Zoeken in deze blog

zondag 27 februari 2022

#485: Procol Harum - A Salty Dog (1969)

Eerlijk gezegd associeerde ik de deze week op 76-jarige leeftijd aan kanker overleden zanger en toetsenist Gary Brooker tot een paar jaar geleden alleen met zijn solo-hitje (No More) Fear Of Flying uit 1979 (#21 in de Top 40). Pas sinds Esoteric Recordings (een sublabel van Cherry Red Records) in 2015 startte met een prachtig heruitgaven-programma van Procol Harum albums realiseerde ik mij dat hij ook het muzikale brein achter die band was. En dat ik mij daar tot dan toe veel te weinig in had verdiept.

Procol Harum was voor mij heel lang alleen maar Conquistador, Homburg en natuurlijk A White Shade Of Pale. Toen echter de heruitgaven (ook luxe versies met veel bonusmateriaal) begonnen te verschijnen was ik na de aanschaf van het debuutalbum direct verkocht. Niet alleen de muziek is goed, ook de teksten zijn van een hoog niveau. En dan die stem van Gary Brooker. Echt ongeëvenaard! Het tweede album beviel ook prima, maar het was het derde album waar ik steil van achterover sloeg.

Bij het maken van A Salty Dog had de band voor het eerst ruim de tijd gekregen en dat is te horen. De veelzijdigheid die er van het begin inzat, heeft hier alle kans om tot volle bloei te komen. Met de prog rock als startpunt waaiert de muziek alle kanten uit, soms zelfs binnen een nummer.

Er zijn mooie ballads als All This And More en Pilgrim's Progress (met mooi toetsenwerk), maar de topper is Too Much Between Us met die weergaloos mooie zanglijn. Soul en blues duiken op in het lekker slepende Crucifiction Lane en we horen zelfs pre-WWII blues in Juicy John Pink. En in The Milk Of Human Kindness worden we getrakteerd op country rock met blues-invloeden zoals we dat kennen van The Band.

Tegenover de eerdergenoemde nummers staat dan weer Boredom dat wortels heeft in de folk music en dat (ik kan het niet anders zeggen) bij eerste beluistering erg 'lullig' overkomt. Een tamboerijn, een fluitje, een trommeltje, een xylofoon. Je hebt het gevoel rond een kampvuur te zitten bij de scouting of in een verkeerde tent verdwaald te zijn op een creatief dagje uit met kantoor. En toch, ik weet niet hoe het komt, na herhaalde beluistering ben ik steeds nieuwe dingen gaan horen waardoor ik het nummer meer ben gaan waarderen. Al weet ik nog steeds niet wat ik er nou echt van vind.

Boredom komt overigens direct na The Devil Came From Kansas, een lekker  rockende track waarop het meest smerige gitaargeluid van het hele album voorkomt. En dan is er nog Wreck Of The Hesperus waarin alle stijlen lijken samen te komen er nog klassieke strijkers bovenop gegooid worden. En wonder boven wonder werkt het ook nog.

Hoogtepunt is echter de opener van het album, het titelnummer A Salty Dog. Nog altijd krijg ik kippenvel als ik het nummer hoor. In de teksten die Keith Reed voor Procol Harum schreef zitten verwijzingen naar religie en numerologie en ze zijn meestal beeldend en vrij abstract. Mijn interpretatie van dit nummer is dat het gaat over een matroos die vertelt over de ondergang zijn schip en de daaropvolgende gang naar het hiernamaals. Hoe dan ook, muziek en tekst vullen elkaar prachtig aan en strijkers hebben niet vaak zo op hun plaats geklonken als is dit nummer. Tijdloos.

En dan de hoes. Want waarom wordt daar een, voorzichtig geformuleerd, niet al te appetijtelijke zeeman afgebeeld? De reden is dat deze afbeelding een parodie is op de producten van het tabaksmerk Player's Navy Cut. In plaats van de fris ogende jongeman op deze producten koos men voor deze tegenpool. 
Meer hierover op deze pagina

© 2022 TTZL


Fan website: Procol Harum
Wikipedia EN: Procol Harum
Wikipedia NL: 
Procol Harum

YouTube: A Salty Dog [album]
Spotify: A Salty Dog [album]

YouTube: A Salty Dog
YouTube: Boredom
YouTube: Juicy John Pink

YouTube: (No More) Fear Of Flying [Gary Brooker]
YouTube: Conquistador
YouTube: Homburg

zondag 20 februari 2022

#484: Titanic - The Best Of Titanic (1975)

De ontwikkeling van de hard en prog rock in de late jaren zestig liet niet alleen sporen na in de UK en de US, maar ook bijvoorbeeld in Noorwegen. Hier werd in 1969 de band Titanic opgericht door de Noren Kenny Aas (orgel, bas), Kjell Asperud (percussie, zang) en Janne Løseth (gitaar, zang) samen met Brit John Lorck (drums). Al snel werd een andere Brit, Roy Robinson (zang), toegevoegd om de kansen op een internationale carrière te vergroten.

