Zoeken in deze blog

zondag 28 juli 2024

#611: John Mayall & The Bluesbreakers And Friends – 70th Birthday Concert (2003)

Toen afgelopen week het bericht verscheen dat John Mayall op 90-jarige leeftijd was overleden, konden trouwe lezers vast wel raden waar mijn blog van deze week over zou gaan. Met Mayall is een icoon van de Britse blues heengegaan, die met zijn begeleidingsgroep annex opleidingsinstituut Bluesbreakers van grote waarde is geweest. 

Ik heb wel even moeten dubben welk album ik zou kiezen. Voor de hand lag natuurlijk het fenomenale Blues Breakers uit 1966 van John Mayall with Eric Clapton. Tegenwoordig heet dit album ook wel John Mayall & The Bluesbreakers - Blues Breakers With Eric Clapton vanwege de voor meerdere uitleg vatbare aanduiding op de hoes, maar dit terzijde. 

Ook opvolger A Hard Road (1967), het akoestische live-album The Turning Point (1969) en USA Union (1970) waren sterke kanshebbers, net als recente albums als Talk About That (2017) en Nobody Told Me (2019). De in 2010 verschenen, prachtige 4CD box So Many Roads - An Anthology 1964-1974 was ook een goede keuze geweest, maar het is iets anders geworden.

In 2003 werd namelijk de opname van John Mayall's 70th Birthday Concert uitgebracht. Naast The Bluesbreakers van dat moment, spelen er ook gasten (sommigen zijn ex-bandleden) mee en niet de minste. 

De 2CD versie bevat 19 nummers en opent met twee nummers door The Bluesbreakers. Deze nummers (en ook het op een na laatste nummer van de 2CD) staan niet op de DVD-versie, maar toch is dat mijn favoriete versie (en vandaar ook de keuze voor de afbeelding). Dat komt omdat het een genot is om de dan 70-jarige Mayall bezig te zien. De bandleider is zowel fysiek als creatief nog in topvorm en dat zorgt voor een memorabel concert.

Nadat Mayall zich bij The Bluesbreakers heeft gevoegd voor een heerlijke uitvoering van Dirty Water komt gitarist Mick Taylor op het podium. Hij speelt mee op onder andere Blues For The Lost Days en Oh, Pretty Woman. Het zijn stuk voor stuk prima uitvoeringen en het spelplezier spat ervan af.

Het wordt alleen nog maar leuker als Eric Clapton erbij komt en we een heerlijk duet met Mayall (op toetsen) voorgeschoteld krijgen: No Big Hurry. Met Chris Barber op trombone spelen ze een verschroeiende versie van Hideaway en na heerlijke uitvoeringen van All Your Love en Hoochie Coochie Man sluit de hele club gezamenlijk af met Talk To Your Daughter

Deze DVD (en 2CD) is een feestje dat je vaak wilt herbeleven en is een mooi aandenken aan de grootse muzikant en bandleider die John Mayall was.

© 2024 TTZL


Officiële website: John Mayall
Wikipedia EN: John Mayall
Wikipedia NL: John Mayall

YouTube: 70th Birthday Concert [album]

YouTube: Dirty Water
YouTube: No Big Hurry
YouTube: Hideaway
YouTube: All Your Love

zaterdag 20 juli 2024

#610: Sam The Sham & The Pharaohs – Wooly Bully (1965)

Er zijn zo van die nummers die om één of andere reden onverwoestbaar zijn. Dan kan zijn omdat ze heel erg goed zijn of omdat ze heel erg slecht zijn. Het kan ook komen doordat ze heel erg gek of leuk zijn, of een combinatie van beide. Dat laatste gaat op voor het bekendste nummer van Sam The Sham & The Pharaohs.

De eerste versie van The Pharaohs ontstond in 1961 en de naam was geïnspireerd door Yul Brynner's rol als farao in de film The Ten Commandments uit 1965. De bijnaam 'Sam The Sham' kwam voort uit de grap dat hij slechts de schijn ophield zanger te zijn (niet iedereen was onder de indruk van zijn vocale kwaliteiten).

