Zoeken in deze blog

zaterdag 25 september 2021

#463: Ultrasound - Death Comes From The Left · A Fool Listens With His Eyes (2001)

Toen ik in september 2017 een pakketje van het Duitse Drone Records open maakte zat er een gratis single bij de bestelling. Het was een promo-versie op transparant vinyl van een 7" van een mij onbekende artiest: Ultrasound. Op zoek naar wat  informatie stuitte ik al direct bij Discogs op meer dan tien artiesten die 'Ultrasound' als naam hebben gekozen. 

Met behulp van de titel van de single kon ik al vrij snel de juiste band vinden en ik las daar (net als op de sticker op de hoes) dat de band op deze release bestaat uit Robert Ovetz en Kirk Latkas en dat Latkas kort deel heeft uitgemaakt van Stars Of The Lid.

Die band kende ik dan weer wel, want daarvan heb ik het fenomenale album The Tired Sounds Of The Stars Of The Lid (daar zou ik eens een blog over moeten schrijven!). En dat blijkt geen toeval, want de muziek van Ultrasound (afgaande op deze single) speelt zich af in hetzelfde industrial/ambient/drone hoekje.

Het afspelen van de single was een uiterst prettige verrassing. Op de A-kant staat het nummer Death Comes From The Left en dat is een prachtig klanktapijt dat vooral ijl en atmosferisch aandoet. Tegelijk heeft het ook een positieve  uitstraling. B-kant A Fool Listens With His Eyes is donkerder van toon en klinkt dreigend en zwaar. Ook dit nummer vind ik prachtig en smaakt naar meer dan de vijf minuten die het werk duurt. Ik ben door het herbeluisteren van de single wel benieuwd geworden naar ander werk van Ultrasound.

Kortom, een cadeau krijgen is natuurlijk meestal fijn, maar als zo'n single twee van die heerlijke tracks bevat is het natuurlijk extra leuk.

© 2021 TTZL


Discogs pagina: Ultrasound

zaterdag 18 september 2021

#462: The Legendary Stardust Cowboy - Rock-It To Stardom (1984)

Er zijn in de muziekscene excentriekelingen en buitenstaanders, maar er zijn daarnaast ook individuen die zelfs die categorieën ontstijgen. Norman Carl Odam is er daar één van. Geboren in 1947 maakt hij sinds zijn middelbare schooltijd muziek onder het pseudoniem The Legendary Stardust Cowboy. Niet gehinderd door een minimaal talent voor het bespelen van een instrument, harmonieus zingen of zelfs maar met zichzelf in de maat blijven, is het zijn ambitie om een song te schrijven "that would captivate everybody". 

De song die hij maakt heet Paralyzed en hij weet er zelfs een opname van te maken in wat vrije studiotijd. De single verschijnt in eigen beheer in een oplage van 500 stuks en zorgt voor wat regionale bekendheid. Op basis daarvan wordt de single opgepikt door het grote label Mercury Records, komt de single zelfs in de Billboard Top 200 en krijgt hij tv-optredens. Dat hij hier niet echt op zijn plaats is zie je in deze clip uit Rowan & Martin's Laugh-In waarin hij aan het eind zelfs boos wegloopt omdat de Laugh-In cast zijn optreden verstoord. Snel daarna komt er een einde aan zijn '15 minutes of fame' en na een paar singles is ook zijn contract bij Mercury Records ten einde.

The Ledge (zoals hij door zijn fans genoemd wordt) krijgt uiteindelijk in 1984 van Jim Yanaway (een DJ in Las Vegas en fan) de kans om voor zijn nieuwe Amazing Records label een heuse LP op te nemen. Dit wordt Rock-it To Stardom. Hier staan remakes op van single-tracks als Paralyzed-80'sWho's Knocking On My Door?! en I Took A Trip (On A Space Shuttle), maar ook tracks als I Walk A Hot WindRadarShadow Of A Tiger, Brass Rainbow, Dynamite en The Crack Of Dawn om er een paar te noemen. Daarnaast een cover van Fly Me To The Moon en het door Jim Yanaway geschreven Rock-it To Stardom.