Om eerlijk te zijn kende ik de band alleen maar van hun Top 40 hit uit 1971 (waarover later meer) toen ik deze Best Of LP uit de tweedehands bakken viste. Het vroegste nummer dat erop staat is I See No Reason van hun zelfvernoemde debuutalbum uit 1970. Het is een acht minuten durend, downtempo nummer dat met orgelklanken begint die wel heel erg aan Procol Harum doen denken. Maar het heeft wel wat.

De single Sing Fool Sing, ook uit 1970, tapt uit een ander vaatje. Uptempo en luid en met een opvallende rol voor de mondharmonica. Zoals vaak voorkwam in deze periode brachten bands albums en singles uit zonder overlap. Bij heruitgaven van hun tweede album Sea Wolf is het nummer als bonustrack toegevoegd (zoals ook andere singles op heruitgaven van albums zijn beland). Van dat album komen ook het titelnummer Sea Wolf, dat een lekker langzame opbouw naar een heftige climax kent, en Hanging Over met fifties rock 'n' roll en boogie woogie piano-invloeden. 

Het bekendste nummer van het album is echter het instrumentale Sultana, een regelrechte Arbeidsvitaminen-klassieker die de elfde plaats in de Top 40 haalde in 1971 (en ook hoge noteringen in andere Europese hitlijsten). Het nummer stond eerst als b-kant op de Sing Fool Sing single en is overduidelijk beïnvloed door het eerste album van Santana. Opvallend genoeg brak Titanic dus door met een instrumentaal nummer terwijl men daarvoor nou juist een Engelstalige zanger en tekstschrijver erbij had gehaald!

Een b-kant van een andere single heet Santa Fé heeft eenzelfde stijl als Sultana (maar dan met vocalen) en werd ook een populaire track. Om te proberen het succes te continueren werd er nog een soortgelijk nummer opgenomen, maar Rain 2000 kon het succes niet herhalen.

Met de single Macumba keert Titanic weer terug naar het stevigere geluid, al klinken er in het refrein en de instrumentatie nog wel echo's van Sultana. Het is een voorbode van het derde album Eagle Rock uit 1973. Hiervan vinden we twee andere tracks terug op dit Best Of album, Richmond Express en One Night In Eagle Rock. Eerstgenoemde uptempo track heeft een lekker Deep Purple-achtig orgel en heerlijke drumbreak. Het andere nummer is voor mij het beste van het album. Prachtige opbouw, geweldige vocalen, opnieuw zo'n heerlijk orgelgeluid en vol afwisseling, riffs en solo's. Acht minuten genieten.

Uit 1974 is er nog de single Sliding Down Again die blues-invloeden heeft zoals we dat in diezelfde periode ook bij (opnieuw) Deep Purple horen. B-kant Rock 'N Roll Loser is een fraaie ballad die ook terugkomt op het vierde album Ballad Of A Rock 'N Roll Loser uit 1975.

Hierna zouden nog twee albums volgen, waarna Titanic in 1979 zonk. In 1991-1993 kwam Titanic nog even boven water net als van 2006-2014, maar daarna was het echt over. De bloeiperiode lag duidelijk in de periode 1970-1975 waarin de band voor originaliteit misschien een onvoldoende scoorde, maar qua uitvoering was het dik in orde. 

