Zoeken in deze blog

zondag 30 januari 2022

#481: Plaatkanten

Ongeveer veertig jaar geleden werd de Compact Disc (CD) geïntroduceerd en dat mediaformaat bracht veel voordelen ten opzichte van de Langspeelplaat (LP). Een CD is minder gevoelig voor krassen en vuil en handzamer door het kleinere formaat. Hierdoor nemen CD's minder ruimte in en werd het mogelijk om deze mee te nemen en onderweg af te spelen in discman of auto. 

Tegelijkertijd waren er ook nadelen. Zo waren (en zijn) er muziekliefhebbers die het analoge vinylgeluid 'warmer' vinden klinken en de verpakking is ook wezenlijk anders. Vergelijk een mooie LP-klaphoes (met alle ruimte voor het 'artwork') maar eens met het kleine CD-boekje waarin de tekst alleen met een loep te lezen is (en nee, dat ligt niet alleen maar aan mijn leeftijd). 

En er is voor mij nog een ander nadeel. Dat is het verdwijnen van de magie van een track van één plaatkant. Er was voor mij weinig mooier dan thuiskomen met een hagelnieuwe LP waarop één van beide zijden gevuld werd met maar één lang nummer. Met name bij elektronische muziek en disco kwam vrij regelmatig voor. Ik besteedde er al aandacht aan in blogs over Rare Earth (#18), Emerson, Lake & Palmer (#174), Tantra (#199) en Cerrone / Love & Kisses (#314). 

Je kunt het natuurlijk ook overdrijven door één track over twee plaatkanten uit te smeren zoals bijvoorbeeld Fela Kuti (#27) en Mike Oldfield (#309) deden. Of je kunt het net niet halen doordat er nog een korte track bij de lange track staat, zoals bijvoorbeeld bij Blind Faith (Blind Faith, 1969), Uriah Heep (Salisbury, 1971) The Alan Parsons Project (Tales Of Mystery And Imagination, 1976) en Dire Straits (Love Over Gold, 1982).

Sommige tracks waar die 'plaatkantmagie' bij mij optrad zullen bekende voorbeelden zijn zoals Autobahn van Kraftwerk (Autobahn, 1974) en Echoes van Pink Floyd (Meddle, 1971). Maar ook een track als Supper's Ready van Genesis (Foxtrot, 1976), met zijn prachtige opbouw en afwisseling in dynamiek en tempo, hoort zeker in dit rijtje thuis. En ook The Steve Miller Band waagde zich in het met disco-invloeden doorspekte Macho City (Circle Of Love, 1981) aan een track van een plaatkant lang. En die track is zo 'fout' dat het weer heel lekker wordt.

Twee van mijn favoriete lange tracks komen van dezelfde band. 2112 van Rush (2112, 1976) is perfect om aan iemand te laten horen wat prog rock inhoudt. Wisselingen in dynamiek, ingewikkelde tempo's en tempowisselingen, klanktapijten afgewisseld met scheurende gitaarsolo's en een science fiction thema. Op Cygnus X-1 Book II: Hemispheres (Hemispheres, 1978), wat een vervolg is op de track Cygnus X-1 Book I: The Voyage van het vorige album, herhalen ze dat met verve.

Maar ook van eigen bodem heb ik een favoriet. The Golden Earring maken namelijk op het gelijknamige album uit 1969 een heerlijke lange versie van het nummer Eight Miles High, origineel van The Byrds. De overtreffende trap is op dit gebied is synthesizerlegende Klaus Schulze. Zijn albums bevatten regelmatig tracks die een plaatkant duren, maar Audentity uit 1983 spant wel de kroon. Dit is een dubbel-LP waarop Cellistica, Tango-Saty/Amourage/Opheylissem, Spielglocken en Sebastian Im Traum ieder een plaatkant vullen. En het is een geweldig album.

Gelukkig zijn er ook artiesten die de uitdaging zijn aangegaan om een CD-lang nummer te maken, zoals de geweldige track-in-12-delen The Whirlwind (77 minuten) van TransAtlantic (The Whirlwind, 2009).