In 1984 schafte ik het album Rock-it To Stardom aan, ongetwijfeld naar aanleiding van een recensie in Muziekkrant OOR. Een kleine veertig jaar later weet ik nog steeds niet wat ik van het album vind. Goed? Slecht? Gek? Geniaal? En ik ben niet de enige, want terwijl Paralyzed genoemd is als "Worst Song Issued by a Major Label" zijn er ook vermeldingen in Toby Creswell's boek 1001 Songs: The Great Songs of All Time and the Artists, Stories and Secrets Behind Them en in de Festive Fifty van 1976 van John Peel's radioshow.

Ook David Bowie was een zelfverklaard fan van The Legendary Stardust Cowboy sinds hij eind jaren zestig met zijn werk in aanraking was gekomen. Bowie zat bij Mercury Records in de USA en kreeg daar de drie singles van The Ledge. Daaronder was ook I Took A Trip On A Gemini Spaceship en in 2002 nam Bowie op zijn album Heathen een cover op van dit nummer. In hetzelfde jaar nam The Ledge als antwoord een cover op van Space Oddity.

In ieder geval is het album Rock-it To Stardom van deze pionier van de psychobilly interessant, net als zijn levensverhaal. Je zou er een film van kunnen maken en dat gebeurt dan ook. Regisseur, schrijver en producer Jeff Feuerzeig maakte eerder over een ander buitenbeentje (Daniel Johnston) de mooie, prijswinnende film The Devil And Daniel Johnston (zie ook de trailer op YouTube) en is nu bezig aan een documentaire over The Legendary Stardust Cowboy.

© 2021 TTZL



zondag 12 september 2021

#461: Kazumi Watanabe - Tokyo Joe (w/ Ryuichi Sakamoto) (1982) / Mobo Club (1984) / The Spice Of Life Too (1988)

Voor het bepalen van een blogonderwerp nam ik deze week een duik in een willekeurige lade van mijn CD-kast en stuitte daar op twee CD's van de Japanse jazz fusion gitarist Kazumi Watanabe. Eerlijk gezegd had ik niet direct een aanhaker. De naam kwam mij niet onbekend voor, maar ik wist niet direct waarvan ik deze kende. 

Het mysterie was snel opgelost toen ik de CD Tokyo Joe (uit 1982) van Ryuichi Sakamoto & Kazumi Watanabetevoorschijn toverde. En die eerste naam is natuurlijk geen onbekende voor de trouwe bloglezer (tik in de zoekbalk van dit blog maar eens 'Sakamoto' of 'Yellow Magic Orchestra' in). 

Aan het eind van de jaren tachtig was de Compact Disc nog een relatief nieuw medium. Dat zal één van de redenen geweest zijn dat ik in die tijd nogal wat CD's uit de uitverkoopbakken heb meegenomen voor een habbekrats, met vaak slechts een vaag (of geen) idee van de artiest of het album. Mobo Club en The Spice Of Life Too van Watanabe zullen ongetwijfeld ook op die manier in mijn verzameling beland zijn. De connectie meer het eerder genoemde album met Sakamoto was voldoende.

Dat Tokyo Joe album ken ik al zo'n veertig jaar en ik vond het altijd al een anomalie in het oeuvre van Sakamoto. Er dubbelden namelijk twee nummers (The End Of Asia en Thousand Knives) met zijn Thousand Knives album en andere nummers, zoals I'll Be There of E-Day Project, wijken behoorlijk af van  zijn normale stijl. Bij het inlezen voor dit blog kwam ik er (eindelijk) achter dat dit komt doordat het album een verzameling tracks is van solowerk van beiden waaraan de ander heeft meegewerkt. Weer wat geleerd.

De twee albums van Watanabe heb ik natuurlijk weer eens beluisterd en het valt op dat hij weliswaar in het jazz fusion hokje wordt ingedeeld, maar dat de nadruk of fusion ligt. Elementen uit vele andere muziekstijlen verwerkt hij moeiteloos in zijn nummers. 

