Zoeken in deze blog

zondag 29 september 2024

#620: Strawberry Switchblade - Since Yesterday (1984)

Het Schotse duo Strawberry Switchblade was geen lang leven beschoren. De groep bestond slechts vijf jaar en maakte in drie jaar één album en een handvol singles. Toch hadden Jill Bryson and Rose McDowall alles in zich om zeer succesvol te worden.

Hun actieve periode (de eerste helft van de jaren tachtig) viel samen met de hoogtijdagen van de Gothic Rock, met bands als Siouxsie and the Banshees, Joy DivisionBauhaus en The Cure

Op de één of andere manier pasten deze twee jonge meisjes prima in dat plaatje met polkadot-jurken, vlammende rode lippenstift en haarlinten. Ik zag dat ze ergens worden omschreven als "de bruiden van Robert Smith" (van The Cure). 

Op het eerste gehoor heeft hun enige grote hit Since Yesterday (top 10 in de UK en Ierland en nummer 24 in de Nederlandse Top 40) weinig gemeen met de eerder genoemde bands. Aan de oppervlakte lijkt het vrolijke popmuziek, die op een lekkere lijzige wijze wordt gezongen door twee stemmen die mooi bij elkaar passen. 

Als je echter een laag dieper gaat hoor je verrassende instrumentatie (geweldige drumsound, lekkere break) en de tekst blijkt helemaal niet zo vrolijk. Het nummer lijkt te verhalen over de implosie van een relatie, maar sommige verwijzingen passen dan niet helemaal: 

If you're still there when it's all over
I'm scared I'll have to say
That a part of you has gone
Since yesterday'

Well, maybe this could be the ending
with nothing left of you
A hundred wishes couldn't say
I don't want to

In een interview uit 2015 geeft Rose McDowall aan dat het nummer eigenlijk over een nucleaire oorlog gaat, maar dat ze dat nooit heeft verteld omdat ze geen politiek geladen songs wilde schrijven. 

De b-kant van de single is By The Sea en dat nummer is, net als de a-kant en hun album, door Bryson en McDowell zelf geschreven. Het ruimschoots aanwezige melancholische gevoel in Since Yesterday is hier in nog veel nadrukkelijker te horen. Het nummer heeft een heerlijke baslijn, is opnieuw mooi gezongen en heeft ook veel lagen. Kortom, een prima nummer dat opvallend genoeg alleen op deze single is terug te vinden. Op hun enige, zelfvernoemde album is het niet opgenomen en ook niet op de CD-heruitgaven met negen bonustracks. 

Gezien de Japanse voorliefde voor meidengroepen is het niet opvallend dat Strawberry Switchblade daar populair is, maar het is wel opvallend dat het album alleen in Japan is heruitgegeven (in 1996, 1997, 2006 en 2013). Tot aan het schrijven van dit blog kende ik eigenlijk alleen de single, maar nu ik het album een keer heb beluisterd kan ik zeggen dat een Europese heruitgave met álle tracks hoogstverdiend zou zijn.

© 2024 TTZL


Discogs: Strawberry Switchblade

Wikipedia EN: Strawberry Switchblade

Spotify: Since Yesterday [single]
Spotify: Strawberry Switchblade [album]

YouTube: Since Yesterday
YouTube: By The Sea
YouTube: Since Yesterday [video]

zondag 22 september 2024

#619: The Steve Miller Band - Circle of Love (1981)

In de week waarin dit blog de 100.000 weergaven is gepasseerd (dank daarvoor!), wil ik aandacht besteden aan The Steve Miller Band (ook regelmatig zonder 'The' geschreven). Het is een artiest waar ik ambivalente gevoelens voor heb.

In de jaren zestig begaf Steve Miller zich in de wereld van de blues en speelde onder andere met Paul ButterfieldMuddy WatersHowlin' Wolf en Buddy Guy. De eerste opnamen van de Steve Miller Band zijn te horen als op Chuck Berry's Live at the Fillmore Auditorium

Op de eerste zeven studio-albums van de Steve Miller Band is dit ook terug te horen in de psychelische blues (met progressive rock-invloeden) die de band speelt. Als je die albums nu terugluistert is het lastig voor te stellen dat dit dezelfde Steve Miller Band is als de pop rock-hitmachine die vanaf 1973 nummers produceert als The Joker, Fly Like An Eagle en Jet Airliner.    