Het nummer waar ik naar verwijs is natuurlijk Wooly Bully uit 1965. Het nummer werd geschreven door Domingo 'Sam' Samudio en kwam eerst uit bij het kleine XL Records. Al snel pikte MGM Records het nummer werd de eerste en grootste hit van de band. In de VS kwam het tot nummer twee, maar ook in de rest van de wereld werd het een grote hit.

Zo stond het nummer in 1965 liefst 23 weken in de Nederlandse Top 40, waarvan 13 weken in de top 10 en vier weken op nummer 1. Daardoor is het nummer in het geheugen van veel mensen gegrift. Het herkenbare intro ("uno, dos, one, two, tres, quatro") en het meezingbare refrein zullen daar zeker aan hebben bijgedragen.

Het nummer is een aantal keren heruitgebracht en de versie van de single die ik heb komt uit 1984. Op de b-kant staat een andere hit van de band, Li'l Red Riding Hood, die in Nederland slechts drie weken in de onderste regionen van de Top 40 bivakkeerde. Daarnaast had de band nog twee nummers in de Nederlandse hitparade (Ju Ju Hand en Ring Dang Doo), maar ook die waren niet heel succesvol. 

Als je naar die andere drie nummers luistert, kun je niet anders dan concluderen dat veel nummers van Sam The Sham & The Pharaohs eigenlijk variaties zijn op Wooly Bully. Dat maakt die grote hit echter niet minder leuk! 

© 2024 TTZL


Officiële website: Sam The Sham & The Pharaohs  [archief]

YouTube: Wooly Bully [video]
YouTube: Ju Ju Hand
YouTube: Ring Dang Doo

Spotify: Wooly Bully
Spotify: Ju Ju Hand
Spotify: Ring Dang Doo

zondag 14 juli 2024

#609: The Tapes - Party (1980)

Als ik een lijst zou moeten maken van mijn tien favoriete albums van Nederlandse bodem, dan zou Party (uit 1980) van The Tapes daar zeker in staan. Het is een plaat van grote klasse, die helaas veel te  weinig bekendheid geniet.

Aan de aandacht van de muziekpers heeft dat niet gelegen. De albums en optredens van The Tapes werden positief onthaald, maar veel succes heeft dat helaas niet gebracht.

In 1978 verscheen You Just Can't Sleep als het eerste album van het Nederlandse Plurex Records. Een klein budget leidde tot een plaat die met beperkte middelen op 8-sporen werd opgenomen. Het geluid van het album is dan ook niet geweldig, maar de muziek maakt een hoop goed. Het album werd goed ontvangen door de pers, maar werd geen verkoopsucces.
 
Het lukte niet om het tweede album ook via Plurex uit te brengen waarna de band bij Passport Records terecht kwam. 

Via een lovende recensie werd ik in 1980 attent gemaakt op Party en vanaf de eerste keer luisteren was ik verkocht. Hier was een band die muziek maakte met echo's van Talking Heads, XTC en de vroege albums (Tent, New Flat) van The Nits, maar dan toch met een heel eigen twist.

Het album start met een track die direct duidelijk maakt wat we kunnen verwachten. (I Fall) Head First is hoekig en springerig, de vocalen hebben bijpassende zanglijnen, maar tegelijkertijd is het aanstekelijk en swingt het als de neten. Het energieke The Mating Season heeft een heerlijke drive en fijne riffs en Blue ThighsPoint Eighty-Eight en Into Action houden het hoge niveau vol. Kant B is ook groots, met nummers als To Assemble, Party en In The Crocodile's Mouth

Ondanks de kwaliteit van het gebodene werd dit album wederom geen commercieel succes. Ze maakten daarna nog één album (On A Clear Day in 1981), maar als wederom aan de pers positief reageert, stoppen The Tapes ermee.

Toen er in 2014 berichten kwamen dat alle albums van The Tapes in een 5CD box heruitgebracht zouden worden was ik zeer verheugd. Helaas is dat er niet van gekomen en is het tot nu toe bij een heruitgave van Party gebleven op Concerto Records in 2018.

