Warp Records werd in 1989 opgericht in Sheffield (UK) door twee werknemers van een platenwinkel (Steve Beckett en Rob Mitchell) en producer Robert Gordon. Al snel zou de naam Warp synoniem staan voor techno die meer gemaakt was om naar te luisteren dan om op te dansen, soms ook wel intelligent dance music genoemd.
De eerste uitgave van het label was Track With No Name van Forgemasters (de band van Robert Gordon) in een oplage van 500 stuks. Deze 12" werd gevolgd door Dextrous van Nightmares On Wax en deze verkocht al 30.000 kopieën. Het succes zette door en de vijfde single die werd uitbracht was LFO van LFO en daarvan werden 130.000 stuks verkocht waarmee het een echte hit werd (nummer 12 in de Engelse hitlijst).
Onder de naam Artificial Intelligence bracht het label vanaf 1992 een serie singles en albums uit met experimentele elektronische muziek. Tracks van die uitgaven zijn samengebracht op verzamelaars met dezelfde titel en die vormen samen een heel fraaie introductie tot het genre.
Op de eerste Artificial Intelligence staat eigenlijk geen enkele mindere track. Van begin tot eind is het genieten met nummers als Polygon Window van The Dice Man (aka Aphex Twin), Crystal en The Egg van Autechre, Telephone 529 van B12, The Clan van I.A.O. (aka Black Dog) en Loving You Live van Dr Alex Paterson (van The Orb).
Artificial Intelligence II is over de gehele linie nog wat experimenteler dan deel één, maar zeker de moeite waard. Het album opent met Release To The System (Beaumont Hannant Remix) van Mark Franklin en Selinite van The Higher Intelligence Agency. Leuke tracks, maar verderop het album leggen nummers als Arcadian van Link, Scriptures van B12, Symmetry van Speedy J en Parasight van Balil de lat nog wat hoger.
Dit zijn twee compilatie-albums die een mooie dwarsdoorsnede van techno c.q. intelligent dance music anno begin jaren negentig geven (en voor een paar euro kun je ze tweedehands oppikken op Discogs).
© 2019 TTZL
Officiële website: Warp
Wikipedia EN: Warp
Peter Gunn was een misdaadserie die drie seizoenen heeft gelopen van 1958-1961. Meer dan de TV-serie is de muziek blijven hangen in het collectieve geheugen. Het soundtrack-album The Music From Peter Gunn was in 1959 zelfs het allereerste album dat een Grammy Award for Album of the Year kreeg.
Vooral het originele Peter Gunn 'theme' uit 1959 wordt nog steeds door velen gekend. Binnen de muziek van Henri Mancini voor de TV-serie is het nummer eigenlijk een buitenbeentje. Waar de rest van de soundtrack jazz-geöriënteerd is, daar heeft Peter Gunn meer rock & roll-invloeden. Gitarist Duane Eddy was er snel bij om een eigen versie van Peter Gunn op te nemen en was daar ook zeer succesvol mee.
Mancini liet in 1965 met de latin versie Señor Peter Gunn horen dat het nummer zich voor meerdere arrangementen leent. Ook het nieuwe Peter Gunn arrangement voor de speelfilm is hier een voorbeeld van. Voor Sarah Vaugh werd er een tekst geschreven en zo geeft haar versie weer een hele nieuwe kijk op het nummer Peter Gunn.
Ook in de decennia daarna verschenen nog regelmatig nieuwe versies van het nummer. Zo nam de Braziliaande duizendpoot Eumir Deodato een versie van Peter Gunn op waarin het nummer wordt getransformeerd tot dansmuziek. En ook een heel succesvolle versie van Peter Gunn is die van Art Of Noise samen met Duane Eddy uit 1986 (met een hele leuke videoclip).