In het begin van de jaren tachtig, na een pauze van vier jaar, probeert Miller met wisselend (artistiek en commercieel) succes aan te haken bij heersende trends als synth-pop en new wave. Aan het einde van dat decennium keert hij weer terug naar de blues met zijn solo-album Born 2 Be Blue en tussen 1993 en 2011 volgen nog drie prima albums met pop rock en blues invloeden.

Het is de periode in de jaren tachtig waarover ik tegenstrijdige gevoelens heb. De muziek doet vaak geforceerd aan en is soms ronduit suf ('cheesy'). Denk hierbij bijvoorbeeld aan de hit Abracadabra (heb je weleens goed naar die songtekst geluisterd?) van het gelijknamige album, het tweede uit de jaren tachtig. En toch, omdat het goed wordt uitgevoerd, blijft het iets aanstekelijks houden.

Dat laatste geldt zeker voor het eerste album uit de jaren tachtig, Circle Of Love. Op kant A staan vier nummers, waaronder drie aardige uptempo nummers (Heart Like A Wheel, Get On Home en Baby Wanna Dance) waarin opmerkelijk genoeg synth-pop en jaren vijftig invloeden worden gecombineerd. Het titelnummer van het album (Circle Of Love) is een laid back track die niet had misstaan op een Fleetwood Mac-album uit dezelfde periode. Wat mij betreft het beste nummer van kant A.

De verrassing zit hem in kant B en ik verwees er al eens naar in blog #481 over tracks die een hele plaatkant beslaan. Macho City is een wonderlijk amalgaan van 'space blues', synth-pop, funk en in het begin van de track een rappende Steve Miller. Vanaf een minuut of drie gaat het helemaal los en vliegt de track alle kanten op over een 'steady beat'. Met name Byron Allred (toetsen) en Gerald Johnson (bas) leven zich helemaal uit. Het nummer (18 minuten op de originele LP en 16 minuten op CD) eindigt met een minutenlange soundscape van regen en onweer.

Circle Of Love is een album van de Steve Miller Band waarvan ik verstandelijk weet dat het niet top is, maar toch kan ik het zeer waarderen (een guilty pleasure?). Dat geldt nog in de overtreffende trap voor Macho City. Wat is het lekker om dat nummer op repeat te zetten en er helemaal in op te gaan. 

© 2024 TTZL


Officiële website: 
The Steve Miller Band
Wikipedia EN: The Steve Miller Band
Wikipedia NL: The Steve Miller Band

YouTube: Circle Of Love [album]
Spotify: Circle Of Love [album]
Youtube: Macho City

YouTube: The Joker [video]
YouTube: Fly Like An Eagle
YouTube: Jet Airliner
YouTube: Abracadabra [lyric video]

zaterdag 14 september 2024

#618: Black Sabbath - Sabotage (1975)

Sabotage is Black Sabbath's zesde studio-album en toen het in 1975 uitkwam had het ruim anderhalf jaar op zich laten wachten. Hiervoor was een zich voortslepende juridische strijd met hun vorige management verantwoordelijk. Dit wordt ook gereflecteerd in de de titel en sommige van de teksten.

Het album laat een opvallende ontwikkeling zien in Black Sabbath's muziek. De groep had een grote invloed gehad op andere bands (zie ook blogs #36 en #379), maar was zelf ook niet immuun voor invloeden van buitenaf. 

Sabotage is het album waarop invloeden uit experimentele en progressieve rock voor het eerst duidelijk waarneembaar zijn in het Sabbath-universum. De toevoeging van synthesizers doet heel natuurlijk aan en dit zette zich voort op de laatste twee albums van de original line-upTechnical Ecstasy (uit 1976) en Never Say Die! (uit 1978). Die albums werden overigens minder enthousiast ontvangen (maar daarover een andere keer meer).

Hole In The Sky is een prima heavy opener in archetypische Black Sabbath-stijl en dat nummer gaat zeer abrupt over in het akoestische gitaar-intermezzo Don't Start (Too Late). Het daaropvolgende Symptom Of The Universe is direct één van de hoogtepunten van het album. Het heeft een interessante songstructuur met veel afwisseling in dynamiek en door akoestische breaks. 