© 2022 TTZL


YouTube: Autobahn [Kraftwerk]
YouTube: Echoes [Pink Floyd]
YouTube: Supper's Ready [Genesis]
YouTube: Macho City [The Steve Miller Band]
YouTube: 2112 [Rush]
YouTube: Eight Miles High [The Golden Earring]
YouTube: Cellistica [Klaus Schulze]
YouTube: Tango-Saty/Amourage/Opheylissem [Klaus Schulze]
YouTube: Spielglocken [Klaus Schulze]
YouTube: Sebastian Im Traum [Klaus Schulze]

YouTube: The Whirlwind [TransAtlantic]

zaterdag 22 januari 2022

#480: Meat Loaf - Dead Ringer (1981)

En ineens was daar deze week het bericht dat Marvin Lee Aday (beter bekend als Meat Loaf) is overleden op 74-jarige leeftijd. De doodsoorzaak van de zanger van het succesalbum Bat Out Of Hell (nummer vier op de lijst van bestverkochte albums) is niet bekend gemaakt, maar zijn gezondheid was niet al te best en er zijn berichten dat een COVID-19 besmetting hem noodlottig zou zijn geworden. 

De bijnaam van Aday heeft een aantal bronnen. Ten eerste had bij bij zijn geboorte een erg rode kleur en die hield een paar dagen aan, waardoor zijn (alcoholistische) vader hem 'Meat' noemde. Op school werd hij 'M.L.' genoemd (Marvin Lee) en toen zijn gewicht toenam werd dat 'Meatloaf'. 

Zijn muzikale carrière startte in schoolproducties van musicals en na de dood van zijn moeder verkaste hij van Dallas naar Los Angeles. Hij startte daar een band die afwisselend optrad onder de namen Meat Loaf Soul, Floating Circus en Popcorn Blizzard. Na één single hield Aday het voor gezien en trad toe tot de cast van de musical Hair. Hij was daarna succesvol in meerdere producties, waaronder The Rocky Horror Show en hij deed ook mee in de filmversie daarvan. 

In deze periode verscheen ook werk van hem op de plaat. Zo maakte hij een album onder de naam Stoney & Meatloaf met Shaun 'Stoney' Murphy voor Motown Records. Het is een album dat rock-, funk- en soul-invloeden heeft en een aantal aardige nummers kent, zoals I'd Love To Be (As Heavy As Jesus), What You See Is What You Get en Jimmy Bell. Daarnaast is hij te horen op vijf van de negen nummers op Ted Nugent's Free-For-All album uit 1976.

In 1972 had Aday tijdens een auditie voor één van die toneelproducties Jim Steinman ontmoet en dat zou na jaren van noeste arbeid resulteren in Bat Out Of Hell. Als gevolg van serieuze stemproblemen kon Meat Loaf (met spatie, zoals zijn naam vanaf toen geschreven wordt) lange tijd niet werken aan de opvolger. Daarom zong Jim Steinman uiteindelijk de vocalen voor Bad For Good maar zelf in (zie het verhaal hierover in blog #441).

Het tweede Meat Loaf album werd Dead Ringer uit 1981. De plaat opent met het luidruchtige en uptempo Peel Out en dat nummer is 'OK', maar niet bijzonder. Het midtempo I'm Gonna Love Her For Both Of Us is al een stuk beter en de prima ballad More Than You Deserve sluit kant A af. Opener van kant B I'll Kill You If You Don't Come Back en Read 'Em And Weep zijn opnieuw 'OK', maar de redding van het album zit aan het einde. De titelsong Dead Ringer For Love (voorafgegaan door het gesproken Nocturnal Pleasure), met een gastrol voor Cher, is zo'n typisch en heerlijk over-de-top Steinman/Meat Loaf nummer en de gedragen ballad Everything Is Permitted sluit het geheel in stijl af.

Al met al geen slechte score. De songs van Steinman zijn dik in orde, met de voordracht van Meat Loaf is niets mis, maar toch is het album een flink tikkie minder dan Bat Out Of Hell. De missende factor is de productie van Todd Rundgren, volgens Steinman "het enige echte genie waar ik ooit mee heb gewerkt". Rundgren wist exact hoe groot en over-de-top de productie maximaal kon zijn. Bij de productie van Dead Ringer door Meat Loaf en Stephan Galfas is die beheersing er veel minder.