© 2022 TTZL


Officiële websites: Titanic [archief]
Wikipedia EN: Titanic
Wikipedia NL: Titanic

YouTube: The Best Of Titanic [playlist]
Spotify: The Best Of Titanic [playlist]

YouTube: I See No Reason
YouTube: Sing Fool Sing
YouTube: Sea Wolf
YouTube: Hanging Over
YouTube: Sultana
YouTube: Santa Fé
YouTube: Rain 2000
YouTube: Macumba

zaterdag 12 februari 2022

#483: Horizon 222 - Through The Round Window (1992) / The Three Of Swans (1994)

Er zijn zo van die bands waar je bij toeval het bestaan van ontdekt. Voor mij is Horizon 222 zo'n geval. Midden jaren negentig had ik een abonnement op het Belgische muziekblad Gonzo Circus en daar zat altijd een CD bijgesloten. Eén keer was dat de CD Mind The Gap Volume 2 die was uitgegeven door Staalplaat (waar ik vaak even met Frans over muziek ging kletsen toen ze nog een winkel in Amsterdam hadden) ter gelegenheid van het Mind The Gap festival. 

Op de CD stonden een aantal voor mij bekende (en geliefde) artiesten als O Yuki Conjugate, Rapoon en Zoviet France (zie blog #183) met goede en exclusieve tracks, maar ook het mij onbekende Horizon 222 maakte met Psychedelic Music indruk. De titel van de track is zeer passend, want het prachtig langzaam opbouwende nummer heeft inderdaad een hypnotiserende en psychedelische sfeer. Dit smaakte naar meer!

Toen bleek dat twee leden van Zoviet France ook in Horizon 222 zaten was de aantrekkingskracht voor mij wel verklaard. Het eerste album Through The Round Window (uit 1992) staat vol met prachtige elektronica met ambient, dub en trance invloed
en en dat mondt uit in heerlijke nummers Heart (Heart Of The Sun) en Quelque Minute (Don't Look Back). Het nummer Spirit Level (Lost In Space) springt er voor mij echt uit vanwege de onweerstaanbare synthesizer-riff en het de mooie manier waarop gesproken tekst er overheen wordt gelegd. 

In het jaar daarop verscheen een dubbele 12 inch met twee mixen van Spirit Level en drie nieuw tracks, waaronder het indrukwekkende Prisoner Of The Faith (Con Spiritoso) aarin onder andere samples te horen zijn die gaan over het drama in Jonestown (Guyana), het hoofdkwartier van sekteleider Jim Jones. En in het nummer A Midsummer Night's Dream (Titania Mix) laat de groep horen ook prima uit de voeten te kunnen met verstilde ambient.

In 1994 volgde een tweede album, The Three Of Swans. Dit album kent een mengeling van lange en kortere tracks die soms ook nog in elkaar overlopen. In Liberation (Om Pa Na Da) neemt Horizon 222 wederom de tijd om een sfeer neer te zetten en wordt het nummer element voor element opgebouwd. 
Sommige element komen en verdwijnen om dan later weer op te duiken, sommige zijn vrijwel doorlopend aanwezig. Alles bij elkaar zorgt dat voor een prachtige track. Het album wordt afgesloten door de trits  As You Let Go / The Last Supper (Massacre Mix) / Illuminum (The One True Name). In dit drieluik zit eigenlijk alles. De experimentele kant, de ijle en atmosferische ambient, de dub en de trance. Het maakt The Three Of Swans net zo'n goed album als Through The Round Window.

Hierna volgden nog enige (soms exclusieve) tracks op verzamelalbums zoals het eerder genoemde Psychedelic Music, maar na 1995 was het helaas over. Horizon 222 heeft dan ook een kleine discografie, maar wel één van hoge kwaliteit.

© 2022 TTZL




zaterdag 5 februari 2022

#482: Mel Brooks - To Be Or Not To Be (The Hitler Rap) Pts. 1&2 (1983)

Alsof het zo moest zijn kwam ik bij toeval een 12 inch maxisingle in mijn platenkast tegen van de Amerikaanse acteur, komiek en filmmaker Mel Brooks. Het is namelijk een single die stof tot nadenken geeft in deze tijden waarin 'woke' het magische toverwoord van de prinsjes en prinsesjes van politieke correctheid (aka social justice warriors) is geworden.

Ik vraag mij oprecht af of Brooks in 2022 nog steeds een nummer als To Be Or Not To Be (The Hitler Rap) zou kunnen uitbrengen. Natuurlijk, ook in 1983 waren er geluiden van afkeuring, maar die waren in discussies over slechte smaak of morele verontwaardiging. Vandaag de dag zou Brooks echter subiet 'gecancelled' worden. Kijk naar de filmclip (eventueel met de songteksten in beeld, maar minder goed geluid) en oordeel zelf.

