Zoeken in deze blog

zondag 8 september 2024

#617: Herbie Flowers (1938-2024)

Herbie Flowers is deze week op 86-jarige leeftijd overleden. De naam van deze bassist zal waarschijnlijk niet direct bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar er zijn nummers waar hij op speelt die iedere lezer van dit blog kent.

Hij was redelijk bekend van de Brits/Australische band Sky, die jazz, rock en klassiek tot een eigen geluid mengde en in 1980 met Toccata een hit had (zie ook blog #67). Alhoewel Sky een trouwe aanhang had sinds de start in 1978, is ander werk van Herbie Flowers veel bekender. 

Zo was hij bijvoorbeeld mede-oprichter van Blue Mink (bekend van  onder andere Melting Pot, Good Morning Freedom en Banner Man) dat bestond van 1969 tot 1977. Daarnaast was Flowers van augustus 1976 tot aan de dood van frontman Marc Bolan in september 1977 lid van de laatste versie van T. Rex en is hij te horen op het laatste album, Dandy in the Underworld.

Toch leeft hij vooral voort door zijn werk als sessiemuzikant, iets dat hij zijn hele leven heeft gedaan, ook toen hij in diverse bands zat. Hij werkte voor bekende producers als Mickie MostSteve RowlandGus Dudgeon en Tony Visconti.

Op die manier kwam zijn basspel terecht op albums als Tumbleweed Connection en Madman Across The Water van Elton John, The Bride Stripped Bare van Bryan Ferry en Jeff Wayne's Musical Version of The War of the Worlds. Ook is hij te horen op diverse solo-albums van Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr en hij speelde met de groten uit de jazz

Flowers bespeelde echter meer instrumenten de basgitaar. Hij kon ook goed overweg met de klassieke staande bas en de tuba. Op dat laatste instrument is hij te horen op Sky-albums, maar ook bijvoorbeeld in de blazerssectie op Abbey Road van The Beatles.

Zijn meest gehoorde werk deed hij voor David Bowie en Lou Reed. Hij is te horen op het eerste album en Diamond Dogs van Bowie en daarmee op nummers als Diamond Dogs, Rebel Rebel en natuurlijk Space Oddity. Het prachtige, atmosferische bas-geluid in de intro van dat nummer is dus van Flowers.

Op Lou Reed's album Transformer deelt Flowers de baspartijen met de legendarische sessiemuzikant (en producer) Klaus Voormann. Flowers speelt op het album ook staande bas en tuba. En misschien nog wel iconischer dan zijn basspel op Space Oddity is de baspartij die hij creëerde voor Lou Reed's Walk On The Wild Side. Doe jezelf een plezier en luister nog eens een keer aandachtig naar Walk On The Wild Side en concentreer je dan niet op Reed's stem, maar op het basspel van Flowers. Zijn spel is zó bepalend voor de sfeer van het nummer, zonder dat ze op de voorgrond treden of overheersend zijn.

Flowers heeft een lang leven gehad en is dus in de gelegenheid geweest om aan hele veel mooie muziek mee te werken. Als je het allemaal overziet kun je niet anders dan concluderen dan dat een groot muzikant is heengegaan.

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: Herbie Flowers
Wikipedia NL: 
Herbie Flowers

Spotify: Sky - Sky 2 [album]
Spotify: Lou Reed - Transformer [album]

YouTube: Toccata [Sky]
YouTube: Melting Pot [Blue Mink]
YouTube: 
Good Morning Freedom [Blue Mink]
YouTube: Banner Man [Blue Mink]
YouTube: Diamond Dogs [David Bowie]
YouTube: Rebel Rebel [David Bowie]
YouTube: Space Oddity [David Bowie]
YouTube: Walk On The Wild Side [ Lou Reed]

zaterdag 31 augustus 2024

#616: 10 One-hit Wonders (1967-1985)

In acht eerdere blogs besteedde ik al eens aandacht aan One-hit Wonders en Novelty  Songs (zie de links onderaan dit blog). Deze week zet ik tien favoriete nummers uit de eerste categorie op een rijtje (en in een Spotify playlist).

Het is een nogal eclectische lijst geworden van nummers uit mijn singles-kopende-jaren (grofweg de jaren 60, 70 en 80). De stelregel bij het samenstellen was dat de artiest daadwerkelijk maar één nummer ooit in de Nederlandse Top 40 heeft gehad.

