Zoeken in deze blog

zondag 26 juli 2020

#402: Peter Green - The End Of The Game (1970)

G
isteren overleed gitarist Peter Green op 73-jarige leeftijd. Hij was één van de oprichters van de 
Brits/Amerikaanse band Fleetwood Mac. Daarvoor speelde hij in een aantal groepen waarvan John Mayall & The Bluesbreakers de laatste was. Hij verving Eric Clapton in juli 1966 toen die The Bluesbreakers verliet. Op dat moment zaten ook bassist John McVie en drummer Mick Fleetwood in The Bluesbreakers en samen met hen en gitarist Jeremy Spencer richtte Green Fleetwood Mac op. 

Fleetwood Mac startte als een band in de Britse blues traditie. Op het eerste, zelfgetitelde album uit februari 1968 staan naast een aantal covers ook nummers van Peter Green als Merry-Go Round en I Loved Another Woman. Ook op het tweede album, Mr. Wonderful uit augustus 1968 (met één van de lelijkste hoezen ooit), staan een aantal goede nummers van zijn hand zoals Rollin' Man en Lazy Poker Blues

Na het derde album, Then Play On uit september 1969, zou Green vrijwillig Fleetwood Mac verlaten vanwege zijn labiele mentale staat als gevolg van overmatig LSD-gebruik. Jammer, want dat derde album is erg sterk met nummers als Rattleshake Snake en Searching For Madge. En dan heb ik het nog niet eens gehad over non-album singles uit 1968-69 als Black Magic WomanNeed Your Love So BadAlbatrossOh Well Part 1 en Part 2 en The Green Manalishi (With the Two Prong Crown)!

In juni 1970 (een maand na zijn vertrek uit Fleetwood Mac) dook Peter Green de studio in met een aantal muzikanten voor een lange, studio jamsessie. Stukken uit deze sessie werden door Reprise Records aan het eind van dat jaar uitgegeven als het eerste solo-album van Green. Het werd geen succes en de critici vonden het niets: richtingloos en zonder focus. 

Toen er echter onlangs een geremasterde '50th Anniversary Edition' met bonustracks werd uitgebracht was dat reden voor een herwaardering. Nou ben ik niet vies van een (muzikale) uitdaging dus kon ik de aanschaf niet weerstaan. En het viel me alleszins mee. Drie van de zes nummers zijn fijne bluesjams (Bottoms UpBurnt Foot en Hidden Depth), er is één rustiger nummer dat in de verte aan Albatross doet denken (Timeless Time) en de twee experimentele nummers (Descending Scale en The End Of The Game) vliegen lang niet zoveel uit de bocht als je op basis van de recensies zou verwachten. Na een aantal draaibeurten ben ik het album, hoewel behoorlijk anders dan zijn eerdere werk, steeds meer gaan waarderen. 

Ook de als bonus toegevoegde singles uit 1971 en 1972 zijn het beluisteren meer dan waard. Heavy Heart is een langzame blues en op de experimentelere b-kant No Way Out horen we vocalen van Nigel Watson, waarmee Green de credits van de tweede single deelt. A-kant Beasts Of Burden is uptempo, terwijl B-kant Uganda Woman heerlijk relaxed is.

The End Of The Game is geen lichte kost, maar voor mij wel een mooi voorbeeld van de unieke gitarist die Peter Green die was. Voor het talent dat hij had, heeft hij misschien te weinig memorabele platen gemaakt, maar laten we zijn bijdrage aan de vroege Fleetwood Mac, zijn solo-hoogtepunten en zijn invloed op collega-muzikanten niet vergeten. 

© 2020 TTZL


Officiële Facebook: Peter Green
Wikipedia EN: Peter Green
Wikipedia NL: Peter Green

YouTube: Bottoms Up
YouTube: Timeless Time
YouTube: Burnt Foot
YouTube: Hidden Depth

YouTube: Heavy Heart
YouTube: No Way Out
YouTube: Beasts Of Burden [met Nigel Watson]
YouTube: Uganda Woman [met Nigel Watson]