De cover die mij echter het meeste bevalt is die van Emerson, Lake & Palmer (ook wel ELP) uit 1979. De hoogtijdagen van de band lagen als een tijdje achter ze toen ze het live album In Concert (opgenomen in 1977 en 1978) uitbrachten. De concertopener Introductory Fanfare/Peter Gunn werd op single uitgebracht, met de ELP-klassieker Knife Edge op de b-kant. Tot ieders verrassing werd dit een grote hit en stond ELP ineens weer vol in de schijnwerpers. Ook het album profiteerde natuurlijk van het succes van de single. In 1993 kwam er een uitgebreide en geremasterde versie van het album uit onder de titel Works Live.
© 2019 TTZL
Officiële website: Emerson, Lake & Palmer / ELP Facebook site
Officiële websites: Keith Emerson / Greg Lake / Carl Palmer
Wikipedia EN: Emerson, Lake & Palmer
Wikipedia NL: Emerson, Lake & Palmer
YouTube: Peter Gunn [Henri Mancini, 1959]
YouTube: Peter Gunn [Duane Eddy, 1959]
YouTube: Señor Peter Gunn [Henri Mancini, 1965]
YouTube: Peter Gunn [Sarah Vaugh, met tekst, 1965]
YouTube: Peter Gunn [Henry Mancini, nieuw arrangement, 1967]
YouTube: Peter Gunn [Deodato, 1976]
YouTube: Peter Gunn [Emerson, Lake & Palmer, 1979]
YouTube: Knife Edge [Emerson, Lake & Palmer, 1979]
YouTube: Peter Gunn [The Art Of Noise with Duane Eddy, 1986, video]
Een jaar of zeven geleden moesten de broers De Jong uit Aarle-Rixtel, tijdens een verbouwing in het ouderlijk huis, tijdelijk in de schuur wonen en daar vonden daar ze de platencollectie van hun vader.
Er ging een wereld voor ze open en dat inspireerde ze om zelf ook muziek te gaan maken. Sindsdien vormen Tom (bas) en Gijs (drums) samen met hun neef Timo van Lierop (gitaar) Mooon. De muziek verraad een voorliefde voor de zestiger jaren en ze maken dan ook in hun eigen woorden "garagerock met een psychedelisch randje en surfie invloeden".
Mooon's tweede album Safari (na Mooon's Brew uit 2017) werd onder mijn aandacht gebracht door Kees van platenzaak Fame in Amsterdam. Het eerste album ken ik (nog) niet, maar in interviews geeft de band aan dat Safari anders is dan het debuut. Dit is een conceptplaat over een survivaltocht in de natuur, compleet met terugkerende thema's en nummers die in elkaar overlopen.
Het eerste album verscheen bij het Nederlandse Excelsior Records, maar om deze plaat te maken tekende de band bij het Spaanse Bickerton Records. ,,De muziek is voor ons het belangrijkst. We hadden ook bij onze oude platenmaatschappij kunnen blijven om meer succes te krijgen met onze oude sound, maar wij wilden graag deze plaat maken. Geld is secundair." zeggen ze.
Bij eerste beluistering maakte het album veel indruk op mij. Voor de zekerheid heb ik nog even op de hoes nagekeken of er echt 2019 op stond en geen 1967.
Opener Safari (Intro) heeft een wat lome tred en lokt je als een Rattenvanger van Hamelen het album in. Leaving Town verhoogt het tempo aanzienlijk en dat wordt vastgehouden in het mooie All By Myself. Na drie nummers dringen onvermijdelijk vergelijkingen met The Byrds en The Kinks zich op en met het geluid van de sitar in Nature's Play komen ook flarden The Beatles naar voren.
Het tweeluik Entering The Animal Kingdom / Es Uno Junto deed mij dan weer denken aan het vroege werk van Santana. Pareltjes als Another State Of Mind, The Sun en Odyssey And Me hebben elementen in zich van de muziek zoals die gemaakt werd door bijvoorbeeld The Doors, The Pretty Things en The 13th Floor Elevators of The Rolling Stones in hun psychedelische jaren (zie blog #15).