Als eerste is daar San Francisco (Be Sure To Wear Flowers In Your Hair) van Scott McKenzie uit 1967.  Het nummer is geschreven door John Philips (van The Mamas & The Papas) en er zijn weinig tracks die de tweede helft van de jaren 60 belichamen zoals deze. Zowel qua muziek als qua zang, maar toch vooral qua tekst. 

David Bowie schreef en produceerde het uit 1972 stammende All The Young Dudes voor de Engelse band Mott The Hoople, nadat ze zijn Suffragette City hadden afgewezen. Het werd een iconisch glam rock nummer en Bowie zou het later ook zelf nog opnemen.

Wild Cherry was een Amerikaanse funk rock band uit Ohio. Ze waren eerst een hard rock cover band, maar met de opkomst van de disco werd het steeds moeilijker om optredens te krijgen. Bij een optreden voor een grotendeels zwart publiek werd aan hen gevraagd "Are you going to play some funky music, white boys?". Het zaadje voor Play That Funky Music was geplant en één van de meest aanstekelijke nummers ooit werd in 1976 een Amerikaanse nummer één hit en wereldwijd een succes.

De Amerikaanse band Mother's Finest timmerde al sinds 1972 aan de weg voordat ze een knoepert van een hit scoorden in 1978 met Piece Of The Rock. De mix van funk rock, hard rock en R&B was uniek en leverde de band een trouwe aanhang op, maar het bleef in Nederland bij deze ene hit.

Peter Hollestelle komt uit een muzikale familie en was al actief geweest in diverse bands voor hij in 1979 gekoppeld werd aan zangeres Jody Pijper. Zij zat in de band Rainbow Train, maar is vooral bekend als achtergrond en sessie-zangeres. Ze is echter zo goed dat ze ook solo-opnamen mocht maken, maar brak daarmee nooit echt door, ook al is ze beter dan menigeen voor wie ze werkte (zie  ook de geweldige documentaire 20 Feet From Stardom over hetzelfde onderwerp). Cashmere maakte helaas maar één album, maar daar staat wel de geweldige single Love's What I Want op. Hierop hoor je goed waartoe Pijper in staat is.

Ring My Bell (uit 1979) van Anita Ward is mij vooral bijgebleven omdat het de eerste 'maxi-single' was die ik kocht. Het is dan ook de 12" versie van het nummer die mij is bijgebleven. R&B/disco in optima forma.

Tom Browne is een jazz-trompettist die met de track Funkin' For Jamaica van zijn tweede solo-album in 1981 een verrassende hit scoorde. Naast jazz en funk is het nummer voorzien van disco-invloeden en die zullen zeker hebben bijgedragen aan het succes. Het blijft een aanstekelijk nummer.

De bijdrage uit België komt van Vanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos, maar deze Belgisch-Portugese zangeres is beter bekend als Lio. In België en Frankrijk had zij een aantal grote hits en in Nederland scoorde zij met Amoureux Solitaires in 1981. Of dat ook iets met haar kleding in het TopPop-filmpje te maken had durf ik niet te zeggen...

Terence Charles White gebruikt zijn bijnaam 'Snowy' in zijn artiestennaam Snowy White. Hij is een Engelse gitarist die vooral bekend is als bandlid van Thin Lizzy en van zijn werk voor anderen (zoals Pink Floyd, Peter Green en Jim Capaldi). In 1984 scoorde hij in een aantal landen, waaronder Nederland, ineens een hit met het intens mooie Bird Of Paradise van zijn solo-debuutalbum.

1985 bracht de enige hit van Killing Joke in Nederland. De band werd in 1978 opgericht in Engeland en is (met een onderbreking van 1996 tot 2002) nog steeds actief. Ze maakten tussen 1980 en 1983 vier goede studio-albums (waarvan met name de eerste twee echte klassiekers zijn) met een mengsel van post-punk, industrial rock, gothic rock en new wave. De klapper kwam echter met de single Love Like Blood van hun zeer sterke vijfde album. Op één of andere manier weet Killing Joke in dit nummer volledig zichzelf te blijven terwijl de track ook onmiskenbaar grote hitpotentie heeft. Niet voor niets staat het nummer sinds 2011 onafgebroken in de Top 2000 (en daarvoor in 2000 en 2009). 