Dat is dan wel een hele mooie versie die de tag 'Remixed Remodeled Remastered' meekreeg en verscheen op transparant vinyl. Bijgesloten werd een CD-versie met daarop als bonus negen live tracks. Het album zelf klinkt fantastisch en er zijn delen toegevoegd die blijkbaar op de originele uitgave waren weggelaten. 
NB Deze uitgave is momenteel met € 12,99 crimineel laag geprijsd.

Waarom The Tapes nooit het succes hebben gehad dat ze verdienden op basis van hun kwaliteit, dat weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik nog altijd geniet van hun drie albums en blijf hopen dat de andere twee alsnog een mooie heruitgave krijgen. Als was het maar in digitale vorm via Bandcamp (waar je trouwens een gratis live EP van The Tapes kunt downloaden). 

© 2024 TTZL


Facebook (officieel): The Tapes

YouTube: Party [album]
Spotify: Party [album]

YouTube: Blue Thighs
YouTube: Into Action
YouTube: To Assemble
YouTube: Party

zondag 7 juli 2024

#608: Mass Production - '83 (1983)

Soms ga ik door mijn platenkast op zoek naar een onderwerp voor dit blog en dan stuit ik op een plaat die mij werkelijk helemaal niets zegt. Dat was ook het geval met het album '83 van Mass Production. Waarschijnlijk heb ik deze heel erg goedkoop uit een uitverkoopbak gevist. Ik had niet eens een idee wat voor soort muziek het is.

Mass Production blijkt een Amerikaanse groep te zijn die bestond van 1977 tot 1983 en funk maakte met disco-invloeden. Online is er niet heel veel informatie over de band terug te vinden, maar ze blijken in ieder geval in de VS een aantal hitjes gehad te hebben in de R&B-lijsten met als bekendste nummer Firecracker uit 1979. Dat nummer kreeg ook enige bekendheid in 1989 toen het werd gesampled door 2 Live Crew in Me So Horny

Nou ben ik niet vies van een lekker stukje P-funk (George Clinton c.s), Sly And The Family Stone, The Brothers Johnson, Chic of Zapp, of de funk-escapades van bijvoorbeeld Prince en de Red Hot Chili Peppers, maar Mass Production speelt toch een paar divisies lager met dit achtste en laatste album.

De instrumentale albumopener Sun Dancer maakt weinig indruk. Het kabbelt maar een beetje voort en het gastoptreden van Herbie Mann op dwarsfluit geeft het nummer niet bepaald meer gewicht. Time Bomb heeft een reggae-ritme en zang (deels via de vocoder), maar gaat ook het ene oor in en het andere oor uit. Victory in '83 start met een veelbelovend intro en is verder het leukste nummer van kant A, want afsluiter Style is dan weer te eenvormig (ondanks de lekkere saxsolos).

Kant B is vooral meer van hetzelfde. Er staan twee uptempo nummers op (Farewell Love en Don't Stop Believin') en daartussen staan twee downtempo nummers Here You Come (Creeping Back In My Dreams) en Chasing Rainbows, maar je hebt allemaal al eens eerder en/of veel beter (en interessanter) gedaan horen worden door andere artiesten.

'83 van Mass Production is een album dat na aanschaf één keer door mij gedraaid zal zijn en daarna in de kast heeft staan verstoffen. Na de draaibeurt voor dit blog twijfel ik er niet aan dat het opnieuw voor een lange tijd in de kast zal blijven staan.

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: Mass Production

YouTube: '83 [album]

YouTube: Sun Dancer
YouTube: Time Bomb
YouTube: Victory in '83
YouTube: Style
YouTube: Farewell Love

YouTube: Firecracker
YouTube: Me So Horny [2 Live Crew]

zondag 30 juni 2024

#607: Supertramp - Brother Where You Bound (1985)

Weinigen zullen gedacht hebben dat er leven was voor Supertramp na het vertrek van Roger Hodgson (zang, gitaar, toetsen) in 1983. Zanger, toetsenist en mede-oprichter Rick Davies stond er ineens alleen voor als songschrijver en leider van de band.

Natuurlijk, de andere drie leden van de klassieke bezetting (bassist Dougie Thomson, drummer Bob Siebenberg en saxofonist John Helliwell) waren er nog, maar was het gemis van Hodgson opvangen wel mogelijk?