Meat Loaf was zanger, acteur en musicalster, maar had naar zeggen (in een interview in 2010) ermee geworsteld om serieus genomen te worden in de muziekindustrie en vergeleek zijn behandeling met die van een 'circusclown'. Die behandeling was onterecht. Het alter ego van Marvin Lee Aday was dan wel 'bigger than life', maar hij was een getalenteerd artiest en zeker geen 'circusclown'.

© 2022 TTZL


Officiële websites: Meat Loaf
Wikipedia EN: Meat Loaf
Wikipedia NL: Meat Loaf

YouTube: Dead Ringer [album]
Spotify: Dead Ringer [album]

YouTube: Peel Out

YouTube: Stoney & Meatloaf [album]
YouTube: Jimmy Bell

zondag 16 januari 2022

#479: Deep Purple - Burn (1974)

In drie eerdere blogs heb ik aandacht besteed aan diverse perioden in de lange carrière van Deep Purple. Blog #191 ging over de vroegste periode (Mark I, 1968-1969), blog #74 behandelde een album uit de eerste periode na de hoogtijdagen (Mark III, 1973-1975) en in blog #275 heb ik de onverwachte comeback belicht (Mark IIb, 1984-1989). Natuurlijk moet ik nog eens aandacht aan Mark II besteden, maar deze keer kies ik voor Burn, het andere album uit de Mark III periode.

In 1973 was Deep Purple op het toppunt van hun roem. Het management zette de band onder zware druk om hun volgende album (Who Do We Think We Are) op tijd af te maken en weer op tour te gaan. Dit leidde tot zware vermoeidheid en uitputting van de bandleden en zorgde voor onderlinge spanningen. Met name de situatie tussen gitarist Ritchie Blackmore en zanger Ian Gillan was onoplosbaar geworden en de laatste verliet de groep. Roger Glover had ook al langer twijfels en na aandringen van Blackmore verliet ook hij de band.

De opengevallen plaatsen werden ingenomen door Glenn Hughes (bassist en zanger van Trapeze) en de nog onbekende zanger David Coverdale. Eigenlijk wilde Deep Purple in zee met Paul Rodgers (bekend van Free), maar hij was net met Bad Company begonnen. Coverdale viel bij de audities op met zijn bluesy stemgeluid, waarvan met name Blackmore was gecharmeerd omdat hij niet alleen op het stemgeluid van Hughes wilde bouwen dat meer naar soul neigt. Uiteindelijk zou de combinatie van de twee stemmen perfect werken.

Nou heb je albumopeners en álbumopeners, maar met de titeltrack Burn laat Deep Purple horen hoe je een luisteraar wegblaast en tegelijk het album inzuigt. Zes minuten heerlijke, klassieke hard rock met een hoog tempo, lekker gitaarwerk, inventieve bas en drums, fijne toetsenriffs en dan die heerlijke dubbele lead vocalen! Andere uptempo tracks als Lay Down, Stay Down, You Fool No One en What's Goin' On Here doen daar trouwens nauwelijks voor onder.

Wat echter ook bijdraagt aan de kracht van het album is de afwisseling. Tussen de uptempo tracks door horen we bijvoorbeeld het klassiek geworden Might Just Take Your Life. Alleen al het intro van toetsenist Jon Lord bezorgt mij nog iedere keer kippenvel, zo goed. En dan moet die heerlijke samenzang nog komen, samen met alle andere elementen die het nummer zo goed maken.

In het sterke Sail Away horen we de funk-invloeden die nog veel prominenter aanwezig zullen zijn op het volgende album (zie blog #74) en een ander hoogtepunt (als je daar al van kunt spreken op zo'n sterk album) is het enige nummer waarop David Coverdale in zijn eentje de vocalen verzorgt. 

Dat is het van blues doortrokken Mistreated. Ruim zeven minuten lang keert Coverdale zich binnenstebuiten, terwijl gitarist Blackmore de ene na de andere mooie riff tevoorschijn tovert. Effectief ondersteunt door een relatief sobere ritmesectie en smaakvol toetsenwerk had dit een geweldige afsluiter van het album geweest. Er volgt echter nog het instrumentale 'A' 200 dat zeker niet zo slecht is als wel eens beweerd wordt, maar een beetje uit de toon valt. 