#154: The Brat - Chalk Dust-The Umpire Strikes Back (1982)
#187: Napoleon XIV - They're Coming To Take Me Away, Ha-Haaa! (1966)
#203: Shabby Tiger - Slow Down (1974)
#226: Max 'n Specs - Don't Come Stoned And Don't Tell Trude! (1980)
#347: Sugarloaf/Jerry Corbetta - Don't Call Us, We'll Call You (1974)
#478: Blind Melon - No Rain (1992)
#564: Adriano Celentano - Prisencólinensináinciúsol (1972)
#595: Johnny Wakelin - In Zaire (1976)

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: One-hit Wonder
Wikipedia EN: Novelty Song

Spotify (playlist): 10 One-hit Wonders

zaterdag 24 augustus 2024

#615: Deutsch Nepal - Benevolence (1993)

Peter Andersson was een bandlid van Njürmannen, een Zweedse cultband die experimentele, industriële muziek maakte. Na die periode werkt Andersson meestal solo en verschuilt zich daarbij achter de alias Lina Baby Doll en de projectnamen Deutsch Nepal en Frozen Faces

Ik maakte kennis met Deutsch Nepal via een bij een magazine bijgesloten verzamel-CD. Hierop stond de titeltrack van het album Benevolence (in het Nederlands 'welwillendheid') en dat smaakte naar meer. 

Deutsch Nepal maakt muziek waar veelal etiketten als experimental, industrial en dark ambient opgeplakt worden. Opvallend hierbij is het veelvuldige gebruik van percussieve elementen. De naam Deutsch Nepal is overigens afgeleid van het gelijknamige nummer van de Duitse krautrock-band Amon Düül II.

Het album Benevolence uit 1993 is de tweede langspeler (na Deflagration Of Hell uit 1991). Het album opent met een tien minuten durende track met ijle klanken waarin flarden onverstaanbare tekst heen en weer schieten. Impassive Metal Sex zet direct de donkere dreigende toon van het album neer en doet denken aan de soundtrack van een horrorfilm. Na een kleine minuut komt er een ritme bij en heel langzaam wordt de track steeds verder opgebouwd totdat deze ook weer heel rustig naar het einde wordt gebracht. 

Dat begin bevalt al goed, maar het tweede nummer (Angel Impact) doet daar nog een schepje bovenop. De toon is feller, agressiever, en je moet het nummer een paar keer beluisteren om goed te horen wat er zich allemaal in de achtergrond afspeelt. 

Van de zeven nummers liggen The Fire Within My Cold Heart en Entrance (Part II) qua sfeer dicht tegen de sfeer van de eerste track aan, terwijl Carrions Still Walkin' en Mantra weer meer aansluiten bij de toon van de tweede track.

Topstuk van het album is de middelste en titeltrack Benevolence (Of The Fittest God). Het begint met direct met diverse, door elkaar lopende ritme-elementen en prachtige, gestapelde lagen synthesizer. Als we dan bijna het twee minuten punt hebben bereikt, valt er een toetsenpartij in die doet denken aan een kerkorgel en op de één of andere manier werkt dat prachtig. Zeven minuten lang wisselen de verschillende sferen elkaar af en je zou willen dat het nummer nog wel zeven minuten langer zou duren.

Na dit album heb ik ook het daaropvolgende album (Tolerance uit 1994) gekocht en dat is zo mogelijk nog beter. Ik ben Deutsch Nepal blijven volgen en heb nog regelmatig een album gekocht, net als van projecten waar Peter Andersson (soms) bij betrokken is, zoals Janitor en Der Blutharsch And The Infinite Church Of The Leading Hand

© 2024 TTZL


Officiële Facebook: Deutsch Nepal
Bandcamp: Deutsch Nepal
Wikipedia EN: Deutsch Nepal

YouTube: Benevolence [album]
Spotify: 
Benevolence [album]

zondag 18 augustus 2024

#614: Philip Glass - Itaipu / The Canyon (1993)

De Itaipudam in de rivier Paraná, op de grens van Brazilië en Paraguay, werd de inspiratie voor een werk van Philip Glass in opdracht van het Atlanta Symphony Orchestra and Chorus. Dit gebeurde na een bezoek aan de Iguazu-watervallen en de dam in aanbouw.