Het antwoord op die vraag is Brother Where You Bound uit 1985 en dat album klinkt als een volmondig 'ja'. Althans voor mij klonk het zo, de contemporaine recensies van pers en publiek waren maar lauw. Opvallend genoeg is de waardering voor het album in de loop van de tijd veranderd en retrospectieve recensies zijn dan ook veel positiever.

Misschien kwam dat doordat de songs, die nu alleen van de hand van Davies zijn, teruggrijpen op het geluid van de vroege Supertramp albums. Hodgson was de meer pop-georiënteerde songschrijver, waar Davies' interesse meer in blues en jazz lag. Ze vonden elkaar in het prog-rock geluid van de eerste twee albums (Supertramp uit 1970 en Indelibly Stamped uit 1971). Vanaf Crime Of The Century (uit 1974) kwamen er steeds meer pop-invloeden naar voren, al kon Davies zijn ei nog wel kwijt in de door hem geschreven nummers op het album. 

Door het succes van de door Hodgson geschreven singles van de albums, verschoof het geluid steeds meer van prog-rock naar pop op albums als Crisis? What Crisis? uit 1975 (zie blog #23), Even in the Quietest Moments... uit 1977 en Breakfast In America uit 1979. Uiteindelijk besloot Hodgson solo te gaan in 1983.

Het album opent met de single Cannonball (een kleine hit in Nederland) waarin subtiel jazz-rock invloeden verwerkt zitten. Vooral de lange versie op het album is een juweeltje. Daarop volgt Still In Love dat opent met een melancholieke saxofoon, waarna een springerig midtempo nummer ontstaat dat niet had misstaan op de vorige albums.

No Inbetween is een archetypische Davies-track. Het is een ballad die heel langzaam opbouwt naar een climax en dan ook weer rustig afrondt. Davies' stem klinkt hier fantastisch, mooi vol zowel als onderhuids fel, en daarom heb ik altijd zijn stemgeluid verkozen boven de wat schelle toon van Hodgson.

Better Days sluit kant A van de elpee af en is één van de topnummers van het album. Prachtige wisselingen in tempo en dynamiek, prachtig gearrangeerd en geproduceerd met een heerlijk helder geluid (net als trouwens het hele album). De songtekst met koude-oorlog-thematiek doet gedateerd aan (ook in andere tracks), maar plaats het nummer in de jaren tachtig van de vorige eeuw en het is prima.

Voordat de prima ballad Ever Open Door kant B van het album afsluit hebben we eerst mogen luisteren naar het absolute hoogtepunt van het album, het ruim zestien minuten durende titelnummer Brother Where You Bound. Tempo- en dynamiekwisselingen, breaks, veranderingen van toon en gevoel, experimentele stukjes, alles zit erin. Het is een werkstuk met vele lagen en het is alsof er een stuk of vijf nummers kunstig tot één vloeiend geheel zijn geweven.

Hierna zouden nog drie studio-albums volgen, maar die halen helaas niet hetzelfde niveau. Van het post-Hodgson tijdperk is Brother Where You Bound het beste, maar zwaar ondergewaardeerde hoofdstuk in de historie van Supertramp

© 2024 TTZL


Officiële website: Supertramp
Wikipedia EN: Supertramp 
Wikipedia NL: Supertramp

YouTube: Brother Where You Bound [album]
Spotify: Brother Where You Bound [album]

YouTube: Cannonball
YouTube: Still In Love
YouTube: No Inbetween
YouTube: Better Days
YouTube: Ever Open Door

zondag 23 juni 2024

#606: Van Halen - Fair Warning (1981)

Sommige albums weten je vanaf de eerste noot te boeien en laten je daarna ook niet meer los. Niet alleen tijdens die eerste luisterbeurt, maar ook niet in de jaren daarna. Fair Warning van Van Halen is voor mij zo'n album. Al eerder heb ik mijn liefde voor Van Halen's muziek laten blijken in blogs #69 en #413, maar dit album heeft wel een speciaal plekje.

Alhoewel dit vierde album, net als de vorige drie, geproduceerd is door Ted Templeman, heeft het toch een ander karakter. Waar de vorige drie albums aanvoelden als een hard rockend feestje, is dit album een donker en gemeen stuk werk dat somber aanvoelt, maar wel een aantal van de felste, hardste nummers bevat die Van Halen ooit heeft gemaakt.