Thrill Of It All is een degelijke Sabbath-track, maar er staan ook twee wat meer afwijkende nummers op het album. Zo is Supertzar een zwaar, instrumentaal nummer waarover een vocaliserend koor te horen is, maar is Am I Going Insane (Radio) is dan weer het andere uiterste. Het is alsof een Sabbath een hit wilde scoren met een popnummer. Het is net zo afwijkend als de verrassende ballad Changes van het album Vol. 4 (uit 1972).

De eerder genoemde prog rock invloeden komen het best naar voren in de twee lange tracks. Megalomania is een duistere, sombere track waarop de vocalen van Ozzy Osbourne heel goed zijn (net als op de rest van het album, trouwens) en de verschillende songonderdelen een mooi geheel vormen. Tony Iommi's gitaarsolo's zijn (zoals zo vaak) memorabel. 

De beste vocale prestatie levert Ozzy echter op The Writ, het slotnummer van het album. Afwisselend uitbundig en ingehouden zingend en dan weer half schreeuwend baant hij zich een weg door het nummer waarop de ritmetandem Bill Ward (drums) en Geezer Butler (bas) weer laat horen hoe goed ze samen zijn.

Sabotage is een album dat wat ondergewaardeerd is gebleven. Met name de eerste twee albums (Black Sabbath, Paranoid) eisen vaak de aandacht op terwijl Master Of Reality, Vol. 4, Sabbath Bloody Sabbath en zeker ook Sabotage daar niet voor onderdoen.

© 2024 TTZL


Officiële website: Black Sabbath

Wikipedia EN: Black Sabbath
Wikipedia NL: Black Sabbath

YouTube: Sabotage [album]
Spotify: Sabotage [album]

Youtube: Hole In The Sky
Youtube: Symptom Of The Universe
Youtube: 
Megalomania
Youtube: Thrill Of It All
Youtube: 
Supertzar
Youtube: 
Am I Going Insane (Radio)
Youtube: The Writ

YouTube: Changes [van Vol.4 uit 1973]

zondag 8 september 2024

#617: Herbie Flowers (1938-2024)

Herbie Flowers is deze week op 86-jarige leeftijd overleden. De naam van deze bassist zal waarschijnlijk niet direct bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar er zijn nummers waar hij op speelt die iedere lezer van dit blog kent.

Hij was redelijk bekend van de Brits/Australische band Sky, die jazz, rock en klassiek tot een eigen geluid mengde en in 1980 met Toccata een hit had (zie ook blog #67). Alhoewel Sky een trouwe aanhang had sinds de start in 1978, is ander werk van Herbie Flowers veel bekender. 

Zo was hij bijvoorbeeld mede-oprichter van Blue Mink (bekend van  onder andere Melting Pot, Good Morning Freedom en Banner Man) dat bestond van 1969 tot 1977. Daarnaast was Flowers van augustus 1976 tot aan de dood van frontman Marc Bolan in september 1977 lid van de laatste versie van T. Rex en is hij te horen op het laatste album, Dandy in the Underworld.

Toch leeft hij vooral voort door zijn werk als sessiemuzikant, iets dat hij zijn hele leven heeft gedaan, ook toen hij in diverse bands zat. Hij werkte voor bekende producers als Mickie MostSteve RowlandGus Dudgeon en Tony Visconti.

Op die manier kwam zijn basspel terecht op albums als Tumbleweed Connection en Madman Across The Water van Elton John, The Bride Stripped Bare van Bryan Ferry en Jeff Wayne's Musical Version of The War of the Worlds. Ook is hij te horen op diverse solo-albums van Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr en hij speelde met de groten uit de jazz

Flowers bespeelde echter meer instrumenten de basgitaar. Hij kon ook goed overweg met de klassieke staande bas en de tuba. Op dat laatste instrument is hij te horen op Sky-albums, maar ook bijvoorbeeld in de blazerssectie op Abbey Road van The Beatles.