YouTube: Merry-Go Round [Fleetwood Mac]
YouTube: I Loved Another Woman [Fleetwood Mac]
YouTube: Rollin' Man [Fleetwood Mac]
YouTube: Lazy Poker Blues [Fleetwood Mac]
YouTube: Rattleshake Snake [Fleetwood Mac]
YouTube: Searching For Madge [Fleetwood Mac]
YouTube: Black Magic Woman [Fleetwood Mac]
YouTube: Need Your Love So Bad [Fleetwood Mac]
YouTube: Albatross [Fleetwood Mac]
YouTube: Oh Well Part 1 en Part 2 [Fleetwood Mac]


zaterdag 18 juli 2020

#401: The Charlie Daniels Band - The Devil Went Down To Georgia (1979)

Op 6 juli jl. overleed country-zanger Charlie Daniels op 83-jarige leeftijd. Nu ben ik country-liefhebber noch -kenner en het enige dat ik van hem kende was dan ook de single The Devil Went Down To Georgia die in veel landen een hit werd. Ook in Nederland haalde het nummer de Top 40.

Ik vond het in 1979 een leuk nummer en kocht de single. Ook nu nog heeft het gesproken en gezongen verhaal over de strijd op viool tussen de duivel en de jongen zijn charme. Op de b-kant van de single staat (een 'edit' van) het nummer Rainbow Ride en dat deed mij niet verlangen naar meer werk van The Charlie Daniels Band

Voor dit blog ben ik daarom toch maar eens naar wat meer hits (in de VS, althans) van Charlie Daniels gaan luisteren, maar dat is mij eerlijk gezegd niet meegevallen. 

Uneasy Rider uit 1973 gaat over een niet zo vriendelijke ontvangst in een redneck bar en heeft dezelfde combinatie van spraak en zang als het latere The Devil Went Down To Georgia. Nummers als The South's Gonna Do It (Again) (1975), In America (1980), The Legend of Wooley Swamp (1980) en Still In Saigon (1982) staan bol van het soort Amerikaanse patriottisme en conservatisme waar ik graag zo ver mogelijk bij vandaan wil blijven. 

Naarmate Charlie ouder werd is het er niet beter op geworden. In de remake Uneasy Rider '88 is de plaats van handeling niet langer een redneck bar, maar een bar waar de zanger duidelijk niet veel mee op heeft:

The lights were low they had a punk rock band
And some orange haired feller singing about suicide
(...)
He looked like a girl but he talked like a guy
He had lipstick on and mascara in his eyes

En in het nummer (What This World Needs Is) A Few More Rednecks uit 1989 wordt het allemaal nog een graadje erger en komen teksten voor als:

What this world needs is a few more rednecks
Some people ain't afraid to take a stand
What this world needs is a little more respect
For the Lord and the law and the workin' man
(...)
And I don't care what nobody says
I don't trust ole Gorbachev
And I don't know who turned him on
But it's time to turn him off
(...)
Now they're tryin' to take my guns away
And that would be just fine
If you take 'em away from the criminals first
I'll gladly give ya mine
(...)
What most people call a redneck
Ain't nothin' but a workin' man
And he makes his livin'
By the sweat of his brow

Afijn, meer iets voor Trump, de KKK en de NRA dan voor mij en ik houd het daarom wel bij die ene single. Meer dan genoeg.

© 2020 TTZL



Officiële website: The Charlie Daniels Band
Wikipedia EN: Charlie Daniels
Wikipedia NL: Charlie Daniels
YouTube: Rainbow Ride

YouTube: Uneasy Rider [1973]
YouTube: In America [1980]
YouTube: Still In Saigon [1982]
YouTube: Uneasy Rider '88 [1988]

zondag 12 juli 2020

#400: Frank Zappa - Francesco Zappa (1984)

Aan het begin van de jaren tachtig bracht Frank Zappa een aantal klassiek georiënteerde albums uit. De eerste was London Symphony Orchestra, Vol I in juni 1983 (in september 1987 volgde Vol II) en in augustus 1984 Boulez Conducts Zappa: The Perfect Stranger waarop de beroemde Franse dirigent Pierre Boulez het Ensemble InterContemporain door drie Zappa-composities loodst. Frank Zappa vertolkt daarnaast op de synclavier vier eigen composities (als 'The Barking Pumpkin Digital Gratification Consort').