Van Halen's traditie van goede intro's wordt op dit album gelukkig voortgezet. Op albumopener Mean Street horen we eerst een dertig seconden durende vingeroefening van gitarist Eddie van Halen, voordat de riff van het nummer wordt ingezet. Hier valt al direct op dat de donkere sfeer van het nummer ook wordt weerspiegelt in de teksten van David Lee Roth

Dat geldt ook voor de teksten van de andere nummers op de plaat. Zelfs in de nummers over vrouwen, relaties en sex (zoals bijvoorbeeld in Dirty MoviesPush Comes To Shove en So This Is Love?) is Roth niet  zijn guitige en brutale zelf, maar klinkt hij eerder rauw en smerig. Dat gevoel komt ook terug in het hoesontwerp, dat heel anders is dan bij de eerdere albums. Dit is een detail uit The Maze, een schilderij van de Canadese artiest William Kurelek, welke zijn getormenteerde jeugd verbeeldt.

Wat ik ook zo sterk vind aan het album is de afwisseling. Na het uptempo Sinner's Swing! volgt het midtempo Hear About It Later, dat echter start met een prachtig, rustig intro en verder een showcase is voor drummer Alex van Halen en bassist Michael Anthony. Direct daarna volgt het waarschijnlijk bekendste nummer van dit 'album zonder hitsingles', Unchained. Het is het nummer dat het dichtst in de buurt komt van de vrolijke nummers van de vorige albums en het heeft op tweeëneenhalve minuut de grappige interactie tussen tekst en muziek over het begrip 'break'.

Het album sluit af met de twee-eenheid Sunday Afternoon In The ParkOne Foot Out The Door. Eerstgenoemde is een een duistere, donkere instrumentale track van synthesizer en drums en vloeit na een minuut of twee over in het heerlijke, gruizige, vuige, hard rockende One Foot Out The Door. Wat een manier om een album af te sluiten!

Alles bij elkaar duurt Fair Warning nog geen 32 minuten, maar wat geeft dat als het zo goed is. Van alle Van Halen albums blijft dit mijn favoriet.

© 2024 TTZL


Officiële website: Van Halen
Wikipedia EN: Van Halen
Wikipedia NL: Van Halen

YouTube: Fair Warning [album]
Spotify: Fair Warning [album]

YouTube: Mean Street
YouTube: Dirty Movies
YouTube: Sinner's Swing!
YouTube: Unchained

zondag 16 juni 2024

#605: M|A|R|R|S - Pump Up The Volume (1987)

4AD is een Brits platenlabel dat in de jaren tachtig werd opgericht als onderdeel van Beggars Banquet Records, maar zich al heel snel losmaakte en verder ging als onafhankelijk platenlabel. 4AD specialiseert in alternative rock, post-punk, gothic rock en dream pop en twee van de gecontracteerde bands in 1987 waren Colourbox en A.R. Kane.

In 1987 opperde beide bands, onafhankelijk van elkaar, bij 4AD-baas Ivo Watts-Russell het idee om een op dance geïnspireerde single te maken, mede gebaseerd op de aanstaande doorbraak van house op dat moment. Aangezien A.R. Kane net hun vorige platenlabel had verlaten omdat de belofte om met een grote naam te mogen werken was verbroken, koppelde Watts-Russell de band aan Martyn Young van Colourbox.

Deze samenwerking verliep echter niet heel soepel en in plaats van gezamenlijke nummers te maken, namen de bands ieder een nummer op voor een single, waar de andere band dan een bijdrage aan zou leveren. Het werd uitgebracht als MARRS, een acroniem van de voorletters van de betrokken bandleden.

A.R. Kane kwam met Anitina (The First Time I See She Dance) en daarop verzorgt Colourbox de drums. Het is geen onaardig nummer in de dream pop stijl van A.R. Kane, geïnjecteerd met wat dance-invloeden, maar het is geen nummer met eeuwigheidswaarde.

Hoe anders is dat voor de bijdrage van Colourbox, waarop A.R. Kane gitaar bijdraagt en het werk van DJs Chris "C.J." Mackintosh and Dave Dorrell cruciaal is. 