Glass was op dat al bezig met de opdracht van het orkest, maar gooide zijn werk tot dan toe overboord en startte opnieuw na het zien van de dam in wording.

Het was wellicht een opvallende keuze voor Glass, zo'n ode aan het technologische hoogstandje dat de dam is: de grootste ter wereld met een stuwmeer van zo'n 1.500 vierkante kilometer. Immers, in 1982 schreef hij de muziek voor de film Koyaanisquatsi (zie blog #321) waarin op kritische wijze wordt gekeken naar de manier waarop technologie ons kan vervreemden van de natuur. 

Glass ziet dit echter niet als een tegenstrijdigheid, maar vindt het belangrijk om ervoor te zorgen dat technologie een menselijk gezicht krijgt. Je kunt je afvragen of dat met de dam gelukt is: 10.000 families moesten verhuizen en de (qua volume) grootste watervallen ter wereld (Guaíra) verdwenen in het stuwmeer.

Het resulterende muziekstuk behoort tot mijn favoriete Glass-werken. De tekst is geschreven in de taal van een lokale bevolkingsgroep (de Guaraní) wiens mythe over de Paraná-rivier ("de plek waar muziek werd geboren") als bron werd gebruikt. 

Itaipu bestaat uit vier onderdelen die de loop van het water volgen. Het werk heeft een donker en ruig karakter en in het eerste deel (Mato Grossohoren we koorzang, gecombineerd met subtiele percussie, wervelende strijkers en exotisch aandoende blazers. Het begin van The Lake is heel melodieus, maar het dreigende karakter keert langzaam weer terug en het deel eindigt met een prachtige passage van de strijkers.

Deel drie heet The Dam en is het middelpunt van de compositie. Het kent een trage opbouw naar het zes-minuten-punt waarop het geweld losbarst. Het alsof je het water vanuit het stuwmeer door de generatoren van de dam hoort gaan stromen. Een stampend ostinato (een kort, steeds terugkerend motief) bepaalt de sfeer, terwijl er constant in toonsoort wordt gevarieerd. Het geheel klink t gewoon majestueus.

In het kortere, afsluitende To The Sea drijven we rustig naar de monding van de rivier en is de mysterieuze sfeer van het begin weer terug. Het is een mooie afsluiting van de ongeveer 35 minuten durende cyclus.

Het tweede werk op deze CD is The Canyon. Het is ongeveer de helft korter dan Itaipu en werd geschreven voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. The Canyon bestaat uit drie delen en gebruikt een relatief klein orkest, maar met een grote percussie-sectie. Het is dan ook vrij ritmisch van karakter en vormt een mooie toevoeging aan de CD.

© 2024 TTZL


Officiële website: Philip Glass 
Wikipedia EN: Philip Glass
Wikipedia NL: Philip Glass

YouTube: Itaipu / The Canyon [album]
Spotify: Itaipu / The Canyon [album]

YouTube: Mato Grosso
YouTube: The Lake
YouTube: The Dam
YouTube: To The Sea
YouTube: The Canyon

zondag 11 augustus 2024

#613: Porcupine Tree - Atlanta (2010)

In 2009 verscheen het album The Incident van Porcupine Tree en na een tour en een live-album kwam het bericht dat de band op de waakvlam werd gezet. Er werd nadrukkelijk gesteld dat er geen sprake was van een breuk, maar dat er alleen solo-activiteiten zouden worden ontplooid en niet in groepsverband.

Dat 'even' werd dertien jaar, want zo lang duurde het voordat Closure / Continuation verscheen. Het betekende echter niet dat we in de tussentijd verstoken bleven van uitgaven van de groep, want via digitale platforms verscheen er genoeg moois. Je moet die platforms dan natuurlijk wel weten te vinden.

Zo verschenen er op porcupinetreeofficial.bandcamp.com al vijftien uitgaven. Een paar zijn opnamen die eerder op zeer gelimiteerde CD's werden uitgebracht, maar de meeste zijn live-opnamen en -sessies die nergens anders te verkrijgen zijn. 

