Eén van mijn favoriete popplaten aller tijden kwam uit in 1986. David Baerwald en David Ricketts brachten toen het album Boomtown uit onder de artiestennaam David + David. Zij spelen en zingen (bijna) alles zelf op dit debuutalbum.
Het album heeft intrigerende klank. Zoals gezegd is het pop, maar wel met duidelijke rock-invloeden. Oppervlakkig beluisterd klinkt het misschien gepolijst, maar de gitaarpartijen geven het vaak een ruig randje. Samen met de vocalen die afwisselend (dubbelstemmig) harmonieus en rauw zijn zorgt dit voor een aangenaam totaalgeluid.
De klank van het album is helder en open en dat zal mede aan de producer en technicus gelegen hebben, maar toch vooral aan grootmeester Bernie Grundman die het album gemasterd heeft (kijk voor de lol even naar zijn indrukwekkende CV door op zijn naam te klikken).
Het was de albumopener Welcome To The Boomtown die ik op de radio hoorde en waardoor mijn interesse gewekt werd. Het nummer kent een prachtig intro van een ingehouden gierende gitaar waarna zich een lekker slepende song ontvouwt. Het nummer verhaalt over het leven in Los Angeles in de 80-er jaren, zoals een rijkeluisdochter die ten prooi valt aan de cocaïne ("the ambulance arrived too late, I guess she didn't want to wait") of een college-dropout ("Handsome Kevin got a little off track, took a year off from college and he never went back") die drugs gaat dealen.
Als je naar het nummer luistert komen vanzelf beelden van Amerikaanse TV-series uit de jaren 80 naar boven (als je oud genoeg bent tenminste). Ook de rest van de nummers van het album hebben hetzelfde 'Los Angeles in the 80s' thema. Het album fungeert als een momentopname van de Ronald Reagan-jaren in de VS: materiële welvaart, maar immateriële armoe.
Op het album rijgen de parels zich vervolgens aaneen. Swallowed By The Cracks
is een uptempo nummer met prachtige vocalen. Ain't So Easy heeft een fijn ritmisch patroon en mooi refrein. Being Alone Together is broeierig, donker en triestig en A Rock For The Forgotten heeft een apart intro voordat een sfeervol nummer zich ontwikkeld met iets over de helft een prachtige passage met rauwe zang. Eén van mijn favoriete nummers is River's Gonna Rise. Het start rustig, is fanatieker in het geweldige refrein en eindigt met een heerlijk ruig duet van vervormde gitaren.
Soms staan aan het einde van een album de mindere nummers, maar dat is hier bepaald niet het geval. De soul- en funk-invloeden (hoor die bas!) op Swimming In The Ocean werken heel goed en All Alone In The Big City is voor mij de absolute topper. Het start met de diepste tonen die je op een piano kunt vinden en die blijven het hele nummer door op de achtergrond aanwezig. De zang is geweldig, het refrein en de sfeer zijn magistraal en de blazers op het eind maken het helemaal af. Het laatste nummer Heroes is een rustpuntje waarmee we weer even op adem kunnen komen.
Helaas heb ik met bovenstaande het gehele oeuvre van David + David behandeld, want het is bij dit ene album gebleven. David Baerwald startte een solo-carrière en maakte een paar mooie albums en soundtracks. David Ricketts legde zich meer toe op schrijven, spelen en produceren en werkte met artiesten als Toni Childs, Sheryl Crow, Meredith Brooks en Robbie Robertson.
© 2020 TTZL
Discogs artist page: David + David / David Baerwald / David Ricketts
Fan website: David Baerwald /
Wikipedia EN: David + David / David Baerwald / David Ricketts
YouTube: Boomtown [album]
YouTube: Welcome To The Boomtown
YouTube: Swallowed By The Cracks
YouTube: Ain't So Easy
YouTube: Being Alone Together
YouTube: A Rock For The Forgotten
YouTube: River's Gonna Rise
YouTube: Swimming In The Ocean
YouTube: All Alone In The Big City
YouTube: Heroes
In 1996 verscheen het debuutalbum van een duo uit Manchester, bestaand uit producer en muzikant Andy Barlow en zangeres/gitarist/cellist Louise Ann ('Lou') Rhodes. Onder de bandnaam Lamb hadden ze een geheel eigen muzikaal universum gecreëerd waarin invloeden uit onder andere trip hop, drum 'n' bass, jazz en klassiek werden samengesmeed.
