Zoeken in deze blog

zaterdag 27 maart 2021

#437: Triumph - Allied Forces (1981)

Record Store Day (RSD) komt eraan en zal dit jaar in twee delen worden gesplitst: 12 juni en 17 juli. De drie mannen van hardrocktrio Triumph (zie blog #159) zijn verkozen als Canadese RSD-ambassadeurs en ter gelegenheid daarvan zal er op dag één van RSD 2021 een uitgebreide heruitgave op vinyl verschijnen van hun beste en meest succesvolle album, Allied Forces.

Het is hun vijfde studio-album, het eerste album dat zij opnamen in hun eigen Metalworks Studios en het was een platina succes in zowel Canada als de VS. Drie singles haalden daar de hitparade.

Het album opent met een nummer dat vrij typerend is voor het hardrockgeluid van eind jaren zeventig/begin jaren tachtig. Dat neemt niet weg dat Fool For Your Love een prima track is. Magic Power dat daarop volgt is een wolf in schaapskleren. Het begin doet denken aan de nummers waarmee The Scorpions grote successen hadden, zoals Still Loving You, en dat is wat mij betreft niet per se een aanbeveling. Maar na een minuut gaat het tempo wat omhoog en even later wordt doorgeschakeld naar een nog hogere versnelling en dat red het nummer wat mij betreft van middelmatigheid.

Daarna volgt het korte intermezzo Air Raid dat als intro fungeert voor titeltrack 
Allied Forces en dat is het eerste hoogtepunt van het album. Veel energie, goede zang van drummer Gil Moore (die afwisselend met gitarist Rik Emmett de lead vocals verzorgt) en lekkere gitaarlicks ondersteund door inventief basspel van Mike Levine. Zo hoort hardrock te klinken! Kant A sluit af met het prima Hot Time (In This City Tonight) waarin rock and roll invloeden doorklinken. 

Kant B opent met het krachtige nummer (en succesvolle single) Fight The Good Fight waar af en toe die andere geweldige Canadese band Rush in doorklinkt. De band dendert daarna door het met zeven minuten lange Ordinary Man waarin vele tempo- en dynamiekwisselingen verwerkt zitten. Bij andere bands in dit genre zijn dit soort epische, uitgewerkte en afwisselende tracks vaak mijn lievelingssongs en dit nummer is daarop geen uitzondering. Het album sluit na het akoestische gitaarinterlude Petite Étude af met Say Goodbye en dat is net als de opener van kant A gewoon een potente rocktrack.

Triumph bestond van 1975 tot 1993 en maakte in die tijd tien studio-albums en één live-album. Tot aan 1988 bestond de band uit de hierboven genoemde drie  muzikanten en alleen op het laatste album uit 1992 was er een andere zanger/gitarist (Phil X) te horen. 

Na opname van Triumph in 2007 in de Canadian Music Industry Hall of Fame en in de Canadian Music Hall of Fame in 2008 volgde in datzelfde jaar twee reünieconcerten waarvan er één als CD+DVD werd uitgebracht: Live At Sweden Rock Festival. In 2019 volgde nog een kleinschalige reünie tijdens een "invite-only event" in de Metalworks Studios. De drie nummers die daar gespeeld zijn werden ook opgenomen en zullen voorkomen in de nog te verschijnen documentaire Triumph: Lay It On The Line.

© 2021 TTZL

Officiële website: Triumph
Wikipedia EN: Triumph
Wikipedia NL: Triumph

YouTube: Allied Forces [album]

YouTube: Magic Power
YouTube: Air Raid
YouTube: Allied Forces
YouTube: Ordinary Man
YouTube: Petite Étude
YouTube: Say Goodbye

YouTube: Still Loving You [The Scorpions]

zondag 21 maart 2021

#436: Corey Hart - First Offense (1983)

In oktober 1982 vond de introductie van de Compact Disc plaats in Japan en de rest van de wereld maakte vanaf maart 1983 kennis met het nieuwe medium. Dat is in zoverre relevant voor dit blog omdat het te maken heeft met de manier waarop ik kennis maakte met de muziek van Corey Hart

In de eerste jaren na de introductie van de CD ging je als early adaptor namelijk niet naar de winkel om een bepaalde CD te kopen, maar je ging kijken welke CD's er waren verschenen. Dan nam je een stapeltje CD's mee naar een luisterruimte en maakte daar je keuze. En (waarschijnlijk) in 1984 zal daar het debuutalbum First Offense van Corey Hart tussen hebben gezeten. Ook toen had ik al een voorliefde voor prog- en hardrock en wat meer experimentele muziek, maar soms heb je gewoon zin in een mooie pop rock plaat als deze. Goed geschreven en gespeelde nummers met hier en daar een rauw randje in zang en instrumentatie.