Daarnaast is er de Porcupine Tree Download Store via Burning Shed. Ook  hier zijn exclusieve live-opnamen te vinden. Een tijd lang waren hier de audio-opnamen van het complete Rockpalast concert uit 2005 te koop (helaas nu niet meer, maar de tv-opnamen staan nog wel op YouTube), maar de topper is voor mij het dubbele live-album Atlanta uit 2010 met opnamen uit 2007. 

Het geweldige album Fear Of A Blank Planet was een half jaar daarvoor verschenen en we horen veel nummers van dit album in mooie uitvoeringen, zoals Fear Of A Blank Planet en het zeventien minuten durende Anesthetize

Ook van eerdere albums wordt een mooie dwarsdoorsnede gespeeld. Zo horen we Open Car (van Deadwing), Blackest Eyes (van In Absentia) en Even Less (van Stupid Dream). Het concert wordt afgesloten met een lange, zeer krachtige uitvoering van Halo (ook van Deadwing).

Het concert werd opgenomen met de bedoeling om het als live-album uit te brengen (de 24-bits FLAC opnamen klinken fantastisch, in tegenstelling tot de YouTube video). Later werd er echter voor gekozen een optreden in Tilburg (uit 2008) uit te brengen als Anesthetize. De tracklist zijn grotendeels vergelijkbaar, al zitten er interessante verschillen in. Daarnaast zijn de uitvoeringen soms flink anders, dus beide kunnen prima naast elkaar bestaan.

© 2024 TTZL


Officiële website: Porcupine Tree / Steven Wilson HQ
Wikipedia EN: Porcupine Tree
Wikipedia NL: Porcupine Tree

YouTube: Atlanta [album]

YouTube: Anesthetize
YouTube: Open Car
YouTube: Blackest Eyes
YouTube: Even Less
YouTube: Halo

YouTube: Rockpalast (tv-opnamen, 2005)

zondag 4 augustus 2024

#612: Scorn - Imaginaria Award EP (2000) / Greetings From Birmingham (2000)

In blog #65 heb ik de ontstaansgeschiedenis van Scorn al eens uit de doeken gedaan, dus dat zal ik hier niet herhalen. Nu wil ik focussen op de Scorn-uitgaven in het laatste jaar van het vorige millenium: Imaginaria Award EP en Greetings From Birmingham.

Mick Harris, sinds 1995 feitelijk het enige lid van Scorn, wilde in 1997 af van zijn verbintenis met KK Records (omdat zij een voorgenomen EP met Bill Laswell niet wilde financieren) en besloot daarom Scorn op te heffen. 

Gedurende drie jaar  bracht hij muziek uit onder zijn eigen naam en maakte hij deel uit van diverse projecten. In 2000 blies hij Scorn echter weer nieuw leven in met twee uitgaven op het Hymen Records label, een sublabel van Ant-Zen.

De eerste, Imaginaria Award EPverscheen in juni en liet horen dat Harris teruggreep op het geluid van de eerste Scorn albums. In de loop der jaren was het geluid steeds meer richting ambient en illbient gegaan, maar hier keerden de hardere randen van weleer weer terug. De beste tracks vind ik Worried en Lock.

De altijd bij Scorn aanwezige basis van dub wordt hier gecombineerd met complexe (jazz-fusion-achtige) ritmes, gekoppeld aan minimale melodieën en harde, troebele baslijnen. Minimaal, maar zeer effectief.

In september verschijnt het album Greetings From Birmingham en dan blijkt de EP slechts een vingeroefening te zijn geweest. De aanpak is hetzelfde, maar de uitwerking is hier nog beter. Na een korte intro-track horen we Can But Try en dat is meteen een knaller. Een lekker slepend ritme, kronkelende baslijnen en onder het oppervlak gebeurt zoveel dat herhaalde luisterbeurten nodig zijn om alles te ontdekken.

In de elf nummers die daarna volgen wordt dezelfde aanpak gehanteerd, maar de accentverschillen zorgen voor voldoende afwisseling om het spannend te houden. Zo treed het ritme in Flap nadrukkelijk op de voorgrond, terwijl het grommende, dreigende beest dat Told You Can Tell (Part 2) heet dan weer volledig zonder percussie is.