De nummers op Mobo Club (uit 1984) bieden jazz rock van verschillende intensiteit. Er zijn nummers als het wat lyrische Yokan, maar er staan ook relatief veel furieuze, hectische tracks als Kyosei Seppun op waarmee je vast een aantal  mensen de gordijnen in kunt jagen.

The Spice Of Life Too (uit 1988, in Japan uitgebracht als The Spice Of Life 2) is wat relaxter. Het album opent met het fijne Andre en er staan nog veel meer prima nummers op als Fu Bi Ki en Concrete Cow. Van de drie in dit blog vermelde albums bevalt deze mij het meest omdat het album als één geheel klinkt. Ik zal deze de komende tijd vast nog een paar keer draaien. En ik ben nieuwsgierig geworden naar het album The Spice Of Life dat een jaar eerder werd uitgebracht. 

© 2021 TTZL



Officiële website: Kazumi Watanabe
Wikipedia EN: Kazumi Watanabe
Wikipedia NL: Kazumi Watanabe

YouTube: Tokyo Joe [album]
YouTube: Mobo Club [album]
YouTube: The Spice Of Life Too [album]
Spotify: Tokyo Joe [album]

YouTube: The End Of Asia
YouTube: Thousand Knives
YouTube: I'll Be There
YouTube: E-Day Project

YouTube: Yokan
YouTube: Kyosei Seppun

YouTube: Andre
YouTube: Fu Bi Ki
YouTube: Concrete Cow

zaterdag 4 september 2021

#460: Lee "Scratch" Perry (1936-2021)

Deze week kwam het bericht dat reggae-pionier Lee "Scratch" Perry is overleden op 85-jarige leeftijd. De invloed van Perry op de ontwikkeling van reggae kan niet worden overschat. Hij was excentriek qua kleding en gedrag, maar zeker ook qua muzikale innovaties. De productietechnieken die hij heeft bedacht zijn bepalend geweest voor de ontwikkeling van dub en de kunst van het remixenIn zijn producties was hij een pionier met het gebruik van samples en het gebruik van echo & reverb effecten. En zijn 'vrije associatie vocalen' waren een voorloper van rap. Op Jamaica werd hij in 2012 voor zijn verdiensten onderscheiden met de Order of Distinction.

Het is uitdagend om een duik te nemen in de discografie van Perry omdat deze gefragmenteerd is. Hij heeft platen uitgebracht onder zijn eigen naam Lee "Scratch" Perry, onder de naam van zijn studioband The Upsetters en onder het gecombineerde Lee "Scratch" Perry & The Upsetters. In totaal gaat het  om meer dan zeshonderd singles, EP's en albums. Een goed startpunt zijn de albums Super Ape en Roast Fish, Collie Weed, & Corn Bread.

Nog indrukwekkender is zijn werk als schrijver, arrangeur en producer voor anderen. Hier tikt de teller bijna drieduizend credits aan! Daar zitten reggae-grootheden als Bob Marley, The Congos en Junior Marvin bij, maar ook vele minder bekende artiesten. Een mooi overzicht, waar zowel zijn eigen werk als zijn werk voor anderen op staat, is de 3CD verzamelaar Arkology.

Zijn invloed reikte echter veel verder dan de reggae. Hij was van invloed op en werkte samen met uiteenlopende artiesten als Adrian Sherwood, Beastie Boys en The Clash. Zelf ben ik zeer gecharmeerd van zijn samenwerkingen met Dieter Meier (van Yello) op het album TechnoMajikal (uit 1997) en een drietal albums (uit 2012 en 2013) met de Britse geluidsmagiërs van The OrbThe Orbserver In The Star HouseThe Orbserver In The Star House In Dub en More Tales From The Orbservatory.