Dat laatste mag de pret echter niet drukken, want Burn is en blijft een geweldig Deep Purple album dat velen niet voor mogelijk hadden gehouden na het vertrek van Gillan en Glover.

© 2022 TTZL


Officiële websites: Deep Purple / Deep Purple
Wikipedia EN: Deep Purple
Wikipedia NL: 
Deep Purple

YouTube: Burn [album]
Spotify: Burn [album]

YouTube: Burn
YouTube: Sail Away
YouTube: You Fool No One
YouTube: Mistreated
YouTube: 'A' 200 

zondag 9 januari 2022

#478: Blind Melon - No Rain (1992)

Blind Melon is een Amerikaanse band die in 1990 werd opgericht en na twee albums (Blind Melon uit 1992 en Soup uit 1995) hard werd geraakt door het overlijden van zanger Shannan Hoon aan een overdosis cocaïne. 

Na vier jaar vruchteloos zoeken naar een vervanger werd de band opgedoekt in 1999. In 2006 werd door de overige bandleden de draad toch weer opgepakt en werd een derde album gemaakt om er in 2008 toch weer mee te kappen. Sinds 2010 zijn ze echter weer bij elkaar en zou er zelfs gewerkt worden aan een vierde album.

Om eerlijk te zijn heb ik bovenstaande allemaal moeten opzoeken, want toen ik hun CD-single No Rain in mijn collectie vond, kon ik mij niet eens herinneren hoe het nummer ging. Na de eerste tonen was dat probleem verholpen en wist ik ook weer dat het een kleine hit in Nederland was geweest (5 weken in de Top 40, hoogste notering #26). Het nummer is echter meer in de herinnering blijven dan dat die Top 40-notering zou doen vermoeden, aangezien het nummer sinds 2014 onafgebroken in de Top 2000 staat (weliswaar in de onderste regionen, maar toch). Heel vreemd is dat niet, want het is een aanstekelijk nummer met fijne tempowisselingen een en heel lekker sixties-geluid. 

Meer dan No Rain ken ik echter niet van Blind Melon, zelfs het tweede nummer op de CD-single (Paper Scratcher, ook van hun eerste album) dat hier in een live-versie verschijnt, zegt mij bij herbeluistering eigenlijk niets. Het is een prima, wat ruiger nummer, maar haalt het niet bij No Rain dat van Blind Melon een one-hit-wonder heeft gemaakt. 

Op Spotify staat No Rain inmiddels op meer dan 290 miljoen streams, waar de rest van hummers van het debuutalbum vaak moeite heeft om één miljoen streams te halen. Misschien moet ik daar maar eens wat aan doen door dertig jaar na dato toch maar eens het hele debuutalbum te beluisteren.

© 2022 TTZL


Officiële website: Blind Melon
Wikipedia EN: Blind Melon
Wikipedia NL: Blind Melon

YouTube: No Rain (clip)
YouTube: Paper Scratcher (studio)
Spotify: No Rain
Spotify: Paper Scratcher (live)

YouTube: Blind Melon [album]
Spotify: Blind Melon [album]

zaterdag 1 januari 2022

#477: VA - The Best Of Godzilla: 1954-1975 (1998) / The Best Of Godzilla: 1984-1995 (1998)

In 1954 verscheen in Japan Gojira (of Godzilla, zoals hij in het Westen heet) op het witte doek. Zoals de officiële Japanse trailer laat zien was Gojira een film met een serieuze ondertoon en politieke boodschap over de gevaren van nucleaire wapens. Dit kan natuurlijk niet los worden gezien van de twee atoombommen die negen jaar daarvoor op Japan werden afgeworpen en het einde van de Tweede Wereldoorlog betekenden.

De film werd in 1956, met toestemming van 東宝株式会社 (Toho Co., Ltd.) ook in Amerika uitgebracht als Godzilla, King of the Monsters!. Om het Amerikaanse publiek te plezieren werd er flink aan de film gesleuteld: de film werd nagesynchroniseerd, opnieuw ge-edit en er werden nieuwe scenes aan toegevoegd met de Amerikaanse filmster Raymond Burr. Dit deed de film weinig goed vanuit een artistiek oogpunt, maar door het succes in de VS werd de ver-Amerikaniseerde versie ook in andere landen uitgebracht.