Closedown is een nummer waarin de (bijna lieflijke) melodieën op de voorgrond treden terwijl in That Dont het de scherpe, dissonante tonen zijn die de aandacht opeisen. Op één of andere manier weet Harris in de korte, slechts één minuut durende, afsluiter Melt alles samen te laten komen en is dat een perfect einde aan een prima comeback-album.

Scorn zou hierna actief blijven tot 2011 (vier albums) en daarna nog één keer tussen 2019 en 2022 (twee albums) met prima resultaten. Daarnaast  brengt Harris werk uit als Lull en is hij actief (geweest) in vele groepen en samenwerkingsverbanden, zoals Divination, Painkiller en Praxis

© 2024 TTZL


Fan Facebook: Scorn
Wikipedia EN: Scorn

YouTube: Imaginaria Award EP [album]
YouTube: Greetings From Birmingham [album]
Spotify: Greetings From Birmingham [album]

YouTube: Worried
YouTube: Lock

YouTube: Can But Try
YouTube: Flap
YouTube: Closedown
YouTube: That Dont
YouTube: Melt

zondag 28 juli 2024

#611: John Mayall & The Bluesbreakers And Friends – 70th Birthday Concert (2003)

Toen afgelopen week het bericht verscheen dat John Mayall op 90-jarige leeftijd was overleden, konden trouwe lezers vast wel raden waar mijn blog van deze week over zou gaan. Met Mayall is een icoon van de Britse blues heengegaan, die met zijn begeleidingsgroep annex opleidingsinstituut Bluesbreakers van grote waarde is geweest. 

Ik heb wel even moeten dubben welk album ik zou kiezen. Voor de hand lag natuurlijk het fenomenale Blues Breakers uit 1966 van John Mayall with Eric Clapton. Tegenwoordig heet dit album ook wel John Mayall & The Bluesbreakers - Blues Breakers With Eric Clapton vanwege de voor meerdere uitleg vatbare aanduiding op de hoes, maar dit terzijde. 

Ook opvolger A Hard Road (1967), het akoestische live-album The Turning Point (1969) en USA Union (1970) waren sterke kanshebbers, net als recente albums als Talk About That (2017) en Nobody Told Me (2019). De in 2010 verschenen, prachtige 4CD box So Many Roads - An Anthology 1964-1974 was ook een goede keuze geweest, maar het is iets anders geworden.

In 2003 werd namelijk de opname van John Mayall's 70th Birthday Concert uitgebracht. Naast The Bluesbreakers van dat moment, spelen er ook gasten (sommigen zijn ex-bandleden) mee en niet de minste. 

De 2CD versie bevat 19 nummers en opent met twee nummers door The Bluesbreakers. Deze nummers (en ook het op een na laatste nummer van de 2CD) staan niet op de DVD-versie, maar toch is dat mijn favoriete versie (en vandaar ook de keuze voor de afbeelding). Dat komt omdat het een genot is om de dan 70-jarige Mayall bezig te zien. De bandleider is zowel fysiek als creatief nog in topvorm en dat zorgt voor een memorabel concert.

Nadat Mayall zich bij The Bluesbreakers heeft gevoegd voor een heerlijke uitvoering van Dirty Water komt gitarist Mick Taylor op het podium. Hij speelt mee op onder andere Blues For The Lost Days en Oh, Pretty Woman. Het zijn stuk voor stuk prima uitvoeringen en het spelplezier spat ervan af.

Het wordt alleen nog maar leuker als Eric Clapton erbij komt en we een heerlijk duet met Mayall (op toetsen) voorgeschoteld krijgen: No Big Hurry. Met Chris Barber op trombone spelen ze een verschroeiende versie van Hideaway en na heerlijke uitvoeringen van All Your Love en Hoochie Coochie Man sluit de hele club gezamenlijk af met Talk To Your Daughter

Deze DVD (en 2CD) is een feestje dat je vaak wilt herbeleven en is een mooi aandenken aan de grootse muzikant en bandleider die John Mayall was.

© 2024 TTZL


Officiële website: John Mayall
Wikipedia EN: John Mayall
Wikipedia NL: John Mayall

YouTube: 70th Birthday Concert [album]

YouTube: Dirty Water
YouTube: No Big Hurry
YouTube: Hideaway
YouTube: All Your Love

zaterdag 20 juli 2024

#610: Sam The Sham & The Pharaohs – Wooly Bully (1965)

Er zijn zo van die nummers die om één of andere reden onverwoestbaar zijn. Dan kan zijn omdat ze heel erg goed zijn of omdat ze heel erg slecht zijn. Het kan ook komen doordat ze heel erg gek of leuk zijn, of een combinatie van beide. Dat laatste gaat op voor het bekendste nummer van Sam The Sham & The Pharaohs.

