Cars dat overlijdt.
Ocasek en Orr hadden elkaar al in de jaren zestig ontmoet en speelden vervolgens in vele bandjes voordat ze met gitarist Elliot Easton, toetsenist Greg Hawkes en drummer David Robinson The Cars zouden beginnen eind 1976.
Er werd hard gewerkt aan de songs die op het debuutalbum zouden verschijnen door veel op te treden. Begin 1977 maakten ze een demo-tape die aan radiostations werd verstuurd. Enkele stations in Boston begonnen nummers van de tape veel te draaien en zo kregen ze een contract bij Elektra Records.
Het album was een succes en bereikte de achttiende plaats in de VS albumlijst en zou er uiteindelijk 139 weken in staan (inmiddels is de plaat 6x platina in de VS). De volgende vier albums haalden zelfs allemaal de top tien en hebben ook allemaal de (multi)platinum status in de VS (The Cars zouden altijd veel populairder zijn in de VS dan elders).
Een label plakken op de muziek van The Cars is best lastig. Er is wel eens gezegd dat ze belangrijke, uiteenlopende stijlkenmerken als punk-minimalisme, de synthesizer- en gitaarstructuren van art rock, de rockabilly-revival uit de jaren 50 en de melodieuze kracht van power pop hebben samengevoegd tot een persoonlijke new wave mix en dat vat het wel aardig samen.
Debuutalbum The Cars telt negen nummers en er zit geen misser tussen. De plaat opent met twee nummers die pop-geöriënteerd zijn: Good Times Roll en My Best Friend's Girl. Het eerste heeft een heerlijk traag tempo en het tweede is een bekende track en één van de twee hits die The Cars in Nederland hadden (de andere is Drive uit 1984).
Just What I Needed is een stuk fanatiekere, new wave-achtige, song waarna I'm In Touch With Your World het art rock gedeelte voor zijn rekening neemt. De afwisseling wordt hierna voorgezet met Don't Cha Stop, You're All I've Got Tonight en Bye Bye Love.
Moving In Stereo levert daarna precies wat de titel belooft: stereo-experimenten in een goede popsong waarna All Mixed Up het album afsluit met een krachtige, maar beheerste midtempo knaller.
The Cars is een vijfsterrenplaat die nooit verveelt. Opmerkelijk is dat na drie albums die weliswaar goed waren maar niet zo goed als deze, The Cars nog een perfecte plaat afleverden met Heartbeat City. De nalatenschap van Ric Ocasek is dan ook groot, heel groot.
Soms is het lastig om te bepalen wie de eer zou moeten krijgen de bedenker van een nieuw muziekgenre te zijn. Voor dark ambient zijn velen het er echter wel over eens dat Brian Williams uit Wales als de grondlegger mag worden gezien. Hij maakt sinds 1980 muziek onder de naam Lustmørd (later geschreven als Lustmord) en werkte ook samen met de groten uit de industriële en ambient muziek waaronder Chris & Cosey en Robert Rich.
De muziek (of klanklandschappen) van Lustmørd hebben een hoog visueel karakter. Het is dan ook niet vreemd dat Williams veel gevraagd wordt als componist of music/sound designer voor soundtracks van films en videogames en voor commercials.
Zijn derde reguliere album, Heresy uit 1990, wordt gezien als een mijlpaal in het dark ambient genre. Het album werd opgenomen in de periode 1987-89 en Williams geeft aan dat hij voor het album gebruik heeft gemaakt "van ondergrondse locatie-opnames in crypten, grotten, mijnen, diepe schuilplaatsen en catacomben, samen met materiaal van een seismische en vulkanische oorsprong".
De galmende grotten en catacomben zijn goed te herkennen in Heresy - part 1 dat heel donker en sinister van toon is. Heresy - part 2 is iets lichter en atmosferischer en in Heresy - part 3 hoor je vooral de seismische en vulkanische geluiden verwerkt worden. In Heresy - part 4 is de toon van part 2 terug, maar Heresy - part 5 en Heresy - part 6 hebben dan weer een donker en soms zelfs agressief karakter.