Onder diezelfde noemer verschijnt in november 1984 het album Francesco Zappa. Het is Zappa's vertolking op de synclavier van werken van de Italiaanse componist Francesco Zappa die in de tweede helft van de 18e eeuw zijn bloeiperiode had. Zo staat althans te lezen op de hoes en in het humoristische begeleidende essay 'The Musical Times Of Francesco Zappa' van David Ocker. Eerst werd nog getwijfeld of deze Francesco Zappa wel echt had bestaan, maar later bleek dat toch echt het geval te zijn. Hij speelde cello en componeerde in Italië, Engeland en lange tijd in Den Haag. 

Francesco Zappa komt ook voor in het standaardwerk The New Grove Dictionary of Music and Musicians, een encyclopedie over westerse muziek en musici. Toen Frank Zappa er achter kwam dat in de Grove wel een verwijzing stond naar Francesco, maar niet naar Frank, besloot hij dit op zijn eigen wijze aan te pakken. Hij zocht naar de composities van Francesco, arrangeerde deze voor de synclavier en nam ze op voor een album. 

Het resultaat doet denken aan de beroemde interpretaties van Bach en Beethoven/Rossini door Walter Carlos. Het zijn duidelijk klassieke werken, maar gespeeld op een synthesizer krijgen ze een heel eigen klankenpalet en sfeer. In het begin vervreemdend, maar na verloop van tijd begon het bij mij te wennen en nu kan er echt van genieten. Het hele album bevalt mij, maar als ik toch een paar favorieten moet noemen dan zijn dat Opus I - No. 1 1st movement AndanteOpus I - 2nd Movement Allegro en Opus IV - No. 4 1st Movement Minuetto.

Het is wellicht overbodig om te vermelden, maar inmiddels staan in de Grove zowel Francesco als Frank vermeld. Francesco staat nog wel als eerste, maar dat is puur en alleen vanwege de alfabetische volgorde.

© 2020 TTZL


Officiële website: Frank Zappa
Wikipedia EN: 
Frank Zappa
Wikipedia NL: Frank Zappa

zondag 5 juli 2020

#399: Stan Ridgway - The Big Heat (1993)

Stan Ridgway zong en speelde van 1977 tot 1983 bij Wall Of Voodoo, een Amerikaanse alternative rock band met post-punk en new wave invloeden. De band brak niet echt groots door, ondanks dat ze een kleine hit hadden met Mexican Radio (waar Gruppo Sportivo nog een leuke cover voor een single van maakte). Na het tweede album, waar die single op stond, hield Ridgway het voor gezien en startte hij een solo-carrière.

Stan Ridgway kwam in mijn vizier door de single Camouflage die in meerdere landen een hit werd in 1983 en in Nederland de 14e plek bereikte in de Top 40. Het nummer vertelt het verhaal van een militair die in 1965 in Vietnam in een lastig parket terecht komt en gered wordt door een andere militair die 'Camouflage' genoemd wordt. Er zitten allerlei onwerkelijke elementen in het verhaal en als die geredde militair terugkomt in zijn kamp volgt de climax. Ik kocht de CD en de lange versie van Camouflage die daarop staat is nog beter.

Naast een gave om sterke melodieën te schrijven, die ingebed worden in een spannende en soms ongewone instrumentatie, valt Ridgway vooral op door zijn sterke, beeldende teksten. Het zijn korte verhalen in een muzikale vorm gegoten. Camouflage is daar een voorbeeld van, maar er staan er veel meer op zijn debuutalbum The Big Heat

Zo schetst het titelnummer The Big Heat een privé-detective-achtige setting met bijbehorende film noir sfeer in de muziek. Na de wat zwartgallige toekomstvisie van "ieder voor zich" in Pick It Up (And Put It In Your Pocket) volgt de melancholieke blik in het nachtleven in Can't Stop The Show.

Het lichtvoetige Walkin' Home Alone en het lekker tegendraadse Twisted zijn prima nummers, maar de resterende drie tracks zijn mijn favorieten. In het uptempo Pile Driver wordt op ironische wijze de alsmaar voortrazende projectontwikkeling tegen het licht gehouden terwijl het geluid van de heimachine als ritme-element wordt gebruikt. In Salesman vertelt een handelsreiziger over zijn avonturen 'on the road' en ook hier is het, naast de teksten en de muziek, de voordracht van Stan Ridgway die het nummer naar een hoger niveau tilt.

Mijn absolute favoriet is het manische Drive She Said waarin een taxichauffeur langzaam beseft dat de vrouw die hij vervoert zijn taxi als een 'getaway car' gebruikt. Hij heeft een kort visioen waarin hij hun tweeën op een tropisch eiland ziet, maar het loopt natuurlijk anders af...