Zijn meest gehoorde werk deed hij voor David Bowie en Lou Reed. Hij is te horen op het eerste album en Diamond Dogs van Bowie en daarmee op nummers als Diamond Dogs, Rebel Rebel en natuurlijk Space Oddity. Het prachtige, atmosferische bas-geluid in de intro van dat nummer is dus van Flowers.

Op Lou Reed's album Transformer deelt Flowers de baspartijen met de legendarische sessiemuzikant (en producer) Klaus Voormann. Flowers speelt op het album ook staande bas en tuba. En misschien nog wel iconischer dan zijn basspel op Space Oddity is de baspartij die hij creëerde voor Lou Reed's Walk On The Wild Side. Doe jezelf een plezier en luister nog eens een keer aandachtig naar Walk On The Wild Side en concentreer je dan niet op Reed's stem, maar op het basspel van Flowers. Zijn spel is zó bepalend voor de sfeer van het nummer, zonder dat ze op de voorgrond treden of overheersend zijn.

Flowers heeft een lang leven gehad en is dus in de gelegenheid geweest om aan hele veel mooie muziek mee te werken. Als je het allemaal overziet kun je niet anders dan concluderen dan dat een groot muzikant is heengegaan.

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: Herbie Flowers
Wikipedia NL: 
Herbie Flowers

Spotify: Sky - Sky 2 [album]
Spotify: Lou Reed - Transformer [album]

YouTube: Toccata [Sky]
YouTube: Melting Pot [Blue Mink]
YouTube: 
Good Morning Freedom [Blue Mink]
YouTube: Banner Man [Blue Mink]
YouTube: Diamond Dogs [David Bowie]
YouTube: Rebel Rebel [David Bowie]
YouTube: Space Oddity [David Bowie]
YouTube: Walk On The Wild Side [ Lou Reed]

zaterdag 31 augustus 2024

#616: 10 One-hit Wonders (1967-1985)

In acht eerdere blogs besteedde ik al eens aandacht aan One-hit Wonders en Novelty  Songs (zie de links onderaan dit blog). Deze week zet ik tien favoriete nummers uit de eerste categorie op een rijtje (en in een Spotify playlist).

Het is een nogal eclectische lijst geworden van nummers uit mijn singles-kopende-jaren (grofweg de jaren 60, 70 en 80). De stelregel bij het samenstellen was dat de artiest daadwerkelijk maar één nummer ooit in de Nederlandse Top 40 heeft gehad.

Als eerste is daar San Francisco (Be Sure To Wear Flowers In Your Hair) van Scott McKenzie uit 1967.  Het nummer is geschreven door John Philips (van The Mamas & The Papas) en er zijn weinig tracks die de tweede helft van de jaren 60 belichamen zoals deze. Zowel qua muziek als qua zang, maar toch vooral qua tekst. 

David Bowie schreef en produceerde het uit 1972 stammende All The Young Dudes voor de Engelse band Mott The Hoople, nadat ze zijn Suffragette City hadden afgewezen. Het werd een iconisch glam rock nummer en Bowie zou het later ook zelf nog opnemen.

Wild Cherry was een Amerikaanse funk rock band uit Ohio. Ze waren eerst een hard rock cover band, maar met de opkomst van de disco werd het steeds moeilijker om optredens te krijgen. Bij een optreden voor een grotendeels zwart publiek werd aan hen gevraagd "Are you going to play some funky music, white boys?". Het zaadje voor Play That Funky Music was geplant en één van de meest aanstekelijke nummers ooit werd in 1976 een Amerikaanse nummer één hit en wereldwijd een succes.

De Amerikaanse band Mother's Finest timmerde al sinds 1972 aan de weg voordat ze een knoepert van een hit scoorden in 1978 met Piece Of The Rock. De mix van funk rock, hard rock en R&B was uniek en leverde de band een trouwe aanhang op, maar het bleef in Nederland bij deze ene hit.

Peter Hollestelle komt uit een muzikale familie en was al actief geweest in diverse bands voor hij in 1979 gekoppeld werd aan zangeres Jody Pijper. Zij zat in de band Rainbow Train, maar is vooral bekend als achtergrond en sessie-zangeres. Ze is echter zo goed dat ze ook solo-opnamen mocht maken, maar brak daarmee nooit echt door, ook al is ze beter dan menigeen voor wie ze werkte (zie  ook de geweldige documentaire 20 Feet From Stardom over hetzelfde onderwerp). Cashmere maakte helaas maar één album, maar daar staat wel de geweldige single Love's What I Want op. Hierop hoor je goed waartoe Pijper in staat is.

