Information is not knowledge. Knowledge is not wisdom. Wisdom is not truth. Truth is not beauty. Beauty is not love. Love is not music. Music is the best... [Frank Zappa - 'Packard Goose' - Joe's Garage: Act III (1979)]
Zoeken in deze blog
zaterdag 25 februari 2023
#537: The Art Of Noise - Into Battle With The Art Of Noise (1983)
zaterdag 18 februari 2023
#536: Deadline - Makosaa Rock (1985)
Bill Laswell is een muzikale duizendpoot die als uitvoerend artiest solo¹ actief is onder zijn eigen naam en onder vele aliassen, in heel veel groeps- en samen-werkingsverbanden² en hij levert vele bijdragen op albums van anderen. Daarnaast is hij ook actief als onder andere producer en mixer. Ik vind hem een interessant figuur en hij is dan ook al in een aantal blogs voorgekomen (#54, #91, #96, #350).
Een van die samenwerkingsprojecten was Deadline dat tussen 1985 en 1991 twee albums maakte. Laswell werkte hierbij in wisselende samenstellingen, maar de voornaamste partners waren drummer Phillip Wilson op het eerste album (Down By Law, 1985) en bassist Jonas Hellborg op het tweede album (Dissident, 1991).
Op het tweede album doet onder andere Bootsy Collins mee, waardoor het een album is met drie(!) bassisten, maar ook op het eerste album spelen al flink wat bekende namen mee, zoals saxofonist Manu Dibango en toetsenist Bernie Worrell (zie ook blog #189).
Van dat eerste album komen ook de twee nummers die ik op een 12-inch heb. Op de A-kant vinden we Makosaa Rock, een elf minuten durende, opzwepende mengeling van elektronische muziek, afrobeat, jazzrock, funk, soul en dub. Verder zitten er elementen in die doen denken aan Herbie Hancock's album Future Shock van twee jaar eerder (met de hit Rockit) waarbij Laswell ook betrokken was als bassist en co-producer.
Op de B-kant staat, naast een edit van Makosaa Rock, het nummer Gammatron. Dat nummer is vrij kaal van opzet en heeft percussieve geluiden die een oosterse tint toevoegen aan het toch al rijke palet van klanken. Ook dit is een interessant amalgaan voor wie open staat voor avontuur in muzikale vorm.
Het Deadline-project bestond maar kort, maar heeft wat mij betreft toch twee interessante platen opgeleverd.
¹ Automaton, Chaos Face, Jazzonia, Rasa (3), Sacred System, The Colonel (3), Valis
² Activities Of Dust, Arcana (4), Astral Night Rollers, Autonomous Zone, Axiom Funk, Bass Invaders (11), Bill Laswell India Project, Blind Light, Blixt (2), Blue Buddha, Buck Jam Tonic, Charged, Cobra Strike, Curlew, Cymatic Scan, Deadline, Divination, Dubadelic, Equations Of Eternity, Flying Mijinko Band, Ginger Baker Band, Jah Wobble's Solaris, Last Exit, Mandingo, Massacre (2), Material, Method Of Defiance, Mooko, Mumpbeak, New York Gong, Niels & The New York Street Percussionists, Operazone, Outland (2), PainKiller (2), Phantom City, Possession (2), Praxis, Psychonavigation, Purple Trap, Radioaxiom, Second Nature (2), Shango, Somma, Soup (9), Surds, SXL (2), Sypher (5), Tabla Beat Science, Telesterion, The Big Guns, The Blood Of Heroes, The Golden Palominos, Third Rail (3), Tokyo Rotation, Toy Killers, Two Against One (2), U.M.A., Web (8)
zaterdag 11 februari 2023
#535: Johnny G - Water Into Wine (1982)
Al eerder heb ik gememoreerd dat ik in mijn jonge jaren met heel wat artiesten in aanraking ben gekomen door de LP-afdeling van de lokale bibliotheek. Dat is ook het geval met Johnny G, de artiestennaam van Brit John Gotting. De LP Water Into Wine uit 1982 was mijn kennismaking.
Gotting is een beetje een enigma. Er is weinig informatie over hem te vinden op internet. Hij heeft niets eens pagina's op Wikipedia. Duidelijk is wel dat hij actief is in de muziek vanaf de vroege jaren zeventig en dat hij een contract kreeg bij het nieuwe label Beggars Banquet en hun tweede artiest is waarvan werk verschijnt.
De single Call Me Bwana! uit 1977 en opvolger The Hippys Graveyard uit 1978 laten al horen hoe eclectisch hij te werk gaat. En dat hij een begenadigd tekstschrijver is blijkt wel uit de manier waarop hij die tweede single de transformatie in 1977/1978 beschrijft naar de punktijd.