Eigenlijk zijn al die vergelijkingen niet eerlijk, want al heeft Mooon heel veel respect voor het authentieke geluid van de jaren zestig, ze hebben echt een eigen geluid en zijn veel meer dan een "sixties tribute bandje". The Escape, I'm Coming Home en Safari (Outro) ronden de plaat mooi af, maar het beste luister je het album in zijn geheel (zoals albums ooit bedoeld waren). Deze jongens verdienen onze steun, dus koop die LP of CD!
© 2019 TTZL
Officiële website: Mooon
Officiële Facebook: Mooon
Officiële YouTube: Mooon
YouTube: Safari [album]
YouTube: Safari (Intro)
YouTube: Leaving Town
YouTube: All By Myself
YouTube: Nature's Play
YouTube: Entering The Animal Kingdom
YouTube: Es Uno Junto
YouTube: Another State Of Mind
YouTube: The Sun
YouTube: Odyssey And Me
YouTube: The Escape
YouTube: I'm Coming Home
YouTube: Safari (Outro)
Ronnie Montrose (1947-2012) was één van de beste hardrock-gitaristen uit de VS. Hij is echter niet erg bekend bij het grote publiek, ondanks dat hij speelde op albums van artiesten als Van Morrison, Herbie Hancock, Boz Scaggs, Edgar Winter, Gary Wright, The Neville Brothers en Sammy Hagar. Hij is met het debuutalbum (uit 1973) van zijn groep Montrose ook verantwoordelijk voor het beste Amerikaanse antwoord op de Britse hardrock-invasie.
Na het uiteenvallen van de band maakte Ronnie Montrose een instrumentaal solo-album (Open Fire) waarop hij rock, jazz, blues en akoestische elementen combineert. Hierna was hij weer klaar voor 'rock met vocalen' en formeerde hij de band Gamma, met onder andere Davey Pattison op zang. De band maakt melodieuze hardrock met een progrock randje waarin gitaar en toetsen een even grote rol spelen.
Hun debuutalbum Gamma 1 opent met Thunder And Lightning waarin een sterk intro, vet gitaarwerk, krachtig gezongen coupletten en een heerlijk refrein direct de toon zetten. I'm Alive is een voorbode van de jaren tachtig sound (inclusief vocoder) die later bij veel bands te horen zou zijn, waarna met Razor King het eerste hoogtepunt van het album volgt. Het nummer kent veel afwisseling, heeft heerlijk drumwerk, goede gitaarriffs en -solo's ondersteund door functionele synthesizers en Pattison zingt geweldig. No Tears sluit kant A vervolgens prima af.
Kant B start met twee nummers die in elkaar overlopen: Solar Heat/Ready For Action. Het eerste is een instrumentale track waarin gitaar en toetsen mooi samenwerken en die track wordt gevolgd door het snelste/hardste nummer van het album. Na dit sterke begin volgt goede ballad Wish I Was waarna kant B wordt afgesloten door de tour-de-force Fight To The Finish, dat net als Razor King lekker afwisselend is en alle elementen van het Gamma-geluid laat horen. Een tweede hoogtepunt van een sterk album.
Na Gamma 1 volgden nog goede twee albums: Gamma 2 uit 1980 (met o.a. als Four Horsemen en Mayday) en Gamma 3 uit 1982 (met o.a. Moving Violation en Mobile Devotion). In 2000 zou Gamma een comeback maken met Gamma 4 en alhoewel het een prima album is heeft het niet de brille van de eerste drie albums waarvan ik de mooi geremasterde versies nog regelmatig uit de kast haal.