De eerste versie van The Pharaohs ontstond in 1961 en de naam was geïnspireerd door Yul Brynner's rol als farao in de film The Ten Commandments uit 1965. De bijnaam 'Sam The Sham' kwam voort uit de grap dat hij slechts de schijn ophield zanger te zijn (niet iedereen was onder de indruk van zijn vocale kwaliteiten).

Het nummer waar ik naar verwijs is natuurlijk Wooly Bully uit 1965. Het nummer werd geschreven door Domingo 'Sam' Samudio en kwam eerst uit bij het kleine XL Records. Al snel pikte MGM Records het nummer werd de eerste en grootste hit van de band. In de VS kwam het tot nummer twee, maar ook in de rest van de wereld werd het een grote hit.

Zo stond het nummer in 1965 liefst 23 weken in de Nederlandse Top 40, waarvan 13 weken in de top 10 en vier weken op nummer 1. Daardoor is het nummer in het geheugen van veel mensen gegrift. Het herkenbare intro ("uno, dos, one, two, tres, quatro") en het meezingbare refrein zullen daar zeker aan hebben bijgedragen.

Het nummer is een aantal keren heruitgebracht en de versie van de single die ik heb komt uit 1984. Op de b-kant staat een andere hit van de band, Li'l Red Riding Hood, die in Nederland slechts drie weken in de onderste regionen van de Top 40 bivakkeerde. Daarnaast had de band nog twee nummers in de Nederlandse hitparade (Ju Ju Hand en Ring Dang Doo), maar ook die waren niet heel succesvol. 

Als je naar die andere drie nummers luistert, kun je niet anders dan concluderen dat veel nummers van Sam The Sham & The Pharaohs eigenlijk variaties zijn op Wooly Bully. Dat maakt die grote hit echter niet minder leuk! 

© 2024 TTZL


Officiële website: Sam The Sham & The Pharaohs  [archief]

YouTube: Wooly Bully [video]
YouTube: Ju Ju Hand
YouTube: Ring Dang Doo

Spotify: Wooly Bully
Spotify: Ju Ju Hand
Spotify: Ring Dang Doo

zondag 14 juli 2024

#609: The Tapes - Party (1980)

Als ik een lijst zou moeten maken van mijn tien favoriete albums van Nederlandse bodem, dan zou Party (uit 1980) van The Tapes daar zeker in staan. Het is een plaat van grote klasse, die helaas veel te  weinig bekendheid geniet.

Aan de aandacht van de muziekpers heeft dat niet gelegen. De albums en optredens van The Tapes werden positief onthaald, maar veel succes heeft dat helaas niet gebracht.

In 1978 verscheen You Just Can't Sleep als het eerste album van het Nederlandse Plurex Records. Een klein budget leidde tot een plaat die met beperkte middelen op 8-sporen werd opgenomen. Het geluid van het album is dan ook niet geweldig, maar de muziek maakt een hoop goed. Het album werd goed ontvangen door de pers, maar werd geen verkoopsucces.
 
Het lukte niet om het tweede album ook via Plurex uit te brengen waarna de band bij Passport Records terecht kwam. 

Via een lovende recensie werd ik in 1980 attent gemaakt op Party en vanaf de eerste keer luisteren was ik verkocht. Hier was een band die muziek maakte met echo's van Talking Heads, XTC en de vroege albums (Tent, New Flat) van The Nits, maar dan toch met een heel eigen twist.

Het album start met een track die direct duidelijk maakt wat we kunnen verwachten. (I Fall) Head First is hoekig en springerig, de vocalen hebben bijpassende zanglijnen, maar tegelijkertijd is het aanstekelijk en swingt het als de neten. Het energieke The Mating Season heeft een heerlijke drive en fijne riffs en Blue ThighsPoint Eighty-Eight en Into Action houden het hoge niveau vol. Kant B is ook groots, met nummers als To Assemble, Party en In The Crocodile's Mouth

Ondanks de kwaliteit van het gebodene werd dit album wederom geen commercieel succes. Ze maakten daarna nog één album (On A Clear Day in 1981), maar als wederom aan de pers positief reageert, stoppen The Tapes ermee.