Het nummer komt uit Brooks' film To Be Or Not To Be uit 1983 (een remake van de gelijknamige film uit 1942) die speelt aan het begin van WW2 als de familie van een Poolse acteur samen met het Poolse verzet een theatergezelschap helpen te vluchten. En het was niet de eerste keer dat Brooks op deze manier van zich liet horen. 

Al in de vroege jaren zestig speelde hij met het onconventionele idee om een 'musical comedy' te maken over Adolf Hitler. De grote namen uit de filmindustrie wilden zich hier vanzelfsprekend niet aan wagen, maar met enkele kleinere spelers lukte het wel en eind 1967 verscheen de film The Producers

De film werd alleen aanvankelijk alleen in filmhuizen vertoont, maar na het winnen van de Oscar voor Best Original Screenplay werd de film alsnog een succes (en een toneelversie zou later twaalf Tony Awards winnen). De filmclip Springtime For Hitler (I) / Heil Myself / (II) illustreert goed waarom de grote studio's er niet aan durfden. En ook in Brooks' film History of the World: Part I uit 1982 neemt hij met Hitler On Ice een absurdistisch voorschot op The Hitler Rap.

De reden waarom Mel Brooks vrij makkelijk wegkwam met bovenstaande grappen en grollen zal er vooral mee te maken hebben dat hij zelf Joods is. Het wordt toch altijd eerder geaccepteerd als je grappen over of ten koste van 'jezelf'  maakt dan dat een 'ander' dat doet. Hetzelfde zien we ook bijvoorbeeld bij Woody Alleneen andere grote Joodse filmmaker, al is diens werk intellectueler van aard waar Brooks' werk soms eerder de kant van de platte klucht opgaat. 

En af en toe slaat Brooks te ver door en vind ik het niet echt leuk meer en zullen sommige het mogelijk zelfs als kwetsend of beledigend ervaren, maar zoals Mark Rutte in november 2020 zei“Niemand heeft het recht om niet beledigd te worden. Zonder de vrijheid van meningsuiting en de onbelemmerde uitwisseling van opvattingen stokt onze vooruitgang, stokt onze samenleving”. 

© 2022 TTZL
YouTube: To Be Or Not To Be (The Hitler Rap) [video met songteksten]

YouTube: Hitler On Ice [video]

zondag 30 januari 2022

#481: Plaatkanten

Ongeveer veertig jaar geleden werd de Compact Disc (CD) geïntroduceerd en dat mediaformaat bracht veel voordelen ten opzichte van de Langspeelplaat (LP). Een CD is minder gevoelig voor krassen en vuil en handzamer door het kleinere formaat. Hierdoor nemen CD's minder ruimte in en werd het mogelijk om deze mee te nemen en onderweg af te spelen in discman of auto. 

Tegelijkertijd waren er ook nadelen. Zo waren (en zijn) er muziekliefhebbers die het analoge vinylgeluid 'warmer' vinden klinken en de verpakking is ook wezenlijk anders. Vergelijk een mooie LP-klaphoes (met alle ruimte voor het 'artwork') maar eens met het kleine CD-boekje waarin de tekst alleen met een loep te lezen is (en nee, dat ligt niet alleen maar aan mijn leeftijd). 

En er is voor mij nog een ander nadeel. Dat is het verdwijnen van de magie van een track van één plaatkant. Er was voor mij weinig mooier dan thuiskomen met een hagelnieuwe LP waarop één van beide zijden gevuld werd met maar één lang nummer. Met name bij elektronische muziek en disco kwam vrij regelmatig voor. Ik besteedde er al aandacht aan in blogs over Rare Earth (#18), Emerson, Lake & Palmer (#174), Tantra (#199) en Cerrone / Love & Kisses (#314). 

Je kunt het natuurlijk ook overdrijven door één track over twee plaatkanten uit te smeren zoals bijvoorbeeld Fela Kuti (#27) en Mike Oldfield (#309) deden. Of je kunt het net niet halen doordat er nog een korte track bij de lange track staat, zoals bijvoorbeeld bij Blind Faith (Blind Faith, 1969), Uriah Heep (Salisbury, 1971) The Alan Parsons Project (Tales Of Mystery And Imagination, 1976) en Dire Straits (Love Over Gold, 1982).