Het album kreeg lovende kritieken en wie naar nummers als Lusty, God Bless, Cotton Wool en Górecki (gebaseerd op Henryk Górecki's derde symfonie) luistert zal begrijpen waarom. Veel atmosfeer, tegendraadse ritmes, sensuele vocalen, experimenteel en toegankelijk tegelijkertijd. Na nog drie albums hielden ze het in 2004 voor gezien en brachten Barlow en Rhodes solowerk uit. Vanaf 2009 werken ze echter weer samen als Lamb.
Ook op het debuutalbum staat Trans Fatty Acid. Een heerlijk loom ritme, heel donker van toon, met veel dub en lekker lijzig gezongen. Het is dan ook niet gek dat ze dit nummer uitkozen in mei 2014 om te remixen voor een Record Store Day uitgave. Tegelijkertijd was het een aankondiging van hun te verschijnen zesde album en daarom staat er ook een track van dat album op deze mooie 10 inch van rood vinyl.
De remix heet Transfatty Acid (Pure Filth 2014 Mix) en heeft een harder en scherper geluid dan het origineel, vooral als gevolg van de toegevoegde effecten. Het is interessante aanpak en in combinatie met de mooie clip werkt het prima, maar ik prefereer het origineel. De nieuwe track is SH09 Is Back en die heeft een heerlijke kale ritmetrack als ruggegraat, waarover spaarzaam extra instrumenten en elementen worden toegevoegd.
Nu ik het nummer weer eens hoor maakt het mij eerlijk gezegd wel nieuwsgierig naar de rest van het album Backspace Unwind en hun meest recente album, The Secret Of Letting Go.
© 2020 TTZL
Officiële website: Lamb
Wikipedia EN: Lamb
Wikipedia NL: Lamb
YouTube: Transfatty Acid (Pure Filth 2014 Mix)
YouTube: SH09 Is Back
YouTube: Trans Fatty Acid
YouTube: Lusty
YouTube: God Bless
YouTube: Cotton Wool
YouTube: Gorécki
Alle lezers van harte gefeliciteerd! Het is je misschien even ontgaan, maar afgelopen donderdag vierden we de vijftigste verjaardag van het muziekgenre heavy metal. Op 13 februari 1970 verscheen namelijk het gelijknamige debuutalbum van Black Sabbath en dat wordt toch vrij algemeen gezien als het startpunt, ook al was de term toen nog geen gemeengoed. Black Sabbath-drummer Bill Ward noemde het zelf 'downer rock' en de oorsprong van de term heavy metal is in nevelen gehuld.
Het verhaal van het album is bijna te onwerkelijk om waar te zijn. Op de eerste single na werd het hele album, live in de studio, in één dag opgenomen op slechts vier sporen. Daarnaast was het de eerste klus van Rodger Bain als producer en kostte het maken van het hele album slechts zo'n 600 Engelse ponden.
De band heette overigens eerst Polka Tulk Blues Band en veranderde de naam later in Earth. Toen bleek dat er al een andere band actief was onder die naam werd voor Black Sabbath gekozen, de titel van een nummer dat ze al geschreven hadden (naar de Engelse titel van een Italiaanse film uit 1963 met Boris Karloff).
Bij gebrek aan succes had hun producer vergeefs geprobeerd om ze, met behulp van songschrijvers van buitenaf, in een wat commerciëler keurslijf te dwingen. Toen ook dit niet tot een platencontract leidde leende hij ten einde raad wat geld om een album op te nemen. De band mocht hun eigen materiaal spelen en nam op 10 november 1969 Evil Woman op, een cover van een nummer van de Amerikaanse band Crow. Op de b-kant staat Wicked World dat ook terecht zou komen op de US-versie van het album.