Hieronder heb ik links opgenomen naar de hierboven vermelde albums. Klik erop en geniet (nogmaals) van de geniale gekte van Lee "Scratch" Perry

© 2021 TTZL

Wikipedia NL: Lee "Scratch" Perry

YouTube: Arkology 
Spotify: Super Ape [The Upsetters]
Spotify: Roast Fish, Collie Weed, & Corn Bread [Lee "Scratch" Perry]
Spotify: TechnoMajikal [Lee "Scratch" Perry with Dieter Meier]
Spotify: The Orbserver In The Star House [The Orb feat. Lee "Scratch" Perry]
Spotify: The Orbserver In The Star House In Dub [The Orb feat. Lee "Scratch" Perry]
Spotify: More Tales From The Orbservatory [The Orb feat. Lee "Scratch" Perry]

zaterdag 28 augustus 2021

#459: Charlie Watts (1941-2021)

Als je moest zeggen wie na Brian Jones het tweede bandlid van The Rolling Stones zou zijn die het tijdelijke voor het eeuwige zou verwisselen, zouden niet veel mensen Charlie Watts hebben genoemd. Toch was hij het die deze week overleed op 80-jarige leeftijd en niet Mick Jagger, Ronnie Wood of Keith Richards (of Bill Wyman of Mick Taylor).

Watts was de coole gast van de Stones. Altijd elegant en stijlvol en de perfecte, introverte tegenpool van de extraverte Jagger, Richards en Wood. Toch had ook Charlie in de jaren tachtig zijn problemen met alcohol en drugs en werd hij in 2004 getroffen door keelkanker. Maar bovenal was Watts een waanzinnig goede drummer die de rest van de Stones aan een touwtje had. Hij was degene waar de rest zich op richtten en dat volgens de methode 'less is more'. Hij gebruikte namelijk altijd een drumkit met maar vier trommels, vulde  de gaten in de muziek niet met overbodige breaks en was geen fan van drumsolo's. 

Om de grootsheid van Watts te onderkennen hoeven we alleen maar goed te luisteren naar de muziek van de Stones. Neem nou (I Can't Get No) Satisfaction uit 1965. Dat nummer denk je natuurlijk heel goed te kennen, maar dan gaat het waarschijnlijk om de gitaarriff. Luister nog eens een keer naar het nummer en concentreer je dan op het strakke ritme, de subtiele tamboerijn en de breaks net na de één en twee minuten punten. Of luister naar Get Off Of My Cloud uit hetzelfde jaar waarin hetzelfde motief steeds in een andere maat geslagen wordt door Charlie.

Dezelfde soort wisselingen in maatsoort horen we ook in Paint it, Black en  in Under My Thumb (beiden uit 1966) is mooi te horen hoe Watts met krachtige slagen het nummer start, maar zijn volume terugschroeft zodra Jagger's vocalen starten. In Gimme Shelter (van het geweldige Let It Bleed uit 1969) gebeurt dan weer het tegenovergestelde (hij wordt steeds luider naarmate het nummer vordert) en creëert zijn kale ritme een passende, donkere atmosfeer. 

Can't You Hear Me Knocking uit 1971 laat horen hoeveel verschillende technieken en ritmes je in één nummer kunt gebruiken zonder dat het een rommeltje wordt. En in het Slim Harpo-eerbetoon Shake Your Hips (1972) gebruikt Watts niet eens drums om een heerlijk ritme neer zetten. Een houtblok (of zoiets) is voldoende! 

Er zijn zoveel voorbeelden te geven van de klasse en veelzijdigheid van Watts, ik kan wel door blijven gaan. Neem nou het lekkere laid back drummen in Beast Of Burden (1978) of zijn schijnaar moeiteloze overschakeling naar een discoritme in Miss You (beide van Some Girls). Slave uit 1981 kent dan weer een lekker funky ritme met 'off-beat' accenten en in Sad Sad Sad (1989) zet Watts een ritme neer waar een stoommachine jaloers op zou worden.

Maar er is ook een andere kant van Watts en dat is zijn grote voorliefde voor jazz. Die kon hij iThe Rolling Stones maar weinig kwijt en daarom zijn de solo-escapades van Charlie daarop geconcentreerd. Zo maakt hij met From One Charlie in 1991 onder zijn eigen naam een mooi klein eerbetoon aan jazzgigant Charlie 'Yardbird/Bird' Parker (luister maar naar Relaxing At Camarillo bijvoorbeeld). 