Sommige tracks waar die 'plaatkantmagie' bij mij optrad zullen bekende voorbeelden zijn zoals Autobahn van Kraftwerk (Autobahn, 1974) en Echoes van Pink Floyd (Meddle, 1971). Maar ook een track als Supper's Ready van Genesis (Foxtrot, 1976), met zijn prachtige opbouw en afwisseling in dynamiek en tempo, hoort zeker in dit rijtje thuis. En ook The Steve Miller Band waagde zich in het met disco-invloeden doorspekte Macho City (Circle Of Love, 1981) aan een track van een plaatkant lang. En die track is zo 'fout' dat het weer heel lekker wordt.

Twee van mijn favoriete lange tracks komen van dezelfde band. 2112 van Rush (2112, 1976) is perfect om aan iemand te laten horen wat prog rock inhoudt. Wisselingen in dynamiek, ingewikkelde tempo's en tempowisselingen, klanktapijten afgewisseld met scheurende gitaarsolo's en een science fiction thema. Op Cygnus X-1 Book II: Hemispheres (Hemispheres, 1978), wat een vervolg is op de track Cygnus X-1 Book I: The Voyage van het vorige album, herhalen ze dat met verve.

Maar ook van eigen bodem heb ik een favoriet. The Golden Earring maken namelijk op het gelijknamige album uit 1969 een heerlijke lange versie van het nummer Eight Miles High, origineel van The Byrds. De overtreffende trap is op dit gebied is synthesizerlegende Klaus Schulze. Zijn albums bevatten regelmatig tracks die een plaatkant duren, maar Audentity uit 1983 spant wel de kroon. Dit is een dubbel-LP waarop CellisticaTango-Saty/Amourage/Opheylissem, Spielglocken en Sebastian Im Traum ieder een plaatkant vullen. En het is een geweldig album.

Gelukkig zijn er ook artiesten die de uitdaging zijn aangegaan om een CD-lang nummer te maken, zoals de geweldige track-in-12-delen The Whirlwind (77 minuten) van TransAtlantic (The Whirlwind, 2009).

© 2022 TTZL


YouTube: Autobahn [Kraftwerk]
YouTube: Echoes [Pink Floyd]
YouTube: Supper's Ready [Genesis]
YouTube: Macho City [The Steve Miller Band]
YouTube: 2112 [Rush]
YouTube: Eight Miles High [The Golden Earring]
YouTube: Cellistica [Klaus Schulze]
YouTube: Tango-Saty/Amourage/Opheylissem [Klaus Schulze]
YouTube: Spielglocken [Klaus Schulze]
YouTube: Sebastian Im Traum [Klaus Schulze]

YouTube: The Whirlwind [TransAtlantic]

zaterdag 22 januari 2022

#480: Meat Loaf - Dead Ringer (1981)

En ineens was daar deze week het bericht dat Marvin Lee Aday (beter bekend als Meat Loaf) is overleden op 74-jarige leeftijd. De doodsoorzaak van de zanger van het succesalbum Bat Out Of Hell (nummer vier op de lijst van bestverkochte albums) is niet bekend gemaakt, maar zijn gezondheid was niet al te best en er zijn berichten dat een COVID-19 besmetting hem noodlottig zou zijn geworden. 

De bijnaam van Aday heeft een aantal bronnen. Ten eerste had bij bij zijn geboorte een erg rode kleur en die hield een paar dagen aan, waardoor zijn (alcoholistische) vader hem 'Meat' noemde. Op school werd hij 'M.L.' genoemd (Marvin Lee) en toen zijn gewicht toenam werd dat 'Meatloaf'. 

Zijn muzikale carrière startte in schoolproducties van musicals en na de dood van zijn moeder verkaste hij van Dallas naar Los Angeles. Hij startte daar een band die afwisselend optrad onder de namen Meat Loaf Soul, Floating Circus en Popcorn Blizzard. Na één single hield Aday het voor gezien en trad toe tot de cast van de musical Hair. Hij was daarna succesvol in meerdere producties, waaronder The Rocky Horror Show en hij deed ook mee in de filmversie daarvan. 

In deze periode verscheen ook werk van hem op de plaat. Zo maakte hij een album onder de naam Stoney & Meatloaf met Shaun 'Stoney' Murphy voor Motown Records. Het is een album dat rock-, funk- en soul-invloeden heeft en een aantal aardige nummers kent, zoals I'd Love To Be (As Heavy As Jesus)What You See Is What You Get en Jimmy Bell. Daarnaast is hij te horen op vijf van de negen nummers op Ted Nugent's Free-For-All album uit 1976.