Ik blijf het een indrukwekkend album vinden en het is ook na dertig jaar nog steeds een van de topwerken uit het genre. Dark ambient zal niet iedereen aanspreken, maar als je er kennis mee wilt maken zou ik geen beter startpunt weten van Lustmørd's Heresy.
Wat de reden is geweest dat is de LP 2 Faced van de Britse rockers No Dice destijds heb aangeschaft weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik de plaat als tiener grijsgedraaid heb omdat het heerlijke jaren zeventig hardrock is met hier en daar een vleugje pop.
2 Faced is hun tweede plaat na het al niet onverdienstelijke debuut No Dice uit 1977 en ondanks dat ze support act waren voor groepen als Status Quo, Foghat, REO Speedwagon, Judas Priest, Rainbow en Cheap Trick was het hierna wel afgelopen voor de groep. In een tijd dat punk zijn hoogtijdagen beleefde vielen ze bij pers en publiek niet in de smaak. Typisch geval van verkeerde plaats, verkeerde tijd.
Aan de muziek zelf kan het niet hebben gelegen, want het is een heerlijk album. Opener Momma Do Stop Your Children Watching What Your Momma Do is een lekker aanstekelijk en bluesy nummer met pop-accenten en zet direct de toon. Ook Shooting In The Dark is uptempo en wordt gekenmerkt door een fijn orgeltje. In I Keep It To Myself wordt gas teruggenomen en dat hoeft niet slecht te zijn, maar deze ballad kan mij niet bekoren. Het zij ze vergeven want daarna volgen op kant A nog Angel With A Dirty Face met heerlijke vette gitaren en No Stone Unturned. Dat laatste nummer kent opnieuw wat pop-invloeden, net als bij de openingstrack en dat werkt hier prima.
Op kant B gaat het niveau nog wat omhoog want daar staat geen minder nummer op. Het begint met het geweldig gezongen Come Dancing dat verder vol staat met heerlijke hooks en riffs, ondersteund door blazers. In de break wordt het zelfs even lekker funky. Daarna volgt If You Had Nothing waarin No Dice laat horen wel degelijk uit de voeten kunnen met een ballad. Associaties met Joe Cocker en The Peddlers (zie ook blog #104) doemen op en maken dit twee hoogtepunten op een rij. Direct hierop volgt Bad Boys, het snelste en hardste nummer van het album, waarna Upt Up 'N' Left Me het album afsluit. Dit nummer begint rustig en kent een prachtige opbouw waarin het tempo en de dynamiek steeds verder toenemen.
Nog altijd ligt de LP 2 Faced regelmatig op mijn draaitafel en die klinkt prima zoals je kunt horen. Toch zou ik maar wat graag geremasterde CD's zien van beide No Dice albums.
Als tienjarige kon ik van alleen zakgeld niet veel platen kopen en daarom was ik regelmatig in de bakken met afgeprijsde singles aan het grazen. Voor 50 cent kocht ik dan soms de leukste dingen en soms ook wat minder goede singles. Zo ben ik ook aan een single van Alvin Stardust gekomen.
Alvin Stardust was het pseudoniem dat Bernard Jewry had aangenomen na zijn periode bij Shane Fenton And The Fentones, een groep die in de UK in de jaren zestig een paar hitjes scoorden waarvan Cindy's Birthday de grootste was.
Het predikaat B-artiest wordt wel vaker gebruikt, maar op Alvin Stardust is dit nu echt eens volledig van toepassing. Het was het altijd nét niet bij hem. Als Shane Fenton And The Fentones moesten ze Cliff Richard & The Shadows voor laten gaan, als de glamrocker Alvin Stardust stond hij in de jaren zeventig in de schaduw van Gary Glitter staan en in de jaren tachtig moest de retro-rock-and-roll Alvin Stardust concurrent Shakin' Stevens voor laten gaan. En niet alleen zijn succes was tweederangs, ook zijn muziek was vaak een slechte carbondoorslag van de originelen.