Ring My Bell (uit 1979) van Anita Ward is mij vooral bijgebleven omdat het de eerste 'maxi-single' was die ik kocht. Het is dan ook de 12" versie van het nummer die mij is bijgebleven. R&B/disco in optima forma.

Tom Browne is een jazz-trompettist die met de track Funkin' For Jamaica van zijn tweede solo-album in 1981 een verrassende hit scoorde. Naast jazz en funk is het nummer voorzien van disco-invloeden en die zullen zeker hebben bijgedragen aan het succes. Het blijft een aanstekelijk nummer.

De bijdrage uit België komt van Vanda Maria Ribeiro Furtado Tavares de Vasconcelos, maar deze Belgisch-Portugese zangeres is beter bekend als Lio. In België en Frankrijk had zij een aantal grote hits en in Nederland scoorde zij met Amoureux Solitaires in 1981. Of dat ook iets met haar kleding in het TopPop-filmpje te maken had durf ik niet te zeggen...

Terence Charles White gebruikt zijn bijnaam 'Snowy' in zijn artiestennaam Snowy White. Hij is een Engelse gitarist die vooral bekend is als bandlid van Thin Lizzy en van zijn werk voor anderen (zoals Pink Floyd, Peter Green en Jim Capaldi). In 1984 scoorde hij in een aantal landen, waaronder Nederland, ineens een hit met het intens mooie Bird Of Paradise van zijn solo-debuutalbum.

1985 bracht de enige hit van Killing Joke in Nederland. De band werd in 1978 opgericht in Engeland en is (met een onderbreking van 1996 tot 2002) nog steeds actief. Ze maakten tussen 1980 en 1983 vier goede studio-albums (waarvan met name de eerste twee echte klassiekers zijn) met een mengsel van post-punk, industrial rock, gothic rock en new wave. De klapper kwam echter met de single Love Like Blood van hun zeer sterke vijfde album. Op één of andere manier weet Killing Joke in dit nummer volledig zichzelf te blijven terwijl de track ook onmiskenbaar grote hitpotentie heeft. Niet voor niets staat het nummer sinds 2011 onafgebroken in de Top 2000 (en daarvoor in 2000 en 2009). 

#154: The Brat - Chalk Dust-The Umpire Strikes Back (1982)
#187: Napoleon XIV - They're Coming To Take Me Away, Ha-Haaa! (1966)
#203: Shabby Tiger - Slow Down (1974)
#226: Max 'n Specs - Don't Come Stoned And Don't Tell Trude! (1980)
#347: Sugarloaf/Jerry Corbetta - Don't Call Us, We'll Call You (1974)
#478: Blind Melon - No Rain (1992)
#564: Adriano Celentano - Prisencólinensináinciúsol (1972)
#595: Johnny Wakelin - In Zaire (1976)

© 2024 TTZL


Wikipedia EN: One-hit Wonder
Wikipedia EN: Novelty Song

Spotify (playlist): 10 One-hit Wonders

zaterdag 24 augustus 2024

#615: Deutsch Nepal - Benevolence (1993)

Peter Andersson was een bandlid van Njürmannen, een Zweedse cultband die experimentele, industriële muziek maakte. Na die periode werkt Andersson meestal solo en verschuilt zich daarbij achter de alias Lina Baby Doll en de projectnamen Deutsch Nepal en Frozen Faces

Ik maakte kennis met Deutsch Nepal via een bij een magazine bijgesloten verzamel-CD. Hierop stond de titeltrack van het album Benevolence (in het Nederlands 'welwillendheid') en dat smaakte naar meer. 

Deutsch Nepal maakt muziek waar veelal etiketten als experimental, industrial en dark ambient opgeplakt worden. Opvallend hierbij is het veelvuldige gebruik van percussieve elementen. De naam Deutsch Nepal is overigens afgeleid van het gelijknamige nummer van de Duitse krautrock-band Amon Düül II.