De Godzilla-franchise bestaat inmiddels uit 32 Japanse films waarbij er van vier  films een aangepaste versie voor Amerika gemaakt is. Daarnaast zijn er vier geheel Amerikaanse Godzilla-films gemaakt. Lang niet alle Japanse films zijn zo goed als het origineel (kijk maar eens naar de trailer van Son of Godzilla uit 1967!). En de Amerikaanse Godzilla uit 1998 kun je ook beter links kunt laten liggen. De films uit het zogenaamde MonsterVerse zijn beter en in ieder geval met eerbied voor de serieuze toon van de originele Gojira.

De muziek voor de originele Japanse films is voor het grootste deel geschreven door Akira Ifukube (1914-2006). Hij is een bekend componist van klassieke en filmmuziek, niet alleen in Japan, maar ook daarbuiten getuige de Google Doodle op 31 mei 2021.

Zijn muziek is heel beeldend en je zult je kunnen voorstellen wat er in de film gebeurt, zelfs als je de films niet hebt gezien. Mooie voorbeelden zijn de Main Title en Godzilla's Rampage uit de originele film. Maar ook Sacred Springs (uit Mothra vs. Godzilla, 1964) en Godzilla's Entrance (uit Terror Of Mechagodzilla, 1975) zetten direct perfect een sfeer neer. Een vergelijk met bijvoorbeeld Riichiroh Manabe's Godzilla's Fight (voor Godzilla Vs. Megalon, 1973) of nog erger, de bonustrack Theme From Godzilla van Neil Norman And His Cosmic Orchestra toont aan hoe goed Ifukube de sfeer van de Godzilla-films aanvoelde.

Na 1975 leek de Godzilla-franchise dood te zijn, maar er kwam een verrassende comeback in 1984 met het toepasselijk getitelde The Return Of Godzilla waarvoor Reijiro Koroku de muziek schreef en hij deed recht aan Ifukube's eerdere werk (luister maar naar Main Title). 

Ifukube maakte zelf weer prachtige muziek bij latere films uit de serie zoals Godzilla's Theme (Godzilla vs. King Ghidorah, 1991), Main Title (Godzilla Vs. Mothra, 1992) en Mesa Tank Super Freeze Attack (Godzilla Vs. Destoroyah, 1995).

De soundtracks van alle Godzilla-films verzamelen zou misschien wat al te veel van het goede zijn en daarom zijn deze mooi verzorgde 'Best Of' CDs van de periodes 1954-1975 en 1984-1995 ook zo welkom. Het is een prachtige dwarsdoorsnede van de filmmuziek van de Japanse franchise, met een terechte nadruk op het werk van Akira Afukube. 

© 2022 TTZL


Officiële website: 
Wikipedia EN: 


YouTube: Main Title [Gojira]
YouTube: Sacred Springs

YouTube: Main Title [The Return Of Godzilla]
YouTube: Main Title [Godzilla Vs. Mothra]

YouTube: Gojira [officiële Japanse trailer]
YouTube: Son Of Godzilla [officiële Japanse trailer]

zondag 26 december 2021

#476: The Frank Cunimondo Trio Featuring Lynn Marino - Feelin' Good (1971/1997)

Voorjaar 1997 stond ineens The Frank Cunimondo Trio Featuring Lynn Marino zes weken in de Nederlandse Top 40 (hoogste plek: #20) met een opname uit 1971. Dit was het gevolg van een reclame van Brand bier waarin het nummer werd gebruikt.

Frank Cunimondo speelde jazzpiano in de omgeving van Pittsburgh vanaf de jonge leeftijd van 13 jaar, ondere andere in het orkest van Billy May. Hij was ook actief aan de oostkust van de VS en speelde in clubs in New York City in de jaren zestig. Eén van die optredens in een New Yorkse club leidde tot een optreden in The Tonight Show met Johnny Carson in 1963. 

Vanaf 1968 bracht Cunimondo drie albums uit van zijn trio op zijn eigen Mondo platenlabel voordat hij in 1971 een album opnam met een 19-jarig vocaal talent: Lynn Marino. Het is dit album waarvan de track Feelin' Good is gehaald die werd gebruikt in de reclame. Het nummer heeft een wat hoekig ritme en een aparte zanglijn, maar heeft iets inherent opgewekts dat perfect past bij de beelden van de reclame en het moment van uitbrengen (de ontluikende lente). Het nummer sloeg ook buiten Nederland aan en werd in meerdere landen een onverwachte hit.