Er zijn van die albums die je na vele jaren en nog veel meer draaibeurten nog iedere keer weten te boeien. The Big Heat van Stan Ridgway is er voor mij zo'n plaat en gelukkig heeft hij na dit album nog veel meer mooie platen gemaakt. 

Bij het beluisteren van de tracks kun je teksten meelezen op deze fansite.

© 2020 TTZL


Officiële website: Stan Ridgway
Wikipedia EN: 
Stan Ridgway
Wikipedia NL: Stan Ridgway

YouTube: Camouflage (single versie)
YouTube: Camouflage 
YouTube: The Big Heat
YouTube: Twisted
YouTube: Pile Driver
YouTube: Salesman
YouTube: Drive She Said

YouTube: Mexican Radio [Wall Of Voodoo]
YouTube: Mexican Radio [Gruppo Sportivo]

zaterdag 27 juni 2020

#398: Venom - Manitou (1984)

Venom (opgericht in 1978) is een metal trio uit Newcastle dat tegen het einde van de NWOBHM (New Wave Of British Heavy Metal) in 1981 haar debuutalbum uitbrachtAlhoewel ik behoorlijk veel groepen van de NWOBHM volgde (zoals GirlschoolIron MaidenSaxonTygers Of Pan Tang, Def Leppard) is Venom nooit echt in mijn vizier gekomen. 

Dat heeft wellicht te maken met Manitou, hun 12" EP uit 1984. Ik heb deze ooit goedkoop aangeschaft, maar het werd geen plaat die vaak op mijn draaitafel belandde. Dat ligt niet zozeer aan de track Manitou zelf, want dat nummer kent een gaaf intro met zang ondersteund door 'tribal drums' (dat ook in de coupletten terugkomt) en de refreinen bestaan uit lekker stuwende metal. 

De nummers op B-kant doen die benaming helaas eer aan. Zowel Woman als Dead Of The Night zijn rommelig en gewoon niet best. Dat deed mij niet verlangen naar meer Venom. Dat bleek echter een vergissing. Terugkijkend blijkt het debuutalbum Welcome To Hell een goed album te zijn dat invloed heeft uitgeoefend op wat wij nu subgenres als thrash metal en extreme metal noemen. Het tweede album Black Metal is zo mogelijk nog beter en gaf zelfs de naam aan het subgenere Black Metal.

Na het tevens prima derde album At War With Satan (al verschillen de meningen over het 20 minuten durende titelnummer) verscheen de non-album 12" EP Manitou en die luidde een mindere fase in. Het vierde en vijfde album waren duidelijk van lagere kwaliteit en het originele trio Conrad "Cronos" Lant (bas, zang), Anthony "Abaddon" Bray (drums) en Jeffrey "Mantas" Dunn (gitaar) spatte uit elkaar. Eerst vertrok Cronos en toen die na een paar jaar terugkeerde vertrokken op hun beurt Abaddon en Mantas een paar jaar later. Venom bestaat nog steeds als trio met Cronos aan het roer, maar zo goed als bij de eerste drie albums is het niet meer geworden. 

© 2020 TTZL


Officiële website: Venom
Wikipedia EN: Venom
Wikipedia NL: Venom

YouTube: Manitou
YouTube: Woman
YouTube: Dead Of The Night

YouTube: Welcome To Hell [album]
YouTube: Black Metal [album]
YouTube: At War With Satan [album]

zaterdag 20 juni 2020

#397: Dread Zeppelin - Un-Led-Ed (1990)

Zoals ik in het blog van vorige week (#396) al aangaf, maakten de drie belangrijkste leden van The Prime Movers een doorstart  in Dread Zeppelin, een Led Zeppelin coverband. Bassist  Gary Putman (als 'Put-Mon'), drummer Curt Lichter (als 'Cheese') en gitarist Joseph "Severs" Ramsey (als 'Jah Paul Jo') startten Dread Zeppelin en na het toevoegen van hun vaste graficus Bryant Fernandez (als 'Ed Zeppelin') op congas, gitarist Carl Haasis (als 'Carl Jah') en zanger Tortelvis (aka Greg Tortell) was de band compleet. 