Pump Up The Volume is een mijlpaal in de ontwikkeling van de Britse house en voor music sampling als geheel (ik verwees er al naar in blog #258). Het nummer kent een heerlijk, mid-tempo voortstuwend ritme, waarover men helemaal los gaat met samples en scratching. En dat zijn er nogal wat. Op de Wikipedia-pagina van het nummer wordt een mooi overzicht gegeven van de samples per versie van het nummer. Dat is nodig omdat er verschillen zijn tussen de 7-inch en 12-inch versies, maar ook tussen de UK- en US-versies (een kwestie over de rechten op de samples).

Martyn Young wilde Anitina niet op de b-kant van Pump Up The Volume hebben en het daarnaast uitbrengen als een Colourbox-single. Watts-Russell hield echter vast aan het originele plan en bracht de single uit onder de naam M|A|R|R|S en dat gaf ruzie met Young. Het leidde tot een breuk tussen Colourbox en 4AD en kort daarna zou Colourbox ophouden te bestaan. Dat doet echter niets af aan het belang en de klasse van dat ene nummer. Ik zet het daarom nog maar een keer op en ik 'Pump Up The Volume'!

© 2024 TTZL


Officiële website: 4AD
Wikipedia EN: 4AD
Wikipedia NL: 4AD

YouTube: Pump Up The Volume [video]
Y
ouTube: Anitina (The First Time I See She Dance)
Spotify: Pump Up The Volume
SpotifyAnitina (The First Time I See She Dance)

zaterdag 8 juni 2024

#604: Slayer - Reign In Blood (1986)

Deze week zat ik een opname te kijken van de eerste aflevering van Tijl Beckand's tv-programma Tijl in het voetspoor van Richard Wagner. Hij had het er daarin over dat de term 'vernieuwend' vaak makkelijk wordt gebruikt, maar in het geval van Wagner vond hij het wel terecht.

Ik moest bij Tijl's opmerking om één of andere reden denken aan het album Reign In Blood uit 1986 van Slayer waarvoor de term 'vernieuwend' ook wel van stal gehaald wordt. 

Slayer wordt samen met MetallicaMegadeth en Anthrax gerekend tot de 'big four of thrash metal' en Reign In Blood was hun derde studio-album. De plaat werd geproduceerd door Rick Rubin (een vaste gast in mijn blogs) en hij geeft de band voor het eerst in hun carrière een helder, krachtig geluid. En stonden er op het vorige album nog een flink aantal langere nummers, op Reign In Blood is dat anders. 

Hun thrash-/speed-/death metal geluid (kies de term van jouw voorkeur) wordt geperfectioneerd, maar is nu vorm gegeven met de punk-attitude van korte, krachtige songs. Slechts drie van de tien nummers duren langer dan drie minuten en het hele album duurt nog geen dertig minuten.

Het bekendste nummer van het album is opener Angel Of Death over nazi-arts Josef Mengele. De tekst is beschouwend, maar zorgde toch voor vertraging bij het uitbrengen van het album omdat er zorgen waren dat het nummer verkeerd opgevat zou kunnen worden. Het nummer opent furieus met een geweldige riff en gaat direct los in een krankzinnig tempo. Het is een bijna vijf minuten durend statement waar de rest van het album op voortbouwt. Het nummer staat sinds 2012 zelfs in de Top 2000 (zo rond plaats 200).

Voor we afsluiter Raining Blood bereiken, horen we prima tracks als Necrophobic, Jesus Saves, Criminally Insane en Postmortem. Toegegeven, op het eerste gehoor lijkt er weinig variatie en subtiliteit in de nummers te zitten, maar na een aantal draaibeurten verandert dit. Ineens ga je wel significante verschillen horen en blijken er allerlei details in te zitten die je eerst niet hoorde. Wat blijft is de verzengende intensiteit en eenduidige visie van het album (ook in hoesontwerp en teksten).

Maar hoe zit het nou met dat 'vernieuwend' zijn? De betekenis van de term is volgens het woordenboek 'het oude vervangen'. Is Reign In Blood in die zin als 'vernieuwend' te bestempelen?  Waarschijnlijk niet, de boom met metal genres is eerder uitgebreid met een nieuwe tak dan dat er iets is verdwenen c.q. vervangen. 