Als tweede nummer op de single is nog een track van het album gekozen: Beyond The Clouds. Ook dit nummer laat horen dat het trio en de zangeres een goede combinatie vormen en maakt bij hernieuwde beluistering nieuwsgierig naar het hele album. Gelukkig blijkt het heruitgave-label MusicOnCD in 2017 het album te hebben heruitgegeven, net als het daaropvolgende album uit 1975: Sagittarius. 

Meestal is reclame alleen maar een hinderlijke onderbreking van je kijkervaring, maar soms brengt het ook een onverwacht genoegen!

© 2021 TTZL


Wikipedia EN: Frank Cunimondo

YouTube: Feelin' Good

YouTube: Feelin' Good [Brand Commercial]

zondag 19 december 2021

#475: Various - This Is New Virgin Pop 1980 (1980)

Verzamelalbums met nummers van verschillende bands hebben niet mijn bijzondere interesse. Of het nou een verzameling van recente hits betreft of van ouder werk, te vaak staan er allerlei nummers die mij niet boeien. Verzamelaars die met zorg zijn opgebouwd rond een specifiek thema (bijvoorbeeld een specifiek genre, feestdagen of een eerbetoon aan een artiest) zijn vaak al beter. Maar soms is daar ineens een compilatie die van begin tot eind boeit. This Is New Virgin Pop 1980 is zo'n album.

Eigenlijk is dat opvallend, want het is op de keper beschouwd niets anders dan een staalkaart van artiesten die rond 1980 op het Virgin Records label albums hadden uitgebracht. Toch voelt het album op één of andere manier aan als een geheel en heb ik het met veel plezier vaak gedraaid. 

Eerlijk gezegd kende ik niet veel uitvoerenden toen ik het album in 1980 (of kort daarna, dat weet ik niet precies meer) aanschafte. XTC was mij bekend van de kleine hit Making Plans For Nigel (drie weken in de Top 40) en ook This Is Pop beviel mij wel. Een paar jaar later zou hun album Mummer mij tot fan maken.

De intelligente synth-pop van The Human League (Empire State Human), John Foxx (Underpass) en Orchestral Manoeuvres In The Dark (Electricity) waren ook nog wel bekend, maar de minder of niet bekende bands waren de echte attractie van het album.

De charismatische Howard Devoto was de blikvanger punk rock band Buzzcocks en startte na zijn vertrek Magazine, dat ik alleen kende van de betere muziektijdschriften. De kennismaking met de muziek van de band middels Shot By Both Sides was echter zeer prettig. Het is een heerlijk ruwe en afwisselde post-punk track met sterke vocalen. De lekker agressieve songs van The Ruts (Babylon's Burning) en The Members (Solitary Confinement) passen hier mooi bij.

De bijdrage van het Australische Mental As Anything (The Nips Are Getting Bigger) is wat meer gepolijst, maar zeker sterk te noemen. Dat geldt ook voor Charade van het Schotse Skids waarin we Stuart Adamson vinden die later succes zou hebben met de band Big Country.

Toppers zijn wat mij betreft de nummers van twee bands waar ik echt nog nooit van gehoord had. Het nummer Thrash van Cowboys International is lekker donkere synth-pop met een opvallende melodie en zanglijn. Helaas maakten ze maar één album (The Original Sin). 

The Flying Lizards pakken een oud nummer (Money) en stoppen dat in een opvallend en humoristisch jasje. Echt geweldig gedaan. Vergelijk het maar eens met het origineel van Barrett Strong (uit 1959) of de cover van The Kingsmen (uit 1964). De meest bekende cover is natuurlijk die van The Beatles van het album With The Beatles uit 1963.

Het album staat helaas niet op Spotify en daarom heb ik een playlist voor This Is New Virgin Pop 1980 aangemaakt met alle tracks.