Toch scoorde hij in de UK (en ook in Nederland) een aantal hits. De eerste was My Coo Ca Choo en dat is goedkope glam rock in optima forma (de clip met een in het leer geklede, stoer kijkende Alvin werkt vreselijk op mijn lachspieren). De daaropvolgende hit, You You You, is degene waarvan ik de single heb en ook hier is de clip leuker om naar te kijken dan het nummer is om naar te luisteren. De b-kant Come On! maakt de single er niet veel beter op.
Jealous Mind en Red Dress haalden in 1974 nog wel de hitparade in de UK, maar niet meer in Nederland en het leek afgelopen met Alvin Stardust. Maar toen Shakin' Stevens vanaf begin 1981 een serie hits scoorde (beginnend met This Ole House) kwam Stardust met een soortgelijke stijl terug en scoorde een grote hit met Pretend (nummer 1 in Nederland). Daarna had hij ook in 1981 nog een kleine hit met A Wonderful Time Up Here, maar I Feel Like Buddy Holly en I Won't Run Away scoorden alleen nog in de UK.
Alvin Stardust heeft de wereld misschien niet verrijkt met fantastische muziek, maar hij gaf wel op zijn manier wat kleur aan het geheel. In 2014 overleed hij op 72-jarige leeftijd aan prostaatkanker.
Van 1968 tot 1972 vormde Vangelis met onder andere Demis Roussos de groep Aphrodite's Child, die vooral bekend is gebleven vanwege de hit Rain And Tears. In de vier jaar van het bestaan van de groep liepen de muzikale paden echter steeds verder uit elkaar. Roussos wilde de pop-kant op en Vangelis meer de experimentele kant.
Het derde en laatste album van de band, 666, laat horen dat Vangelis veel meer zijn zin kreeg en wordt alom als een mijlpaal gezien in de progressieve rock. Het album verslechterde de verhoudingen in de band nog verder en tegen de tijd dat het uitkwam bestond de band al niet meer.
Nog tijdens de opnamen van 666 was Vangelis al bezig met andere projecten. Zo werkte hij aan de soundtrack voor de TV documentaire L'Apocalypse Des Animaux en dook hij op uitnodiging van producer Giorgio Gomelsky en het Franse label BYG in Londen met een groep muzikanten (met veelal een jazz-achtergrond) een studio in. Er werd flink gejamd en geëxperimenteerd en uiteindelijk werd er flink wat materiaal opgenomen zonder de intentie om het uit te brengen.
De rechten van de BYG catalogus werden begin jaren zeventig gekocht door Charly Records en toen Vangelis succes begon te krijgen, vooral met Spiral uit 1977, bracht Charly in 1978 de opnamen alsnog (zonder toestemming) uit onder Vangelis' naam als The Dragon en Hypothesis.
Op The Dragon staat een soort experimentele prog-rock waarin elementen van de late Aphrodite's Child, de vroege Vangelis en jazz rock te herkennen zijn. The Dragon is een lange, experimentele jam met goede en minder goede stukken. Het langzame Stuffed Aubergine is toegankelijker, net als Stuffed Tomato waarin Oost-Europese en Midden-Oosterse invloeden zijn verwerkt.
Hypothesis is met een andere groep muzikanten gemaakt en dat hoor je duidelijk. Hypothesis Part 1 en Hypothesis Part 2 zijn experimentele jazz rock/fusion trips waarin de muzikanten vrijelijk improviseren en uitproberen. Ook hier zijn interessante momenten, maar soms is het ook even doorbijten.
Het was nooit de bedoeling om deze muziek uit te brengen en daarom heeft Vangelis er een paar jaar later via een rechtzaak voor gezorgd dat de albums van de markt gehaald moesten worden. Er zijn er echter zoveel van afgezet (en later onofficieel bijgeperst via allerlei schimmige labels) dat het ook nu nog niet moeilijk is om tweedehands aan de de LP's te komen.