Maar het is geen recht-toe-recht-aan coverband (zoals de bijnamen al aangeven), maar één die Led Zeppelin covers in een reggae-stijl speelt, met Elvis Presley invloeden. Dat laatste komt vooral door "300-pound Vegas-era Elvis impersonator" Tortelvis die in kleding- en zangstijl zijn grote voorbeeld volgt. 

Immigrant Song, de eerste single, verkocht verrassend goed en moest al snel opnieuw geperst worden. De combinatie van Led Zep, reggae en Elvis zou natuurlijk desastreus kunnen uitpakken, maar dat doet het hier niet. Dat komt doordat er prima muzikanten bezig zijn die vooraf goed hebben nagedacht over bijvoorbeeld de arrangementen en de juiste dosis humor en ironie. En Immigrant Song klinkt daarom gewoon heel lekker.

De tweede single was Whole Lotta Love en ook dat nummer is heel knap getransformeerd naar de Dread Zeppelin-stijl. Helemaal verbazingwekkend is dat trouwens niet, omdat Led Zeppelin zelf ook al had geëxperimenteerd met reggae in het nummer D'yer Mak'er uit 1973. Daarna volgt nog de cassette EP Komm Gib Mir Deine Zeppelin, waarvan de titel een knipoog is naar de Duitstalige versie (Komm Gib Mir Deine Hand) van I Want To Hold Your Hand van The Beatles, waarna het album Un-Led-Ed verschijnt in 1990.

Op dit album pakt natuurlijk niet ieder nummer geweldig uit (Black Mountain SideMoby Dick), maar door het ijs zakken doen ze eigenlijk nergens en er staan heel veel goede versies tegenover. Mooie voorbeelden zijn Living Loving MaidBring It On Home en I Can't Quit You Baby.

Er zijn wat mij betreft drie hoogtepunten op het album. Allereerst is dat Your Time Is Gonna Come dat voor het eerst op de cassette EP voorkwam. Led Zeppelin-zanger Robert Plant schijnt gezegd te hebben dat hij de Dread Zeppelin-versie beter vindt dan hun eigen versie (en gezien deze korte clip op YouTube zou hij dat zomaar eens gezegd kunnen hebben).

In albumopener Black Dog zit al direct alle geniale gekte die je op de rest van het album ook hoort. Na 20 seconden intro komt ineens het thema van The Twilight Zone voorbij, waarna Tortelvis een heerlijke lijzige, laid back versie van Black Dog inzet. Het nummer zit vol met muzikale verwijzingen en spitsvondigheden. Ed Zeppelin heeft halverwege een gesproken woord verwijzing naar Custard Pie (een Led Zep track uit 1975) en tegen het einde van het nummer wordt Elvis' versie van Hound Dog knap verwerkt als "You ain't nothing but a Black Dog". 

Een andere Elvis-song, Heartbreak Hotel, wordt naadloos verwerkt in Heartbreaker (At The End of Lonely Street). De gitaarsolo in het midden van de track geeft nog maar eens aan dat we hier met echt goede muzikanten te maken hebben en niet een (overigens briljante) parodie á la Spinal Tap (amp goes up to 11)

Zoals met zoveel leuke dingen moet je wel weten wanneer het leuk is geweest en dat eigenlijk al na het eerste album. Het tweede album was al een stuk minder leuk en daarna werd de band een duiventil van vertrekkende en nieuwe bandleden. Zo leuk als het eerste album werd het nooit meer.

© 2020 TTZL


Officiële website: Dread Zeppelin

Wikipedia EN: Dread Zeppelin
Wikipedia NL: Dread Zeppelin
YouTube: Immigrant Song
YouTube: Moby Dick

YouTube: D'yer Mak'er [Led Zeppelin, van 'Houses Of The Holy' - 1973)

zondag 14 juni 2020

#396: The Prime Movers - Dark Western Night (1986)

Soms kom ik platen tegen in mijn collectie die ik eerst weer eens moet draaien om te weten hoe ze klinken. De dubbele 12-inch Dark Western Night van The Prime Movers was er zo eentje. Het zal waarschijnlijk een uitverkoopje zijn geweest eind jaren tachtig/begin jaren negentig en zo'n mooie gele vinylplaat als bonus bij de single is dan moeilijk te weerstaan.