Op 17 november 1969 nam de band de rest van het materiaal op en verliet daarna snel de studio om in Zwitserland te gaan optreden. De muziek zelf stond diametraal ten opzichte van de hippie- en psychedelica-invloeden van die tijd. Tony Iommi wilde bijvoorbeeld zoveel mogelijk 'distortion' op zijn gitaar terwijl op dat moment iedereen op zoek was naar een zo 'clean' mogelijk geluid. Ook de teksten zijn anders dan tot dan toe gebruikelijk. Ze zijn morbide en verhalen over bovennatuurlijke fenomenen, duisternis en dood.
Er waren vóór Black Sabbath natuurlijk wel al tekenen geweest die duidden op de komst van zwaardere, ruigere muziek. Denk bijvoorbeeld aan de harde gitaarriff in You Really Got Me van The Kinks, aan het smerige geluid van Blue Cheer in Summertime Blues of aan de duisternis in In-A-Gadda-Da-Vida van Iron Butterfly, maar pas bij Black Sabbath kwam het allemaal samen tot één organisch geheel.
De band had zelf geen bemoeienis met de mix en de produktie van het album. Het idee voor de geluidseffecten in het titelnummer komt dan ook voor rekening van de producer en de technicus. Ook bij het hoesontwerp was de band niet betrokken en zij hoorden de plaat zelf pas voor het eerst toen deze al tot de achtste plek in de Engelse albumlijst was doorgedrongen (hetgeen opmerkelijk was omdat de single Evil Woman niet succesvol was geweest).
Wat kan ik zeggen over dit geweldige album dat niet eerder al gezegd is? Het album opent met hun 'anthem', Black Sabbath. We horen regen, donder en kerkklokken en na het iconische intro en zingt Ozzy Osbourne wanhopig:
What is this that stands before me?
Figure in black which points at me
Turn around quick, and start to run
Find out I'm the chosen one
Oh no
Ik ken maar weinig albums met zo'n sterke opening die mij nog altijd kippevel bezorgd. Daarna horen we in The Wizard heel duidelijk de bluesinvloeden terug en Behind The Wall Of Sleep is een afwisselend nummer waarin Ozzy's stem verdrinkt in echo. N.I.B. heeft een heerlijke baspartij van Geezer Butler en sluit in stijl kant A af.
Nadat Evil Woman kant B heeft geopend volgt Sleeping Village. Het nummer start met een rustig akoestisch gitaarintro, komt gaandeweg op stoom en eindigt weer rustig. Afsluiter Warning is opnieuw een cover, dit keer van een nummer van The Aynsley Dunbar Retaliation. Het is een geweldige trip van zo'n tien minuten en kan wedijveren met het titelnummer om de prijs voor het beste nummer van het album.
Het belang van dit album voor de muziekgeschiedenis kan niet worden overschat en het staat na vijftig jaar nog steeds als een huis. En zoals met alle goede muziek, deze plaat verveelt mij nooit. Iedere draaibeurt is opnieuw een feest. Een morbide feest weliswaar, maar toch een feest.
© 2020 TTZL
Officiële website: Black Sabbath
Wikipedia EN: Black Sabbath
Wikipedia NL: Black Sabbath
YouTube: Black Sabbath [album]
Youtube: Black Sabbath
Youtube: The Wizard
Youtube: Behind The Wall Of Sleep
Youtube: N.I.B.