In 1972 had Aday tijdens een auditie voor één van die toneelproducties Jim Steinman ontmoet en dat zou na jaren van noeste arbeid resulteren in Bat Out Of Hell. Als gevolg van serieuze stemproblemen kon Meat Loaf (met spatie, zoals zijn naam vanaf toen geschreven wordt) lange tijd niet werken aan de opvolger. Daarom zong Jim Steinman uiteindelijk de vocalen voor Bad For Good maar zelf in (zie het verhaal hierover in blog #441).

Het tweede Meat Loaf album werd Dead Ringer uit 1981. De plaat opent met het luidruchtige en uptempo Peel Out en dat nummer is 'OK', maar niet bijzonder. Het midtempo I'm Gonna Love Her For Both Of Us is al een stuk beter en de prima ballad More Than You Deserve sluit kant A af. Opener van kant B I'll Kill You If You Don't Come Back en Read 'Em And Weep zijn opnieuw 'OK', maar de redding van het album zit aan het einde. De titelsong Dead Ringer For Love (voorafgegaan door het gesproken Nocturnal Pleasure), met een gastrol voor Cher, is zo'n typisch en heerlijk over-de-top Steinman/Meat Loaf nummer en de gedragen ballad Everything Is Permitted sluit het geheel in stijl af.

Al met al geen slechte score. De songs van Steinman zijn dik in orde, met de voordracht van Meat Loaf is niets mis, maar toch is het album een flink tikkie minder dan Bat Out Of Hell. De missende factor is de productie van Todd Rundgren, volgens Steinman "het enige echte genie waar ik ooit mee heb gewerkt". Rundgren wist exact hoe groot en over-de-top de productie maximaal kon zijn. Bij de productie van Dead Ringer door Meat Loaf en Stephan Galfas is die beheersing er veel minder.

Meat Loaf was zanger, acteur en musicalster, maar had naar zeggen (in een interview in 2010) ermee geworsteld om serieus genomen te worden in de muziekindustrie en vergeleek zijn behandeling met die van een 'circusclown'. Die behandeling was onterecht. Het alter ego van Marvin Lee Aday was dan wel 'bigger than life', maar hij was een getalenteerd artiest en zeker geen 'circusclown'.

© 2022 TTZL


Officiële websites: Meat Loaf
Wikipedia EN: Meat Loaf
Wikipedia NL: Meat Loaf

YouTube: Dead Ringer [album]
Spotify: Dead Ringer [album]

YouTube: Peel Out

YouTube: Stoney & Meatloaf [album]
YouTube: Jimmy Bell

zondag 16 januari 2022

#479: Deep Purple - Burn (1974)

In drie eerdere blogs heb ik aandacht besteed aan diverse perioden in de lange carrière van Deep Purple. Blog #191 ging over de vroegste periode (Mark I, 1968-1969), blog #74 behandelde een album uit de eerste periode na de hoogtijdagen (Mark III, 1973-1975) en in blog #275 heb ik de onverwachte comeback belicht (Mark IIb, 1984-1989). Natuurlijk moet ik nog eens aandacht aan Mark II besteden, maar deze keer kies ik voor Burn, het andere album uit de Mark III periode.

In 1973 was Deep Purple op het toppunt van hun roem. Het management zette de band onder zware druk om hun volgende album (Who Do We Think We Are) op tijd af te maken en weer op tour te gaan. Dit leidde tot zware vermoeidheid en uitputting van de bandleden en zorgde voor onderlinge spanningen. Met name de situatie tussen gitarist Ritchie Blackmore en zanger Ian Gillan was onoplosbaar geworden en de laatste verliet de groep. Roger Glover had ook al langer twijfels en na aandringen van Blackmore verliet ook hij de band.

De opengevallen plaatsen werden ingenomen door Glenn Hughes (bassist en zanger van Trapeze) en de nog onbekende zanger David Coverdale. Eigenlijk wilde Deep Purple in zee met Paul Rodgers (bekend van Free), maar hij was net met Bad Company begonnen. Coverdale viel bij de audities op met zijn bluesy stemgeluid, waarvan met name Blackmore was gecharmeerd omdat hij niet alleen op het stemgeluid van Hughes wilde bouwen dat meer naar soul neigt. Uiteindelijk zou de combinatie van de twee stemmen perfect werken.