De Canadees Corey Hart is aan de overkant van de oceaan behoorlijk succesvol geweest (dertig Top 40 hits in Canada en negen in de VS), maar is verder vrij onbekend gebleven. Aan de muziek kan het volgens mij niet gelegen hebben. Zo heeft de albumopener (en single) Sunglasses At Night alles in zich van een hit, maar reikte het nummer in Nederland toch niet verder dan nummer 48 in de Nationale Hitparade (dTROS Top 50 en de Nederlandse Top 40 werden niet eens bereikt). De leuke videoclip ten spijt.

Het album staat vol met lekkere uptempo tracks als Lamp At Midnite en At The Dance, met als uitschieters Peruvian Lady en She Got The Radio. Maar ook met kalmere tracks als It Ain't Enough en The World Is Fire kan Hart prima uit de voeten en vooral Does She Love You en Cheatin' In School zijn heerlijke tracks. Alle nummers zijn door hem zelf geschreven en zijn heerlijk 'coole' vocalen (luister naar het "no, no, no, no, no, no" in Does She Love You) redden zelfs de mindere momenten in bepaalde nummers. Alleen het afsluitende Jenny Fey gaat ten onder aan een teveel aan pathos en wordt op den duur een chanson d'urine.

Na dit debuut volgde Boy In The Box, met daarop zijn grootste hit Never Surrender, en dat album is minstens zo sterk. Ik ben Corey Hart blijven volgen tot en met zijn vijfde album en daarna uit het oog verloren. Hij is echter albums blijven uitbrengen tot aan 1998 en daarna heeft hij zijn carrière op een laag pitje gezet tot aan 2014, waarna weer een EP en een album zijn verschenen. Hij is in de tussenliggende periode wel incidenteel blijven samenwerken met andere artiesten, als uitvoerende en/of als songschrijver.

© 2021 TTZL

Officiële website: Corey Hart
Wikipedia EN: Corey Hart

YouTube: First Offense [album]

YouTube: Peruvian Lady
YouTube: Lamp At Midnite
YouTube: It Ain't Enough
YouTube: At The Dance
YouTube: Jenny Fey

YouTube: Sunglasses At Night [videoclip]

zondag 14 maart 2021

#435: Frank Zappa ‎– F. Zappa's 10¢ Rare Meat - Feb.'62 (1983)

Begin jaren zestig probeert Frank Zappa als jonge twintiger de kost verdienen door op te treden in nachtclubs, maar ook door als componist te werken. Zo maakt hij in die tijd de soundtracks voor twee films: The World's Greatest Sinner (1962) en Run Home, Slow (1965). In dezelfde periode werkt hij als componist en producer voor lokale artiesten in de Pal Recording Studio van Paul Buff in Cucamonga, Californië. Zappa zou in augustus 1964 de studio overnemen van Buff en hernoemen in Studio Z.

Uit deze periode komen de opnamen die te horen zijn op de mini-LP F. Zappa's 10¢ Rare Meat - Feb.'62 uit 1983. De opnamen zijn daarna nog talloze keren uitgebracht, soms aangevuld met andere nummers uit die periode, door allerlei labels onder allerlei titelsDe genres van de nummers zijn rock & roll, surf music, (vroege) garage rock en vooral ook doo-wop:

Deze twee nummers zijn door Zappa geschreven en staan op de A en B kant van een single. Ze hebben een licht novelty-gehalte, wat in die tijd niet ongewoon was. De zanger is Ray Collins, die later zou opduiken als bandlid van The Mothers.

Deze twee nummers komen ook van één single en zijn door Zappa geschreven (en gespeeld) voor Bob Guy, de gastheer van het lokale horror TV programma Jeepers Creepers Theater. De tekst wordt niet gezongen, maar voorgedragen en dit is pure novelty.