Youtube: Evil Woman
Youtube: Sleeping Village
Youtube: Warning
YouTube: Wicked World
YouTube: Evil Woman [Crow, 1969]
YouTube: Warning [The Aynsley Dunbar Retaliation, 1967]
YouTube: You Really Got Me [The Kinks, 1964]
YouTube: Summertime Blues [Blue Cheer, 1968]
YouTube: In-A-Gadda-Da-Vida [Iron Butterfly, 1968]
Na zeventien studio-albums en een handvol live albums met The Bad Seeds, nevenprojecten, soundtracks en boeken mag Nick Cave inmiddels gerust een gevestigde naam genoemd worden. The Bad Seeds zijn echter niet het startpunt, Cave was in Australië al actief in de band The Birthday Party.
Ik kwam met de band in aanraking toen ik hun derde plaat, Junkyard, bij de audiotheek leende. Ik had erover gelezen in Muziekkrant OOR en was benieuwd geworden. De vreemde mengeling van garage, art en psychedelic rock gemixt met invloeden uit de blues en punk maakte indruk.
Albumopener She's Hit heeft een heel traag ritme, een gruizig en metalig geluid en de door alles heen snijdende vocalen van Nick Cave. Een prima introductie tot het album en direct daarna dendert Dead Joe op volle snelheid uit de boxen, net als de bij momenten intense tracks Kiss Me Black, Hamlet (Pow, Pow, Pow) en Kewpie Doll. En terwijl de midtempo tracks als The Dim Locator en Big-Jesus-Trash-Can de vaart erin houden zijn het vooral de tragere tracks die opvallen.
Zo heeft Several Sins een heerlijke prominente baslijn en is vooral de zang van Cave opvallend. Deze heeft namelijk iets van een melodielijn! Ook 6" Gold Blade begint met een lekkere bas, waarna het nummer langzaam wordt opgebouwd tot een kakofonisch hoogtepunt en daarna ook weer afgebouwd. De waanzin bereikt een climax in afsluiter Junkyard. In een slepend geheel schreeuwt Cave "I Am The King!" en ik denk niet dat er veel nummers zijn waarop de gitaren vuiler, vunziger en gruiziger klinken dan hier.
Junkyard zou de laatste LP van de groep blijken zijn. Na nog twee EP's kwam er een split en ging Nick Cave met The Bad Seeds verder. Ik kan niet zeggen dat Junkyard van The Birthday Party een vijfsterrenplaat is, maar vanwege het unieke geluid en karakter heeft het album wel nog altijd een bijzondere aantrekkingskracht.
In de afgelopen zeven jaar heb ik in dit blog regelmatig aandacht besteed aan ambient muziek. De voorbeelden die onderaan dit blog genoemd staan geven al aan dat die muziek eigenlijk niet onder één noemer te vatten valt. Er zijn ambientsoorten met dub-, house-, techno- of pop-invloeden.
En er zijn dark ambient en space music, twee vormen die eigenlijk mijlenver van elkaar staan. De eerste creëert vaak een stemmige, soms zelfs onheilspellende sfeer, soms met behulp van brute geluiden terwijl de tweede vaak een lichtere, positieve toon heeft (zoals bijvoorbeeld Gamelonia Dawn van Malcolm Cecil).
Daarnaast is het bij sommige vormen de vraag of "muziek" een juiste benaming is. De afwezigheid van een traditionele muzikale structuur, melodie en ritme maken dan plaats voor een gelaagde opbouw van geluiden die tezamen een zich traag ontvouwend klanklandschap ("soundscape") vormen. Dat is van toepassing op veel dark ambient en mooie voorbeelden daarvan staan op de twee CDs van het compilatie-album Deepnet uit 1996 op het Side Effects label.
Het album opent met één van de grootmeesters van het genre, Robert Rich. Zijn track Bioelectrical Plasma heeft een dromige atmosfeer, doorspekt met machinale geluiden. Een andere grote naam, Lustmord, volgt daarop met Deep Calls To Deep en dat is een werk dat veel donkerder en dreigender van aard is. Daarmee vergeleken is De Umbris Idearum van Coma Vi®us (een soloproject van Paul Haslinger) weer wat lichter van toon.