In de kern is hij een singer/songwriter en de basis van zijn muziek is pop en rock, maar hij voegt net zo makkelijke elementen uit folk, country, reggae, ska en blues toe. En hij schuwt ook niet om te experimenteren met dissonante klanken.
Tussen 1979 en 1985 verschijnen vier solo-albums en één album met John B. Spencer en daarna is het vrij stil geworden. Onder zijn eigen naam John Gotting verscheen nog een promo-album een een combinatie van een Johnny G verzamelalbum met een John Gotting live-album en op zijn Facebook staat af en toe een aankondiging van een optreden. Ook verschenen de vier solo-albums in 2013 ineens in eigen beheer en geremastered op CD.
Eén van die vier solo-albums is dus Water Into Wine en dat album opent met de heerlijke reggae-klanken van G-Beat. Luister eens goed naar die prachtige baslijn. Daarna worden getrakteerd op ska in Three Tears, sixties-achtige pop met een oosterse twist in Skye Boat Song en de breekbare ballad The Look In Your Eye. En wat het meest opvalt is dat het Johnny G allemaal zo makkelijk en natuurlijk af lijkt te gaan. Hoe verschillend in stijl de nummers ook zijn, ze voelen ook als onderdeel van een geheel.
Facebook: Johnny G
Allmusic: Johnny G
zaterdag 4 februari 2023
#534: Television - Marquee Moon (1977) / Tom Verlaine - Cover (1984)
Thomas Miller (Verlaine's echte naam) werd in de jaren zestig samen zijn tweelingbroer door zijn ouders naar een privéschool in Delaware gestuurd. Terwijl zijn broer met glans slaagde, werd Tom al snel afgeleid door zijn interesse in literatuur en poëzie. Hij ontmoette op school het latere Amerikaanse punkicoon Richard Hell (echte naam: Richard Meyers) en samen lieten ze de studie achter zich en vertrokken naar New York.
Thomas Miller ging zich Tom Verlaine noemen (naar de Franse dichter Paul Verlaine) en samen met Hell richtte hij Neon Boys op, maar die band was geen lang leven beschoren. Daarna werd Television geformeerd, maar door verschillen van inzicht over de te volgen koers verliet Hell de band nog voor het eerste album. Hij startte Richard Hell And The Voidoids en maakte het memorabele Blank Generation in 1977.
Television debuteerde zoals gezegd met Marquee Moon en dat album werd door critici en publiek goed ontvangen. De basis is rock, maar met een eigen draai waardoor er ook labels als post-punk, art-punk of garage rock op geplakt zijn. Allemaal waar en tegelijk niet geheel passend. Luister naar Elevation, Guiding Light of het magnifieke titelnummer Marquee Moon en hoor het brede palet aan stemmingen, stromingen en invloeden.
Nadat Television in 1978 (voor de eerste keer) uit elkaar ging, begon Verlaine een solo-carrière en zijn albums werden over het algemeen goed ontvangen. Ik ben zelf erg gecharmeerd van zijn vierde album, Cover uit 1984.
Ook op de muziek van zijn solo-albums worden vele etiketten geplakt, maar wat vooral opvalt is dat er een subtiele verschuiving is opgetreden van rock naar pop, maar dan wel van het kunstzinnige soort (art pop) zoals bijvoorbeeld een band als XTC maakte.
Net als bij Television mixt Verlaine hier allerlei genres en stijlen door elkaar en dat levert pareltjes als Travelling, Dissolve/Reveal en Miss Emily op.
Verlaine overleed deze week na een kort ziekbed op 73-jarige leeftijd en daarmee is er helaas weer een heel originele artiest verloren gegaan.
© 2023 TTZL
zondag 29 januari 2023
#533: Morphine - Cure For Pain (1993)
De band wordt in 1990 opgericht door Sandman, saxofonist Dana Colley en drummer Jerome Deupree. Tijdens de opnamen van dit album moet Deupree afhaken wegens ziekte en wordt hij op drie nummers vervangen door het nieuwe bandlid Billy Conway. De groep valt op door het aparte instrumentarium dat gebruikt wordt.
Sandman bespeelt een tweesnarige basgitaar met een slide en zelf uitgevonden instrumenten zoals de 'tritar', met twee gitaarsnaren en één bassnaar. Colley bespeelt voornamelijk de baritonsaxofoon en soms sopraan-, tenor- of bassaxofoon. Ook bespeelt hij soms twee saxofoons tegelijk, zoals de befaamde jazz multi-instrumentalist Rashaan Roland Kirk deed. Op studiowerk voegde Sandman ook wel flarden gitaar en toetsen toe. De mix van rock met blues-, en jazz-elementen zorgde - in combinatie met het bovenstaande - voor een heel eigen, open en spartaans geluid.