Dit was een duo van twee broers met Mexicaanse wortels. Aan de A-kant van deze single is meegeschreven door Ray Collins en deze twee nummers wijzen op wat er later in de carriére van Zappa nog zou komen.

De liefde van Zappa voor doo-wop zat diep:

"The very first tunes that I wrote were 50's doo wop, Memories Of El Monte, and stuff like that. It's always been my contention that the music that was happening during the 50's has been one of the finest things that ever happened to American music and I loved it. I could sit down and write a hundred more of the 1950's type songs right now, and enjoy every minute of it."
Frank Zappa - In His Own Words (1974)

Vandaar ook de het vierde studio-album van The Mothers vol staat met door Zappa zelf gepende doo-wop nummers. Luister maar naar Cruising With Ruben & The Jets

Daar bleef het echter niet bij, want nummers van dat album kwamen regelmatig in nieuwe arrangementen op andere albums terecht. En ook op latere albums bleef Zappa nummers met doo-wop-invloeden opnemen, zoals WPLJ en Valerie van Burnt Weeny SandwichWould You Go All The Way van Chunga's Revenge en Cock-Suckers' Ball van Does Humor Belong In Music.

© 2021 TTZL

zondag 7 maart 2021

#434: Brian Eno-David Byrne - My Life In The Bush Of Ghosts (1981)

In het blog van vorige week (#433) verwees ik al naar deze absolute favoriet van mij. David Byrne en Brian Eno werkten aan My Life In The Bush Of Ghosts in 1979/80, nog voor Remain In Light (van Talking Heads) in oktober 1980 uitkwam. Het Eno-Byrne album verscheen echter pas in februari 1981 omdat het regelen van de rechten van de gebruikte samples lang duurde. 

Het album bestaat uit muziek die 'anders' klinkt dan gewoonlijk. Dit komt ten eerste doordat Eno en Byrne ritmes uit Afrika en het Midden-Oosten gebruikten naast de (voor die periode) modernste elektronische technieken. Daarnaast maakten ze gebruik van found sounds. Zo werd bijvoorbeeld het geluid van een klap op een kartonnen doos een basdrum en werd de ruis van een van de radio opgenomen sample onderdeel van de donkere sfeer van een nummer.

Die samples spelen overigens de hoofdrol. Eno en Byrne waren niet de eersten die de techniek toepasten. Eerdere voorbeelden zijn Stevie Wonder's Journey Through "The Secret Life of Plants" en het vroege werk van Yellow Magic Orchestra. Het belang van My Life In The Bush Of Ghosts zit echter in het feit dat hier voor de eerste keer de samples de 'lead vocals' voor hun rekening nemen. De stemmen van Eno en Byrne zelf zijn niet te horen op de plaat. 

Het is belangrijk om je te realiseren dat Eno en Byrne nog geen gebruik konden maken van de apparatuur (samplers en sequencers) zoals we die nu kennen. Wat je hoort is het resultaat van het gebruik van twee tape recorders (één met de muziek en één met de samples) en heel veel geduld.

De bronnen van de gebruikte samples zijn heel divers. Zo is er een talk show host in America Is Waiting, een Libanese bergzanger in Regiment en The Carrier, evangelisten in Help Me Somebody en Come With Us en een duivelsuitdrijver in The Jezebel Spirit.

Het is lastig om favorieten aan te wijzen maar Mea Culpa, waarin een boze beller en een gladde politicus op de radio te horen zijn, springt er wat mij betreft wel bovenuit. Ook het enige nummer zonder vocalen, Mountain Of Needles, is een prachtig, atmosferisch nummer dat ik erg goed vind.

Ook mooi is Qu'ran, maar aan dit nummer zit wel een verhaal vast. Het stond op de eerste versie van het album en gebruikt samples van Algerijnse moslims die de Koran reciteren. Op verzoek van de Islamic Council of Great Britain werd deze track op de tweede oplage van het album vervangen door Very Very Hungry

Op de eerste CD-uitgave in 1986 stonden dan weer beide nummers, maar op de geremasterde uitgave uit 2006 (nu voor nog geen 7 euro te koop!) staat weer alleen Very Very Hungry. Daarnaast staan er op de geremasterde versie zeven bonus tracks uit dezelfde sessies die alleen afvielen vanwege de beperkte speelduur van een vinyl LP (aan de kwaliteit van de nummers heeft het niet gelegen).