Dat er ook binnen het dark ambient genre significante verschillen bestaan tonen de tracks van Monte Cazazza [Extinction Part 1 en Part 2], CTI [La Genou (Aux Goûts Spéciaux)] en Octopus [Giving Up Skenge (Macrodub)] aan. Hierin is er juist wel een belangrijke rol weggelegd voor ritmische elementen.
Ook de andere nummers op het dubbelalbum zijn van hetzelfde hoge niveau zoals je bij (actieve of passieve) beluistering van het album zult bemerken. Dit maakt een Deepnet een mooie staalkaart en een goede introductie tot het dark ambient genre.
Ambient blogs:
#65: Scorn - Evanescence (1994)
#102: The Fires Of Ork - The Fires Of Ork (1993)
#108: Muslimgauze - Drugsherpa (1994)
#138: Pacific 231 / Rapoon - Palestine (2007)
#148: Biosphere - Microgravity (1991)
#184: :zoviet*france: - Digilogue (1998)
#192: Pete Namlook & Dr. Atmo - Silence I + II (1992/1993)
#267: Connect.Ohm - 9980 (2012)
#294: Banco de Gaia - Last Train To Lhasa (1995)
#337: Robert Scott Thompson - The Silent Shore (1996)
#357: Lustmørd – Heresy (1990)
In blog #297 besteedde ik al eens aandacht aan het Delftse De Div. Deze band bestond van 1979 tot 1990 en het vorige blog focuste zich op materiaal uit de latere periode (1985/86). Deze keer wil ik terug naar de start, de mini-LP Stap Voor Stap uit 1981.
In het prille begin is het een experimentele groep. Het eerste optreden is in de hal van het gebouw van bouwkunde van de TU Delft in het kader van een protest tegen de invoering van de tweefasenstructuur en daarom werd er ook in het Nederlands gezongen (en dat bleef lange tijd zo). Al snel wordt het serieuzer en ontstaat de bezetting van de eerste platen: Art Zaaijer (zang), Marc De Reus (bas), Peter De Wolf (drums), Rob Dingemans (gitaar) en Niek Van Slobbe (gitaar).
Met producer Dick Polak (ook wel bekend als Dirk Polak en vooral bekend van Mecano) worden medio 1981 vier nummers opgenomen die nog hetzelfde jaar verschijnen bij het eveneens Delftse label Plexus.
Het mini-album opent met Stap Voor Stap en dat nummer ligt van alle vier de tracks het dichtst bij het hoekige, tegendraadse en met funk-invloeden geïnjecteerde geluid dat op de toekomstige releases zo kenmerkend zal zijn voor De Div. Ook tekstueel is het een voorbode van wat gaat komen: abstract, kritisch en non-conformistisch.
In Het Midden is muzikaal iets traditioneler van opbouw en vorm dan het titelnummer en heeft de prachtige tekstuele passage:
Langzaam, langzaam, kijk om je heen
Langzaam, langzaam, jouw ogen zijn van steen
Hoor ze schuren in hun kassen
En bij iedere stap
Hou ik meer, hou ik meer
Hou ik meer van dat geluid
De twee nummers op kant B kennen tekstuele thema's die persoonlijk van aard en redelijk verhalend zijn, respectievelijk over eenzaamheid en de leegte van het bestaan. Het zullen uitzonderingen blijken te zijn in het oeuvre van De Div.Spetters heeft een inventief drumritme en een geweldige diepe bas. Daarbij komt nog dat de melodielijn van de zang heerlijk eigenzinnig is, net als in het nummer daarna, Meer.
In mijn vorige blog over De Div uit juni 2018 schreef ik dat het mooi zou zijn als iemand het complete oeuvre van De Div (inclusief demo's, cassettes, tracks op verzamelaars etc.) zou uitbrengen in een mooie, geremasterde verzamelbox. Helaas is dat er nog niet van gekomen. En dat is jammer, want de muziek van De Div verdient absoluut een tweede ronde.