Eendagsvliegen vind ik een interessant fenomeen in de popmuziek (zie blogs #122, #187 en #203), maar het is wel lastig om (betrouwbare) informatie over ze te vinden. Dat geldt ook voor de Nederlandse eendagsvlieg Joey Dyser. Op Wikipedia staat net niet helemaal hetzelfde als in de Beeld en Geluid Muziekencyclopedie, terwijl dit allebei weer niet geheel overeenkomt met een vraaggesprek uit 1998 in dagblad Trouw. Ik baseer mij maar op de laatste bron.
Josje van Stelten was midden jaren zeventig getrouwd met Frans Duister en verdeelde haar tijd over haar gezin, het schrijven van artikelen over opvoeding in dagblad De Tijd en zo af en toe eens optreden met met protestliedjes van zangeressen als Joan Baez en Franse chansons. Haar toenmalige buurvrouw raakte bevriend met Duco de Rijk (van de groep Zen en de hit Hair) en vroeg haar om Duco te helpen met zijn opname-apparatuur door een liedje in te zingen. Josje schreef die avond daarom nog even snel een liedje.
Die opname werd een jaar later nog eens op een verjaardag gedraaid en kwam zo via-via bij platenmaatschappij Delta terecht. Daar werd het nummer gearrangeerd door Dick Bakker en onder de artiestennaam Joey Dyser wordt het nummer een grote hit in Nederland en Vlaanderen. 100 Years stond dertien weken in de Top 40, waarvan drie weken op nummer 1.
100 Years is een droevig nummer over liefdesverdriet en boosheid, maar vooral muzikaal vind ik het interessant. Dat begint al bij het intro waar Joey alleen begeleid wordt door een drumritme. Daarna komt er een achtergrondkoortje bij en wordt het nummer langzaam opgebouwd. Na ongeveer een minuut komen ook de strijkers erbij en lijkt het instrumentarium compleet. Maar na weer een minuut komt er ineens een venijnige gitaar bij en wordt de gehele intensiteit opgevoerd, ook qua zang, om daarna weer rustig te eindigen. Het blijft een boeiend nummer. Op de b-kant staat My Love dat veel minder indruk maakt. Ook de Duitstalige versie, Was Ist Denn Bloss Gescheh'n, kan niet tippen aan het origineel.
Na dit nummer volgen nog twee singles, Let The Sun Shine In en I Am A Woman, maar die worden geen succes, net als het album Who's A Fulltime Saint?. Twee later volgt er nog een poging met de single Paul, maar ook dit wordt geen succes, mede omdat Josje eigenlijk helemaal geen muziekcarrière ambieert.
© 2019 TTZL
Wikipedia NL: Joey Dyser
Beeld en Geluid: Joey Dyser
YouTube: 100 Years
YouTube: My Love
YouTube: Was Ist Denn Bloss Gescheh'n
YouTube: Let The Sun Shine In
YouTube: I Am A Woman
YouTube: Paul
Na de succesvolle albums Riding With The King (2000, met B.B. King) en Reptile (2001) boekte Eric Clapton studiotijd voor de opnamen van een nieuw album. Er waren tijdens de eerste sessies echter nog niet voldoende nieuwe songs gereed en daarom werd de studiotijd benut door het opnemen van covers van nummers van Robert Johnson (een muzikale held van Clapton).
Deze Delta blues pionier leefde van 1911 tot 1938 en is legendarisch geworden vanwege zijn belang voor de muziek, maar ook doordat er zo weinig over hem bekend is. Zo zijn er slechts twee foto's waar hij op staat en is er zo mogelijk nog minder bekend over zijn leven. Hierdoor doen er vele verhalen over hem de ronde. De bekendste is wel dat hij zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor zijn muzikale succes (zie blog #82).
De Johnson-covers werden uitgebracht voorafgaand aan een nieuw, regulier album. Het werd een groot succes, zowel artistiek als commercieel. Uptempo nummers als When You Got A Good Friend, Milkcow Calf's Blues en Stop Breakin' Down Blues worden op het album heerlijk afgewisseld met tragere nummers als Me And The Devil Blues, Little Queen of Spades en Come On In My Kitchen. Maar wat vooral knap is aan het album is dat Clapton de nummers in een moderne setting weet te plaatsen zonder iets af te doen aan de authenticiteit. Vergelijk bovenstaande nummers maar eens met de originelen van Robert Johnson (de links staan onderaan dit blog).