© 2021 TTZL


Fan website: David Byrne / Brian Eno
Wikipedia EN: David Byrne / Brian Eno
Wikipedia NL: David Byrne / Brian Eno


YouTube: Mea Culpa
YouTube: Regiment
YouTube: Qu'ran 
YouTube: The Carrier
YouTube: A Secret Life
YouTube: Come With Us

zaterdag 27 februari 2021

#433: Jerry Harrison - The Red And The Black (1981)

Na het verschijnen van de vijfsterrenplaten Fear Of Music (1979; zie blog #56) en Remain In Light (1980) nam Talking Heads even wat gas terug en zou het tot 1983 duren tot opvolger Speaking In Tongues verscheen. In de tussentijd werd nog wel het uitstekende live-album The Name of This Band Is Talking Heads (1982) uitgebracht. Deze pauze voor Talking Heads betekende echter niet dat de individuele leden het rustiger aan deden. Integendeel, al in 1981 verscheen er solowerk van iedereen. 

Het echtpaar Tina Weymouth (bas) en Chris Frantz (drums) boekte succes met het debuutalbum van hun band Tom Tom Club (met de hit Wordy Rappinghood) en David Byrne (gitaar, zang) ging een succesvolle samenwerking aan met Brian Eno op My Life In The Bush Of Ghosts. Een vernieuwend meesterwerk dat ik werkelijk heb stukgedraaid.

Ook Jerry Harrison (toetsen, gitaar) bracht met The Red And The Black een soloplaat uit. Het album behoort volgens mij, samen met zijn tweede album Casual Gods, tot het beste solowerk van Talking Heads-leden.

Het album kent de verfijnde mengeling van art rock, funk en world music invloeden die ook zo kenmerkend was voor de twee voorafgaande Talking Heads albums. Dit is al direct te horen op de opener Things Fall Apart, maar ook op bijvoorbeeld SlinkMagic Hymie en Fast Karma / No Questions. De twee afsluiters No More Reruns en No Warning, No Alarm zijn prima nummers die meer in de echte art rock hoek zitten, maar mijn favorieten zijn de resterende drie nummers.

The New Adventure is een nummer met een complex ritmepatroon en een druk, maar interessant klankbeeld, waar veel en van alles in gebeurt. The Red Nights 
is dan juist weer een mooi en rustig (instrumentaal) nummer waarin heel subtiele oosterse invloeden te herkennen zijn. Het absolute prijsnummer is wat mij betreft Worlds In Collision. Het is het nummer met het meest experimentele karakter en geeft zijn schoonheid pas prijs na een aantal luisterbeurten. 

Er zijn grote stijlovereenkomsten tussen dit solo-album van Jerry Harrison en het redelijk kort daarvoor verschenen Talking Heads album Remain In Light. Dit leidde ertoe dat Harrison door sommigen ervan werd beschuldigd het Talking Heads geluid te kopiëren. Diezelfde mensen gingen er vanuit dat dit geluid geheel en al te danken was aan David Byrne. Dit is echter een onzinnige gedachte met drie zulke geweldige bandleden naast Byrne. Met name muzikanten als Bernie Worrell, Adrian Belew en Nona Hendryx (die alle drie op beide albums meedoen) hebben aangegeven dat een groot deel van het Talking Heads geluid juist te danken is aan het werk van Harrison

Na de originele LP release is het album éénmalig in de jaren negentig op CD verschenen in een 'vanilla' versie (geen extra's). Het is daarom hoog tijd dat er een mooie, geremasterde versie met bonusmateriaal verschijnt.

© 2021 TTZL


Fan website: Jerry Harrison
Wikipedia EN: Jerry Harrison
Wikipedia NL: Jerry Harrison

YouTube: The Red And The Black [album]
Spotify: The Red And The Black [album]

YouTube: Slink
YouTube: Magic Hymie
YouTube: The Red Nights
YouTube: No More Reruns

YouTube: Wordy Rappinghood [Tom Tom Club]

zaterdag 20 februari 2021

#432: Jello Biafra with Plainfield - Jello Biafra with Plainfield (1995)

Stel, je hebt als Amerikaans punk rock bandje al een handvol singles en split singles uitgebracht, maar het wil nog niet erg vlotten. Wat doen je dan? Dan stuur je een tape naar het Alternative Tentacles label van punk-icoon Jello Biafra (voorheen voorman van Dead Kennedys) en hoop je op een positieve respons...