Nou heb je albumopeners en álbumopeners, maar met de titeltrack Burn laat Deep Purple horen hoe je een luisteraar wegblaast en tegelijk het album inzuigt. Zes minuten heerlijke, klassieke hard rock met een hoog tempo, lekker gitaarwerk, inventieve bas en drums, fijne toetsenriffs en dan die heerlijke dubbele lead vocalen! Andere uptempo tracks als Lay Down, Stay DownYou Fool No One en What's Goin' On Here doen daar trouwens nauwelijks voor onder.

Wat echter ook bijdraagt aan de kracht van het album is de afwisseling. Tussen de uptempo tracks door horen we bijvoorbeeld het klassiek geworden Might Just Take Your Life. Alleen al het intro van toetsenist Jon Lord bezorgt mij nog iedere keer kippenvel, zo goed. En dan moet die heerlijke samenzang nog komen, samen met alle andere elementen die het nummer zo goed maken.

In het sterke Sail Away horen we de funk-invloeden die nog veel prominenter aanwezig zullen zijn op het volgende album (zie blog #74) en een ander hoogtepunt (als je daar al van kunt spreken op zo'n sterk album) is het enige nummer waarop David Coverdale in zijn eentje de vocalen verzorgt. 

Dat is het van blues doortrokken Mistreated. Ruim zeven minuten lang keert Coverdale zich binnenstebuiten, terwijl gitarist Blackmore de ene na de andere mooie riff tevoorschijn tovert. Effectief ondersteunt door een relatief sobere ritmesectie en smaakvol toetsenwerk had dit een geweldige afsluiter van het album geweest. Er volgt echter nog het instrumentale 'A' 200 dat zeker niet zo slecht is als wel eens beweerd wordt, maar een beetje uit de toon valt. 

Dat laatste mag de pret echter niet drukken, want Burn is en blijft een geweldig Deep Purple album dat velen niet voor mogelijk hadden gehouden na het vertrek van Gillan en Glover.

© 2022 TTZL


Officiële websites: Deep Purple / Deep Purple
Wikipedia EN: Deep Purple
Wikipedia NL: 
Deep Purple

YouTube: Burn [album]
Spotify: Burn [album]

YouTube: Burn
YouTube: Sail Away
YouTube: You Fool No One
YouTube: Mistreated
YouTube: 'A' 200 

zondag 9 januari 2022

#478: Blind Melon - No Rain (1992)

Blind Melon is een Amerikaanse band die in 1990 werd opgericht en na twee albums (Blind Melon uit 1992 en Soup uit 1995) hard werd geraakt door het overlijden van zanger Shannan Hoon aan een overdosis cocaïne. 

Na vier jaar vruchteloos zoeken naar een vervanger werd de band opgedoekt in 1999. In 2006 werd door de overige bandleden de draad toch weer opgepakt en werd een derde album gemaakt om er in 2008 toch weer mee te kappen. Sinds 2010 zijn ze echter weer bij elkaar en zou er zelfs gewerkt worden aan een vierde album.

Om eerlijk te zijn heb ik bovenstaande allemaal moeten opzoeken, want toen ik hun CD-single No Rain in mijn collectie vond, kon ik mij niet eens herinneren hoe het nummer ging. Na de eerste tonen was dat probleem verholpen en wist ik ook weer dat het een kleine hit in Nederland was geweest (5 weken in de Top 40, hoogste notering #26). Het nummer is echter meer in de herinnering blijven dan dat die Top 40-notering zou doen vermoeden, aangezien het nummer sinds 2014 onafgebroken in de Top 2000 staat (weliswaar in de onderste regionen, maar toch). Heel vreemd is dat niet, want het is een aanstekelijk nummer met fijne tempowisselingen een en heel lekker sixties-geluid. 

Meer dan No Rain ken ik echter niet van Blind Melon, zelfs het tweede nummer op de CD-single (Paper Scratcher, ook van hun eerste album) dat hier in een live-versie verschijnt, zegt mij bij herbeluistering eigenlijk niets. Het is een prima, wat ruiger nummer, maar haalt het niet bij No Rain dat van Blind Melon een one-hit-wonder heeft gemaakt. 

Op Spotify staat No Rain inmiddels op meer dan 290 miljoen streams, waar de rest van hummers van het debuutalbum vaak moeite heeft om één miljoen streams te halen. Misschien moet ik daar maar eens wat aan doen door dertig jaar na dato toch maar eens het hele debuutalbum te beluisteren.