© 2020 TTZL
Na de blogs #117 en #317 mag het duidelijk zijn dat de Amerikaanse punk band Dead Kennedys mij kan bekoren. Met name de eerste periode (1978-1986), waarin Jello Biafra de zanger, tekstschrijver en belangrijkste componist was, leverde prachtalbums en -singles op.
Na de split in 1986 ging Biafra zich vooral richten op het runnen van het Alternative Tentacles label (met het briljante motto 'Tormenting The Stupid Since 1979') en bracht hij regelmatig solo-albums uit, zowel spoken word als muziek, het laatste vaak in samenwerkingen of gelegenheidsgroepen.
De samenwerking uit 1989 met de Canadese hardcore-band D.O.A. bevalt mij het beste. Last Scream Of The Missing Neighbors bevat een half uurtje heerlijke, kwaliteitspunk met een mening.
De eerste vier nummers verschillen muzikaal niet heel veel van elkaar, maar klinken prima en bij de a capella opening van het het eerste nummer (That's Progress) weet je meteen dat het tekstueel ook weer goed zit:
Give me an M!
Give me an A!
Give me a you!
Give me an L!
Give me your money! (Sure!)
What's that spell? (Mall!)
What's that spell? (Shopping Mall!)
Veel teksten zijn dertig jaar later nog verbazingwekkend actueel, zoals over de tandeloze UN vredesmacht (Attack of the Peacekeepers) of het hilarische Power is Boring waarin de alledaagse problemen van een dictatoriaal heerser worden behandeld. Het onderwerp in Wish I Was in El Salvador is dan wel achterhaald, de focus op de overzeese Amerikaanse "interventies" is dat zeer zeker niet.
Muzikaal gezien zijn de laatste twee nummers het meest interessant. Op een hele knappe manier bewerken Biafra en D.O.A. het geweldige origineel van The Animals naar een heel eigen versie van We Gotta Get Out of This Place. Ook de tekst lijkt op hun lijf geschreven.
Afsluiter is het bijna veertien minuten durende Full Metal Jackoff. Het nummer kent een prachtige opbouw waarbij de riff ontstaat vanuit gitaar-feedback en de track langzaam wordt opgebouwd. Het nummer kent krachtig gitaarwerk van D.O.A.'s Joe Keithley en de tekst van het nummer is een bijtende aanval op de regering Reagan/Bush.
Het gaat over het Iran-Contra-schandaal, de vermeende betrokkenheid van de CIA bij drugsinvoer in de Verenigde Staten, de controle over de samenleving en de dreigende verandering van Amerika in een politiestaat. Ook wordt de veronderstelde betrokkenheid belicht van de Amerikaanse regering bij het vermoorden en verdwijnen van hun eigen burgers ("net als in Chili of Guatemala") en vandaar de titel Last Scream of the Missing Neighbors. Heel treffend is de passage waarin Biafra vraagt "Do you really think your neighbors would even care?" terwijl het geluid van marcherende laarzen aanzwelt.
Natuurlijk hoef je het niet met alles eens te zijn, maar vooral de bevlogenheid en het doorzettingsvermogen dat Jello Biafra al tientallen jaren tentoonspreidt moet toch ontzag afdwingen. Speciale vermelding verdient nog de hoes van 'Punk Art Surrealist' Winston Smith die al veel meer hoezen voor onder andere Dead Kennedys en Jello Biafra heeft gemaakt.
Er ging een grote schok door de muziekwereld toen het bericht kwam dat drummer en tekstschrijver Neil Peart van Rush was overleden op 67-jarige leeftijd. Zijn ziekte (hij vocht drie-en-een-half jaar tegen hersenkanker) was een goed bewaard geheim en het lijkt erop dat het nogal plotselinge einde van Rush een paar jaar terug dus niet alleen met zijn spierproblemen in benen en armen te maken had. Eerder had het verlies binnen tien maanden in 1997-98 van zijn dochter (ongeluk) en vrouw (kanker) al voor een lange sabbatical gezorgd.