Het album Benevolence uit 1993 is de tweede langspeler (na Deflagration Of Hell uit 1991). Het album opent met een tien minuten durende track met ijle klanken waarin flarden onverstaanbare tekst heen en weer schieten. Impassive Metal Sex zet direct de donkere dreigende toon van het album neer en doet denken aan de soundtrack van een horrorfilm. Na een kleine minuut komt er een ritme bij en heel langzaam wordt de track steeds verder opgebouwd totdat deze ook weer heel rustig naar het einde wordt gebracht. 

Dat begin bevalt al goed, maar het tweede nummer (Angel Impact) doet daar nog een schepje bovenop. De toon is feller, agressiever, en je moet het nummer een paar keer beluisteren om goed te horen wat er zich allemaal in de achtergrond afspeelt. 

Van de zeven nummers liggen The Fire Within My Cold Heart en Entrance (Part II) qua sfeer dicht tegen de sfeer van de eerste track aan, terwijl Carrions Still Walkin' en Mantra weer meer aansluiten bij de toon van de tweede track.

Topstuk van het album is de middelste en titeltrack Benevolence (Of The Fittest God). Het begint met direct met diverse, door elkaar lopende ritme-elementen en prachtige, gestapelde lagen synthesizer. Als we dan bijna het twee minuten punt hebben bereikt, valt er een toetsenpartij in die doet denken aan een kerkorgel en op de één of andere manier werkt dat prachtig. Zeven minuten lang wisselen de verschillende sferen elkaar af en je zou willen dat het nummer nog wel zeven minuten langer zou duren.

Na dit album heb ik ook het daaropvolgende album (Tolerance uit 1994) gekocht en dat is zo mogelijk nog beter. Ik ben Deutsch Nepal blijven volgen en heb nog regelmatig een album gekocht, net als van projecten waar Peter Andersson (soms) bij betrokken is, zoals Janitor en Der Blutharsch And The Infinite Church Of The Leading Hand

© 2024 TTZL


Officiële Facebook: Deutsch Nepal
Bandcamp: Deutsch Nepal
Wikipedia EN: Deutsch Nepal

YouTube: Benevolence [album]
Spotify: 
Benevolence [album]

zondag 18 augustus 2024

#614: Philip Glass - Itaipu / The Canyon (1993)

De Itaipudam in de rivier Paraná, op de grens van Brazilië en Paraguay, werd de inspiratie voor een werk van Philip Glass in opdracht van het Atlanta Symphony Orchestra and Chorus. Dit gebeurde na een bezoek aan de Iguazu-watervallen en de dam in aanbouw.

Glass was op dat al bezig met de opdracht van het orkest, maar gooide zijn werk tot dan toe overboord en startte opnieuw na het zien van de dam in wording.

Het was wellicht een opvallende keuze voor Glass, zo'n ode aan het technologische hoogstandje dat de dam is: de grootste ter wereld met een stuwmeer van zo'n 1.500 vierkante kilometer. Immers, in 1982 schreef hij de muziek voor de film Koyaanisquatsi (zie blog #321) waarin op kritische wijze wordt gekeken naar de manier waarop technologie ons kan vervreemden van de natuur. 

Glass ziet dit echter niet als een tegenstrijdigheid, maar vindt het belangrijk om ervoor te zorgen dat technologie een menselijk gezicht krijgt. Je kunt je afvragen of dat met de dam gelukt is: 10.000 families moesten verhuizen en de (qua volume) grootste watervallen ter wereld (Guaíra) verdwenen in het stuwmeer.

Het resulterende muziekstuk behoort tot mijn favoriete Glass-werken. De tekst is geschreven in de taal van een lokale bevolkingsgroep (de Guaraní) wiens mythe over de Paraná-rivier ("de plek waar muziek werd geboren") als bron werd gebruikt. 

Itaipu bestaat uit vier onderdelen die de loop van het water volgen. Het werk heeft een donker en ruig karakter en in het eerste deel (Mato Grossohoren we koorzang, gecombineerd met subtiele percussie, wervelende strijkers en exotisch aandoende blazers. Het begin van The Lake is heel melodieus, maar het dreigende karakter keert langzaam weer terug en het deel eindigt met een prachtige passage van de strijkers.