YouTube: Money [Barrett Strong]
YouTube: Money [The Kingsmen] 
YouTube: Money [The Beatles]

maandag 13 december 2021

#474: Arvo Pärt - Fratres (1994)

Arvo Pärt wordt in 1935 in Paide (Estland) geboren. Hij is al vroeg in muziek geïnteresseerd en volgt vanaf zijn zevende levensjaar muzikaal onderwijs. Als jonge tiener schrijft hij al zijn eigen composities en hij vervolgt zijn muzikale onderwijs aan de muzikale middenschool en het conservatorium.

Hij componeert dan muziek voor stopmotion-animaties van Tallinnfilm en werkt vervolgens bij de Estse publieke radio. In 1960 componeert hij het werk Nekrolog dat gebaseerd is op de twaaltoonstechniek (dodecafonie) van Arnold Schönberg. Dit komt hem op kritiek te staan van de Sovjet-overheid ('gevoelig voor buitenlandse invloeden'), maar een paar maanden later wint hij er wel een competitie mee van diezelfde Sovjet-overheid. Niet verwonderlijk, de Sovjets hadden er wel vaker moeite mee om te bepalen wat was toegestaan en wat niet.

In 1968 komt hij opnieuw in conflict met de overheid. Na een persoonlijke crisis wordt Pärt religieus en zijn eerste compositie van dien aard ('Credo') zorgt ervoor dat hij en zijn muziek in de seculiere Sovjet-Unie in de ban worden gedaan. Acht jaar lang zal hij zich vervolgens storten op het bestuderen van Middeleeuwse en Renaissance-muziek voor hij weer gaat componeren, zij het met een heel andere stijl en techniek. 

Uiteindelijk krijgt hij in 1980 toestemming om te emigreren naar Oostenrijk en in het Westen krijgt hij vanaf het begin veel aandacht. CD's met zijn muziek op ECM Records verkopen uitstekend en hij is van 2011-2018 de meest uitgevoerde, nog levende componist. 

Ik ben zelf met Arvo Pärt in aanraking gekomen doordat hij werd genoemd in een artikel over minimal music, een stroming die mijn interesse geniet (zie blogs #50, #97 en #321). Zijn muziek werd daar holy minimalism genoemd (ook wel 'mystic minimalism', 'spiritual minimalism'  of 'sacred minimalism') vanwege het religieuze karakter. 

Nieuwsgierig geworden schafte ik de CD Fratres uit 1994 aan en daarop voeren pianist Martin Roscoe en violist Tasmin Little twee van Pärt's bekendste werken uit: Fratres (origineel uit 1977, hier in de 1980 versie) en Spiegel Im Spiegel (origineel uit 1978). Eerstgenoemde start fanatiek, maar valt na een minuut terug in verstilde klanken waarna piano en viool om elkaar heen blijven dwarrelen. Het opvallendste aspect in Spiegel Im Spiegel is het arpeggio dat op de piano vertolkt wordt en duidelijk geworteld is in de minimale muziek. Absoluut betoverend.

De andere werken op de CD worden vertolkt door het Bournemouth Sinfonietta en doen niet veel onder voor de eerdergenoemde composities. Cantus In Memoriam Benjamin Britten, Summa en Festina Lente kennen prachtige meerstemmige strijkers en de twee delen van Tabulu Rasa (Ludus en Silentium) zijn een bijna half uur durende tour-de-force. 

Als je dit album beluistert is het niet moeilijk om te begrijpen waarom Steve Reich, één van de meesters van met minimal music genre, over Pärt zei: "Ik hou van zijn muziek en ik hou van het feit dat hij zo'n dappere, getalenteerde man is... Hij is helemaal uit de pas met de tijdgeest en toch is hij enorm populair, wat zo inspirerend is. Zijn muziek vervult een diepe menselijke behoefte die niets met mode te maken heeft.". Ik kan het er alleen maar mee eens zijn.

© 2021 TTZL


Officiële website: Arvo Pärt
Wikipedia EN: Arvo Pärt
Wikipedia NL: Arvo Pärt

Spotify: Fratres [album]

YouTube: Summa    
YouTube: Festina Lente

YouTube: Nekrolog [Stockholm Philharmonic Orchestra]

zondag 5 december 2021

#473: The Jimi Hendrix Experience - Hey Joe (1968)

In december 1966 komt in de UK de eerste single uit van The Jimi Hendrix Experience. Het is Hey Joe en het nummer reikt tot een zesde plaats in de UK hitlijst. Ook de tweede (Purple Haze) en derde (The Wind Cries Mary) single werden top 10 hits.