Het jaar daarop pakt hij het wat groter aan met The Charlie Watts Quintet op A Tribute To Charlie Parker With Strings (voorbeeld: Cool Blues). Hij speelt mee op vele jazz-albums van bevriende muzikanten en zit ook in diverse samenwerkingsverbanden. Op het uit 2017 stammende Charlie Watts Meets The Danish Radio Big Band album komen de twee stromingen mooi samen, want hierop staan onder andere ook een aantal bewerkingen van Stones-nummers, zoals (Satis)Faction en Paint It, Black.

Voor het gemak heb ik een YouTube Playlist en een Spotify Playlist gemaakt van de hierboven genoemde tracks (al waren de Charlie Parker-gerelateerde tracks helaas niet op Spotify voorhanden.

Charlie Watts, gone but not forgotten.

© 2021 TTZL



Officiële website: Rolling Stones
Wikipedia EN: Charlie Watts
Wikipedia NL: Charlie Watts


YouTube: Paint it, Black
YouTube: Under My Thumb
YouTube: Gimme Shelter
YouTube: Shake Your Hips
YouTube: Beast Of Burden
YouTube: Miss You
YouTube: Slave
YouTube: Sad Sad Sad
YouTube: Cool Blues
YouTube: (Satis)Faction
YouTube: Paint It, Black

zondag 22 augustus 2021

#458: Hawkwind - Space Ritual (1973)

Bij het bedenken welk album ik deze week zou bespreken, zocht ik wat ik tot nu toe over Hawkwind had geschreven. Toen bleek dat ik de band alleen terloops vermeld heb in blogs over Motörhead (#38, #164) omdat Lemmy van 1971 tot 1975 in de band speelde. Onbestaanbaar natuurlijk voor een band die onafgebroken vanaf 1969 bestaat en waarvan ik ruim veertig albums bezit. Hoog tijd dus voor een Hawkwind-blog. En eigenlijk kwam daarvoor maar één album in aanmerking: Space Ritual (ook wel bekend als 'The Space Ritual Alive In Liverpool And London' omdat het album zo vermeld werd op de labels van de dubbel-LP).

Hawkwind werd in november 1969 opgericht en geldt als één van de pioniers van het space rock genre. Hierin worden elementen uit progressive rock, psychedelic rock en space music samengevoegd en Hawkwind heeft er een geheel eigen geluid van gemaakt. 

Naast dat eigen geluid zijn er nog twee zaken die Hawkwind typeren. Ten eerste zijn er de vele bezettingswisselingen. De lijst van bandleden lijkt eindeloos en alleen de op 20 augustus jl. 80 jaar geworden Dave Brock is er vanaf het begin bij. Ten tweede is er de compleet onoverzichtelijke discografie van de band. Naast de ongeveer vijftig reguliere studio- en live-albums zijn is er een gigantisch aantal verzamelalbums en albums met archiefopnamen (studio en live) verschenen. 

Dit komt vooral doordat Hawkwind niet altijd evenveel succes had  en Brock daarom licenties verkocht aan ieder label dat iets van van de band wilde uitbrengen. Het gevolg is dat sommige albums meerdere keren zijn uitgebracht onder verschillende titels en hoezen. Daarnaast brengt de band (soms gedwongen door juridische geschillen) hun werk ook uit onder namen als Hawklords, Church Of Hawkwind, Psychedelic Warriors of Hawkwind Light Orchestra.

Hawkwind startte sterk met de albums Hawkwind (1970), X In Search of Space (1971) en Doremi Fasol Latido (1972), maar live-album Space Ritual uit 1973 was het eerste album dat in de UK Top 10 belandde. En dat is terecht want deze dubbelaar documenteert op prachtige wijze een Hawkind-concert van begin jaren zeventig. 