Maar wat doe je dan als de respons negatief is? Dan wordt je nijdig en wraakzuchtig en breng je alsnog een EP uit met Jello Biafra als zanger op het Alternative Tentacles label, maar dan namaak. En dat is precies wat de band Plainfield heeft gedaan.

En het moet gezegd, gitarist Smelly Mustafa heeft er veel werk van gemaakt. Zo heeft hij een barcode en catalogusnummer gestolen die Alternative Tentacles gereserveerd had voor een live album van Alice Donut en heeft hij een rubberen stempel laten maken precies zoals die van het label. Het hoesontwerp is voor de rest ook helemaal in lijn met de Alternative Tentacles-stijl van Winston Smith en Jello Biafra. Opmerkelijk genoeg schijnt Smith dit album op zijn eigen website vermeld te hebben, al kan ik het nu niet meer vinden. Het is dus onduidelijk of hij echt betrokken is geweest of niet.

Tenslotte heeft Plainfield aan zanger Grux van Caroliner gevraagd om zijn beste Jello Biafra-imitatie ten beste te geven. En dat doet hij eigenlijk best goed. Vlak na het uitkomen van de EP hadden veel mensen niet direct door dat dit een hoax was. Alternative Tenctacles sloeg trouwens terug door dezelfde truc uit te halen met het album The Unholy Handjob, zogenaamd van DUH - de supergroep van Boner Records, het label waar de Plainfield EP op was uitgekomen.

En de EP zelf, zult u vragen, is dat wat? Om eerlijk te zijn niet. De tweede track (Eric's Throwpillow) is wel leuk en de zesde en laatste track (Not Enough Sage) is zelfs prima te noemen. Voor de rest zijn de eerste track (een fake-telefoongesprek) en de tracks 3, 4 en 5 alleen maar een poging om Biafra belachelijk te maken en in een kwaad daglicht te stellen. Op zijn best tonen de tracks aan dat de initiële afwijzing van Alternative Tentacles waarschijnlijk terecht was. Het beste van de EP blijft de bijna perfecte manier waarop de vormgeving van Alternative Tentacles is nagedaan.

© 2021 TTZL



Officiële website: Plainfield

YouTube: Jello Biafra with Plainfield [album]


zaterdag 13 februari 2021

#431: Chick Corea (1941-2021)

Deze week overleed Chick Corea op 79-jarige leeftijd. Hij was een Amerikaanse componist, bandleider en toetsenist. Samen met muzikanten als Bill Evans, Keith Jarrett en Herbie Hancock hoort hij bij de belangrijkste jazz-toetsenisten vanaf midden jaren zestig. Hij kreeg 73 Grammy nominaties en won er 27.

Samenwerkingen en het meespelen in bands van anderen is altijd een wezenlijk onderdeel geweest van Corea's manier van werken. Zijn discografie leest dan ook als een staalkaart van de belangrijkste artiesten uit de jazz.

Hij startte begin jaren zestig met het spelen bij muzikanten als Herbie Mann en Stan Getz. Vanaf midden jaren zestig brengt hij platen uit onder zijn eigen naam en vanaf eind jaren zestig gaat hij een aantal jaar bij Miles Davis spelen en staat hij mede aan de wieg van de jazz fusion. 

Zo maakt hij in 1972 het jazz fusion album Return To Forever en daaruit ontstaat de band Return To Forever die heel invloedrijk zal blijken in het genre. Er zijn veel wisselingen qua bandleden, maar de constante factoren in de band zijn Corea en bassist Stanley ClarkeReturn To Forever wordt samen met Weather Report (met Joe ZawinulWayne Shorter en Jaco Pastorius), The Headhunters (met Herbie Hancock) en Mahavishnu Orchestra (met John McLaughlin) nog steeds gezien als één van de belangrijkste groepen van de stroming.