© 2019 TTZL
Officiële website: Ronnie Montrose
Wikipedia EN: Gamma
YouTube: Thunder And Lightning
YouTube: I'm Alive
YouTube: Razor King
YouTube: No Tears
YouTube: Solar Heat/Ready For Action
YouTube: Wish I Was
YouTube: Fight To The Finish
YouTube: Four Horsemen
YouTube: Mayday
YouTube: Moving Violation
YouTube: Mobile Devotion
Deze week los ik een belofte uit 2014 in. In blog #92 schreef ik over Bram Tchaikovsky's tijd "in de Britse punk/pub-rock-band The Motors (die in Nederland in 1978 een klein hitje scoorden, maar daarover een andere keer meer)". In dit blog dan eindelijk meer over The Motors!
Nick Garvey (gitaar, zang) en Andy McMaster (bas, toetsen, zang) kenden elkaar van de pub-rock band Ducks Deluxe en vormden in 1977 The Motors (na een paar bezettingswisselingen) met drummer Ricky Slaughter (drums) en Bram Tchaikovsky (gitaar, zang).
Hun eerste album (toepasselijk "1" genaamd) leverde in de UK direct een hit op: Dancing The Night Away. Op hun tweede album (Approved By The Motors) zijn de songs wat melodieuzer en toegankelijker. Met hun UK-hit Forget About You gaan ze daar wat mij betreft iets te ver in, maar met Airport raken ze precies de goede snaar en scoren ze een grote hit (in Nederland reikt het nummer tot plaats 28).
Airport had ik wel meegekregen, maar echt op mijn radar kwamen The Motors pas met hun derde album, Tenement Steps, die gestoken is in een opvallende hoes waarvan de hoeken zijn afgesneden. De groep bestond toen alleen nog uit Garvey en McMaster en toetsen kregen een veel belangrijkere rol.
Dit concept werkt niet heel goed in fanatieke, uptempo songs als Modern Man, Slum People en Nightmare Zero. Hier had de aanpak van de eerste twee albums beter bij de nummers gepast.
Er zijn echter ook tracks waarin het wel goed werkt zoals in het mid-tempo Love And Loneliness dat een kleine hit in de UK opleverde. Ook gelijkaardige nummers als That's What John Said en Here Comes The Hustler luisteren heerlijk weg.
Het beste resultaat boeken The Motors wat mij betreft in de twee orkestrale en licht-bombastische nummers: Metropolis en titelnummer Tenement Steps. Zwiepende synthesizers, sterke melodieën en zanglijnen, heerlijke koortjes en veel dynamiek maken dit tot twee van mijn favoriete nummers aller tijden.
Heel verheugd was ik dan ook in 2015 toen Virgin Records sub-label Caroline Records een prachtige box uitbracht (The Virgin Years) met daarop alle drie de LP's plus single-versies, b-kanten, re-mixen en live opnamen.
© 2019 TTZL
Facebook (fan pagina): The Motors
Wikipedia EN: The Motors
Wikipedia NL: The Motors
YouTube: Love And Loneliness
YouTube: Metropolis
YouTube: Modern Man
YouTube: That's What John Said
YouTube: Tenement Steps
YouTube: Slum People
YouTube: Here Comes The Hustler
YouTube: Nightmare Zero
YouTube: Dancing The Night Away
YouTube: Airport [clip]
YouTube: Forget About You [clip]
The White Single werd in 1984 door The Residents uitgebracht als voorbode van hun American Composer Series, waarvan weldra het eerste deel zou verschijnen: George & James (met interpretaties van de muziek van George Gershwin en James Brown). De single zou echter geen onderdeel worden van het album.
(Voor meer achtergrondinformatie over The Residents zie ook de blogs #3, #118, #170 en #272).
Het eerste dat opvalt aan de vinyl single is de prachtige uitvoering. The Residents hebben hun identiteit nooit prijsgegeven en hun meest iconische vermomming is die van de oogballen met smoking en hoge hoed. De single speelt met dit gegeven doordat er gebruik is gemaakt van (oog)wit vinyl, een label met de afbeelding van een iris en de adertjes van het oog zijn afgedrukt op de transparante hoes.