Een groot deel van het materiaal op Space Ritual is afkomstig van het derde album, met sterke tracks als Down Through The Night, Lord Of Light, Space Is Deep en Time We Left This World Today. Deze tracks staan echter niet op zich, maar smelten met nieuwe tracks (Born To Go, Orgone Accumulator, Upside Down) en 'interludes' (zoals The AwakeningElectronic No 1 en zeker Sonic Attack) samen tot een conceptuele multimedia 'space rock opera' die je het best in zijn geheel tot je neemt. 

Ik kwam met Space Ritual in aanraking in mijn tienerjaren via de platenafdeling van de bibliotheek. En ondanks dat ik de cassette met de opname van het album regelmatig draaide ging ik niet op zoek naar meer Hawkwind. Het was eigenlijk pas met het aanschaffen van het 3CD carrière-overzicht Epocheclipse - 30 Year Anthology in 1999 dat ik uitgebreid kennis maakte met het werk van de band. Op dat moment dacht ik dat dit overzicht zou volstaan voor mij, maar dat was een misvatting... 

De box is nog steeds een prachtige kennismaking met de wereld van Hawkwind, maar ik wilde meer en raakte, zoals eerder vermeld, verdwaald in de discografie van de band. Gelukkig is daar inmiddels enige orde in aangebracht door het verschijnen van de 11CD box This Is Your Captain Speaking... Your Captain Is Dead: The Albums & Singles 1970-1974 die de vroege periode beslaat en de reeks prachtige heruitgaven op het Atomhenge-label van Cherry Red Records

Helaas vertellen ook de box en de complete reeks Atomhenge-uitgaven ook nog niet eens het complete Hawkwind-verhaal. Al was het alleen maar omdat de 80-jarige Brock niet aan stoppen denkt en op 10 september a.s. het nieuwe album Somnia laat uitbrengen!

© 2021 TTZL



Officiële website: Hawkwind
Wikipedia EN: Hawkwind
Wikipedia NL: Hawkwind

YouTube: Space Ritual [album]
Spotify: Space Ritual [album]

YouTube: Lord Of Light
YouTube: Space Is Deep
YouTube: Born To Go
YouTube: Upside Down
YouTube: The Awakening
YouTube: Electronic No 1
YouTube: Sonic Attack

zondag 15 augustus 2021

#457: Mickey Hart - At The Edge (1990) / Planet Drum (1991)

Mickey Hart is vooral bekend als één van de twee drummers van The Grateful Dead, samen met Bill Kreutzmann. Deze ritmesectie is ook bekend als The Rhythm Devils. Ondanks het drukke tourschema van de Dead vond Hart echter ook nog tijd voor andere dingen. 

Zo maakte hij in 1972 een gewaardeerd solo album (Rolling Thunder), maar het was de Diga Rhythm Band met percussionisten uit alle windstreken die zijn interesse in de rol van drums in diverse culturen (sociologisch, mythisch) deed ontbranden. In 1990 bracht hij hierover een boek uit, Drumming At The Edge Of Magic - A Journey Into The Spirit Of Percussion, en met bevriende muzikanten maakte hij een bijbehorend album: At The Edge

Zakir Hussain uit India was al van de partij geweest op zijn solo-album en bij de Diga Rhythm Band en mocht ook nu niet ontbreken. Daarnaast waren er percussionisten uit onder andere Nigeria (Sikiru Adepoju en legende Babatunde Olatunji) en Brazilië (Airto Moreira) aanwezig.

Het album is gevuld met world music in combinatie met ambient- en natuurklanken die Hart later zelf wel eens omschreven heeft als: "De zachte kant van percussie. Meer nog, we waren de trommel op die ene aan het romantiseren en dat was echt heel schaars, mooi, sereen, geduldig en kalm.". Eerlijk gezegd is het album niet over de hele linie even sterk. Sommige tracks lijken eerder stukken uit jamsessies dan afgeronde songs en gaan te lang door zonder kop, staart of duidelijke richting. Tracks als Sky Water, Cougar Run en The Eliminators mogen er echter zeker zijn.