Gek genoeg bezit ik geen platen van Chick Corea onder zijn eigen naam. Wel heb ik een aantal favoriete albums waarop hij meespeelt, zoals In A Silent Way en Bitches Brew van Miles Davis en Children Of Forever van Stan(ley) Clarke. Daarnaast is één van de tracks op het fameuze album Friday Night in San Francisco (van Al Di MeolaJohn McLaughlin & Paco de Lucía) van zijn hand: Short Tales Of The Black Forest

Ik wilde voor dit blog een overzicht maken dat recht zou doen aan Corea's bijdrage aan de muziek, maar bij het voorbereiden zag ik dat The New York Times dat al voor mij had gedaan. Dus klik en geniet van:

<Spotify playlist>

Miles Runs The Voodoo Down [Miles Davis, Bitches Brew, 1970]

Chris [Larry Coryell, Spaces, 1970]

Spain [Return To Forever, Light As A Feather, 1973]

Space Circus (Part I & II) [Return To Forever, Hymn Of The Seventh Galaxy, 1973]

Song To John (Part I & II) [Stanley Clarke, Journey To Love, 1975]

Sorceress [Return To ForeverRomantic Warrior, 1976]

Spanish Fantasy (Part I) [Chick Corea, My Spanish Heart, 1976]

Short Tales Of The Black Forest [Al Di Meola, Land of the Midnight Sun, 1976]

Homecoming [CoreaHancock, An Evening With..., 1978]

Rumble [The Chick Corea Elektric Band, idem, 1986]

Spain (Live) [Bobby McFerrin & Chick Corea, Play, 1992]

Crystal Silence [Chick Corea & Gary Burton, The New Crystal Silence, 2008]


© 2021 TTZL


Officiële website: Chick Corea
Wikipedia EN: Chick Corea
Wikipedia NL: Chick Corea

YouTube: Chris
YouTube: Spain
YouTube: Sorceress
YouTube: Homecoming
YouTube: Rumble
YouTube: Spain (Live)
YouTube: Crystal Silence


zaterdag 6 februari 2021

#430: Godspeed You Black Emperor! - Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven (2000)

Avant classicalpost-rockdroneexperimental rockalternative rockindie rock... Zoek naar een beschrijving van de muziek van het Canadese collectief Godspeed You! Black Emperor (GYBE) en een encyclopedie van stijlen wordt over je uitgestort. 

De band startte als trio in 1994 en werd vernoemd naar de (bijna) gelijknamige Japanse documentaire over een motorbende. De oplettende lezer heeft gezien dat het uitroepteken in de titel van dit blog aan het einde van de bandnaam staat en hierboven middenin de naam. Dat komt omdat sinds 2002 dat uitroepteken verplaatst is om de bandnaam nog meer in lijn te brengen met de titel van de documentaire. Na een aantal optredens van het trio begon de bezetting uit te dijen en rond de tijd van het debuutalbum F♯ A♯ ∞ in 1997 stabiliseerde de bezetting zich rond negen leden. 

De muziek van GYBE is instrumentaal, maar heel filmisch met gesproken woord samples en fragmenten (muziek van het album werd ook gebruikt in de film 28 Days Later). Bij optredens wordt dan ook veel gebruik gemaakt van begeleidende filmbeelden. Het debuutalbum illustreert dat mooi in het eerste nummer Dead Flag Blues waar de stem je direct het nummer in trekt:

the car's on fire and there's no driver at the wheel
and the sewers are all muddied with a thousand lonely suicides
and a dark wind blows

the government is corrupt
and we're on so many drugs
with the radio on and the curtains drawn

we're trapped in the belly of this horrible machine
and the machine is bleeding to death

Hoe sterk het debuutalbum en de daaropvolgende Slow Riot For New Zero Kanada EP (1999) ook zijn, het was de dubbelaar Lift Your Skinny Fists Like Antennas To Heaven (2000) die GYBE echt op de kaart zette. 

De plaat bestaat uit vier lange tracks, Storm, Static, Sleep en Antennas To Heaven..., en net als op de voorgaande LP en EP, zijn het een soort suites zijn die bestaan uit meerdere delen en waarin via een langzaam crescendo wordt toegewerkt naar een climax, wat dan weer gevolgd wordt door een decrescendo.

GYBE's muziek is niet voor op de achtergrond. Je moet er echt naar luisteren, of beter, je moet het ondergaan. Het vereist geduld en concentratie, maar het geeft er dan ook veel voor terug. Na het derde album in 2002 volgde er een pauze van tien jaar, maar daarna zijn er inmiddels al weer drie albums verschenen waarop GYBE door is gegaan met het maken van mooie en vooral intrigerende muziek.

© 2021 TTZL