Toen er in 2014 berichten kwamen dat alle albums van The Tapes in een 5CD box heruitgebracht zouden worden was ik zeer verheugd. Helaas is dat er niet van gekomen en is het tot nu toe bij een heruitgave van Party gebleven op Concerto Records in 2018.

Dat is dan wel een hele mooie versie die de tag 'Remixed Remodeled Remastered' meekreeg en verscheen op transparant vinyl. Bijgesloten werd een CD-versie met daarop als bonus negen live tracks. Het album zelf klinkt fantastisch en er zijn delen toegevoegd die blijkbaar op de originele uitgave waren weggelaten. 
NB Deze uitgave is momenteel met € 12,99 crimineel laag geprijsd.

Waarom The Tapes nooit het succes hebben gehad dat ze verdienden op basis van hun kwaliteit, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik nog altijd geniet van hun drie albums en blijf hopen dat de andere twee alsnog een mooie heruitgave krijgen. Als was het maar in digitale vorm via Bandcamp (waar je trouwens een gratis live EP van The Tapes kunt downloaden). 

© 2024 TTZL


Facebook (officieel): The Tapes

YouTube: Party [album]
Spotify: Party [album]

YouTube: Blue Thighs
YouTube: Into Action
YouTube: To Assemble
YouTube: Party

zondag 7 juli 2024

#608: Mass Production - '83 (1983)

Soms ga ik door mijn platenkast op zoek naar een onderwerp voor dit blog en dan stuit ik op een plaat die mij werkelijk helemaal niets zegt. Dat was ook het geval met het album '83 van Mass Production. Waarschijnlijk heb ik deze heel erg goedkoop uit een uitverkoopbak gevist. Ik had niet eens een idee wat voor soort muziek het is.

Mass Production blijkt een Amerikaanse groep te zijn die bestond van 1977 tot 1983 en funk maakte met disco-invloeden. Online is er niet heel veel informatie over de band terug te vinden, maar ze blijken in ieder geval in de VS een aantal hitjes gehad te hebben in de R&B-lijsten met als bekendste nummer Firecracker uit 1979. Dat nummer kreeg ook enige bekendheid in 1989 toen het werd gesampled door 2 Live Crew in Me So Horny

Nou ben ik niet vies van een lekker stukje P-funk (George Clinton c.s), Sly And The Family Stone, The Brothers Johnson, Chic of Zapp, of de funk-escapades van bijvoorbeeld Prince en de Red Hot Chili Peppers, maar Mass Production speelt toch een paar divisies lager met dit achtste en laatste album.

De instrumentale albumopener Sun Dancer maakt weinig indruk. Het kabbelt maar een beetje voort en het gastoptreden van Herbie Mann op dwarsfluit geeft het nummer niet bepaald meer gewicht. Time Bomb heeft een reggae-ritme en zang (deels via de vocoder), maar gaat ook het ene oor in en het andere oor uit. Victory in '83 start met een veelbelovend intro en is verder het leukste nummer van kant A, want afsluiter Style is dan weer te eenvormig (ondanks de lekkere saxsolos).

Kant B is vooral meer van hetzelfde. Er staan twee uptempo nummers op (Farewell Love en Don't Stop Believin') en daartussen staan twee downtempo nummers Here You Come (Creeping Back In My Dreams) en Chasing Rainbows, maar je hebt allemaal al eens eerder en/of veel beter (en interessanter) gedaan horen worden door andere artiesten.

'83 van Mass Production is een album dat na aanschaf één keer door mij gedraaid zal zijn en daarna in de kast heeft staan verstoffen. Na de draaibeurt voor dit blog twijfel ik er niet aan dat het opnieuw voor een lange tijd in de kast zal blijven staan.

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: Mass Production

YouTube: '83 [album]

YouTube: Sun Dancer
YouTube: Time Bomb
YouTube: Victory in '83
YouTube: Style
YouTube: Farewell Love

YouTube: Firecracker
YouTube: Me So Horny [2 Live Crew]