Een jaar later kwam Hart met het boek Planet Drum: A Celebration of Percussion and Rhythm en wederom een bijpassende audiocomponent: Planet Drum. Er werden nog wat percussionisten toegevoegd, maar de richtingloosheid van At The Edge duikt hier ook af en toe op. Toch is ook dit album prima te genieten en steken de tracks Light Over Shadow, The Hunt en Lost River er bovenuit.

Mickey Hart heeft muzikanten uit alle windstreken samengebracht en zijn liefde en fascinatie voor drums mooi vervat in twee boeken. Dat de bijbehorende albums niet zo goed zijn als ze hadden kunnen zijn zij hem vergeven.

© 2021 TTZL


Officiële website: Mickey Hart
Wikipedia EN: Mickey Hart
Wikipedia NL: Mickey Hart

YouTube: At The Edge [album]
YouTube: Planet Drum [album]
Spotify: At The Edge [album]
Spotify: Planet Drum [album]

YouTube: Sky Water
YouTube: Cougar Run
YouTube: The Eliminators

YouTube: The Hunt
YouTube: Lost River

dinsdag 10 augustus 2021

#456: Various - RSO Prime Cuts (1975)

Robert Stigwood was een Brits/Australische muziek-ondernemer, filmproducer en -impresario. Hij was manager van onder andere Cream en Bee Gees en produceerde theater- (HairJesus Christ Superstar) en filmsuccessen (Saturday Night Fever, Grease). 

Hij had op een gegeven moment zijn eigen platenmaatschappij, RSO Records, waarop de albums en soundtracks van zijn artiesten en producties verschenen. Doordat hij ook de rechten hierop bezat werd hij een magnaat in de muziekwereld. Zijn naam werd zo bekend dat Gruppo Sportivo zelfs aan hem refereerde in hun cynische hit Disco Really Made It:

A certain Stigwood told me
"You're very good, You're gonna be a star down here in Hollywood"

Toch draaide RSO Records niet alleen maar om de disco-artiesten die de soundtrack van Saturday Night Fever tot zo'n succes maakten. Ook albums van bijvoorbeeld Cream, Blind Faith, Derek And The Dominos en Eric Clapton verschenen op het label.

Zelf kwam ik echt in aanraking met het label via de 10" verzamelaar RSO Prime Cuts. Het is een mooie staalkaart, met goede nummers van grote namen als Eric Clapton (Smile), Love with Arthur Lee (Singing Cowboy), Jack Bruce (Pieces Of Mind) en Freddie King (Let The Good Times Roll).

Ook pop/disco wordt niet vergeten met tracks van Bee Gees (Down The Road) en Yvonne Elliman (Steady As You Go) en het is leuk is het om nummers te horen van artiesten waar ik eigenlijk geen ander werk van ken: Ross met So SlowAtlantic Ocean van Blue en een aparte versie van With A Little Help From My Friends door Barbara Dickson. En dan is er nog Cushing Street van de band Macko Palmer die maar één album maakten en die zo obscuur zijn geworden dat ik er niet eens beeldmateriaal van kan vinden.

Al met al is RSO Prime Cuts een leuk verzamelalbum dat ik af en toe nog eens opzet en dat dient als herinnering dat RSO Records in zijn korte bestaan (van 1973 tot midden jaren tachtig toen het opging in Polydor Records) een flink aantal verdomd leuke platen heeft uitgebracht.

© 2021 TTZL


Wikipedia NL: Robert Stigwood

YouTube: Smile [Eric Clapton]
YouTube: Singing Cowboy [Love with Arthur Lee]
YouTube: Pieces Of Mind [Jack Bruce]
YouTube: Let The Good Times Roll [Freddie King]
YouTube: Down The Road [Bee Gees]
YouTube: Steady As You Go [Yvonne Elliman]
YouTube: So Slow [Ross]
YouTube: Atlantic Ocean [Blue]
YouTube: With A Little Help From My Friends [Barbara Dickson]

YouTube: Disco Really Made It [Gruppo Sportivo]

zondag 1 augustus 2021

#455: ZZ Top - Tres Hombres (1973)

Al eerder (zie blogs #12 en #405) heb ik de muziek van ZZ Top bewierookt en in de week dat bassist Dusty Hill op 72-jarige leeftijd overleed kan ik niet anders dan dit nogmaals doen. Zijn dood betekent overigens niet het einde van ZZ Top, want op Hill's nadrukkelijke verzoek gaan gitarist Billy Gibbons en drummer Frank Beard verder met de gitaartechnicus die Hill jarenlang diende, Elwood Francis.