Neil Peart was onbetwist één van de beste rockdrummers aller tijden en is van invloed geweest op vele andere rockdrummers. Zijn 'in-concert' drumsolo's zijn vermaard vanwege zijn gebruik van een zeer uitgebreide drumkit (zie bijvoorbeeld zijn optreden bij David Letterman). Voor mij zit zijn grootsheid echter nog meer in de inventieve manier van drummen waarmee hij de bas van Geddy Lee en de gitaar van Alex Lifeson ondersteunde binnen de songs van Rush.
Het is allemaal goed terug te horen op Moving Pictures, het absolute hoogtepunt in het oeuvre van Rush (al komen Permanent Waves en 2112 akelig dicht in de buurt). Het album opent met Tom Sawyer en met de prachtige synthesizerpartijen is het een ultiem progrock nummer.
In het daaropvolgende Red Barchetta beschrijft Peart een toekomst waarin autorijden verbannen is door een 'motor law', maar de oom van de protagonist heeft nog een rode Barchetta verborgen waar ze op zondagen heimelijk in rijden. Prachtige verhalende song met heerlijk gitaarwerk, zowel subtiel als uit de bocht gierend als een sportwagen.
Het instrumentale YYZ is een concertfavoriet en verwijst naar de code van het vliegveld in de buurt van Rush' thuisbasis. Die code hoorde Rush in morse toen zij door gitarist Alex Lifeson naar huis werden gevlogen en dat ritme werd de basis voor YYZ (en is ook in het nummer terug te horen). Limelight sluit daarna kant A af in stijl. Het nummer drukt Peart's onbehagen uit met alle aandacht die blijkbaar hoort bij het succes dat ze hebben.
Op kant B opent het elf minuten durende The Camera Eye met een uitgesponnen intro dat na een minuut of twee abrupt overgaat in de rest van de track. Daarin krijgen alle drie bandleden de ruimte om te excelleren en fabriceren ze een intrigerend werkstuk.
In Witch Hunt roept het intro een heel naargeestige sfeer op die perfect bij het nummer blijkt te passen. De heksenjacht wordt hier overdrachtelijk gebruikt voor de situatie waarin machthebbers het volk manipuleren:
The righteous rise
With burning eyes
Of hatred and ill-will.
Madmen fed on fear and lies
To beat and burn and kill.
They say there are strangers who threaten us,
Our immigrants and infidels.
They say there is strangeness to danger us
In our theatres and bookstore shelves,
That those who know what's best for us
Must rise and save us from ourselves.
Er is sinds 1981 niet veel veranderd...
Afsluiter Vital Signs kent een heerlijk hoekig ritme en in de gitaarriff zijn reggae-invloeden te herkennen. Het gebruik van electronica (met name het gebruik van sequencers) wordt op de volgende albums verder uitgebouwd. Ook hier is het tekstuele thema (individualiteit versus de druk om te conformeren aan de norm) nog steeds actueel.
Met de hoes van het album is ook nog iets bijzonders aan de hand. Het is een 'triple entendre' (drievoudige woordspeling). Ten eerste zien we verhuizers die schilderijen verplaatsen ('they are moving pictures'). Ten tweede staan er mensen naar de schilderijen te kijken en deze zijn erdoor ontroerd ('emotionally these are moving pictures'). En ten derde zien we op de achterkant van de hoes dat een filmcrew een 'moving picture' van het geheel aan het opnemen is.
Tot slot moet ik de lezers van dit blog mijn verontschuldigingen aanbieden. Ik kwam er tot mijn schrik achter dat ik niet eerder over Rush geschreven heb terwijl de band tot mijn favorieten behoort. Ik hoop het in de toekomst meer dan goed te maken!
© 2020 TTZL
Officiële website: Rush
Wikipedia EN: Rush
Wikipedia NL: Rush
Vorige week schreef ik over Epische Rock Songs uit de TOP 2000 en kondigde ik dit vervolg al aan. Als je namelijk buiten de kaders van de (hard) rock kijkt, zie je nog veel meer (en veel langere) epische tracks waarvan vele iedere jaar weer de TOP 2000 halen.