Staat op Reign In Blood dan iets wat nog nooit eerder was gedaan? Ook niet echt. Nummers als Stone Cold Crazy (1974) van Queen en Sympton Of The Universe (1975) van Black Sabbath gaven al eerder de richting aan, met in hun kielzog bijvoorbeeld Am I Evil? van Diamond Head en sommige bands uit de New Wave Of British Heavy Metal.

Is Reign In Blood dan sinds 1986 het ijkpunt en de inspiratiebron voor vele thrash, speed en death metal bands die na hen zijn begonnen? Zeker! Het album wordt tot op de dag van vandaag dan ook genoemd in lijstjes met de beste en/of invloedrijkste metal albums ooit. Alleen al daarom verdient het album om gehoord te blijven worden.

© 2024 TTZL


Officiële website: Slayer
Wikipedia EN: Slayer
Wikipedia NL: Slayer

YouTube: Reign In Blood [album]
Spotify: Reign In Blood [album]

YouTube: 
Angel Of Death
YouTube: Necrophobic
YouTube: Jesus Saves
YouTube: Postmortem
YouTube: Raining Blood

YouTube: Stone Cold Crazy [Queen]
YouTube: Sympton Of The Universe [Black Sabbath]
YouTube: Am I Evil? [Diamond Head]

zaterdag 1 juni 2024

#603: Julie Covington - Only Women Bleed (1977)

De Engelse actrice en zangeres 
Julie Covington is bekend van haar rol op het concept-album Evita en dan vooral van de hitsingle Don't Cry For Me Argentina. Voor mij nog steeds de mooiste uitvoering van dat nummer (maar daar verwees ik al naar in blog #518). 

Je zou haar ook kunnen kennen van haar rol als Beth, de vrouw van dominee Nathaniel (gezongen door Phil Lynott) op Jeff Wayne's Musical Version Of The War Of The Worlds in het duet The Spirit Of Man. Met haar acteerachtergrond kan ze zich zo goed inleven in het karakter van Beth, dat het mij raakt, iedere keer dat ik het nummer weer hoor.

Iets soortgelijks gebeurde toen zij een nummer van Alice Cooper's debuut solo-album Welcome To My Nightmare coverde. Dit album kwam uit in 1975 (nadat de band met de naam Alice Cooper was ontbonden) en werd goed ontvangen, net als de single Only Women Bleed. De tekst van dat nummer gaat over een vrouw die te maken heeft met huiselijk geweld. Misschien niet iets wat je direct van Alice Cooper zou verwachten, maar Cooper wordt muzikaal en tekstueel vaak onderschat naar mijn mening.

Covington's versie van Only Women Bleed stelt het origineel echter in de schaduw. Haar voordracht en inlevingsvermogen, gecombineerd met het feit dat zij het nummer vanuit de eerste persoon kan zingen, maakt dat deze non-album single een grote hit had moeten zijn, maar het helaas niet werd (met uitzondering van de UK). 

Op de b-kant van de single staat Easy To Slip en dat mid-tempo nummer toont aan dat zij ook prima uit de voeten kan met een wat luider en sneller nummer. Beide tracks van de single zijn aan de heruitgave van haar album Julie Covington toegevoegd, voor die gelegenheid Julie Covington... Plus getiteld.

© 2024 TTZL


Onofficiële website: Julie Covington
Wikipedia EN: Julie Covington
Wikipedia NL: Julie Covington

YouTube: Only Women Bleed
Y
ouTube: Easy To Slip
Spotify: Only Women Bleed
Spotify: Easy To Slip

YouTube: Only Women Bleed [Alice Cooper]
YouTube: Only Women Bleed [video]
YouTube: Don't Cry For Me Argentina [Evita]
YouTube: The Spirit Of Man [Jeff Wayne's Musical Version Of The War Of The Worlds]

Spotify: Julie Covington... Plus [album]

zondag 26 mei 2024

#602: Iron Butterfly - Unconscious Power: An Anthology 1967-1971 (2020)

Stel, je bent toetsenist en zanger van een beginnend bandje in San Diego en je hebt een idee voor een nieuw nummer. Dan wil je dat graag snel vastleggen. Dus je vraagt de drummer om de teksten die je zingt op te schrijven terwijl je het nummer voor hem speelt. Klinkt logisch tot zover, toch? 