Slechts negen maanden na het album kwam Eric Clapton al met een vervolg, Sessions For Robert J. Het is een muziekdocumentaire waarin repetities voor de tournee en een opnamesessie zijn vastgelegd. Ook duidt Clapton in interviews het belang van Johnson's muziek voor hem. If I had Possesion Over Judgement Day, They're Red Hot, From Four Until Late en Love In Vain geven een aardig beeld. Elf van die tracks staan ook op een bijgevoegde CD.
De twee CD's en DVD zijn een prachtig eerbetoon aan Robert Johnson en tegelijk laten ze zien aan wat voor een gigant Eric Clapton zelf is.
Als programmamaker/kunstenaar Wim T. Schippers in 1972 de rol van Sjef van Oekel in De Fred Hachéshow aan Dolf Brouwers geeft, is deze al zestig jaar. Hij heeft dan al een hele carrière achter zich met vele baantjes, maar hij verdiende de kost vooral als kapper. Zijn grote ambitie was echter altijd om als zanger door te breken. Vanaf zijn zevende zingt hij in kinderoperettes en hij komt later ook in het operettekoor van theater Scala in Den Haag.
Na de Tweede Wereldoorlog pakt hij zijn beroep als kapper weer op, maar werkt hij ook als reisleider en schilder. En dan ineens is daar in 1972 alsnog zijn doorbraak als artiest. Harry Touw (die de rol van Fred Haché speelt) beveelt Brouwers bij Schippers aan en wat volgt is een succesvolle samenwerking tot aan 1989.
Brouwers presenteert, acteert en zingt in talloze producties van Schippers als De Fred Hachéshow, Van Oekel's Discohoek, Het Is Weer Zo Laat (Waldolala), De Lachende Scheerkwast en Op Zoek Naar Yolanda. Hij wordt een bekende TV-persoonlijkheid en krijgt de erkenning waar hij al zo lang naar op zoek was. Bekend worden zijn vertolkingen van nummers als Vette Jus, Gehaakte Beddensprei en Juliana, Onze Vorstin.
Met name voor zijn ambities als zanger krijgt hij nu de ruimte die er eerst nauwelijks was. Tot aan 1985 had hij slechts een handvol singles mogen maken, waaronder Moeder (1949), Als In Holland De Bollen Weer Bloeien (1959) en Ga Nooit Weg Zonder Te Groeten (1964). Door zijn populariteit als Sjef van Oekel kan hij in 1980 een LP maken en vanaf 1985 een hele reeks singles.
De eerste single, Oh Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn, wordt geen hit, maar hij komt er wel mee in diverse TV-programma's en het nummer wordt behoorlijk bekend. Het is geschreven door de mensen die Catapult en Rubberen Robbie vormden en daarna veel schrijf- en productiewerk deden. Op de B-kant staat het eerder genoemde Ga Nooit Weg Zonder Te Groeten.
Normaal gesproken ben ik geen van Nederlandse 'volksmuziek', maar Oh Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn is een uitzondering. Het zal hem vooral zitten in de combinatie van de licht absurde tekst en de karakteristieke zang van Brouwers, maar ik word oprecht blij als ik dit nummer hoor. Nog steeds, en hoe prachtig is dat?
© 2019 TTZL
Wikipedia NL: Dolf Brouwers
Wikipedia EN: Dolf Brouwers
Beeld en Geluid Wiki: Dolf Brouwers
IMDb: Dolf Brouwers
YouTube: Oh Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn
YouTube: Ga Nooit Weg Zonder Te Groeten
YouTube: Oh Wat Is Het Toch Fijn Om Gelukkig Te Zijn [clip]
YouTube: Ga Nooit Weg Zonder Te Groeten [clip]
YouTube: Moeder
YouTube: Als In Holland De Bollen Weer Bloeien
YouTube: Vette Jus
YouTube: Gehaakte Beddensprei
YouTube: Juliana, Onze Vorstin