Ik heb dertig favorieten geselecteerd en naar mijn voorkeur (van dit moment) gerangschikt. Opvallend is dat 29 van de 30 tracks uit de periode 1968-1997 komen en er slechts één van latere datum is: Blackstar van David Bowie uit 2015.
Wellicht heeft dat iets te maken met de opkomst van muziek luisteren via streaming platforms. De lengte en structuur van popmuziek wordt hier wezenlijk door veranderd. In bijvoorbeeld dit artikel in De Volkskrant wordt uitgelegd waarom tegenwoordig in veel nummers het refrein al binnen dertig seconden te horen is: "Want anders klikken mensen door naar het volgende nummer". Ook de lengte van een track is begrensd op tien minuten als je deze in aanmerking wilt laten komen voor de hitlijsten.
Betekent dit dat er tegenwoordig geen lange tracks meer gemaakt worden? Natuurlijk niet. Er zijn genoeg artiesten die zich hier niets van aantrekken en heerlijke lange tracks maken. Voorbeelden te over in de jaarlijkse lijst met 'ondergewaardeerde liedjes', de SNOB 2000, zoals Fear Inoculum (10:23) van TOOL, Not van Big Thief (6:06) of Auster (8:58) van Monomyth - allemaal tracks uit 2019.
Ik heb een YouTube Playlist aangemaakt waarmee onderstaande tracks achter elkaar worden afgespeeld en je meer dan vijf uur (!) kunt genieten van:
Elvis Costello - I Want You (1986, #712, 06:44)
Kraftwerk - Autobahn (1975, #1105, 22:42)
Pink Floyd - Echoes (1971, #194, 23:31)
The Doors - Riders On The Storm (1971, #75, 07:14)
Billy Joel - Goodnight Saigon (1983, #101, 06:58)
Supertramp - Fool's Overture (1977, #71, 10:52)
Yes - Close To The Edge (1972, #1620, 18:12)
David Bowie - Blackstar (2015, #1267, 09:57)
Peter Gabriel - Biko (1980, #1346, 07:32)
Neil Young - Like A Hurricane (1977, #562, 08:14)
Radiohead - Paranoid Android (1997, #342, 06:23)
Joe Jackson - A Slow Song (1982, #1880, 07:13)
Underworld - Born Slippy .NUXX (1996, #418, 9:41)
Dire Straits - Telegraph Road (1982, #40, 14:02)
Genesis - Firth Of Fifth (1973, #688, 09:35)
Duncan Browne - The Wild Places (1979, #1864, 06:03)
Creedence Clearwater Revival - I Heard It Through The Grapevine (1973, #1000, 11:05)
Iron Butterfly - In A Gadda Da Vida (1970, #1100, 17:05)
Rare Earth - Get Ready (1970, #1597, 21:03)
Al Stewart - Year Of The Cat (1977, #656, 06:40)
Derek & The Dominos - Layla (1971, #732, 07:01)
Sinead O'Connor - Troy (1987, #250, 06:03)
10cc - I'm Not In Love (1975, #551, 06:04)
Don McLean - American Pie (1972, #542, 08:27)
Richard Harris - MacArthur Park (1968, #1696, 07:02)
The Mark & Clark Band - Worn Down Piano (1977, #274, 08:01)
Manfred Mann's Earth Band - Blinded By The Light (1976, #1622, 07:06)
Bob Dylan - Hurricane (1975, #208, 08:33)
Santa Esmeralda - Don't Let Me Be Misunderstood (1977, #1816, 16:05)
Bruce Springsteen - Jungleland (1975, #717, 09:33)
Zoals hierboven te zien is dreigen er een aantal tracks (met name die van Santa Esmeralda, Duncan Browne en Joe Jackson) volgend jaar uit de TOP 2000 te tuimelen. Ik ben benieuwd of dat in 2020 ook echt gebeurd en of er interessante nieuwe 'Epic Tracks' bij zullen komen.