Deel drie heet The Dam en is het middelpunt van de compositie. Het kent een trage opbouw naar het zes-minuten-punt waarop het geweld losbarst. Het alsof je het water vanuit het stuwmeer door de generatoren van de dam hoort gaan stromen. Een stampend ostinato (een kort, steeds terugkerend motief) bepaalt de sfeer, terwijl er constant in toonsoort wordt gevarieerd. Het geheel klink t gewoon majestueus.

In het kortere, afsluitende To The Sea drijven we rustig naar de monding van de rivier en is de mysterieuze sfeer van het begin weer terug. Het is een mooie afsluiting van de ongeveer 35 minuten durende cyclus.

Het tweede werk op deze CD is The Canyon. Het is ongeveer de helft korter dan Itaipu en werd geschreven voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. The Canyon bestaat uit drie delen en gebruikt een relatief klein orkest, maar met een grote percussie-sectie. Het is dan ook vrij ritmisch van karakter en vormt een mooie toevoeging aan de CD.

© 2024 TTZL


Officiële website: Philip Glass 
Wikipedia EN: Philip Glass
Wikipedia NL: Philip Glass

YouTube: Itaipu / The Canyon [album]
Spotify: Itaipu / The Canyon [album]

YouTube: Mato Grosso
YouTube: The Lake
YouTube: The Dam
YouTube: To The Sea
YouTube: The Canyon

zondag 11 augustus 2024

#613: Porcupine Tree - Atlanta (2010)

In 2009 verscheen het album The Incident van Porcupine Tree en na een tour en een live-album kwam het bericht dat de band op de waakvlam werd gezet. Er werd nadrukkelijk gesteld dat er geen sprake was van een breuk, maar dat er alleen solo-activiteiten zouden worden ontplooid en niet in groepsverband.

Dat 'even' werd dertien jaar, want zo lang duurde het voordat Closure / Continuation verscheen. Het betekende echter niet dat we in de tussentijd verstoken bleven van uitgaven van de groep, want via digitale platforms verscheen er genoeg moois. Je moet die platforms dan natuurlijk wel weten te vinden.

Zo verschenen er op porcupinetreeofficial.bandcamp.com al vijftien uitgaven. Een paar zijn opnamen die eerder op zeer gelimiteerde CD's werden uitgebracht, maar de meeste zijn live-opnamen en -sessies die nergens anders te verkrijgen zijn. 

Daarnaast is er de Porcupine Tree Download Store via Burning Shed. Ook  hier zijn exclusieve live-opnamen te vinden. Een tijd lang waren hier de audio-opnamen van het complete Rockpalast concert uit 2005 te koop (helaas nu niet meer, maar de tv-opnamen staan nog wel op YouTube), maar de topper is voor mij het dubbele live-album Atlanta uit 2010 met opnamen uit 2007. 

Het geweldige album Fear Of A Blank Planet was een half jaar daarvoor verschenen en we horen veel nummers van dit album in mooie uitvoeringen, zoals Fear Of A Blank Planet en het zeventien minuten durende Anesthetize

Ook van eerdere albums wordt een mooie dwarsdoorsnede gespeeld. Zo horen we Open Car (van Deadwing), Blackest Eyes (van In Absentia) en Even Less (van Stupid Dream). Het concert wordt afgesloten met een lange, zeer krachtige uitvoering van Halo (ook van Deadwing).

Het concert werd opgenomen met de bedoeling om het als live-album uit te brengen (de 24-bits FLAC opnamen klinken fantastisch, in tegenstelling tot de YouTube video). Later werd er echter voor gekozen een optreden in Tilburg (uit 2008) uit te brengen als Anesthetize. De tracklist zijn grotendeels vergelijkbaar, al zitten er interessante verschillen in. Daarnaast zijn de uitvoeringen soms flink anders, dus beide kunnen prima naast elkaar bestaan.

© 2024 TTZL


Officiële website: Porcupine Tree / Steven Wilson HQ
Wikipedia EN: Porcupine Tree
Wikipedia NL: Porcupine Tree

YouTube: Atlanta [album]

YouTube: Anesthetize
YouTube: Open Car
YouTube: Blackest Eyes
YouTube: Even Less
YouTube: Halo

YouTube: Rockpalast (tv-opnamen, 2005)