© 2022 TTZL


Officiële website: Blind Melon
Wikipedia EN: Blind Melon
Wikipedia NL: Blind Melon

YouTube: No Rain (clip)
YouTube: Paper Scratcher (studio)
Spotify: No Rain
Spotify: Paper Scratcher (live)

YouTube: Blind Melon [album]
Spotify: Blind Melon [album]

zaterdag 1 januari 2022

#477: VA - The Best Of Godzilla: 1954-1975 (1998) / The Best Of Godzilla: 1984-1995 (1998)

In 1954 verscheen in Japan Gojira (of Godzilla, zoals hij in het Westen heet) op het witte doek. Zoals de officiële Japanse trailer laat zien was Gojira een film met een serieuze ondertoon en politieke boodschap over de gevaren van nucleaire wapens. Dit kan natuurlijk niet los worden gezien van de twee atoombommen die negen jaar daarvoor op Japan werden afgeworpen en het einde van de Tweede Wereldoorlog betekenden.

De film werd in 1956, met toestemming van 東宝株式会社 (Toho Co., Ltd.) ook in Amerika uitgebracht als Godzilla, King of the Monsters!. Om het Amerikaanse publiek te plezieren werd er flink aan de film gesleuteld: de film werd nagesynchroniseerd, opnieuw ge-edit en er werden nieuwe scenes aan toegevoegd met de Amerikaanse filmster Raymond Burr. Dit deed de film weinig goed vanuit een artistiek oogpunt, maar door het succes in de VS werd de ver-Amerikaniseerde versie ook in andere landen uitgebracht.

De Godzilla-franchise bestaat inmiddels uit 32 Japanse films waarbij er van vier  films een aangepaste versie voor Amerika gemaakt is. Daarnaast zijn er vier geheel Amerikaanse Godzilla-films gemaakt. Lang niet alle Japanse films zijn zo goed als het origineel (kijk maar eens naar de trailer van Son of Godzilla uit 1967!). En de Amerikaanse Godzilla uit 1998 kun je ook beter links kunt laten liggen. De films uit het zogenaamde MonsterVerse zijn beter en in ieder geval met eerbied voor de serieuze toon van de originele Gojira.

De muziek voor de originele Japanse films is voor het grootste deel geschreven door Akira Ifukube (1914-2006). Hij is een bekend componist van klassieke en filmmuziek, niet alleen in Japan, maar ook daarbuiten getuige de Google Doodle op 31 mei 2021.

Zijn muziek is heel beeldend en je zult je kunnen voorstellen wat er in de film gebeurt, zelfs als je de films niet hebt gezien. Mooie voorbeelden zijn de Main Title en Godzilla's Rampage uit de originele film. Maar ook Sacred Springs (uit Mothra vs. Godzilla, 1964) en Godzilla's Entrance (uit Terror Of Mechagodzilla, 1975) zetten direct perfect een sfeer neer. Een vergelijk met bijvoorbeeld Riichiroh Manabe's Godzilla's Fight (voor Godzilla Vs. Megalon, 1973) of nog erger, de bonustrack Theme From Godzilla van Neil Norman And His Cosmic Orchestra toont aan hoe goed Ifukube de sfeer van de Godzilla-films aanvoelde.

Na 1975 leek de Godzilla-franchise dood te zijn, maar er kwam een verrassende comeback in 1984 met het toepasselijk getitelde The Return Of Godzilla waarvoor Reijiro Koroku de muziek schreef en hij deed recht aan Ifukube's eerdere werk (luister maar naar Main Title). 

Ifukube maakte zelf weer prachtige muziek bij latere films uit de serie zoals Godzilla's Theme (Godzilla vs. King Ghidorah, 1991), Main Title (Godzilla Vs. Mothra, 1992) en Mesa Tank Super Freeze Attack (Godzilla Vs. Destoroyah, 1995).

De soundtracks van alle Godzilla-films verzamelen zou misschien wat al te veel van het goede zijn en daarom zijn deze mooi verzorgde 'Best Of' CDs van de periodes 1954-1975 en 1984-1995 ook zo welkom. Het is een prachtige dwarsdoorsnede van de filmmuziek van de Japanse franchise, met een terechte nadruk op het werk van Akira Afukube

© 2022 TTZL


Officiële website: 
Wikipedia EN: 


YouTube: Main Title [Gojira]
YouTube: Sacred Springs

YouTube: Main Title [The Return Of Godzilla]
YouTube: Main Title [Godzilla Vs. Mothra]

YouTube: Gojira [officiële Japanse trailer]
YouTube: Son Of Godzilla [officiële Japanse trailer]