Het debuutalbum Good verschijnt 1991 op een klein, onafhankelijk label en wordt redelijk goed ontvangen. Het grotere Rykodisc pikt de band op, brengt in juli 1993 het debuutalbum opnieuw uit, twee maanden later gevolgd door de opvolger Cure For Pain. Het is dit album waardoor ik kennis maak met de band, vooral door de lovende recensies in de Nederlandse muziekpers.
Soms heeft een album een paar draaibeurten nodig om onder je huid te gaan zitten. Dat was hier niet het geval. Sterker, binnen één minut was ik verkocht. Het album opent met korte, melancholische Dawna. Een ijl, instrumentaal nummer van driekwart minuut met een hoofdrol voor Colley's saxofoon. Vrijwel naadloos gaat het nummer over in Buena en dat nummer start met het heerlijke diepe basgeluid van Sandman en na tien seconden volgt een lekker droog drumgeluid van Deupree. Ik was meteen verkocht en toen de karakteristieke stem van Sandman daar aan werd toegevoegd werd het alleen nog maar beter. Kippevel. Nog steeds.
Wat vooral opvalt is het diverse karakter van de muziek. Dynamiek- en tempowisselingen, zowel in de nummers zelf als tussen de verschillende nummers. Buena is blij vlagen best fanatiek, maar het daaropvolgende I'm Free Now is dan weer heerlijk loom en slepend. En die eerste twee nummers maken ook direct duidelijk dat het de moeite loont om naar Sandman's teksten te luisteren.
Het album staat verder vol met sterke nummers. Candy is ook zo'n lekker loom nummer, A Head With Wings klinkt lekker hoekig en swingend en In Spite Of Me had een Leonard Cohen-track kunnen zijn (met bijpassende voordracht door Sandman en mandoline door Jimmy Ryan).
Dat nummer wordt dan weer direct gevolgd door Thursday, de meest furieuze track van het album. De tekst verhaalt over een affaire, iedere donderdag in een motel en de muziek is bijpassend: heerlijk smerig. Echt een geweldige track.
Titelnummer Cure For Pain is een prachtige melodieuze song die heel krachtig wordt gezongen door Sandman en met wederom een prachtige tekst:
Someday there'll be a cure for pain
That's the day I throw my drugs away
When they find a cure for pain
Afsluiter Miles Davis' Funeral is met opener Dawna de set boekenstandaards van het album en omsluit elf bijzondere nummers. Want ook de nummers die ik niet expliciet genoemd heb zijn prima tracks. Opvallend is dat alle nummers korter zijn dan vier minuten en het album daarmee net de 37 minuten haalt. Het zorgt er wel voor dat de focus en puntigheid behouden blijft en het album nog steeds actueel klinkt. Het zijn ook 37 minuten die je steeds opnieuw wilt beluisteren. Dit album verveelt mij nooit.
© 2023 TTZL
zondag 22 januari 2023
#532: David Crosby (1941-2023) / Yukihiro Takahashi (1952-2023)
Dit blog dreigt een lijst van necrologieën te worden en dat heeft ongetwijfeld met mijn eigen leeftijd te maken. Mijn musicerende tijdgenoten komen op een leeftijd dat overlijden erbij gaat horen en sommigen vind ik nu éénmaal te belangrijk om niet in een blog te vermelden. Soms betreft het grote naam in de muziek (David Crosby) waar ik zelf niet heel veel mee heb, soms is het een minder grote naam (Yukihiro Takahashi) wiens werk mij na aan het hart ligt.
David Crosby staat voor mij synoniem met het fenomenale album Déjà Vu (1970) van Crosby, Stills, Nash & Young. Hij verzorgt de lead vocals op Almost Cut My Hair en Déjà Vu en wat opvalt is zijn haast engelachtige stem. Een stem die we al kenden van zijn tijd bij The Byrds waar hij prachtige harmonieën zong met Roger McGuinn en Gene Clark in nummers als Mr. Tambourine Man en Turn! Turn! Turn!
Crosby had een uitgebreide carrière met albums in diverse bezettingen zoals Crosby, Stills & Nash en Crosby & Nash, maar ook nog een handvol andere samenwerkingsverbanden en een flink aantal solo-albums die het waard zijn om gehoord te worden, als ik de kritieken zo lees. Misschien toch maar eens induiken.