Een Google-zoekopdracht is meestal voldoende om de hele doopceel van een band te lichten, maar hier was dat toch net iets meer werk. Het blijkt te gaan om een band uit Sierra Madre, California die in de jaren tachtig twee albums uitbracht, Museum (1984) en "Spooked" (1988). Albums die je overigens wel kunt vinden op Spotify, net als hun derde (tot aan 2016 onuitgebrachte) derde album Exposure, al worden ze op Spotify ook verward met de The Prime Movers uit Ann Arbor, Michigan, een band van eind jaren zestig.

Luisterend naar de drie studiotracks op de eerste 12-inch en de twee livetracks op de bonusschijf hoor je een echt jaren tachtig rockgeluid. Het klinkt als een Amerikaans antwoord op Britse bands als U2, Big Country en The Alarm, maar dan met een poptwist á la A Flock Of Seagulls

Gezien dat deze 12-inches werden uitgegeven in 1986 is het opmerkelijk dat er nummers van alle drie de albums op staan. De 'lead track' is Dark Western Night van het tweede album dat pas in 1988 zou verschijnen. Het is een toegankelijk nummer met goed in het gehoor liggende riffs en hooks en het zou niet gek geweest zijn als dit toen een hit was geworden. De tweede track, Lost In Your World, staat op het aanvankelijk niet eens uitgegeven derde album en Museum komt dan weer van het eerste album uit 1984. De versies op YouTube zijn niet exact dezelfde als op de 12-inch (albumversie respectievelijk live-versie), maar ze geven een goed idee.

Op de live 12-inch staan On The Trail van het eerste album en In Touch With You van het tweede album. Live klinkt het allemaal net iets rauwer en dat maakt het voor mij wel wat aantrekkelijker. Al met al is het geen band waarvoor ik direct het internet ga afstruinen op zoek naar de LP's en/of CD's, maar een een keertje de albums streamen zal er zeker van komen.

Het verhaal van The Prime Movers eindigt in 1988 (op wat reünie-optredens na), maar de drie belangrijkste leden doken kort daarna op in een wel heel opmerkelijke Led Zeppelin coverband. Maar daarover volgende week meer...

© 2020 TTZL


Officiële website: The Prime Movers
Wikipedia EN: The Prime Movers

zondag 7 juni 2020

#395: Echo & The Bunnymen - Shine So Hard (1981)

Echo & The Bunnymen behoort tot mijn favoriete Britse bands en met name hun eerste vijf albums uit de periode 1980-1987 (CrocodilesHeaven Up HerePorcupineOcean Rain en Echo & The Bunnymen) zijn mij dierbaar. Het werd daarom de hoogste tijd om eens een blog aan ze te wijden.

Hun verhaal start in 1978 als zanger/gitarist Ian McCullouch, na een aantal andere bandjes, met gitarist Will Sergeant en bassist Les Pattison een band begint. In het begin maken de drie nog gebruik van een drummachine en wordt de single The Pictures On My Wall opgenomen. Al snel wordt drummer Pete de Freitas het vierde bandlid (die als gevolg van een motorongeluk sinds 1989 deel uitmaakt van de 27 Club) en wordt het nummer voor het album Crocodiles opnieuw opgenomen als Pictures On My Wall.

Het album wordt door pers en publiek goed ontvangen, maar desondanks wil het met de singles nog niet erg lukken. Daar komt in april 1980 (een maand voor het verschijnen van het tweede album Heaven Up Here) verandering in als de sterke 12" live-EP Shine So Hard verschijnt. Op de hoes staat "Excerpts from the Original Soundtrack" en dat bleek te verwijzen naar de korte film Shine So Hard die 500 gelukkigen op VHS konden bemachtigen met een voucher die ze kregen bij een concert.

De EP bevat twee nummers van het debuutalbum. De live-versie van Crocodiles ligt qua sfeer dicht bij de studioversie van Crocodiles, maar is bijna twee keer zo lang. All That Jazz wordt een fractie sneller gespeeld dan de studioversie van All That Jazz die ook wat meer 'ruimte' in de instrumentatie heeft.