Toch is er een groot verschil, want waar Purple Haze en The Wind Cries Mary werden geschreven door Jimi Hendrix, daar was Hey Joe een cover. 

Het nummer werd in de vroege jaren zestig geschreven door Billy Roberts en in 1962 legde hij de rechten ervan vast. Het auteurschap van Roberts is echter omstreden omdat er elementen uit andere songs in zitten en ook omdat er andere songschrijvers zijn die claimen aan de track te hebben meegewerkt.

In ieder geval werd in 1965 Hey Joe voor het eerst uitgebracht door een garageband uit Los Angeles: The Leaves. Het nummer lijkt hier meer op iets  uit het oeuvre van pakweg The Pretty Things, The Troggs of MC5 dan op de Hendrix-versie. En er waren meer garagebands met een eigen versie zoals The Standells (Hey Joe, Where You Gonna Go?), The Surfaris (Hey Joe, Where Are You Going) en er is een mooie versie van Hey Joe van The Music Machine, een minder bekende band uit Los Angeles. Het nummer heeft qua sfeer en tempo overeenkomsten met Hendrix en je vraagt je af of deze versie een inspiratiebron was voor Jimi's versie. 

Ook artiesten als Love (Hey Joe), Cher (Hey Joe) en The Byrds (Hey Joe (Where You Gonna Go)) namen nog in de late jaren zestig hun geheel eigen versie van het nummer op. Deep Purple's Jon Lord voorzag hun versie van Hey Joe van een uitgebreid Boléro-intro. En uit die tijd is er ook een Franstalige versie van Hey Joe van Johnny Halliday.

Het nummer blijft ook in latere decennia aandacht krijgen. Zo maakt Patti Smith in 1974 een single versie (Hey Joe (Version)) die vooraf gegaan wordt door een  monoloog. Andere (om uiteenlopende redenen) vermeldenswaardige versies zijn wat mij betreft onder meer: 

Hey Joe van Santa Esmeralda

Hey Joe van London Symphony Orchestra

Hey Joe/Purple Haze/Voodoo Chile van Soft Cell

Hey Joe van Nick Cave & The Bad Seeds

Hey Joe van Black Uhuru

Hey Joe van Willy DeVille

En natuurlijk mag Frank Zappa's hippie-parodie Flower Punk mag niet onvermeld blijven, met regels als "Hey Punk, where you goin' with that flower in your hand?/Well, I'm goin' up to Frisco to join a psychedelic band."

Toch zal het vooral de Hey Joe-versie van The Jimi Hednrix Experience zijn die de meeste mensen blijven koesteren. Dat blijkt ook wel uit het feit dat ruim vijftig jaar na het verschijnen van het nummer het nog steeds binnen de eerste 500 staat van de Top 2000.

© 2021 TTZL


Officiële website: Jimi Hendrix
Wikipedia EN: Jimi Hendrix
Wikipedia NL: Jimi Hendrix

YouTube: Hey Joe [The Jimi Hendrix Experience]

YouTube: Hey Joe [The Leaves]
YouTube: Hey Joe, Where You Gonna Go? [The Standells]
YouTube: Hey Joe, Where Are You Going [The Surfaris]
YouTube: Hey Joe [The Music Machine]
YouTube: Hey Joe [Love]
YouTube: Hey Joe [Cher]
YouTube: Hey Joe (Where You Gonna Go) [The Byrds]
YouTube: Hey Joe [Deep Purple]
YouTube: Hey Joe [Johnny Halliday]
YouTube: Hey Joe (Version) [Patti Smith]
YouTube: Hey Joe [Santa Esmeralda]
YouTube: Hey Joe [London Symphony Orchestra]
YouTube: Hey Joe/Purple Haze/Voodoo Chile [Soft Cell]
YouTube: Hey Joe [Nick Cave & The Bad Seeds]
YouTube: Hey Joe [Black Uhuru]
YouTube: Hey Joe [Willy DeVille]
YouTube: Flower Punk [Frank Zappa]

YouTube: Purple Haze