Het verhaal van That Little Ol' Band from Texas (zoals hun bijnaam luidt) begint in 1969 als de band waar Gibbons op dat moment in zit (Moving Sidewalks) uit elkaar valt en hij met Hill en Beard ZZ Top opricht. Tot aan de dood van Hill zal de band ruim 51 jaar in deze samenstelling spelen. De naam van de band komt van de posters die in het kleine appartement van de band aan de muur hangen. Gibbons merkt op dat veel artiesten hun initialen gebruiken, zoals B.B. King en Z.Z. Hill. Hij wil die namen combineren, maar vindt "ZZ King" teveel op het origineel lijken en omdat "een koning aan de top staat" maakt hij er er ZZ Top van.

Het debuut uit januari 1971, ZZ Top's First Album, is een ruw en rauw album vol smerige blues rock. Het is een prima plaat met tracks als Going' Down To Mexico en Backdoor Love Affair en is een belofte voor de toekomst. 

Met Rio Grande Mud uit april 1972 wordt die belofte al deels ingelost. Het geluid is nog wat zwaarder en krachtiger dan op het debuut. Just Got Paid is een echte ZZ Top-klassieker geworden en met Sure Got Cold After The Rain Fell laten ze horen ook prima met een langzame blues uit de voeten te kunnen. 

Ze bereiken echter een hoogtepunt met hun derde album uit juli 1973, Tres Hombres. Het album opent met een trio nummers waarvan je steil achterover slaat: Waitin' For The Bus, Jesus Just Left Chicago en Beer Drinkers & Hell Raisers. Dit is ZZ Top in optima forma en een sterkere opening van een album is moeilijk te vinden. Maar waarom is het zo goed? Het zit hem in de open, no-nonsense productie, het goede samenspel en niet te vergeten de knallers van songs. Master Of Sparks doet vervolgens niet veel onder voor de eerdergenoemde tracks en met Hot, Blue And Righteous laten ze opnieuw horen hoe goed ze een langzame blues kunnen brengen. 

Na zo'n sterke A-kant moet de B-kant wel wat minder zijn. Niet dus. Move Me On Down The Line is een heerlijk aanstekelijk nummer met een lekker refrein en, net als bij de vorige nummers, een heerlijke gitaarsolo. In Precious And Grace is te horen hoe goed de ritmesectie Hill/Beard is. Ze stuwen het nummer naar grote hoogten. 

Het bekendste nummer van het album is La Grange over een bordeel (ook bekend als Chicken Ranch) even buiten La Grange in Texas. Opnieuw een track waarin Hill en Beard als een voorstampende stoomlocomotief  klinken, terwijl Gibbons de meest mooie, smerige gitaarlicks tevoorschijn tovert. Het sfeervolle, laid back Sheik en het heerlijk slepende Have You Heard? sluiten deze absolute vijfsterrenplaat in stijl af. 

Als je maar één album van ZZ Top in je collectie wilt hebben, laat het dan Tres Hombres zijn. Zorg dan wel dat je een goede versie koopt. Dat wil zeggen een  originele LP of de geremasterde CD-versie uit 2006 of later. In de jaren tachtig verscheen namelijk naar aanleiding van hun succes met Eliminator, niet de originele mix op CD, maar een remix met allerlei digitale effecten. Een aanschaf van The Complete Studio Albums 1970-1990 is ook te overwegen, want hier staan ook alle albums in hun originele mix op.

© 2021 TTZL


Officiële website: ZZ Top
Wikipedia EN: ZZ Top
Wikipedia NL: ZZ Top 

YouTube: Tres Hombres [album]
Spotify: Tres Hombres [album]

YouTube: La Grange
YouTube: Just Got Paid