De andere twee nummers komen van het dan nog te verschijnen tweede album. Zimbo heet op het album All My Colours en die studioversie is een heel stuk trager dan de live-versie. Het nummer kent een Afrikaans aandoend drumpatroon wat ook goed naar voren komt in een versie met The Drummers Of Burundi op het WOMAD Festival 1982: Zimbo (All My Colours). De andere track is Over The Wall en ook deze live-versie is sneller en ook wat puntiger en scherper dan de wat ijle en atmosferische studioversie van Over The Wall

De Shine So Hard EP is belangrijk geweest voor het doorbreken van de band naar het grote publiek en zou de eerste van vele Top 40 noteringen betekenen voor Echo & The Bunnymen

© 2020 TTZL


Officiële website: 
Echo & The Bunnymen
Wikipedia EN: 
Echo & The Bunnymen
Wikipedia NL: Echo & The Bunnymen

YouTube: Crocodiles
YouTube: Zimbo
YouTube: All That Jazz
YouTube: Over The Wall

YouTube: Shine So Hard [korte film]

YouTube: The Pictures On My Wall [single, 1979]
YouTube: Pictures On My Wall [studioversie op 'Crocodiles', 1980]
YouTube: Crocodiles [studioversie op 'Crocodiles', 1980]
YouTube: All My Colours [studioversie van 'Zimbo' op 'Heaven Up Here', 1981]
YouTube: Zimbo (All My Colours) [live-versie op WOMAD 1982]
YouTube: All That Jazz [studioversie van 'Crocodiles', 1980]
YouTube: Over The Wall [studioversie van 'Heaven Up Here', 1981]

zondag 31 mei 2020

#394: Johnny Cash - With His Hot And Blue Guitar (1957)

Country muziek is niet echt mijn ding, net als religie. Daarom verbaast het mij nog steeds dat Johnny Cash mij zo aanspreekt (zie ook blog #160). Het heeft ermee te maken dat Cash' muziek geen pure country is, maar ook elementen uit de folk, blues, rock & roll, gospel en rockabilly bevat. En ook de no nonsens aanpak  van The Tennessee Three, meer dan 25 jaar zijn band, is belangrijk. Maar het is vooral ook de man zelf, met zijn rebelse karakter en zwarte humor, die mij bevalt.

Zijn carrière begint in 1955 als hij er uiteindelijk in slaagt om een platencontract bij Sun Records te krijgen. Zijn eerste single is Hey Porter (met op de b-kant Cry! Cry! Cry!). Het nummer doet het direct goed op de country hitlijst. Zijn volgende single is Folsom Prison Blues (b-kant: So Doggone Lonesome) en doet het nog veel beter met een top vijf notering.

Zijn derde single I Walk The Line (b-kant: Get Rhythm) haalt zelfs de eerste plek in de countrylijst en komt ook in de top 20 van de poplijst. Daarna volgen nog drie singles (YouTube: There You Go/Train Of LoveNext In Line/Don’t Make Me Go en Home of the Blues/Give My Love to Rose) voordat Johnny Cash de eerste artiest op het Sun Records label wordt die een heuse langspeelplaat mag uitbrengen: Johnny Cash With His Hot And Blue Guitar.

Vier van de twaalf songs op die eerste zes singles komen ook op het album: 
Cry! Cry! Cry!Folsom Prison Blues, So Doggone Lonesome en I Walk the Line. Alle vier sterke songs en twee daarvan (de 2e en 4e) zijn regelrechte Johnny Cash klassiekers geworden. Maar ook de andere acht nummers zijn gewoon goed en maken het een onwaarschijnlijk goed debuutalbum.

Opener Rock Island Line is één van de vele 'train songs' van Cash en mooi is dat het ritme, dat  onmiddellijk aan een trein doet denken, qua tempo gelijke tred houdt met de tekst. Ook The Wreck Of Old '97 is zo'n 'train song' met een folk-inslag. 

Naast de mooie countrynummers I Heard That Lonesome WhistleCountry Boy eRemember Me staan er ook een paar zogenaamde 'prison songs' op waarvan Cash er vele heeft gemaakt. Naast Doin' My Time is er het eerder genoemde Folsom Prison Blues waarin de hoofdpersoon vanuit de gevangenis de trein hoort langskomen:

When I was just a baby my mama told me, "Son
Always be a good boy, don't ever play with guns"
But I shot a man in Reno just to watch him die
When I hear that whistle blowing, I hang my head and cry

De nummers die de spirituele kant van Cash belichten zijn 
If The Good Lord's Willing en I Was There When It Happened en die maken dit fraaie album compleet. Als je een goed overzicht wilt hebben van Cash' periode bij Sun Records kan ik The Original Sun Albums 1957 - 1964 van harte aanbevelen.