Het wordt wat problematischer als je dat doet terwijl je die avond al meer dan vier liter wijn hebt gedronken. Dan wordt je wat minder goed verstaanbaar en zing je "In The Garden Of Eden", maar verstaat je drummer het als "In-A-Gadda-Da-Vida" (of zoiets).

Dat is de ontstaansgeschiedenis van de titel van het bekendste nummer van Iron Butterfly, een band die sinds 1966 bestaat en waarvan de lijst met (voormalige) bandleden leest als het telefoonboek van een middelgrote stad.

De deze week op 78-jarige leeftijd overleden toetsenist/zanger Doug Ingle en drummer Ron Bushy vormden echter de kern tijdens de hoogtijdagen van 1966 tot 1971, samen met gitarist Erik Brann en bassist Lee Dorman, op de meeste albums in de box Unconscious Power: An Anthology 1967-1971.

Op het debuutalbum Heavy (uit januari 1968) is direct de Iron Butterfly kenmerkende mix van acid rockpsychedelic rock en hard rock (maar ook de blues rock is nooit ver weg) te horen in nummers als Unconscious Power en You Can't Win, maar er staan ook mindere nummers als So-Lo op.

Het blijkt de opmaat naar het sterke tweede album dat slechts vijf maanden later verschijnt: In-A-Gadda-Da-Vida. Hierop staat natuurlijk het titelnummer in een B-kant vullende, zeventien minuten durende versie en op de box staat ook de single versie die in een paar landen een hit werd en in Nederland de top 10 haalde. De A-kant is echter ook heel goed (Most Anything You Want, Are You Happy) en maakt dit tot een heel sterk album.

Op het derde album Ball (uit januari 1969) ligt de focus op kortere, melodieuze nummers met minder excessen. Dit leidt tot sterke tracks als Soul Experience, Real Fright en Belda-Beast, maar het geheel heeft niet de impact van het vorige album.

De officiële uitgave van live-opnamen van een rockgroep was begin jaren zeventig niet zo heel gewoon, dus we zijn blij met het prima (zowel qua spel als geluidskwaliteit) Live album uit april 1970 (In The Time Of Our Lives, Filled With Fear). 

Als laatste studio-album is Metamorphosis (uit augustus 1970) opgenomen in de box. Op deze plaat is Brann is vervangen door gitaristen Mike Pinera en Larry Reinhardt. Op het album slaat Ingle nieuwe wegen in, door een meer gelaagde productie en het gebruik van invloeden uit andere genres (Shady Lady, Best Years Of Our Lives). Alhoewel interessant, levert het niet direct een heel sterk album op, al is de single Easy Rider (Let The Wind Pay The Way) ouderwets goed.

In 2011 verscheen Fillmore East 1968een dubbel-CD met live-opnamen, en het is mooi dat deze is toegevoegd aan de box. Het is een prima set, maar de naam Iron Butterfly zal toch voor altijd synoniem blijven met dat ene nummer (en album): In-A-Gadda-Da-Vida. Het is een ware klassieker, getuige ook de doorlopende, hoge notering in de Top 2000 (zie ook blog #373). En als je dan ook nog prominent voorkomt in een aflevering van The Simpsons heb je het wel helemaal gemaakt!

© 2024 TTZL


Officiële website: Iron Butterfly
Wikipedia EN: Iron Butterfly
Wikipedia NL: Iron Butterfly

YouTube: Unconscious Power: An Anthology 1967-1971 [album]
Spotify: Unconscious Power: An Anthology 1967-1971 [album]

YouTube: 
Unconscious Power
YouTube: You Can't Win
YouTube: So-Lo
YouTube: In-A-Gadda-Da-Vida [album versie]
YouTube: In-A-Gadda-Da-Vida [single versie]
YouTube: Are You Happy
YouTube: Soul Experience
YouTube: Real Fright
YouTube: 
Belda-Beast
YouTube: Shady Lady