Een voor mij veel bekendere naam is Yukihiro Takahashi. Ik maakte al eerder blogs over zijn werk met Yellow Magic Orchestra (YMO) (#72) en als solo-artiest (#270). Dat is echter geen volledig overzicht van zijn activiteiten.
Takahashi werd voor het eerst bekend als lid van Sadistic Mika Band (de naam is een parodie op de Plastic Ono Band). Ze worden nog steeds gezien als één van de beste rock-acts van Japan en hun album Black Ship (aka Kurofune) wordt vermeld in een lijst van 100 Greatest Japanese Rock Albums. Het titelnummer Black Ship geeft een aardig idee.
Nadat de band uiteen was gegaan nam Takahashi in 1977 een solo-album op (Saravah!) waar hij een soort van Japanse crooner uithangt op een aantal covers als Volare en Mood Indigo. Het is een voorbode van de veelzijdigheid én de speelsheid die de rest van zijn carrière zal kenmerken. Hij is ook zeer bedrijvig. Ook tijdens de actieve periode van YMO maakt hij vele solo-platen, doet hij sessiewerk, speelt in samenwerkingsverbanden en produceert platen van anderen.
De laatste jaren was hij actief met YMO-maatje Haruomi Hosono als HASYMO en in de Japanse supergroep METAFIVE. Hun respectivelijke nummers The City Of Light en Don't Move laten horen dat Takahashi nog lang niet uitgeblust was. Het is dan ook zonde dat een complicatie bij een operatie vanwege een hersentumor een einde maakte aan zijn leven op 70-jarige leeftijd.
© 2023 TTZL
zondag 15 januari 2023
#531: Jeff Beck - Blow By Blow (1975)
© 2023 TTZL
zondag 8 januari 2023
#530: White Honey - Some Kinda Woman (1979)
Welgeteld één single, één album en één nummer op een soundtrack van Cha Cha (de film van Herman Brood) en niet eens een eigen vermelding op de Nederlandse Wikipedia. Dat is de oogst van de Nederlandse band White Honey. Gelukkig heeft de band wel vermeldingen in de Muziekencyclopedie en Poparchief Groningen.
Hanneke Kappen is nu vooral bekend vanwege haar (heel diverse) radio- en tv-werk, maar zij is voor mij toch vooral de presentatrice van Stampij, een hardrockuur op de Nederlandse radio in de jaren tachtig, dat volgde op Betonuur van de legendarische Alfred Lagarde en werd gevolgd door Vuurwerk van Henk Westbroek. Deze periode op de Nederlandse radio wordt mooi beschreven in dit artikel.
Voor Stampij was Kappen echter zangeres bij White Honey, een band met onder andere gitarist Erwin Java. Zoals eerder gememoreerd, maakte de band slechts één album, Some Kinda Woman, maar wat een lekkere mengeling van hardrock en rhythm 'n blues staat op dat album.
Het album opent met het prima Flyin', maar het is het tweede nummer dat het meest bekend is geworden: de single Nothing Going On In The City. Na een lekker drum- en basintro valt de gitaar subtiel bij die allengs gedrevener wordt en een staccatoritme gaat spelen. Na een minuut valt Kappen in met een heerlijk fanatieke en smerige zangpartij. Er volgt nog een fijne gitaarsolo waarna het nummer naar een climax toewerkt. Dit nummer gaat mij nooit vervelen. De Amerikaanse band The Rods hebben een paar jaar later een fijne cover van het nummer opgenomen.
Daarna wordt even gas teruggenomen in City Life, maar dat duurt niet lang. Het nummer gaat naadloos over in het uptempo Car Crash Blues, gevolgd door het pakkende titelnummer Some Kinda Woman dat ook makkelijk een single had kunnen zijn.
Op de rest van het album staan meer heerlijke uptempo nummers als The One Who Can Screw, Paradise (It's So Nice), Country Girl, Decision, Never Forget About You en die worden afgewisseld met een midtempo track als Too Tired en een het lekkere trage Let's Forget.
Ik ga hier niet zeggen dat Some Kinda Woman een vijfsterrenplaat is, maar het is een prima album van eigen bodem die meer aandacht verdient. Het album is nooit op CD verschenen en ook op Qobuz of Bandcamp zul je vergeefs zoeken naar een stream of download in CD-kwaliteit. Zelfs op Spotify is geen MP3-stream te vinden van het album. Hopelijk gaat hier nog eens verandering in komen.
Op YouTube staat een video van een reünie-optreden van White Honey in 2016. Het geluid is helaas niet al te best, maar het plezier spat er vanaf. Ook leuk is een video van een live-uitvoering van Nothing Going On In the City uit 1979.
© 2023 TTZL