Op de A-kant van de single staat This Is A Man's Man's Man's World, The Residents' interpreatie van de James Brown klassieker It's A Man's Man's Man's World (er is ook een typische art house clip voor gemaakt). Het nummer is helemaal kaal gestript en het tempo is nog iets lager dan van het origineel. Ze trekken het nummer helemaal naar zich toe, maar weten toch de kracht van origineel intact te laten en maken er een prachtig eerbetoon van.
Op de B-kant staat een eigen track, Safety Is A Cootie Wootie (althans deel 2 en 3 van een driedelige suite). Het eerste gedeelte van de track is rustig heel atmosferisch, waarna het tweede gedeelte nog steeds atmosferisch aandoet, maar een veel hoger tempo heeft met mooie gedubbelde spraakzang. De gehele versie van de suite laat horen dat het eerste deel een mengeling is van delen twee en drie qua sfeer en tempo.
The White Single laat in twee nummers en een mooie verpakking (zowel qua idee als uitvoering) goed zien en horen waar het bij The Residents allemaal om draait: eigenzinnigheid, maar met waardering en respect voor het verleden.
© 2019 TTZL
Officiële website: The Residents
Wikipedia EN: The Residents
Wikipedia NL: The Residents
YouTube: This Is A Man's Man's Man's World
YouTube: Safety Is A Cootie Wootie
YouTube: This Is A Man's Man's Man's World [clip]
YouTube: Safety Is A Cootie Wootie [driedelige suite]
YouTube: It's A Man's Man's Man's World [James Brown]
Ginger Baker is niet meer. Deze week overleed "rock's first superstar drummer" op 80-jarige leeftijd. Vóór hem waren er wel al bekende drummers, maar deze waren vooral bekend vanwege de groep waar ze in zaten en soms vanwege niet-muzikale activiteiten.
Baker werd beroemd vanwege zijn speelstijl en is één van de meest bewonderde drummers. Zo schreef Stewart Copeland (drummer van The Police) naar aanleiding van zijn overlijden in Time:
"Before Ginger Baker, the drums were a very simple instrument providing a very simple ingredient to pop music, which was the beat. The drummer’s job was to be one of the handsome guys on the album cover. Then Ginger Baker –who died on Oct. 6 at 80– came along and threw in all kinds of stuff that was much more sophisticated."
en Rush-drummer Neil Peart tweette:
"He was really at the forefront of a complete revolution of rock. It is hard to find fault with the notion he was the pioneer of a rock drummer. There was no context for him, there was no archetype."
[NB kijk voor nummers van de genoemde bands onderaan het blog]
Baker begon te spelen als 15-jarige en werd lid van Blues Incorporated begin jaren zestig. Hier ontmoette hij Jack Bruce en alhoewel het muzikaal goed klikte hadden ze op persoonlijk vlak vaak frictie. Toch zouden ze ook de ritmesectie vormen van de Graham Bond Organisation en vormden ze samen met Eric Clapton het fameuze trio Cream, ook wel 's werelds eerste supergroep genoemd. Dit is de meest succesvolle band waar Ginger Baker deel van uit heeft gemaakt.
Cream bestond slechts een een kleine drie jaar, mede door de aanhoudende problemen tussen Baker en Bruce. Daarna speelde Clapton en Baker nog kort samen in Blind Faith, waarna hij Ginger Baker's Air Force begon. Dat was een jazz-rock groep waarin ook zijn interesse in Afrikaanse muziek doorklinkt. Die interesse drijft hem daarna naar Lagos, Nigeria waar hij een opnamestudio begint en meespeelt op een aantal platen van de legendarische Nigeriaanse muzikant Fela Kuti.
Naast het af en toe opnemen van een solo-album (in totaal een stuk of twintig) vormde hij na zijn Afrikaanse avontuur Baker Gurvitz Army (zie blog #340). Deze groep was echter ook geen lang leven beschoren en in de eerste helft van de jaren tachtig trok hij zich, op wat incidenteel sessiewerk na, terug uit de muziek om zich te richten op het verbouwen van olijven en de polosport.
Begin jaren negentig gaat Baker weer spelen en houdt zich bezig met kort lopende projecten als het Ginger Baker Trio (met Charlie Haden en Bill Frisell) en BBM (met Jack Bruce (!) en Gary Moore). Hierna bleef Baker spelen en opnemen in vele losse samenwerkingsverbanden. In 2005 was er ineens een korte reünie van Cream om een concertreeks in Londen te doen. Dat desondanks de relatie tussen Bruce en Baker problematisch bleef blijkt uit een quote van Bruce uit 2009:
"It's a knife-edge thing between me and Ginger. Nowadays, we're happily co-existing in different continents [Bruce, who died in 2014, lived in Britain, while Baker lived in South Africa] ... although I was thinking of asking him to move. He's still a bit too close"
De invloed van Ginger Baker op de rockmuziek valt niet te onderschatten. Wil je meer van deze boeiende persoonlijkheid zien kijk dan op YouTube naar vele videos van hem zoals deze clip bij de Buddy Rich memorial (hij is daar al 72 jaar!) en naar de documentaire Beware Of Mr. Baker.
"If you want to learn how to play guitar, listen to Wes Montgomery" schreef Frank Zappa in een artikel in 1967 in het magazine Hit Parader. Toen ik dat vele jaren later ergens tegenkwam kon ik als Zappa-adept niet anders dan op onderzoek uitgaan en schafte ik een verzamel-CD aan van Wes Montgomery. Die CD is uitgebracht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van platenmaatschappij A&M Records en bevat nummers uit 1967 en 1968 en een vijftal niet uitgebrachte tracks.
Op jonge leeftijd had Wes Montgomery van één van zijn broers een vier-snarige gitaar gekregen en leerde zichzelf daarop spelen. Rond zijn twintigste hoorde hij voor het eerst een opname van Charlie Christian en besloot toen een zes-snarige gitaar te kopen, ook al moest hij daardoor opnieuw leren spelen.
Gedurende een jaar oefende hij zoveel mogelijk en doordat hij ook nog werkte als lasser moest dat vooral 's avonds en 's nachts. Om de buren niet te storen ontwikkelde hij techniek waarmee hij zacht kon spelen. Hij gebruikte geen plectrum, maar speelde met zijn vingers en de zijkant van zijn duim. Daardoor zou hij een heel eigen, aparte techniek ontwikkelen die hem ook een heel eigen geluid gaf.
Na vele jaren in ensembles van anderen te hebben gespeeld kreeg hij in 1959 de kans een eigen album te maken. Tot aan 1965 maakte hij een aantal klassieke albums. Daarna werd zijn stijl meer pop-geöriënteerd en kwamen strijkers en blazers in het geluidsbeeld, of zoals Zappa het verwoordde: "And I always did like Wes Montgomery until they started smothering him with violins".
Voorbeelden van de vroege stijl op dit album zijn Butterfly, California Nights, I Say A Little Prayer For You en Wind Song. Luister je naar Down Here On The Ground, Windy, Road Song en vooral de cover Yesterday van The Beatles dan begrijp je wat Zappa bedoelde.
Voor de échte Wes Montgomery blijf je dan ook beter in de vroege jaren zestig. Luister vooral naar The Incredible Jazz Guitar Of Wes Montgomery of zijn opnamen met zijn broers als The Montgomery Brothers, zoals Groove Yard. Ook zijn samenwerkingen uit die tijd met andere artiesten zijn zeer de moeite waard, zoals met organist Jimmy Smith (zie blog #40) op The Dynamic Duo.
In 1968 maakte een hartaanval een einde aan zijn leven (hij werd slechts 45). We zullen daarom nooit weten hoe zijn carrière zich verder zou hebben ontwikkeld.